Waar zijn de helden gebleven?

Wie of wat is een held? Voor de een is het Job Cohen, voor de ander is het juist Rutger Castricum. Helden hebben altijd bestaan, maar de criteria voor heldendom zijn in de loop der geschiedenis vaak veranderd. Die criteria zijn vaak veelzeggend over de context (tijd, plaats, sector) waarbinnen ze gesteld zijn. Uit het feit dat zowel Cohen als Castricum binnen de context van dezelfde samenleving een heldenrol kunnen vervullen, kun je misschien afleiden dat zowel fatsoen en integriteit als brutaliteit en schaamteloosheid worden bewonderd door bepaalde groepen mensen binnen die samenleving – en dat er tussen die groepen wrijving bestaat.

De vraag is dus niet simpelweg: ‘Wie is een held?’, maar vooral ‘Wie is of was er wanneer een held?’ Iedere samenleving heeft zijn maatstaven, zo ook de oude Grieken en Romeinen. Fik Meijer schreef een boek over de helden en heldinnen van de oudheid (van verzetsstrijders en wijsgeren tot rebelse vrouwen en topsporters), aan de hand waarvan je een geweldig inkijkje krijgt in wat toen als heldendom werd beschouwd – en waar de basis is gelegd voor onze interpretatie van het begrip.

Verschillende grote namen passeren de revue: Hannibal natuurlijk, maar ook Solon en de Gracchi. Een held die misschien tot op de dag van vandaag nog als zodanig wordt beschouwd door sommigen, is Pericles, de Athener die in 436 voor Christus op dertigjarige leeftijd zijn intrede deed in de politiek. Hij, een telg uit een vooraanstaande aristocratische familie, ontpopte zich als de grote voorvechter van de democratie, die nog maar krap een halve eeuw eerder geboren was. Meijer beschrijft hem aan de hand van de geschriften van de Atheense historicus Thucydides:

Marmeren buste van Pericles - courtesy of wikipedia

‘We leren Pericles goed kennen in de spectaculaire redevoeringen die Thucydides de Atheense strateeg in de mond legt, waarbij overigens de kanttekening moet worden gemaakt dat we niet weten of hij Pericles letterlijk citeert of zijn redes in zijn eigen woorden heeft weergegeven. Kenmerkend voor die speeches is de lofzang op de democratie, die het meest opvallend aanwezig is in Pericles’ befaamde lijkrede op de in het eerste jaar van de Peloponnesische Oorlog gesneuvelde Atheners:

Wij hebben een staatsvorm die niet een kopie is van de instellingen van onze naburen. In plaats van anderen na te bootsen zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In persoonlijke geschillen verzekeren onze wetten gelijk recht aan allen en de publieke opinie eert een ieder die zich door iets onderscheidt in het openbare leven boven anderen, niet om de klasse waartoe hij behoort, maar om zijn waarde alleen. Armoede is voor niemand die de staat van nut kan zijn een beletsel, hoe gering zijn aanzien ook is. Wij leven als vrije staatsburgers en in onze dagelijkse omgang zijn wij zonder argwaan tegen elkander en wij ergeren ons niet aan onze buurman als hij zijn eigen genoegen zoekt en werpen hem geen boze blikken toe, die wel geen schade toebrengen, maar kwetsend zijn. Verdraagzaam in onze persoonlijke omgang houden wij in het openbare leven ons aan de wet, die wij eerbiedigen. Wij gehoorzamen aan hen die telkens over ons gesteld zijn en aan de wetten, vooral aan die wetten die bescherming bieden aan de verdrukten en aan die ongeschreven wetten, waarvan de overtreding in aller ogen schande brengt.’

Een rotsvast geloof in de democratie komt uit de redevoering naar voren. Toch lijkt het erop dat onder de zachte dekmantel van de democratie de alleenheerschappij van Pericles schuilging:

‘Het unieke aan Pericles was dat hij zich als geboren aristocraat in zijn gedrag en in zijn sublieme redevoeringen een man van de oude stempel betoonde, maar dat hij tegelijk tegenover het volk de juiste toon wist aan te slaan. Met zijn duidelijke keuze voor een democratische staatsvorm gaf hij de gewone Atheners het idee dat zij het voor het zeggen hadden. Maar algemeen bekend was dat hij meesterlijk zijn werkelijke bedoelingen kon verhullen: onder de dekmantel van de democratie trok hij zijn eigen plan. De onvoorziene keerzijde van zijn pleidooien voor meer bemoeienis van het volk was dat hij op langere termijn de weg baande voor demagogische politici, mannen die er alleen maar op uit waren het volk aan zich te binden door het naar de mond te praten.’

Of Pericles de held van de democratie is of een huichelaar die onder democratische voorwendselen een verborgen vorm van alleenheerschappij creëerde, is aan de lezer. Het zijn juist deze spanningen en vraagtekens die Fik Meijers verzameling verhalen over helden en heldinnen uit de oudheid maken tot een boek van alle tijden.

 

Fik Meijer, Bejubeld en verguisd

Athenaeum – Polak & Van Gennep

€ 12,50

 

 

Advertenties

2 gedachten over “Waar zijn de helden gebleven?

  1. Ga ik op mijn verlangljstje zetten!

    Ik heb gladiatoren al gelezen van hem. ook heel erg interessant

    Ik had (kunst)geschiedenis moeten studeren, ik ben ook al zo dol op de boeken van Tom Holland.

    ik maak het goed met af en toe een shotje Orpheus

    Vroeger deed mijn moeder dat, verhaaltjes, feitjes. zij had namelijk wél geshiedenis gesturdeerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s