Een poëtische vriendschap

In het jaar 38 voor het begin van onze jaartelling werd een jonge, getalenteerde dichter voorgesteld aan Gaius Maecenas, beschermheer en sponsor van de kunst aan het hof van keizer Augustus. Horatius werd meteen in de literaire kring van Maecenas opgenomen; het begin van een lange en innige vriendschap. In zijn eerste Ode uit Horatius hoezeer hij vereerd is onderdeel van Maecenas’ prestigieuze gezelschap te mogen zijn:

maar als jij mij zult rangschikken onder de lyrische zangers, zal ik met mijn hoge kruin tegen de sterren slaan.’ (Vertaling Koxkollum)

Quintus Horatius Flaccus op een schilderij van Giacomo di Chirico (© Wikipedia)


Maecenas’ eigen woorden getuigen al snel van een veel inniger band tussen de twee mannen:
‘Als ik niet al méér aan je gehecht ben, Horatius, dan aan mijn eigen ingewanden, mag jij je makker mager als een lat zien worden.’ (Vertaling Koxkollum)

Maecenas schonk zijn vriend, die graag in luwte leefde en niet uit was op de publieke roem die dichters in die tijd toekwam, een landgoed in de Sabijnse bergen. Daar wijdde hij zich aan wijsgerige werken, het Epicurisme en zijn dichtwerk. De vriendschap bleef groeien en Horatius besloot dat er slechts één manier was om aan te geven hoeveel waarde hij hechtte aan de band die ze hadden opgebouwd: hij zou niet zonder Maecenas kunnen leven, de dood verkiezen als deze zijn boezemvriend eerder dan hemzelf zou komen halen. Het inspireerde hem tot het volgende vers (Ode II.XVII):

Why do you stifle me with your complaining?
It’s neither the gods’ idea nor mine to die
before you, Maecenas, you’re the great
glory, and pillar of my existence.

Ah, if some premature blow snatches away
half of my spirit, why should the rest remain,
no longer as loved, nor surviving
entire? That day shall lead us to ruin

together. I’m not making some treacherous
promise: whenever you lead the way, let’s go,
let’s go, prepared as friends to set out,
you and I, to try the final journey. 

No Chimaera’s fiery breath will ever tear
me from you, or if he should rise against me
hundred handed Gyas: that’s the will
of all-powerful Justice and the Fates.

Whether Libra or fearful Scorpio shone
more powerfully on me at my natal hour,
or Capricorn, which is the ruler
of the waters that flow round Italy,

our stars were mutually aspected in their
marvellous way. Jupiter’s protection shone,
brighter for you than baleful Saturn,
and rescued you, and held back the rapid

wings of Fate, that day when the people crowding
the theatre, three times broke into wild applause:
I’d have received the trunk of a tree
on my head, if Faunus, the guardian

of Mercurial poets, hadn’t warded off
the blow with his hand. So remember to make
due offering: you build a votive shrine:
I’ll come and sacrifice a humble lamb.

Vertaling © A.S. Kline

Horatius, Vergilius en Varius thuis bij Maecenas op een schilderij van Charles François Jalabert (© Wikigallery)

Horatius genoot van het leven, totdat zijn boezemvriend in september van het jaar 8 overleed. Zijn Ode II.XVII bleek inderdaad meer dan een ‘treacherous promise’: op 27 november van datzelfde jaar ging Horatius zijn vriend in de dood achterna. Augustus, die getuige was geweest van deze bijzondere vriendschap, liet het graf van Horatius oprichten naast die van zijn beschermheer.

Verder lezen:


Horatius, Verzamelde Gedichten
Vertaling P.H. Schrijvers

Advertenties

Een gedachte over “Een poëtische vriendschap

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s