Hij brengt al een aantal nachten door op de koepel van de Sint-Pieter in Rome: Marcello Di Finizio, strandtenthouder uit Triëst. Di Finizio protesteert met spandoeken op het hoogste puntje van Vaticaanstad, omdat zijn restaurant in Triëst enkele jaren geleden door brand werd verwoest en hij sindsdien geen steun heeft gekregen om opnieuw te beginnen. Bekijk hier de fotoserie op Corriere.it.

Foto: Corriere.it / Benvegnù Guaitoli Cimaglia
Paus Franciscus is zijn naam, maar wat weten we nu eigenlijk over de opvolger van Petrus? Stijn Fens, al sinds jaar en dag kind aan huis in het Vaticaan, vertelt over alle ins en outs van het nieuwe pontificaat. Lees hier meer!

In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.
Een wirwar van verhalen
Vandaag voert het straatverhaal naar Testaccio, een nog wat onontdekte wijk in Rome, die desalniettemin door insiders al fluisterend ‘het nieuwe Trastevere’ wordt genoemd. Testaccio is dan ook, veel meer inmiddels dan die gedoodverfde volkswijk over de Tiber, een authentieke en volkse buurt. Hart van de wijk was ooit het slachthuis (mattatoio), waar nu een museum huist voor contemporaine kunst. Daarnaast is Testaccio bekend van de schervenberg; de heuvel die bestaat uit miljoenen Romeinse potscherven, afkomstig van amforen die hier (de voormalige binnenhaven van de stad) kapot werden gesmeten omdat ze geen tweede keer te gebruiken waren.
Precies bij die Schervenberg loopt een straat met een simpele naam: Via Nicola Zabaglia. Zo onbeduidend – de naam zegt geen toerist iets – dat ik nooit had vermoed dat er zo’n wirwar aan verhalen achter schuilgaat.

Hefconstructie op de bouwplaats, naar een uitvinding van Nicola Zabaglia (foto: Look and Learn)
De paus die uit zijn koets viel
Die wirwar begint net buiten de grenzen van het Romeinse grondgebied, in Vaticaanstad. Op het Sint-Pietersplein, om precies te zijn. Het was 1725 en paus Benedictus XIII viel bijna uit zijn koets toen hij het plein voor de Sint-Pieter overstak. De koets was bijna omgeslagen omdat de bestrating er zo belabberd aan toe was; de keien waren ongelijk en de weg zat vol gevaarlijke gaten. Monsignor Ludovico Sergardi, opzichter bij de Fabbrica di San Pietro, het bouw- en onderhoudsbedrijf van de grote basiliek de Sint-Pieter, vond het welletjes: het plein moest voor eens en voor altijd geëffend worden en zou nieuwe bestrating krijgen.
Nicola de steigerbouwer
Hoe leidt de weg van de keitjes van het Sint-Pietersplein naar de Via Nicola Zabaglia in Testaccio? Welnu, in 1686 trad een zekere Nicola Zabaglia in dienst bij de genoemde Fabbrica di San Pietro. Nicola (1664-1750) begon als een eenvoudige metselaar maar wist zich al snel op te werken, vooral dankzij zijn talent voor het ontwerpen van bouwmachines en steigers, die uiteraard bij bouw- en onderhoudswerkzaamheden erg goed van pas kwamen (Michelangelo, bijvoorbeeld, beschilderde het plafond van de Sixtijnse Kapel op zijn rug, liggend op steigers). Hij was zo goed, dat Nicola een werkkamer toegewezen kreeg op de ‘zolder’ van de Sint-Pieter, recht boven het middenschip van de basiliek. Vanaf daar kon hij goed toezien op de onderhoudswerkzaamheden van de werknemers die hij inmiddels onder zijn hoede had (steenhouwers, metselaars en timmerlieden).
Omdat hij een clubje werknemers om zich heen had verzameld wordt Nicola ook wel gezien als een van de oprichters van de Sampietrini, een soort genootschap van metselaars en andere bouwlui in dienst van de Fabbrica di San Pietro, die in de loop der tijd een steeds duidelijker omlijst takenpakket kregen.

Sampietrini; de keitjes van Rome (foto: Wikimedia)
Toen Nicola de Confraternita dei Sampietrini mede vormgaf, had het woord sampietrini in Rome nog niet die andere betekenis, die nu veel bekender is in de stad. Sampietrini is namelijk de Italiaanse benaming voor de kleine keitjes, de donkergrijze, taps toelopende blokjes basalt, waarover je in veel straten en op veel pleinen van Rome wandelt. Ze worden zo genoemd omdat voor ze het eerst werden gebruikt bij de bestrating van het St. Pietersplein. En zo zijn we weer bij het begin van dit verhaal: dat gebeurde namelijk precies toen Ludovico Sergardi in 1725 de paus bijna uit zijn koets had zien kukelen.
Gladde steentjes
Tegenwoordig kunnen de sampietrini van Rome, als er net regen is gevallen, nog weleens gevaarlijk glad worden. Ironisch genoeg was het een van de leden van de Confraternita dei Sampietrini die in 1938 uitgleed, toen hij bezig was met een van de taken die al eeuwen aan de Sampietrini was toevertrouwd: het ontsteken van de fakkels rond de koepel van Sint-Pieter, die werden aangestoken ter gelegenheid van een religieuze feestdag. De arme ziel viel naar beneden en stierf. Pius XII was de zittende paus; hij liet de fakkels voorgoed vervangen door elektrische lampen. De fakkels zijn verdwenen, maar de keitjes op menig Romeins plein zijn een indirecte herinnering aan de Sampietrini van de Fabbrica, en aan die ene man naar wie een straat in de wijk Testaccio werd vernoemd.

Foto: Wikimedia
Het is in Rome goed te merken dat er een nieuwe paus resideert in Vaticaanstad… Vanuit alle kiosken en souvenirshops zwaait papa Francesco je tegemoet en de Romeinen vertellen honderduit over de nieuwe paus die ‘tussen de mensen staat’. Het zorgt al met al voor een nieuwe impuls aan de toch al zo grote stroom bezoekers naar Vaticaanstad.
Een bezoek aan het Vaticaan: het staat eigenlijk wel op ieders lijstje. Om dat bezoek zo leuk mogelijk te maken, ontdekken we vandaag een aantal geheimen van de Sint Pieter.
#1 Vaticaanstad is eigenlijk nog geen honderd jaar oud. Het werd als soevereine staat pas erkend bij het Verdrag van Lateranen, dat werd getekend in 1929.
#2 Het grondgebied van Vaticaanstad begint op het plein voor de Sint Pieter, aan de zijkanten beschermd door Bernini’s zuilengalerij.
#3 De zuilengalerij rond het elipsvormige plein voor de Sint Pieter, ontworpen door Bernini, wordt door de Romeinen ook wel abbraccio berniniano genoemd: de Berniniaanse omarming.
#4 Laat je voor de gek houden door Bernini: als je bij de linkerfontein op de kruisjes gaat staan die in de grond zijn aangebracht, is het net of er maar een enkele zuilenrij om je heen is, in plaats van de vier die het werkelijk zijn.
#5 Sinds 1505 wordt Vaticaanstad door een speciaal corps bewaakt: de beroemde Zwitserse Garde. Aspirant-gardisten die zich vrijwillig aanmelden moeten – naast uiteraard rooms-katholiek – tenminste 1.74 m lang zijn, tussen de 19 en 30 jaar oud en bereid om minimaal twee jaar te dienen.
#6 Wie door het middenschip van de Sint Pieter loopt en naar beneden kijkt, ziet in het plaveisel namen van kathedralen van over de hele wereld. Het getal dat bij de naam wordt vermeld is de hoogte van die specifieke kathedraal. Het aantal meters is gemeten vanaf de uiterste apsis. Met andere woorden: alle andere kerken in de wereld passen gemakkelijk in de Sint Pieter.
#7 Precies onder het baldakijn van Bernini, recht onder de koepel van de kerk, ligt het graf van Petrus, de allereerste paus.
#8 Het is een behoorlijke opgave, maar ook een mooie ervaring: de koepel van de Sint Pieter beklimmen. Boven kom je eerst uit in de ‘fluistergalerij’, vernoemd naar de bijzondere akoestiek van de koepel. Wanneer je aan de tegen de muur iets fluistert, kan een ander die meters verderop aan dezelfde muur staat, precies verstaan wat je zegt.
In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.

Via Giulia (foto: Wikimedia)
Aan het prille begin van de 16de eeuw trad er een nieuwe paus aan. Kardinaal Giuliano della Rovere werd verkozen en liet zich vanaf 1503 Julius II noemen. Op allerlei manieren zou hij geschiedenis schrijven: als oorlogspaus, in de conflicten tussen de Kerkelijke staat en de republiek Venetië, Frankrijk en de invloedrijke familie Borgia. Als mecenas, met opdrachten voor Michelangelo en Rafaël. Als bouwheer die de eerste steen voor de nieuwe Sint Pietersbasiliek legde. En: als de man die ‘de mooiste straat van Rome’ creëerde.
KUNSTLIEFHEBBER
Julius II was een veelzijdig persoon; enerzijds stond hij erom bekend altijd met een stok te lopen, die hij dreigend omhoog hield naar iedereen die hem niet aanstond. Tegelijkertijd was Julius II een kunstliefhebber eerste klas, die opdracht gaf voor een aantal kunstzinnige meesterwerken. Een van zijn eerste agendapunten was het verhuizen van de pauselijke woonvertrekken. Julius had behoorlijk met de Borgia-familie in de clinch gelegen en wenste niet in ‘hun’ vertrekken te resideren. De herinnering aan Borgia-paus Alexander VI was hem daar wat al te levend, zodat hij besloot om het een verdieping hogerop te zoeken. Een jonge schilder uit Urbino werd aangetrokken om die nieuwe pauselijke vertrekken te decoreren. Onder zijn naam zouden ze wereldberoemd worden: de Stanze van Rafaël.
BRAMANTE DE VERNIELER

Fontana di Ponte Sisto, Via Giulia, 1880 (foto: Wikimedia)
De Romeinen in de straat waren ondertussen maar weinig te spreken over de nieuwe paus. Er werd nogal eens gefluisterd dat Julius vooral veel heil zocht in de ‘wijngaarden des heren’, en voor de bouwheer die de paus had aangesteld om de nieuwe Sint Pieter te bouwen (Bramante) hadden ze de weinig flatteuze bijnaam ‘ruinante’ verzonnen – de vernieler.
Het lijkt er niet op dat Julius zich van het geroddel van het plebs iets aantrok. Hij zette zijn bouwplannen voor de stad voort met een stedenbouwkundig project, bestaande uit de aanleg van verschillende wegen. Voor de meest bijzondere van die wegen, de verbinding tussen het Vaticaan en de Ponte Sisto (de brug van paus Sixtus IV), trok hij wederom zijn favoriete ingenieur en architect Bramante aan. Het werd een kaarsrechte straat van één kilometer lang, parallel aan de Tiber en de meest rechte, ordelijke en lange straat die er in eeuwen was aangelegd in de stad. Via Giulia werd de naam, de ‘straat van Julius’. Prachtige stadspaleizen in renaissancestijl werden langs beide zijden van de Via Giulia gebouwd, en het duurde niet lang voordat deze kilometer bekend kwam te staan als ‘de mooiste straat van Rome’. De reputatie heeft de Via Giulia lang behouden, omdat zich er in later tijden allerlei luxe winkels en galeries vestigden.
ANONIEME DODEN
Een rijkeluisbuurt is de Via Giulia lang gebleven. Toch bevindt zich er ook een symbool van armoede: de Santa Maria dell’Orazione e Morte. Deze kerk ontfermde zich vanaf 1573 over de ‘anonieme doden’: de lijken die men van straat of uit de Tiber visten. De schedels en beenderen van die armoedzaaiers zonder naam werden in de crypte tentoongesteld en kunnen daar nog altijd als zodanig bekeken worden. Memento mori, wilden de broeders iedere bezoeker op het hart drukken: ‘gedenk te sterven’. Of, zoals op de gevel te lezen valt: Hodie mihi cras tibi. ‘Vandaag ik, morgen jij’. Tussen 1552 en 1896 werden meer dan 8000 skeletten bijgezet in de ondergrondse grafruimte of knekelkerk, zodat letterlijk alles wat je tegenwoordig in de crypte ziet – tot en met de decoraties en de lampen – bestaat uit botten en schedels. Buiten de kerk zie je een boog die over de Via Giulia heen gespannen is. Dit is het begin van een brug die Michelangelo zou bouwen om het Palazzo Farnese te verbinden met de Villa Farnesina aan de overkant van de Tiber. Dat project werd echter nooit voltooid.
500 JAAR VIA GIULIA
In 2008 werd het vijfhonderdjarig bestaan van de Via Giuila gevierd. Of de straat nog altijd de titel ‘mooiste straat van Rome’ verdient, kun je het beste zelf ter plekke beoordelen…
Vaticaanstad zal zijn eigen contemporary-art paviljoen hebben tijdens de 55ste editie van de Biënnale van Venetië 2013 (1 juni – 24 november). Het is voor het eerst in de geschiedenis dat het Vaticaan, als onafhankelijke staat, ‘meedoet’. Welke kunstenaars er worden afgevaardigd is nog niet duidelijk. Lees hier meer!

Foto: Wikimedia
Een kijkje achter de schermen van het Vaticaan; dat zouden we allemaal wel eens willen. John Thavis kreeg het, vijfentwintig jaar lang. Als verslaggever van de Catholic News Service volgde hij al die jaren de leiders van de katholieke kerk op de voet. Even geleden nam Thavis ontslag als hoofdredacteur van de Catholic News Service. In De Vaticaandagboeken schreef hij de ervaringen van een kwart eeuw carrière in het Vaticaan op.
Thavis neemt de lezer onder andere mee naar de pausverkiezing in 2005 – niet wetende, natuurlijk, dat er nog geen 10 jaar later weer een conclaaf zou plaatsvinden. De passage geeft een mooi kijkje in hoe de in Rome verzamelde journalisten de verkiezing destijds en misschien ook wel afgelopen week meemaakten.
“Ondanks de verzekeringen die het Vaticaan voor het conclaaf had gegeven had de rook er grijs uitgezien. Daarna wit. Daarna weer grijs.”
ACHTER GESLOTEN DEUREN
“ ‘Ik wil dat het voorbij is. De druk, het is gewoon te veel.’ Sophie de Ravinel, een jonge verslaggeefster voor Le Figaro, slaakte een diepe zucht toen ze haar hoofd in het hokje van de Catholic News Service stak.
Dat was dinsdagmiddag om drie uur, op de tweede dag van het conclaaf, en in de persruimte van het Vaticaan hing een geladen sfeer van ongezonde nervositeit. De avond daarvoor en die ochtend had de schoorsteen van de Sixtijnse Kapel tot twee keer toe zwarte rookwolkjes uitgebraakt. Maar ondanks de verzekeringen die het Vaticaan voor het conclaaf had gegeven – en het gebruik van chemische kleurstoffen – had de rook er grijs uitgezien. Daarna wit. Daarna weer grijs.”
(…)
“Geschiedenis ontstond achter gesloten deuren. Het was ondemocratisch, het was ondoorzichtig, het was fantastisch. De onzekerheid en de angstige afwachting die heersten in de stampvolle persruimte droegen nog het nodige bij aan mijn staat van verrukking. De schoorsteen was het klapstuk. Een organisatie die het overlijden van de paus aan de persbureaus doorgaf met een e-mailtje en twee weken later de verkiezing van diens opvolger aankondigde met rooksignalen, dat had iets van een betoverende onwerkelijkheid.
Mijn redactie zat op de thuisbasis in Washington ook naar de rooksignalen te kijken, net als de redacteuren van Sophie in Parijs. Dat konden ze zelf zien op de televisie. Van mij verwachtten ze dat ik die signalen zou weten te duiden. De gedachte was dat vijfentwintig jaar verslaggeving van het Vaticaan mij meer inzicht had gegeven in het onderscheid tussen verschillende tinten grijze rook.”
VERDER LEZEN

De Vaticaandagboeken
John Thavis
ISBN 9789035139466
Uitgeverij Bert Bakker
€ 19,95
In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.
Ter ere van de witte rook die eerder deze week uit de schoorsteen van de Sixtijnse Kapel kwam, stappen we vandaag in de voetsporen van een aantal benauwde pausen, die een 800 meter lang, verborgen straatje bewandelden om hun vege lijf te redden…

De Passetto di Borgo, gezien vanaf de Engelenburcht (Foto: Wikimedia)
DE KLEINE DOORGANG
Precies op de grens tussen Vaticaanse en Italiaanse bodem, aan de rand van het Sint Pietersplein, zie je parallel aan Bernini’s colonnade een oude, middeleeuws aandoende hoge muur. Van de buitenkant lijkt het een verdedigingsconstructie en doet niets vermoeden dat het in feite een verborgen, overdekte wandelgang is. Het meest beschutte straatje dat je in Rome zult vinden wordt in de volksmond de passetto genoemd, de ‘kleine doorgang’. Deze doorgang leidt de wandelaar vanuit de Sint Pieter naar de Engelenburcht, 800 meter verderop.
Toen Rome in 576 n.Chr. (bijna honderd jaar na de val van het West-Romeinse rijk) voor een deel in handen viel van de Ostrogoten, gaf hun leider Totila opdracht tot de bouw van een muur bij het graf van Hadrianus (nu bekend als de Engelenburcht). Keizer Aurelianus (270‑275 n.Chr.) had het graf al voor een deel in de nieuwe ommuring opgenomen die hij rond de stad had aangelegd, en Totila maakte de connectie tussen de verdedigingsmuur en het grafmonument af. Vanaf dat moment was Hadrianus’ eeuwige rust voorgoed verstoord: de tombe trad in dienst als burcht van het onstuimige Rome.
Totila’s muur bleek slecht gebouwd en stortte al snel in. Maar in 800, toen Karel de Grote door paus Leo III was gekroond tot keizer van het Heilige Roomse rijk, voelde men de noodzaak om de muur opnieuw op te bouwen. Rome moest immers het centrum worden van dat nieuwe, heilige rijk, en de pelgrimsplaats die de Sint Pieter was diende naar behoren beschermd te worden. Toen de inwoners van Rome echter begonnen te vermoeden dat het akkoord tussen de paus en de nieuwe keizer de autonomie van de stad in gevaar bracht, kwamen ze in opstand. De net gebouwde muur bij de burcht kreeg het zwaar te verduren.
Toen Rome even later een aanval te verduren kreeg van de Saracenen, was de Sint Pieter dus een makkelijk doelwit geworden. De Arabische inval had succes en drong door tot in de crypte van de Sint Pieter.

De passetto: vluchtroute van de pausen (foto: Wikimedia)
EEN ENGEL VERSCHIJNT
Aan het einde van de 6de eeuw gebeurde er iets wonderlijks, waardoor de burcht van Hadrianus voortaan onder een andere naam door het leven zou gaan. Rome werd in die dagen geplaagd door de pest, waar zelfs de paus het slachtoffer van werd. Zijn opvolger Gregorius organiseerde een speciale processie, een smeekbede gericht naar boven, om de pest uit de stad te verdrijven. Toen ze bijna bij de Sint Pieter waren, zag Gregorius aan de hemel, precies boven de burcht, de aartsengel Michaël verschijnen met een zwaard in zijn hand. Het volgende moment stak Michaël het zwaard in de schede. Gregorius interpreteerde het als teken: de pest was voorbij. Ter ere van dit verhaal – dat de naam Engelenburcht in het leven riep – werd er eeuwen later bovenop het mausoleum van Hadrianus een beeld van Michaël met zwaard geplaatst.
Verdedigingstechnisch moest er nog wel het een ander gebeuren rondom het Vaticaan. Om een aanval als die van de Saracenen in de toekomst te voorkomen, werd onder leiding van paus Leo IV en de nieuwe keizer van het Heilige Roomse rijk in de 9de eeuw een defensieve constructie aangelegd die heel het Vaticaan omsloot. Ze begonnen met de verbinding tussen Sint Pieter en Engelenburcht. De nieuwe muur bleek dit keer stevig genoeg om eeuwen te blijven staan.
VLUCHTROUTE
Het waren in heel Europa nog eeuwenlang woelige tijden. In de 13de eeuw was het paus Nicolaas III (1277-1280) die voor het eerst zo voor zijn eigen veiligheid vreesde, dat hij het nodig achtte een vluchtweg te creëren vanuit de Sint Pieter, voor noodgevallen. Bovenop de muur die naar de – veel beter verdedigbare – Engelenburcht liep, liet hij een looppad aanleggen. De passetto was geboren. In 1492 droeg paus Alexander VI zijn eigen steentje bij aan de vluchtroute: hij liet een route aanleggen bovenop de bestaande, zodat de passetto in een overdekte galerij veranderde.
Zo’n 30 jaar later, in 1527, kwam de vluchtgalerij goed van pas. Op 6 mei van dat jaar vond de beruchte Sacco di Roma (Plundering van Rome) plaats – een plundering van de stad door een leger van Duitse en Spaanse huurlingen onder leiding van Karel V. De stad werd flink geraakt en paus Clemens VII moest zijn vege lijf zien te redden. Volgens de overlevering begeleidde een trouwe Zwitserse Gardist hem door de passetto, met een fakkel in de hand.

De Engelenburcht en de passetto, door Giovanni Battista Piranesi (1748-1774)
DE LAATSTE GALERIJ
De muur van de passetto deelde vanaf de 16de eeuw – toen een nieuwe, betere muur parallel aan de oude werd gebouw – de wijk Borgo in tweeën. Sindsdien spreken de Romeinen van de Borgo Vecchio aan de ene zijde, en de Borgo Nuovo aan de andere, richting de nieuwe muur. Verschillende nieuwe poorten en doorgangen werden bij deze gelegenheid in de oude muur gemaakt. De Engelenburcht veranderde in deze periode, toen er rust en welvaart heersten in Rome en de pausen geen versterkte burcht meer nodig hadden, in een gevangenis. De laatste wijziging die werd aangebracht kwam van paus Urbanus VIII, die ook de bovenste galerij liet overdekken.
Momenteel kun je de Passetto di Borgo, zoals de oude pauselijke vluchtroute nu wordt genoemd, helaas niet bezoeken. Soms, bij bijzondere gelegenheden, wordt de geheime gang echter toch weer voor het publiek geopend.
Benedictus XVI is weg, het conclaaf kan beginnen. Hoe het nu zit met die witte en zwarte rook, dat is iedereen inmiddels wel duidelijk. Maar wat er zich nu echt achter de muren van het Vaticaan afspeelt tijdens een conclaaf, dat zal geen buitenstaander ooit te weten komen. Toch?

Piccolomini in de dom van Siena, fresco uit 1502-1507
Toch wel. Althans, als we naar het verleden kijken. Er is een paus geweest die tijdens het hele gebeuren rond zijn verkiezing een dagboek bijhield, dat alle eeuwen die ons van hem scheiden heeft weten te overleven. Hij heette Enea Silvio (of: Aeneas Silvius) Piccolomini, en hij werd geboren in het jaar 1405. Zijn ouderlijk gezin was groot en leefde in armoede, zodat Piccolomini in zijn jeugd niet naar school kon gaan maar op het land moest werken. Al snel merkten enkele familieleden echter op dat deze jongeman intelligenter was dan al zijn broertjes en zusjes. Ze namen hem mee en zorgden ervoor dat hij op 20-jarige leeftijd naar de universiteit kon. Hij bestudeerde de klassieken en daarna rechten; hij ambieerde een politieke carrière maar schreef in zijn vrije uren graag proza en poëzie, vaak van erotische aard.
DAGBOEK VAN EEN PAUS
Uiteindelijk draaide het voor Piccolomini uit op een geestelijke carrière van de hoogste orde. Hij liet zich in 1446 tot priester wijden. Dit betekende wel dat hij enkele van zijn lievelingsbezigheden, waaronder af en toe een glaasje drinken en liefdespoëzie schrijven, zou moeten opgeven. Het werd allemaal echter oogluikend toegestaan en Piccolomini schopte het zelfs tot bisschop van Siena en later tot kardinaal. In 1458 nam hij deel aan de pausverkiezingen. Het zou, dankzij Piccolomini en zijn dagboek (bekend geworden als zijn autobiografie Commentarii rerum memorabilium que temporibus suis contigerunt), een conclaaf worden waar een ongekend groot aantal mensen van mee kon genieten.
DE FRANSE SABOTEUR
Piccolomini was zeker niet de gedoodverfde nieuwe paus; er waren andere kardinalen die over veel betere papieren beschikten. De kardinaal van Rouen, bijvoorbeeld. Tijdens een van de vele vergaderingen voorafgaand aan de verkiezing zou deze man ten overstaande van alle kardinalen hebben geschreeuwd dat de onbekende en onbeduidende Piccolomini, schrijver van schandelijke geschriften, toch zeker het pausschap niet waardig was! De Franse kardinaal deed met deze manoeuvre duidelijk een poging stemmen voor zich te winnen ten kosten van Piccolomini.

Aanvang van het conclaaf van 2005. Foto: RKK
Toch genoot Piccolomini voldoende steun om zijn rivaal bij de eerste stemming te verslaan. Maar tot een definitieve, unanieme uitslag was het nog niet gekomen. De discussie die volgde wordt eveneens beschreven door Piccolomini:
‘Allen zaten in hun zetels, zwijgend en bleek en verbijsterd, als in extase. (…) Zo bleven ze geruime tijd zitten, terwijl zij die lager waren wachtten op de hogeren in rang om een begin te maken met de accessus. Toen stond Rodrigo, de vicekanselier, op en zei: ‘Ik schaar mij achter de verkiezing van kardinaal Enea.’ Dit woord trof als een zwaard het hart van de kardinaal van Rouen, zo doodsbleek werd de man. Er viel een diep stilte, de een keek de ander aan en gaf met een hoofdknik blijk van zijn gevoelens. Men scheen al bijna Enea als paus te zien. Hiervoor bevreesd liepen sommigen naar buiten, om te ontkomen aan wat het lot voor die dag bestemd had. Dat waren de kardinaal van Kiev en die van San Sisto, die zich vanwege lichamelijke behoeften excuseerden. Maar omdat niemand hen volgde, kwamen zij weldra terug. Toen zei Jacopo, kardinaal van Sant’Anastasia: ‘Ook ik sluit mij aan bij de verkiezing van de kardinaal van Siena.’
Er was op een bepaald moment nog maar één stem nodig om Piccolomini tot paus te kunnen kronen. De Franse kardinaal was tot wanhoop gedreven: precies toen de volgende kardinaal wilde spreken om zijn stem kenbaar te maken, probeerde hij hem met geweld tegen te houden. Natuurlijk was dat tevergeefs: Piccolomini zou, zo werd besloten in het conclaaf, de nieuwe paus worden. Pius II, liet hij zich voortaan noemen en hij zou als renaissancepaus een enorme stempel op de geschiedenis drukken.
MEER LEZEN?
Enea Silvio Piccolomini – Pius II (1405-1464)
een humanistisch paus op de bres voor Europa
Zweder von Martels & Michel Goldsteen
Uitgeverij Verloren
ISBN 9789087041861
€ 52
In het kort:
De brieven en Gedenkschriften van Aeneas Silvius Piccolomini behoren tot de meest aansprekende voorbeelden van de vroege Latijnse renaissanceliteratuur. Mede dankzij zijn welsprekendheid belandde de humanist, als Pius II, op de pauselijke troon. Na de val van Constantinopel (1454) ontwikkelde Enea zich tot de belangrijkste voorvechter van een kruistocht tegen de Turken, die het christelijke Europa bedreigden. Hiermee wilde hij ook de Europese cultuur verdedigen, voortgekomen uit de bronnen van de Griekse en Latijnse literatuur. Enea’s brieven vertellen over zijn turbulente ontwikkeling rond het midden van zijn leven en over zijn kerkelijke carrière. Zijn gedenkschriften beschrijven de politieke verwikkelingen rond zijn besluit een kruistocht te leiden en verhalen van de stichting van het naar hem vernoemde Pienza. De inleidende hoofdstukken en de samenvattingen van niet vertaalde passages uit de Gedenkschriften zijn van Zweder von Martels, de vertalingen en de inleidingen bij de brieven van Michel Goldsteen.
Deze week staat in Italië in het teken van een twee belangrijke gebeurtenissen: de verkiezing van de nieuwe leiders van de staat en het afscheid van de huidige leider van de Kerk. Van die laatste gebeurtenis (die ook weer zal leiden tot een nieuwe verkiezing) zullen gelovigen van over de hele wereld getuige zijn: het aftreden van paus Benedictus XVI, de eerste paus die vrijwillig terugtreedt sinds Celestinus V in het jaar 1294.
Om het collectieve geheugen en de algemene historische kennis wat op te frissen vandaag een volledige, iconografische en inzoom-bare lijst met alle pausen tot nu toe: