Een kleine filosofie van het schrijverschap

Beginnen… Beginnen… Hoe zal ik beginnen? Ik heb honger. Ik zou koffie moeten halen. Koffie zou me helpen te denken. Misschien zou ik eerst iets moeten schrijven en dan mezelf met koffie belonen. Koffie en een muffin. Oke. Dus ik moet de thema’s duidelijk stellen. Misschien een banaan-walnoot. Ja, dat is een goede muffin.

– Charlie Kaufman, scenarioschrijver in de film Adaptation – vernoemd naar de echte scenarioschrijver – zoals geciteerd in Mijn leven is mooier dan literatuur.

 

Mijn leven is mooier dan literatuur

Jannah Loontjes, foto Bob Bronshoff

Jannah Loontjes, foto Bob Bronshoff

Wie niet houdt van lange teksten lezen op internet, scrollt het beste meteen door naar beneden. Daar vind je een link via welke je Mijn leven is mooier dan literatuur van Jannah Loontjens kunt bestellen. Doen; de ‘kleine filosofie van het schrijverschap’ is een prachtig boekje dat je met veel plezier zult lezen en dat je hoofd net zozeer zal vullen met nieuwe kennis en ideeën als met nieuwe twijfels en vragen.
Wie wil weten waarom ik het aanbeveel – en dus even mee wil gaan in hoe ík het las – kan rustig verder lezen.

Beginnen
‘Steeds meer mensen koesteren de wens te publiceren; gedichten, blogs, romans of memoires,’ lees ik op de achterflap van Loontjens’ boek.
Waarom begint iemand een blog? Waarom deed ik het?
Als tiener liep ik rond met een heimelijke maar vurige wens om te schrijven. Niet alleen voor mezelf, in een dagboek, maar Echt Schrijven; dat de woorden die ik vormde ergens in gedrukt zouden worden, en dat anderen dat dan zouden lezen. En dat ze dan goed, of leuk genoeg waren. Eigenlijk vooral: dat mensen niet in een honend proestend lachen zouden uitbarsten bij het lezen mijn teksten – mijn grootste, nogal levendige angst.
Die publicatiewens klinkt misschien groots, maar ik dacht gewoon aan zoiets als een stukje in de schoolkrant. Het bleef bij heimelijk wensen; ik vond ook de schoolkrant te hoog gegrepen en ben de drempel van de redactie nooit overgegaan.

Precies dit soort reflectieve gedachten komen naar boven drijven wanneer je Mijn leven is mooier dan literatuur leest, van Jannah Loontjens; een filosofische verkenning van de wondere wereld van lezen en schrijven.

Het definitieve van de eerste regel
Dat (dit) blog begon ik in 2012, zeker 15 jaar nadat ik voor het eerst twijfelend en dromerig het verlangen om te schrijven voelde, en eigenlijk vooral dankzij de overtuigingskracht van een goede vriendin. Precies tegelijk met het verlangen te schrijven was namelijk de angst gekomen. Een levensgrote, verlammende angst, die me er destijds niet alleen van weerhield om de drempel van de schoolkrantredactie over te stappen, maar zelfs om de wens hardop uit te spreken. Schrijven begint in je hoofd, maar beginnen met schrijven is een horde op zichzelf, die voor velen – mijzelf niet uitgezonderd – gepaard gaat met een faalangst die je dubbel verlamt: eerst is er de angst om voor je jezelf te falen (ik vind het niet goed genoeg) en daarna angst om te falen in de ogen van anderen (zij vinden het niet goed genoeg).

“Existentiële angst is is een vorm van levensangst die je kan overvallen en waarin het bestaan je plotseling beklemt en onzinnig voorkomt”

 

Die angst, die ik nooit goed heb kunnen plaatsen, krijgt in Loontjens’ Mijn leven is mooier dan literatuur ineens een plek. En een naam: schrijversangst.  ‘In Blanchots [een karakter van Proust, red.] analyses van de schrijversangst, hoor ik de echo van de invloedrijke Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1976),’ schrijft Loontjens. ‘Heidegger kent een belangrijke betekenis toe aan de fundamentele angst die de mens kan overvallen. In die angst ben je niet zomaar bang voor iets, maar voel je elke houvast wegglijden. Je voelt je als het ware in een ‘niets’ zweven. In de lezing ‘Wat is metafysica?’ maakt Heidegger een onderscheid tussen angst en vrees. Als je iets vreest, is er een duidelijk object dat je angst inboezemt, zoals een agressieve hond, een diepe afgrond of een gevaarlijke verkeerssituatie. Maar in de existentiële angst is er geen aanwijsbaar object dat gevreesd wordt. Het is een vorm van levensangst die je kan overvallen en waarin het bestaan je plotseling beklemt en onzinnig voorkomt, je verliest de grip op de werkelijkheid en voelt een groot ‘niets’ in je opdoemen.’

Toch dient de angst een doel: ‘Deze confrontatie met het ‘niets’ doet je uiteindelijk beseffen dat er ‘iets’ is, betoogt Heidegger. Juist in dit soort ongefundeerde angstgevoelens, krijgen we een besef van het ‘Zijn’ en formuleren we vragen die onze dagelijkse zorgen overstijgen.’

“Het verlangen om ‘alles’ te omvatten, gaat hand in hand met de angst om niets belangwekkends te kunnen verwoorden”

 

Vaak overheerst lang ‘het definitieve van de eerste regel en daarmee het risico meteen te falen’. Loontjens: ‘In de wens om met je werk een inzicht of belang te suggereren dat je bevattingsvermogen eigenlijk te boven gaat, omdat het niet zomaar in een enkele gedachte is samen te vatten aangezien er een groots boek voor geschreven moet worden, voel je dat je de greep verliest. Door het zoeken naar een thematische invalshoek die een allesomvattende betekenis moet suggereren, zoals Marcel dat in La Recherche [A la recherche du temps perdu, red.] wenste, lijkt elk mogelijk begin nietig en betekenisloos te worden. Het verlangen om ‘alles’ te omvatten, gaat hierdoor hand in hand met de angst om niets belangwekkends te kunnen verwoorden.’

Spreken vs. schrijven
Eduard Raban, een personage van Kafka, verkondigt een opvatting over literatuur die volgens Loontjens ‘raakt aan een oude discussie over het onderscheid tussen schrijven en spreken’. In dat verband haalt ze Plato’s dialoog Faidros aan, waarin Socrates betoogt dat het gevaar van een geschreven tekst is dat je nooit kunt weten wie hem onder ogen kan komen. ‘Hij zegt hierover dat het geschreven woord terechtkomt bij mensen die er verstand van hebben, maar evengoed bij mensen die er niets mee te maken hebben; het geschreven woord heeft geen idee tot wie het zich moet richten en tot wie niet. Een tekst kan zichzelf niet toelichten of verdedigen, hij is een uiting van een persoon die niet meer in de tekst zelf aanwezig is. Het geschreven woord vervangt de aanwezigheid van de spreker.’

“Socrates betoogt dat het gevaar van een geschreven tekst is dat je nooit kunt weten wie hem onder ogen kan komen”

 

Weer dwalen bij het lezen van de woorden van Loontjens mijn gedachten af naar mijn eigen situatie, mijn eigen ervaringen. In het licht van Plato’s theorie over de afwezigheid van de spreker is de explosieve groei van mensen die publiceren wat ze schrijven, vooral via internet, extra interessant. Als al die bloggers (zoals ik) hun teksten publiceren op het internet, is er dan in de verste verte nog sprake van een band tussen schrijver en lezer?
Hoewel Socrates meent dat schrijven slecht is voor het geheugen – wie geheugensteuntjes nodig heeft, spreekt immers zijn eigen capaciteit om over echte kennis te beschikken niet aan – is mijn ervaring juist dat schrijven een grote toegevoegde waarde heeft. Natuurlijk, ‘het definitieve van de eerste regel’ beperkt je in zekere zin: ‘Een schrijver wil uitdrukking geven aan iets specifieks, een uitzonderlijk idee, een scherpe analyse of observatie, een particuliere ervaring, maar dit moet wel gebeuren met het gereedschap dat Jan en alleman gebruikt: taal,’ schrijft Loontjens terecht. Maar schrijven is tegelijkertijd een krachtige transformator: het ordent hersenspinsels, het geeft inzicht in de gedachten in je eigen hoofd of verbeelding en, misschien nog het meest krachtige: het geeft gedachtes een werkelijk bestaan in de wereld.

“Een schrijver wil uitdrukking geven aan iets specifieks, een uitzonderlijk idee, een scherpe analyse of observatie, een particuliere ervaring, maar dit moet wel gebeuren met het gereedschap dat Jan en alleman gebruikt: taal”

 

Iets opschrijven, hoe klein of groot ook, dwingt je om keuzes te maken en concreet te worden, op een veel meer ordelijke en voor anderen begrijpelijke wijze dan wanneer je iets uitspreekt. Natuurlijk zijn er begiftigde, inspirerende sprekers en warrige, onbegrijpelijke schrijvers, maar in de meeste gevallen geldt: pas wanneer je iets opschrijft, kun je het echt met anderen delen. De manier waarop je dat doet is het gevolg van een mengeling van aangeboren talent, taalgevoeligheid en oefening, maar ‘iets delen’ kan tegenwoordig iedereen, met de druk op een knop. Dat je vervolgens geen invloed hebt op hoe jouw woorden exact zullen worden ontvangen, is de prijs die je bereid moet zijn te betalen voor de betekenis die je hebt gegeven aan je gedeelde gedachtes of verzinsels.

Heb ik ook maar een enkele originele gedachte in mijn hoofd?
Veel koppen in Mijn leven is mooier dan literatuur zijn gesteld in de vorm prangende vragen, die althans bij mij bekend voorkomen. Juist omdat het vragen zijn die alleen in dialogen voorkomen die ik met mijzelf heb – in mijn hoofd, dus, voor de duidelijkheid – lees ik Loontjens’ boek niet alleen met bewondering (voor hoe mooi het is opgeschreven en hoe grondig de literaire en filosofische kennis van de auteur is) en vrolijke verbazing (over de nieuwe informatie en ideeën die ik lees), maar ook met een gevoel van herkenning (alhoewel ik natuurlijk nooit zal weten of dat wat ik van haar woorden maak ook haar ideeën zijn geweest bij het schrijven).

“De monoloog begint met de vraag: ‘Do I have an original thought in my head?’”

 

Het begin van dit blogstukje is een citaat uit de film Adaptation, aangehaald door Loontjens. Die film begint met ‘een zwart beeld, waarbij je in voice-over een monoloog hoort van de hoofdpersoon Charlie, gespeeld door Nicolas Cage. De monoloog begint met de vraag: ‘Do I have an original thought in my head?’

Een grote vraag, die raakt aan wat hierboven is beschreven als schrijversangst. Het verwoordt wat misschien wel elke schrijver zich afvraagt: ‘heb ik eigenlijk wel iets origineels te vertellen? Is dit niet al geschreven? Zijn al mijn gedachten, ervaringen, gevoelens, niet al door iemand anders verwoord? En misschien al wel veel beter? Elk leven van ieder individu is in zekere mate uniek, maar zodra een ervaring wordt beschreven kan zij al gauw algemeen klinken; alsof de ervaring iemand anders toebehoort, of nog erger, alsof de ervaring een gemeenplaats is.’

Ben jij een schrijver?
Iedereen kan schrijven. Toch? ‘Iedereen die een pen en papier heeft, of een computer, kan in principe schrijven,’ schrijft Loontjens. ‘Zo lijkt het althans.’
De ‘maar’ wordt vervolgens in filosofische termen toegelicht: ‘In Wachten op geluk schrijft de filosoof Coen Simon dat de moderne mens ‘volledig zeggenschap wil over de bevrediging van zijn eigen verlangens’. (…) De Sloveense filosoof Slavoj Zizek betoogt dat de nadruk op het bevredigen van verlangens een ontwikkeling is die is ontstaan door het verdwijnen van het religieuze bewustzijn. Met name de door begeerte gestuurde verlangens naar bewondering, seks, geld of roem werden veelal als een proeve Gods opgevat; als deze goed werden doorstaan kon dit in het hiernamaals beloond worden. (…) Nu het geloof steeds minder vat op ons heeft, wordt het doorstaan van verlangens, zonder naar bevrediging toe te werken, niet meer als een nobele achtenswaardige levenshouding beschouwd, maar veeleer als een gemiste kans. We hebben één leven en daar moeten we zo veel mogelijk uithalen, lijkt de boodschap van deze tijd. Vrijwel alle glossy’s en praatprogramma’s, Oprah Winfrey ging hierin voorop, lijken het hierover eens.
Maar wat doen we met verlangens die gefrustreerd worden; angsten, onzekerheden, twijfels of tegenslagen als het doorstaan ervan niet in de hemel beloond wordt? We kunnen ze omwerken tot een tekst of een kunstwerk, lijkt de conclusie van de moderne mens.’

“Ik heb het lange tijd pretentieus gevonden om mezelf schrijver te noemen, laat staan filosoof. Ik vond het beter om te zeggen: ‘Ik schrijf’”

 

Schrijf een boek, zeggen mensen dan al snel. Dat kan natuurlijk. Maar wordt het dan meteen literatuur? Wanneer wel en wanneer niet? En: wanneer mag je jezelf dan schrijver noemen? Loontjens: ‘Ik heb het lange tijd pretentieus gevonden om mezelf schrijver te noemen, laat staan filosoof. Ik vond het beter om te zeggen: ‘Ik schrijf’.

Dat brengt haar naar abstractere vragen als: ‘Wat is een schrijver eigenlijk? Moet je om jezelf schrijver te noemen een boek gepubliceerd hebben?’

Eindigen
Aan vragen ontbreekt het niet in Mijn leven is mooier dan literatuur. Dat klopt helemaal met de mini-bio van de auteur zoals weergegeven op haar twitteraccount: ‘Schrijver / Dichter / Filosoof / Twijfelt graag en veel.’ In het geven van gesloten, afgeronde antwoorden is ze dan vanzelfsprekend terughoudend. Precies dat maakt het essayachtige boek en de wijze waarop het geschreven is zo aantrekkelijk.

Nu het einde van dit stukje nadert, realiseer ik me ineens dat ik het vooral over twijfel en angst heb gehad. Natuurlijk is dat – zoals in het hoofdstuk ‘Wat we lezen en wie we zijn’ wordt beschreven – een gevolg van wat ik met de woorden heb gedaan, hoe ik ze inpaste en interpreteerde in mijn eigen ervaring en beleving. Zelfs bij het schrijven van dit stukje overheerst nog de schrijversangst. Ben ik te open? Stel ik alles te simplistisch voor? Is het niet te lang? Heb ik eigenlijk wel iets te vertellen?

“De mini-bio op haar twitteraccount: ‘Schrijver / Dichter / Filosoof / Twijfelt graag en veel’”

 

Het doet Mijn leven is mooier dan literatuur daarom tekort: dat is niet alleen beschouwend maar ook geleerd. Dat gaat niet alleen over angst en twijfel, maar ook over wat lezen is, wat schrijven is, of je kunt spreken van hoge en lage literatuur, over verhalen vertellen en autobiografisch schrijven, over lezen en schrijven en alles wat daarmee te maken heeft.

Mijn leven is mooier dan literatuur is, zoals ik al schreef, een boekje dat tegelijk verwondert, verbaast en amuseert. Maar wat het vooral doet: het inspireert en nodigt uit om je eigen kleine filosofie van het schrijverschap te overdenken. En dat is dan toch de grote kunst van het lezen en schrijven. Jannah Loontjens is in die zin een groot kunstenaar.

Jannah-Loontjens-Mijn-leven-is-mooier-dan-literatuurMijn leven is mooier dan literatuur
Jannah Loontjens
ISBN 9789026326394
Ambo
€ 18,95

Bestel Mijn leven is mooier dan literatuur via deze link bij Libris of bestel hier het e-book (€ 14,99)!

 

 

 

 

Advertenties

Een gedachte over “Een kleine filosofie van het schrijverschap

  1. Pingback: Over faalangst, en filosofieën om er je voordeel mee te doen | Orpheus kijkt om

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s