Een kijkje achter de schermen van het Vaticaan; dat zouden we allemaal wel eens willen. John Thavis kreeg het, vijfentwintig jaar lang. Als verslaggever van de Catholic News Service volgde hij al die jaren de leiders van de katholieke kerk op de voet. Even geleden nam Thavis ontslag als hoofdredacteur van de Catholic News Service. In De Vaticaandagboeken schreef hij de ervaringen van een kwart eeuw carrière in het Vaticaan op.
Thavis neemt de lezer onder andere mee naar de pausverkiezing in 2005 – niet wetende, natuurlijk, dat er nog geen 10 jaar later weer een conclaaf zou plaatsvinden. De passage geeft een mooi kijkje in hoe de in Rome verzamelde journalisten de verkiezing destijds en misschien ook wel afgelopen week meemaakten.
“Ondanks de verzekeringen die het Vaticaan voor het conclaaf had gegeven had de rook er grijs uitgezien. Daarna wit. Daarna weer grijs.”
ACHTER GESLOTEN DEUREN
“ ‘Ik wil dat het voorbij is. De druk, het is gewoon te veel.’ Sophie de Ravinel, een jonge verslaggeefster voor Le Figaro, slaakte een diepe zucht toen ze haar hoofd in het hokje van de Catholic News Service stak.
Dat was dinsdagmiddag om drie uur, op de tweede dag van het conclaaf, en in de persruimte van het Vaticaan hing een geladen sfeer van ongezonde nervositeit. De avond daarvoor en die ochtend had de schoorsteen van de Sixtijnse Kapel tot twee keer toe zwarte rookwolkjes uitgebraakt. Maar ondanks de verzekeringen die het Vaticaan voor het conclaaf had gegeven – en het gebruik van chemische kleurstoffen – had de rook er grijs uitgezien. Daarna wit. Daarna weer grijs.”
(…)
“Geschiedenis ontstond achter gesloten deuren. Het was ondemocratisch, het was ondoorzichtig, het was fantastisch. De onzekerheid en de angstige afwachting die heersten in de stampvolle persruimte droegen nog het nodige bij aan mijn staat van verrukking. De schoorsteen was het klapstuk. Een organisatie die het overlijden van de paus aan de persbureaus doorgaf met een e-mailtje en twee weken later de verkiezing van diens opvolger aankondigde met rooksignalen, dat had iets van een betoverende onwerkelijkheid.
Mijn redactie zat op de thuisbasis in Washington ook naar de rooksignalen te kijken, net als de redacteuren van Sophie in Parijs. Dat konden ze zelf zien op de televisie. Van mij verwachtten ze dat ik die signalen zou weten te duiden. De gedachte was dat vijfentwintig jaar verslaggeving van het Vaticaan mij meer inzicht had gegeven in het onderscheid tussen verschillende tinten grijze rook.”
VERDER LEZEN

De Vaticaandagboeken
John Thavis
ISBN 9789035139466
Uitgeverij Bert Bakker
€ 19,95

Nachtelijke ‘schoonmaak’-werkzaamheden in de Sixtijnse Kapel. Foto: Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani
2500 beschilderde vierkante meters van onschatbare kunsthistorische waarde, hoe stof je die af? Tussen november en december heeft zich in de avond- en nachturen in de beroemdste kapel ter wereld een eeuwenoud schoonmaakritueel voltrokken. Voor het eerst in al die eeuwen werd het hele proces bijgewoond en gedocumenteerd, door de Italiaanse krant Corriere della Sera.
Paus Paulus III (Farnese) gaf voor het eerst de opdracht om Michelangelo’s meesterwerken te laten schoonmaken, op 26 oktober van het jaar 1543. Er waren toen pas twee jaren verstreken sinds de laatste hand was gelegd aan het plafond en de muren van de Sixtijnse Kapel. De uitverkorene om het delicate afstofklusje te klaren was een collega van Michelangelo: Francesco Amadori, die er volgens de overlevering een linnen doek en vochtig paneermeel voor gebruikte.

Onderzoekers aan het werk in de kapel. Foto: Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani
Ook in 1625 vond een grote schoonmaak plaats om de schilderingen van Michelangelo weer te laten schitteren, en in 1897 nogmaals. Alles werd steeds in het werk gesteld om de schade – voornamelijk gevolg van ‘vervuiling’ in de lucht en de rook van kaarsen – weg te poetsen die de levendige kleuren van Michelangelo dof hadden gemaakt. Het was zo langzamerhand een ritueel geworden om eens in de zoveel tijd een dergelijke grote schoonmaak te organiseren.
De gewoonte raakte echter steeds minder in gebruik. Het was Antonio Paolucci, die in 2007 werd benoemd tot directeur van de Vaticaanse Musea, die zich liet inspireren door de Farnese-paus uit de 16e eeuw en een bureau oprichtte dat ten doel heeft om alle mogelijke moderne technieken te onderzoeken die bij kunnen dragen aan een vermindering van de aftakeling van de schilderingen in de Sixtijnse Kapel.

De sleutels van de Sixtijnse Kapel. Foto Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani
Aan de schoonmaakactie van afgelopen maand werkten twaalf restaurateurs van de Vaticaanse Musea mee, bijgestaan door stagiaires en een team van specialisten. Ze kwamen elke dag, van acht uur ’s avonds tot middernacht. Ze maakten niet alleen de wanden schoon, ze verzamelden stof en legden de toegebrachte schade aan de schilderingen onder de loep en onder speciale lampen. Om twaalf uur ’s nachts verlaten ze de kapel.
De Corriere meldt: ‘Achter hen doen de bewakers het licht uit en sluiten de deuren; eenmaal bij het Atrium van de Quattro Cancelli (de ingang van de Vaticaanse Musea) overhandigen ze de bos met sleutels aan de ‘Clavigeri’, die ze in een van de 35 sleuteldozen bewaren die elk zijn opgedeeld in talloze vakjes – er liggen hier meer dan drieduizend sleutels, waaronder ook originele versies.’
Lees het hele artikel in de Corriere della Sera online (Italiaans)!
Michelangelo’s Sixtijnse plafondschilderingen vieren hun vijfhonderdste verjaardag en er zijn spectaculaire tentoonstellingen over Vermeer en Brueghel. De Romeinse keuken lijkt bovendien gemaakt voor de koudste tijd van het jaar. Kortom: breng deze winter een bezoek aan de eeuwige stad!

Pieter Brueghel de Jonge, Winterlandschap (1565)
Om onduidelijke redenen bezoeken mensen Rome het liefst midden in de zomer, wanneer de zon genadeloos is en de wachtrijen eindeloos lijken. De maanden april en mei en de periode rond de herfstvakantie zijn eveneens populair. Een winters weekend in Rome staat vaak minder hoog op het vakantielijstje. En dat terwijl het juist een aanrader is in de wintermaanden te gaan, wanneer de toeristenstroom is afgenomen, de Romeinse obers en winkeliers wat minder gehaast zijn en de specialiteiten uit de authentieke keuken van Rome het best smaken.
Italiaanse, Hollandse en Vlaamse meesters in Rome
Deze winter is er extra aanleiding. Michelangelo’s plafondschilderingen in de Sixtijnse Kapel vieren hun vijfhonderdste verjaardag en Hollandse en Vlaamse meesters brengen een bezoek aan de eeuwige stad. De grootste expo deze winter is ongetwijfeld de tentoonstelling gewijd aan Vermeer en de Nederlandse kunst van de zeventiende eeuw, waarvoor in de voorverkoop al ruim 75.000 kaarten werden verkocht.
Niet eerder vond Johannes Vermeer een plekje in een Italiaanse collectie. Dat is wellicht ook niet zo vreemd: het oeuvre van de schilder uit Delft is beperkt (hij schilderde niet meer dan twee tot drie doeken per jaar) en dus zijn werken van zijn hand zeldzaam. In de tentoonstellingsruimte van de Scuderie del Quirinale in Rome wordt hoe dan ook gebroken met die traditie door een grote tentoonstelling aan Johannes Vermeer en de ‘gouden eeuw van de Nederlandse kunst’ te wijden: Vermeer. Il secolo d’oro dell’arte olandese.

Johannes Vermeer, Meisje met de rode hoed, 1665-1667 (links) & Het straatje, ca. 1658 (rechts)
Schilderijen van Vermeer uit musea van over de hele wereld, waaronder het Meisje met de rode hoed, zijn verzameld en worden tentoongesteld samen met zo’n vijftig doeken van Nederlandse tijdgenoten als Gerard ter Borch, Gerrit Dou, Nicolaes Maes, Gabriël Metsu, Frans van Mieris, Jacob Ochtervelt en Jan Steen. Via hun doeken geeft de tentoonstelling een kijkje in de cultuur van de Nederlandse zeventiende-eeuwse burgerij, die zo vaak onderwerp was van de schilderijen. Het leverde vooral huiselijke thema’s op, familiescènes en alledaagse taferelen. Dat realisme kon bijna niet verder afstaan van de zeventiende-eeuwse kunst van Italië, die getekend is door de grote, weelderige publieke kunstwerken die in opdracht van de pausen en in naam van de contrareformatie werden vervaardigd. Volgens de samenstellers is de tentoonstelling een bewijs dat men in Italië over de grenzen kan kijken en zich bewust is van de waarde van de Nederlandse schilderkunst.
Aan de andere kant van het centrum, net achter de drukte van Piazza Navona, schitteren in het kleine, onvolprezen Chiostro del Bramante vanaf 18 december een aantal andere meesters uit onze contreien die nog niet eerder op Italiaanse bodem neerstreken. Topstukken uit de collectie van de familie Brueghel (bestaande uit Pieter Brueghel de Oude en de Jonge, Jan Brueghel de Oude en de Jonge en Abraham Brueghel) zullen de kleinschalige maar charmante expositieruimtes tot begin juni volgend jaar sieren in de tentoonstelling Brueghel. Meraviglie dell’arte Fiamminga (Brueghel. Wonderen van de Vlaamse kunst). De tentoonstelling behandelt, aan de hand van zeventig schilderijen en dertig tekeningen en schetsen, de geschiedenis van de belangrijke Vlaamse kunstenaarsfamilie in de zestiende en zeventiende eeuw.

Pieter Brueghel de Jonge, Dansende boeren (ca. 1600)
Wie meer interesse heeft voor de Italiaanse kunst, kan zich op een andere bijzondere expo verheugen. Het is dit jaar exact vijfhonderd jaar geleden dat Michelangelo de schilderingen op het plafond van de Sixtijnse Kapel voltooide, een enorme klus waaraan hij was begonnen in opdracht van paus Julius II. Op 31 oktober 1512, om precies te zijn, was het eindelijk zover: na afloop van een banket wachtte paus Julius II della Rovere een verrassing waar hij zich al vier jaar op had verheugd: het voltooide plafond van de Sixtijnse Kapel. Nadat hij een jaar eerder het eerste deel van zijn werk had onthuld, was Michelangelo de nieuwsgierigheid van de paus zat en werkte hij er verder in het grootste geheim aan om het af te maken, zonder ook maar de kleinste details te willen prijsgeven.
Om de vijfhonderdste verjaardag van het plafond te vieren, is speciaal voor de tentoonstelling Michelangelo e la Cappella Sistina nei disegni autografi della Casa Buonarroti een aantal werken uit het Casa Buonarroti in Florence naar Rome over gekomen. Dertien schetsen van de hand van Michelangelo, die hij maakte ter voorbereiding van zijn werk in de Sixtijnse Kapel, worden samen met een aantal reproducties uit die tijd tentoongesteld.
Rome culinair
Cultuur snuiven op koude dagen vraagt om culinair genieten in warme restaurants in de avond. De Romeinse keuken lijkt gemaakt voor de koudste tijd van het jaar: van bucatini all’amatriciana, een traditioneel Romeins pastagerecht met een saus van guanciale (wangspek), verse tomaat en zoute pecorino romano, tot pasta e ceci, een soep op basis van pasta en kikkererwten, staan de menukaarten vol verwarmende gerechten. Goede plekken om deze specialiteiten te proeven vind je overal, ook in de buurt van de grote toeristische trekpleisters (Maccheroni nabij het Pantheon, Il Desiderio preso per la coda bij Piazza Navona, Piccolo Arancio bij de Trevi-fontein). Jongeren zullen zich meer thuis voelen in de wat hippere eetgelegenheden, zoals het ongedwongen Ristorante del Fico achter Piazza Navona.
Alleen zij die over een sterke maag beschikken kunnen echter de ware, traditionele Romeinse keuken proeven. Voor de robuuste en oorspronkelijke smaken van de stad moet je de restaurants in de wijk Testaccio bezoeken. In 1890 werd daar het slachthuis (Mattatoio) van de stad geopend. De arbeiders in het slachthuis kregen als aanvulling op hun loon vaak de organen van het vee mee naar huis, die ze vervolgens verkochten aan de restaurants en trattoria’s in de buurt. In de keukens van die restaurants zijn klassiek geworden Romeinse gerechten als rigatoni alla pajata (pasta met ingewanden van kalf en lam) en coda alla vaccinara (gesmoorde ossenstaart) ontstaan. Daar kom je de winter wel mee door!
Wintertentoonstellingen
Vermeer. Il secolo d’oro dell’arte olandese
Tot 20 januari 2013
Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16
Brueghel. Meraviglie dell’Arte Fiamminga
Van 18 december 2012 tot 2 juni 2013
Chiostro del Bramante
Arco della Pace 5
Michelangelo e la Cappella Sistina
Tot en met vrijdag 7 december
Camera dei Deputati (Palazzo San Macuto)
Ingang: Via del Seminario 76
Ma t/m vrij van 10.00 tot 20.00 uur; zat van 10.00 tot 13.00 uur
Toegang is gratis
Where to eat
31 oktober, 1512. Paus Julius II della Rovere organiseert een banket in het Vaticaan voor een afgevaardigde uit Parma. Na afloop wacht hen een verrassing waar de paus zich al vier jaar op verheugt: het aanschouwen van de voltooide schilderingen op het plafond van de Sixtijnse Kapel door Michelangelo. Nadat hij een jaar eerder het eerste deel van zijn werk had onthuld, had Michelangelo er in het grootste geheim verder aangewerkt, zonder ook maar de kleinste details te willen prijsgeven. Vanaf dat moment was het de paus, de kardinalen, iedereen duidelijk: als Rafaël de meester was van de schoonheid, had Michelangelo het sublieme weten te bereiken.
31 oktober aanstaande is dit alles exact 500 jaar geleden. Natuurlijk laat de stad dit niet ongemerkt voorbijgaan; voor de tentoonstelling ‘Michelangelo e la Cappella Sistina nei disengi della Casa Buonarroti’ zijn speciaal een aantal werken uit het Casa Buonarroti in Florence naar Rome over gekomen. Dertien schetsen van de hand van Michelangelo, die hij maakte ter voorbereiding van zijn werk in de Sixtijnse Kapel, worden samen met een aantal reproducties uit die tijd tentoongesteld. Onder de schetsen vooral veel naaktstudies, maar bijvoorbeeld ook details van gezichten. Vandaag vind je op Orpheus kijkt om vast een voorproefje. Wie is vergeten hoe het uiteindelijke resultaat er ook alweer uitzag kan hier een virtueel bezoek brengen aan de Sixtijnse Kapel.






Michelangelo e la Cappella Sistina nei disengi della Casa Buonarroti
Te zien vanaf 31 oktober, Palazzo di Montecitorio
Piazza di Monte Citorio, 33
Bron tekst & beelden: Corriere della Sera, editie Roma
21. De Romeinse graven aan de Via Appia Antica | Neem op een mooie lentedag de fiets of de benenwagen over de Via Appia en wandel langs de talloze Romeinse grafstenen die je uitgeleide uit de stad doen.
22. Onder de Sint Pieter | Het Vaticaan is nu een kleine staat, maar was ooit niets meer dan de naam van een heidense grafheuvel net buiten de stadsmuren van Rome. Die grafheuvel ligt nog steeds verscholen onder de fundamenten van de Sint Pieter, en is op afspraak te bezoeken.
23. De Ponte Milvio | Het meest romantische plekje in Rome volgens de Italianen? De Ponte Milvio. Talloze stelletjes bezegelden hun eeuwige liefde op deze brug door er een slotje aan te hangen.

Ponte Milivo, foto © Kiki99
24. Palazzo Valentini | Een van de meest geavanceerde multimediale ervaringen in de Eeuwige Stad: een bezoek aan de Romeinse huizen die onder het huidige Palazzo Valentini liggen.
25. Het dak van het Vittoriano | Het monument voor Victor Emanuel II is niet heel mooi om tegenaan te kijken; daarom kun je er maar beter op klimmen! Het Vittoriano biedt een geweldig uitzicht over de stad.
26. Het Chiostro di Bramante | Bramante’s klooster bij de Santa Maria della Pace, een van de meest charmante plekjes in Rome.
27. Bramante’s tempeltje | Een klein, rond kerkje, gebouwd door Bramante, dat je hart steelt bij de eerste oogopslag.

Bramante’s tempeltje
28. Caravaggio kijken in de San Luigi dei Francesi | Caravaggio’s bewonderen zonder een kaartje te kopen? Het kan in Rome. In de San Luigi dei Francesi bijvoorbeeld, kun je zijn werk in situ bewonderen.
29. Rozenregen in het Pantheon | Het Pantheon is het hele jaar door bijzonder, maar met Pinksteren wordt het nog specialer. De Romeinse brandweer laat een lading rode rozenblaadjes los door de oculus, waardoor een spectaculaire rozenregen zich door de ronde ruimte verspreidt.
30. Ara Pacis Augustea | Augustus liet als geen ander zijn sporen na in Rome, de stad en het rijk. Hoe precies? Dat vertelt hij zelf, in woord en in ‘beeld’, bij de Ara Pacis.
31. Pasquino | Het meest welbespraakte en veelbesproken beeld in Rome is Pasquino: een gehavende sculptuur achter Palazzo Braschi. Romeinen plakken er al eeuwenlang maatschappelijk en politiek getinte, scherp geformuleerde teksten op.
32. De fonteinen van Piazza Navona | Het is er druk en toeristisch, maar dat neemt niet weg dat Piazza Navona niet overgeslagen kan worden. Wandel van fontein naar fontein en laat de indrukwekkende geschiedenis van deze plek tot je doordringen!
33. Palazzo Braschi | In het elegante palazzo van Luigi Braschi Onesto (1717 – 1799) huist nu een mooie kunstcollectie.
34. Piazza del Popolo | Het Plein van het Volk is architectonisch zo perfect in harmonie, dat je er uren zou kunnen doorbrengen met simpelweg om je heen kijken…
35. Via Margutta | Geen kunst- of cultuurschatten hier, maar simpelweg een van de meest charmante straatjes in Rome, vol ateliers en kleine boetiekjes!
36. Een rondje Colosseum | Het is natuurlijk ondenkbaar dat het Colosseum ontbreekt op deze lijst… Een geweldige manier om de beroemde arena te ontdekken is door middel van een rondleiding die je zelfs meeneemt onder de grond!
37. Het uitzicht vanaf de koepel van de Sint Pieter | De top van de Sint Pieter bereiken betekent een behoorlijke klim, die bovendien niet is weggelegd voor wie wat claustrofobisch is aangelegd. Het uitzicht, het beroemdste van Rome, maakt wel dat je alle leed al snel vergeet.

Het meest beroemde uitzicht op Rome, vanaf de Sint Pieter
38. Campidoglio | Michelangelo heeft het plein op de Capitolijnse heuvel ontworpen, en dat zie je meteen.
39. Sixtijnse Kapel | Misschien wel de meest drukke ‘attractie’ in heel Rome is de Sixtijnse Kapel. En dat is jammer, want het geduw en getrek tussen de toeristen leidt de aandacht af van wat dit in essentie toch nog altijd is: een van de meest indrukwekkende schilderingen aller tijden.
40. Il Passetto di Borgo | Laat je blik van de Sint Pieter gaan naar de Engelenburcht, en als het goed is valt je een stenen gang op, een soort overdekte brug. Beide gebouwen hebben altijd met elkaar in contact gestaan, omdat de burcht een toevluchtsoord was voor pausen in nood. Il passetto was de ontsnappingsroute.
Morgen volgt deel drie van de top 100!
Vaak wordt me gevraagd of ik tips heb voor mensen – iemands vriendin, moeder, collega, vage kennis – die naar Rome gaan. Gelukkig heb ik inmiddels namens De Smaak van Italië een boekje mogen maken dat in de winkel verkrijgbaar is en waarnaar ik kan refereren, zodat ik niet iedere keer opnieuw al die restaurants, koffiebarretjes en ijssalons hoef over te tikken in een mailtje. In datzelfde boekje staat alleen maar een handjevol bezienswaardigheden beschreven; voor dat soort tips zal ik dus steeds opnieuw de dingen onder elkaar moeten zetten. Dit blog leek me een goede plek om zo af en toe eens een tip te geven.
Een goede Rome-tip begint bij het afbakenen van de doelgroep: wie gaat er naar de Eeuwige Stad en vooral, voor de hoeveelste keer? Ben je al eens geweest en wil je thuiskomen met iets dat je nog niet wist over Rome? Ga dan naar de Vaticaanse Musea, en sla de Sixtijnse Kapel over.
De running gag die altijd door de gangen van Vaticaanse Musea gonst is de eindeloze weg die je moet afleggen voordat je ein-de-lijk bij die Sixtijnse Kapel uitkomt – en hoeveel kunstschatten je daarvoor moet doorploeteren. Ga daarom eens (vrij letterlijk) tegen de stroom in, en bezoek de Vaticaanse Musea enkel en alleen om de prachtige Laocoöngroep te bewonderen.
Deze indrukwekkende beeldengroep van bijna twee meter hoog werd in het jaar 1506, onder toeziend oog van niemand minder dan Michelangelo, onder de grond gevonden, vlak bij de plek waar nu het Colosseum staat. De vondst heeft, onder andere via Michelangelo, een grote invloed gehad op de Italiaanse kunst van de renaissance. Wat we zien: de Trojaanse priester Laocoön en een van zijn zoons sterven, terwijl de tweede zoon nog tevergeefs aan hetzelfde lot probeert te ontkomen. Juist nadat hij de Trojanen had willen overtuigen van het feit dat het grote paard niets meer was dan een list van de Grieken, werden Laocoön en zijn zoons aangevallen door gigantische slangen die uit de zee kwamen kruipen. Het beeld laat de priester zien op het moment suprème van zijn doodsstrijd, zich losworstelend uit de steeds beklemmender wordende greep van de slang; al zijn spieren zijn aangespannen en zijn gezicht vertrekt van de pijn. Het zoontje van Laocoön, rechts van hem, lijkt zich reeds aan de dood te hebben overgegeven, terwijl de ander nog aan het slangenlijf probeert te ontsnappen – ondertussen vol afschuw kijkend naar wat er achter hem gebeurt. De contrasten druipen van het beeld af: mens en beest, leven en dood, ouderdom en jeugd.
Alles aan de Laocoöngroep vertoont kenmerken van de stijl die past bij de hellenistische periode, die ongeveer loopt vanaf de veroveringen van Alexander de Grote (eind 4 eeuw voor Christus) tot de val van de dynastie van de Ptolemaeën; toen Cleopatra haar troon aan de Romeinen moest afstaan in 30 voor Christus. Alexander de Grote creëerde een nieuwe wereld, die vroeg om nieuwe kunst. Individuele smaak kwam naar voren in sculpturen, waar men voorheen vooral een klassiek voorbeeld nastreefde. Er kwam ruimte voor realisme; ouderdom en ziekte konden onderwerp zijn van een kunstwerk, in plaats van enkel geïdealiseerde portretten. Juist deze kunst had een geweldige invloed op de Romeinen, en via hen op het Italië van de renaissance. Diezelfde Romeinen waren overigens de grootste afnemers van (kopieën van) Griekse kunstwerken; zij hielden de vraag hoog naar hellenistische kunst, maar bleven ook eindeloos gecharmeerd van klassieke en zelfs archaïsche beelden. De Laocoöngroep, die gedateerd kan worden tussen de eerste eeuw voor en de eerste eeuw na Christus, past daarom precies bij zijn tijd: een klassiek mythologisch onderwerp wordt verbeeld in een technisch hoogstaand kunstwerk, waarin klassieke ingetogenheid plaats heeft gemaakt voor schaamteloze emotie.
Laocoön dus. Heb je Michelangelo’s plafond echter nooit met eigen ogen mogen aanschouwen? Heb je nooit ervaren hoe het is om, met pijn in je nek van het omhoog kijken, je staande houdend tussen de duwende toeristen om je heen die stiekem foto’s willen maken, door de schilderingen van je voeten te worden geblazen? Vergeet wat ik gezegd heb, volg de bordjes en loop onmiddellijk door naar de kapel, waar Michelangelo boven zichzelf uitsteeg en bijna-bovenaardse schilderkunsten vertoond heeft.
Wat Steve Jobs was (is) voor de beweging Apple, dat waren Michelangelo en Rafaël voor de (kunst)beweging die we kennen als de renaissance.
Nou ja, in retrospectief dan, en symbolisch gezien. Dat een beweging die in oorsprong Italiaans is, groot is geworden onder de Franse naam, roept nog meer leuke vergelijkingen met de wereld van vandaag op, maar dat laten we maar even voor wat het is.
De renaissance = Italië = Rome. En de renaissance in Rome, dat waren Michelangelo en Rafaël, aldus de titel van de tentoonstelling die deze week voor het laatst te zien is in het Romeinse Palazzo Sciarra. Al schilderend en beeldhouwend trokken deze twee grootmeesters eind vijftiende en begin zestiende eeuw door de Eeuwige Stad, waar ze de ene na de andere opdracht kregen. Op kunstige wijze volg je in de tentoonstelling de geschiedenis van de twee mannen en van Rome, aan de hand van een aantal kunstwerken.
We beginnen in het Rome van de pausen Julius II en Leo X, de vroege zestiende eeuw. Rafaël beschilderde de Stanze in het Vaticaan en de Loggia in de Villa Farnesina, een paar geweldige artistieke hoogtepunten. De tentoonstelling laat een aantal schilderijen en tekeningen uit die tijd zien, waaronder Rafaëls portret van Alessandro Farnese. Als we verder wandelen, in de tijd en de tentoonstelling, komt de herwaardering van de klassieken centraal te staan; de wedergeboren interesse in de klassieke oudheid waar de beweging haar naam aan heeft ontleend.

Dan is het 6 mei 1527; Keizer Karel V valt met een leger van aanhangers van Luther het Rome van paus Clemens VII binnen. In de tentoonstelling kom je op dit punt een portretten tegen van Maarten Luther en van Clemens VII. Op een portret uit 1526 poseert Clemens met geschoren gezicht; op een variant uit 1527 heeft hij een baard. Dat kleine symbool staat voor iets groots, voor de diepe impact van de Sacco di Roma (Plundering van Rome) van 1527. Clemens zelf zocht zijn toevlucht in de versterkte Engelenburcht, de bevolking werd aan het lot overgelaten.
Pas in 1530, met de komst van paus Paulus III, keert de rust in Rome terug. We zien in het Palazzo Sciarra een van Michelangelo’s meesterwerken uit deze periode, de Apollo/David. Rond die tijd voltooide Michelangelo aan de andere kant van de Tiber ook dat andere grote meesterwerk, Het Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel.
Er was in diezelfde periode een opdracht die niet alleen Michelangelo en Rafaël maar ook een groot aantal andere kunstenaars en architecten bezighield: de bouw van de nieuwe Sint Pieter Basiliek. Op dit punt in de tentoonstelling vinden we tekeningen, plattegronden en zelfs een houten model van apsis van de Sint Pieter.
Michelangelo en Rafaël werden geïnspireerd door de klassieke oudheid, en zij op hun beurt inspireerden andere kunstenaars. Met hen komen we aan het einde van de tentoonstelling, en aan het einde van een tijdperk.
Il rinascimento a Roma. Nel segno di Michelangelo e Raffaello is tot en met 12 februari te zien in het Fondazione Roma Museum in Palazzo Sciarra aan de Via del Corso in Rome.