Het hert van Piazza S. Eustachio

*Dit is een aflevering in de serie Straatverhalen van Rome.*

 

Vlak achter het Pantheon in Rome bevindt zich een klein pleintje dat bekend staat om koffie. Dat wil zeggen, er bevindt zich een koffiebarretje met dezelfde naam als het pleintje (S. Eustachio), waar volgens velen de lekkerste koffiebonen van de stad worden gebrand en de beste espresso’s en ijskoffies geserveerd. Tot 1870 werd hier bovendien de beroemde fiera della Befana gehouden, voordat het naar Piazza Navona verhuisde. Tijdens die festiviteiten kwam heel Rome bijeen op het kleine plein. De beroemde koffiebar is uiteraard vernoemd naar het plein, maar waar het plein dan weer precies naar vernoemd is, weten maar weinig mensen.

De koffie van S. Eustachio
De koffie van S. Eustachio

Het hert van Piazza S. Eustachio
Wanneer een straat en een plein in Rome naar een heilige zijn vernoemd, betekent dat bijna altijd dat zich ergens in de buurt een kerk bevindt die gewijd is aan dezelfde santo. Dat klopt ook hier; Via en Piazza S. Eustachio zijn vernoemd naar de Basilica di S. Eustachio, in sommige historische documenten ook wel verkort als Sancto Stati. De kerk is gemakkelijk te herkennen: bovenop het dak zie je de karakteristieke kop van een hert, met op zijn hoofd niet alleen een gewei, maar ook een kruis.

De hertenkop verwijst naar het bijzondere verhaal van Eustachius, die ooit door het leven ging als Placidus. Toen Placidus, generaal in het leger van Trajanus in de vroege 2de eeuw, eens ging jagen in de heuvels bij Tivoli, stuitte hij op een hert met een gloeiend kruis in zijn gewei (volgens een andere versie van het verhaal zag hij het gezicht van Jezus de Verlosser, maar dat terzijde). Natuurlijk bekeerde de heiden Placidus zich na het zien van dit wonder tot het christendom; bij zijn doop nam hij de naam Eustachius aan. Toen enkele jaren later Hadrianus aan de macht kwam, werd hij door de nieuwe keizer veroordeeld vanwege zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende weigering de Romeinse goden te eren.

Hertenkop op de drempel van Bar S. Eustachio
Hertenkop op de drempel van Bar S. Eustachio

Eustachius, zijn vrouw en zijn kinderen werden letterlijk voor de leeuwen gegooid. Een tweede wonder gebeurde: de leeuwen durfden de vrome christenen niet aan te raken en wendden hun koppen zelfs van ze af. Het leek de keizer gepast om de hele familie dan maar levend te koken in een grote bronzen ketel. Hoewel ze in de ketel stierven, bleken hun lichamen bij het opruimen van de boel helemaal intact gebleven.

De kleine christengemeente in Rome eerde de herinnering aan Eustachius en de wonderen die waren geschied door een heilige plaats op te richten op de plaats waar zijn huis had gestaan. Later, rond 1200, richtte Celestinus III precies op die plek een kerk op; de Basilica di S. Eustachio. De klokkentoren die je nu nog links van de (17de-eeuwse) façade kunt zien dateert uit die vroege periode. Wie goed kijkt, ziet dat de onderste ramen in de toren zijn dichtgemetseld; dat zijn ze al sinds de 17de eeuw, al weet niemand waarom.

Het visioen van S. Eustachius, door Pisanello (1436)
Het visioen van S. Eustachius, door Pisanello (1436)

In de loop der eeuwen werd de Basilica di S. Eustachio meerdere keren gerestaureerd. De hertenkop werd gemaakt door Paolo Morelli aan het begin van de 17de eeuw, natuurlijk refererend aan het visioen van Eustachius. Achter de ijzeren hekken die de porticus afsluiten zijn een aantal oude inscripties te vinden. Binnen in de kerk wordt een urn bewaard met daarin de overblijfselen van Eustachius en zijn gezin. Ook op het baldakijn bij het altaar vind je het hert terug.

De oudste universiteit en de kamerheer van Farnese

De top van de S. Ivo alla Sapienza, gezien vanaf Piazza S. Eustachio
De top van de S. Ivo alla Sapienza, gezien vanaf Piazza S. Eustachio

Eeuwenlang diende de S. Eustachio als een soort bijgebouw van het palazzo van de Sapienza, de universiteit van Rome die al in 1303 werd opgericht. Bij diezelfde universiteit hoorde een kapel, de Sant’Ivo alla Sapienza, vanaf het Piazza S. Eustachio te herkennen aan het ongewone, wervelende kerktorentje dat wel wat weg heeft van taart. Tot 1570 werden de diploma’s van de Sapienza-studenten uitgereikt in de Basilica di S. Eustachio.
Op de gevel van de S. Eustachio vind je (links, op de hoek met Via di S. Eustachio), net als in de binnenhof van de Sant’Ivo alla Sapienza, een plaquette ter herinnering aan een van de meest hevige overstromingen van de Tiber, in 1495.
Speciale vermelding verdient ook het huis van Tizio di Spoleto aan Piazza S. Eustachio; het beschilderde palazzo op de hoek met Via della Palombella. Tizio was de kamerheer van Alessandro Farnese aan het einde van de 16de eeuw. De fresco’s die de buitenmuren sieren zijn gemaakt door Taddeo Zuccari en dankzij recente restauraties in goede staat.
Romeins restje
Vlak voordat je het plein verlaat via de Via degli Staderari, zie je nog een fontein met een oud Romeins bassin. Het gigantische marmeren waterbekken werd, in acht stukken, in 1985 gevonden bij opgravingen in een aantal nabijgelegen palazzi. Archeologen concludeerden dat het ooit onderdeel moest zijn geweest van een thermengebouw dat tijdens het bewind van keizer Nero werd gebouwd (rond het jaar 62; tot het badhuis behoorden ook de twee gigantische zuilen die je nog kunt zien in Via S. di Eustachio).

 

 

Advertenties

4 gedachten over “Het hert van Piazza S. Eustachio

  1. Hoi Willemijn, bedankt weer voor dit interessante verhaal! Ik kende het verhaal over St. Hubertus (Eustachius) vooral doordat ik ben opgegroeid in de buurt van de Hoge Veluwe waar het St. Hubertus jachtslot van het echtpaar Kröller-Müller ligt (van het gelijknamige museum) en door mijn latere interesse in deze periode (zie ook mijn blog http://www.anno1900.nl).

    Architect H.P. Berlage nam het verhaal van de heilige als uitgangspunt voor zijn ontwerp. Zo is de hal erg donker (omdat deze symbool staat voor het zondige leven van St. Hubertus, vóór zijn bekering tot het christendom) en worden de ruimten naarmate je het gebouw verder betreedt steeds lichter. Kortom, het ontwerp en verhaal waren belangrijker dan het woongemak van de bewoners, maar zo ging dat in die tijd.

    Berlage raakte uiteindelijk gebrouilleerd met Helène Kröller-Müller omdat zij per se een serre aan haar werkkamer wilde laten bouwen, wat ten koste ging van de symmetrie van ‘zijn’ gebouw. Berlages beroemde Belgische collega (én concurrent) Henry van de Velde heeft de serre uiteindelijk voor Helène ontworpen. Hij kreeg ook de opdracht om het slot af te bouwen en een tijdelijk onderkomen voor haar kunstverzameling te maken, dat nu nog steeds als museum in gebruik is.

    Enfin, door jouw bericht kan ik dit verhaal weer wat beter in zijn historische context plaatsen 🙂 Nogmaals complimenten voor je voortreffelijke blog, dat ik iedere keer weer met veel plezier volg/lees!

    1. Ha Sipke,

      Veel dank voor je leuke reactie en interessante toevoeging aan het verhaal! Ik wist op mijn beurt weer weinig tot niets van St. Hubertus, heel leuk dat jij die ‘Nederlandse’ link met het verhaal legt. Mocht je weer zo’n toevoeging te binnen schieten aarzel dan niet om het in een comment te plaatsen, daar wordt dit blog alleen maar beter van :)!
      gr,
      Willemijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s