Vandaag is het precies 200 jaar geleden dat Charles Dickens werd geboren. Dickens kennen we natuurlijk vooral als de grote schrijver van romans als David Copperfield en A Christmas Carol. Zijn oeuvre is echter breder dan dat; toen hij in 1844 een ‘sabbatical nam om te gaan reizen, bleef hij schrijven. Net als veel 19e-eeuwse landgenoten vertrok hij naar Zuid-Europa, waar hij onder andere Rome aandeed. Onderweg hield hij, overal waar hij kwam, trouw een dagboek bij, een reisblog avant la lettre. Het hele dagboek werd later gepubliceerd onder de naam Pictures from Italy en bevat wat mij betreft Dickens’ leukste en mooiste werk in de categorie non-fictie.

Ter ere van zijn tweehonderdste verjaardag geef ik vandaag graag een beetje Dickens cadeau; fragmenten uit de aanstekelijke teksten die hij schreef toen hij in 1846 voor het eerst Rome zag.

 

Toen Charles Dickens het colosseum bezocht, werd hij getroffen door iets dat we tegenwoordig zouden omschrijven als een ‘historische sensatie’:

‘It is no fiction, but plain, sober, honest Truth, to say:  so suggestive and distinct is it at this hour:  that, for a moment -actually in passing in- they who will, may have the whole great pile before them, as it used to be, with thousands of eager faces staring down into the arena, and such a whirl of strife, and blood, and dust going on there, as no language can describe.  Its solitude, its awful beauty, and its utter desolation, strike upon the stranger the next moment, like a softened sorrow; and never in his life, perhaps, will he be so moved and overcome by any sight, not immediately connected with his own affections and afflictions.’

Het grootste, het meest majestueuze; Dickens vervalt in superlatieven om in woorden uit te drukken wat het met je doet, het zien van dat grootse monument, dat in feite niet meer is dan a ruin:

‘To see it crumbling there, an inch a year; its walls and arches overgrown with green; its corridors open to the day; the long grass growing in its porches; young trees of yesterday, springing up on its ragged parapets, and bearing fruit:  chance produce of the seeds dropped there by the birds who build their nests within its chinks and crannies; to see its Pit of Fight filled up with earth, and the peaceful Cross planted in the centre; to climb into its upper halls, and look down on ruin, ruin, ruin, all about it; the triumphal arches of Constantine, Septimus Severus, and Titus; the Roman Forum; the Palace of the Caesars; the temples of the old religion, fallen down and gone; is to see the ghost of old Rome, wicked, wonderful old city, haunting the very ground on which its people trod. It is the most impressive, the most stately, the most solemn, grand, majestic, mournful sight, conceivable.  Never, in its bloodiest prime, can the sight of the gigantic Coliseum, full and running over with the lustiest life, have moved one’s heart, as it must move all who look upon it now, a ruin. GOD be thanked: a ruin!’

Verderop beschrijft Dickens op vermakelijke wijze een scenario dat voor iedereen herkenbaar moet zijn: tijdens zijn ontdekkingstocht door Rome komt hij, waar hij ook heen gaat, keer op keer hetzelfde stel toeristen tegen, dat ook uit Groot-Brittannië komt. Tegen wil en dank ontstaat er een speaking acquaintance met deze Mr. and Mrs. Davis:

We often encountered, in these expeditions, a company of English Tourists, with whom I had an ardent, but ungratified longing, to establish a speaking acquaintance.  They were one Mr. Davis, and a small circle of friends. It was impossible not to know Mrs. Davis’s name, from her being always in great request among her party, and her party being everywhere. During the Holy Week, they were in every part of every scene of every ceremony. For a fortnight or three weeks before it, they were in every tomb, and every church, and every ruin, and every Picture Gallery; and I hardly ever observed Mrs. Davis to be silent for a moment. Deep underground, high up in St. Peter’s, out on the Campagna, and stifling in the Jews’ quarter, Mrs. Davis turned up, all the same. I don’t think she ever saw anything, or ever looked at anything; and she had always lost something out of a straw hand-basket, and was trying to find it, with all her might and main, among an immense quantity of English halfpence, which lay, like sands upon the sea-shore, at the bottom of it.’ 

Toen ik onlangs het Theater van Dionysus bezocht aan de voet van de Akropolis in Athene, presteerde een gretig rondstruinend stel toeristen het om onder een lintje door te kruipen, zodat de mannelijke helft van het stel plaats kon nemen op een duizend jaar oude, prachtig gedecoreerde zetel, terwijl de vrouwelijke helft een foto nam van het tafereel. Aan die anekdote moest ik direct denken bij het lezen van Dickens’ beschrijving van Mr. Davis:

‘Mr. Davis always had a snuff-coloured great-coat on, and carried a great green umbrella in his hand, and had a slow curiosity constantly devouring him, which prompted him to do extraordinary things, such as taking the covers off urns in tombs, and looking in at the ashes as if they were pickles—and tracing out inscriptions with the ferrule of his umbrella, and saying, with intense thoughtfulness, ‘Here’s a B you see, and there’s a R, and this is the way we goes on in; is it!’ His antiquarian habits occasioned his being frequently in the rear of the rest; and one of the agonies of Mrs. Davis, and the party in general, was an ever-present fear that Davis would be lost. This caused them to scream for him, in the strangest places, and at the most improper seasons. And when he came, slowly emerging out of some sepulchre or other, like a peaceful Ghoule, saying ‘Here I am!’ Mrs. Davis invariably replied, ‘You’ll be buried alive in a foreign country, Davis, and it’s no use trying to prevent you!’

Dickens gaat nog even door en doet Mr. and Mrs. Davis tenslotte op grandioze wijze uitgeleide:

Mr. and Mrs. Davis, and their party, had, probably, been brought from London in about nine or ten days. Eighteen hundred years ago, the Roman legions under Claudius, protested against being led into Mr. and Mrs. Davis’s country, urging that it lay beyond the limits of the world.

 

Het Dickens Museum in Bronkhorst (Gelderland) onthult vandaag, ter ere van zijn tweehonderdste geboortedag, een porseleinen beeld van Dickens, dat de schrijver voorstelt terwijl hij voor de laatste keer voorleest uit eigen werk. Charles Dickens overleed op 9 juni van het jaar 1870. Aan het eind van een optreden op 8 maart van datzelfde jaar zou hij gezegd hebben: ‘Vanuit deze felle lichten zal ik nu voor eeuwig verdwijnen.’ Dat is hem gelukkig niet gelukt.

 

Doe mee met de conversatie

1 reactie

Plaats een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: