In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.
Een wirwar van verhalen
Vandaag voert het straatverhaal naar Testaccio, een nog wat onontdekte wijk in Rome, die desalniettemin door insiders al fluisterend ‘het nieuwe Trastevere’ wordt genoemd. Testaccio is dan ook, veel meer inmiddels dan die gedoodverfde volkswijk over de Tiber, een authentieke en volkse buurt. Hart van de wijk was ooit het slachthuis (mattatoio), waar nu een museum huist voor contemporaine kunst. Daarnaast is Testaccio bekend van de schervenberg; de heuvel die bestaat uit miljoenen Romeinse potscherven, afkomstig van amforen die hier (de voormalige binnenhaven van de stad) kapot werden gesmeten omdat ze geen tweede keer te gebruiken waren.
Precies bij die Schervenberg loopt een straat met een simpele naam: Via Nicola Zabaglia. Zo onbeduidend – de naam zegt geen toerist iets – dat ik nooit had vermoed dat er zo’n wirwar aan verhalen achter schuilgaat.

Hefconstructie op de bouwplaats, naar een uitvinding van Nicola Zabaglia (foto: Look and Learn)
De paus die uit zijn koets viel
Die wirwar begint net buiten de grenzen van het Romeinse grondgebied, in Vaticaanstad. Op het Sint-Pietersplein, om precies te zijn. Het was 1725 en paus Benedictus XIII viel bijna uit zijn koets toen hij het plein voor de Sint-Pieter overstak. De koets was bijna omgeslagen omdat de bestrating er zo belabberd aan toe was; de keien waren ongelijk en de weg zat vol gevaarlijke gaten. Monsignor Ludovico Sergardi, opzichter bij de Fabbrica di San Pietro, het bouw- en onderhoudsbedrijf van de grote basiliek de Sint-Pieter, vond het welletjes: het plein moest voor eens en voor altijd geëffend worden en zou nieuwe bestrating krijgen.
Nicola de steigerbouwer
Hoe leidt de weg van de keitjes van het Sint-Pietersplein naar de Via Nicola Zabaglia in Testaccio? Welnu, in 1686 trad een zekere Nicola Zabaglia in dienst bij de genoemde Fabbrica di San Pietro. Nicola (1664-1750) begon als een eenvoudige metselaar maar wist zich al snel op te werken, vooral dankzij zijn talent voor het ontwerpen van bouwmachines en steigers, die uiteraard bij bouw- en onderhoudswerkzaamheden erg goed van pas kwamen (Michelangelo, bijvoorbeeld, beschilderde het plafond van de Sixtijnse Kapel op zijn rug, liggend op steigers). Hij was zo goed, dat Nicola een werkkamer toegewezen kreeg op de ‘zolder’ van de Sint-Pieter, recht boven het middenschip van de basiliek. Vanaf daar kon hij goed toezien op de onderhoudswerkzaamheden van de werknemers die hij inmiddels onder zijn hoede had (steenhouwers, metselaars en timmerlieden).
Omdat hij een clubje werknemers om zich heen had verzameld wordt Nicola ook wel gezien als een van de oprichters van de Sampietrini, een soort genootschap van metselaars en andere bouwlui in dienst van de Fabbrica di San Pietro, die in de loop der tijd een steeds duidelijker omlijst takenpakket kregen.

Sampietrini; de keitjes van Rome (foto: Wikimedia)
Toen Nicola de Confraternita dei Sampietrini mede vormgaf, had het woord sampietrini in Rome nog niet die andere betekenis, die nu veel bekender is in de stad. Sampietrini is namelijk de Italiaanse benaming voor de kleine keitjes, de donkergrijze, taps toelopende blokjes basalt, waarover je in veel straten en op veel pleinen van Rome wandelt. Ze worden zo genoemd omdat voor ze het eerst werden gebruikt bij de bestrating van het St. Pietersplein. En zo zijn we weer bij het begin van dit verhaal: dat gebeurde namelijk precies toen Ludovico Sergardi in 1725 de paus bijna uit zijn koets had zien kukelen.
Gladde steentjes
Tegenwoordig kunnen de sampietrini van Rome, als er net regen is gevallen, nog weleens gevaarlijk glad worden. Ironisch genoeg was het een van de leden van de Confraternita dei Sampietrini die in 1938 uitgleed, toen hij bezig was met een van de taken die al eeuwen aan de Sampietrini was toevertrouwd: het ontsteken van de fakkels rond de koepel van Sint-Pieter, die werden aangestoken ter gelegenheid van een religieuze feestdag. De arme ziel viel naar beneden en stierf. Pius XII was de zittende paus; hij liet de fakkels voorgoed vervangen door elektrische lampen. De fakkels zijn verdwenen, maar de keitjes op menig Romeins plein zijn een indirecte herinnering aan de Sampietrini van de Fabbrica, en aan die ene man naar wie een straat in de wijk Testaccio werd vernoemd.

Foto: Wikimedia
Het is in Rome goed te merken dat er een nieuwe paus resideert in Vaticaanstad… Vanuit alle kiosken en souvenirshops zwaait papa Francesco je tegemoet en de Romeinen vertellen honderduit over de nieuwe paus die ‘tussen de mensen staat’. Het zorgt al met al voor een nieuwe impuls aan de toch al zo grote stroom bezoekers naar Vaticaanstad.
Een bezoek aan het Vaticaan: het staat eigenlijk wel op ieders lijstje. Om dat bezoek zo leuk mogelijk te maken, ontdekken we vandaag een aantal geheimen van de Sint Pieter.
#1 Vaticaanstad is eigenlijk nog geen honderd jaar oud. Het werd als soevereine staat pas erkend bij het Verdrag van Lateranen, dat werd getekend in 1929.
#2 Het grondgebied van Vaticaanstad begint op het plein voor de Sint Pieter, aan de zijkanten beschermd door Bernini’s zuilengalerij.
#3 De zuilengalerij rond het elipsvormige plein voor de Sint Pieter, ontworpen door Bernini, wordt door de Romeinen ook wel abbraccio berniniano genoemd: de Berniniaanse omarming.
#4 Laat je voor de gek houden door Bernini: als je bij de linkerfontein op de kruisjes gaat staan die in de grond zijn aangebracht, is het net of er maar een enkele zuilenrij om je heen is, in plaats van de vier die het werkelijk zijn.
#5 Sinds 1505 wordt Vaticaanstad door een speciaal corps bewaakt: de beroemde Zwitserse Garde. Aspirant-gardisten die zich vrijwillig aanmelden moeten – naast uiteraard rooms-katholiek – tenminste 1.74 m lang zijn, tussen de 19 en 30 jaar oud en bereid om minimaal twee jaar te dienen.
#6 Wie door het middenschip van de Sint Pieter loopt en naar beneden kijkt, ziet in het plaveisel namen van kathedralen van over de hele wereld. Het getal dat bij de naam wordt vermeld is de hoogte van die specifieke kathedraal. Het aantal meters is gemeten vanaf de uiterste apsis. Met andere woorden: alle andere kerken in de wereld passen gemakkelijk in de Sint Pieter.
#7 Precies onder het baldakijn van Bernini, recht onder de koepel van de kerk, ligt het graf van Petrus, de allereerste paus.
#8 Het is een behoorlijke opgave, maar ook een mooie ervaring: de koepel van de Sint Pieter beklimmen. Boven kom je eerst uit in de ‘fluistergalerij’, vernoemd naar de bijzondere akoestiek van de koepel. Wanneer je aan de tegen de muur iets fluistert, kan een ander die meters verderop aan dezelfde muur staat, precies verstaan wat je zegt.
Een kijkje achter de schermen van het Vaticaan; dat zouden we allemaal wel eens willen. John Thavis kreeg het, vijfentwintig jaar lang. Als verslaggever van de Catholic News Service volgde hij al die jaren de leiders van de katholieke kerk op de voet. Even geleden nam Thavis ontslag als hoofdredacteur van de Catholic News Service. In De Vaticaandagboeken schreef hij de ervaringen van een kwart eeuw carrière in het Vaticaan op.
Thavis neemt de lezer onder andere mee naar de pausverkiezing in 2005 – niet wetende, natuurlijk, dat er nog geen 10 jaar later weer een conclaaf zou plaatsvinden. De passage geeft een mooi kijkje in hoe de in Rome verzamelde journalisten de verkiezing destijds en misschien ook wel afgelopen week meemaakten.
“Ondanks de verzekeringen die het Vaticaan voor het conclaaf had gegeven had de rook er grijs uitgezien. Daarna wit. Daarna weer grijs.”
ACHTER GESLOTEN DEUREN
“ ‘Ik wil dat het voorbij is. De druk, het is gewoon te veel.’ Sophie de Ravinel, een jonge verslaggeefster voor Le Figaro, slaakte een diepe zucht toen ze haar hoofd in het hokje van de Catholic News Service stak.
Dat was dinsdagmiddag om drie uur, op de tweede dag van het conclaaf, en in de persruimte van het Vaticaan hing een geladen sfeer van ongezonde nervositeit. De avond daarvoor en die ochtend had de schoorsteen van de Sixtijnse Kapel tot twee keer toe zwarte rookwolkjes uitgebraakt. Maar ondanks de verzekeringen die het Vaticaan voor het conclaaf had gegeven – en het gebruik van chemische kleurstoffen – had de rook er grijs uitgezien. Daarna wit. Daarna weer grijs.”
(…)
“Geschiedenis ontstond achter gesloten deuren. Het was ondemocratisch, het was ondoorzichtig, het was fantastisch. De onzekerheid en de angstige afwachting die heersten in de stampvolle persruimte droegen nog het nodige bij aan mijn staat van verrukking. De schoorsteen was het klapstuk. Een organisatie die het overlijden van de paus aan de persbureaus doorgaf met een e-mailtje en twee weken later de verkiezing van diens opvolger aankondigde met rooksignalen, dat had iets van een betoverende onwerkelijkheid.
Mijn redactie zat op de thuisbasis in Washington ook naar de rooksignalen te kijken, net als de redacteuren van Sophie in Parijs. Dat konden ze zelf zien op de televisie. Van mij verwachtten ze dat ik die signalen zou weten te duiden. De gedachte was dat vijfentwintig jaar verslaggeving van het Vaticaan mij meer inzicht had gegeven in het onderscheid tussen verschillende tinten grijze rook.”
VERDER LEZEN

De Vaticaandagboeken
John Thavis
ISBN 9789035139466
Uitgeverij Bert Bakker
€ 19,95
In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.
Ter ere van de witte rook die eerder deze week uit de schoorsteen van de Sixtijnse Kapel kwam, stappen we vandaag in de voetsporen van een aantal benauwde pausen, die een 800 meter lang, verborgen straatje bewandelden om hun vege lijf te redden…

De Passetto di Borgo, gezien vanaf de Engelenburcht (Foto: Wikimedia)
DE KLEINE DOORGANG
Precies op de grens tussen Vaticaanse en Italiaanse bodem, aan de rand van het Sint Pietersplein, zie je parallel aan Bernini’s colonnade een oude, middeleeuws aandoende hoge muur. Van de buitenkant lijkt het een verdedigingsconstructie en doet niets vermoeden dat het in feite een verborgen, overdekte wandelgang is. Het meest beschutte straatje dat je in Rome zult vinden wordt in de volksmond de passetto genoemd, de ‘kleine doorgang’. Deze doorgang leidt de wandelaar vanuit de Sint Pieter naar de Engelenburcht, 800 meter verderop.
Toen Rome in 576 n.Chr. (bijna honderd jaar na de val van het West-Romeinse rijk) voor een deel in handen viel van de Ostrogoten, gaf hun leider Totila opdracht tot de bouw van een muur bij het graf van Hadrianus (nu bekend als de Engelenburcht). Keizer Aurelianus (270‑275 n.Chr.) had het graf al voor een deel in de nieuwe ommuring opgenomen die hij rond de stad had aangelegd, en Totila maakte de connectie tussen de verdedigingsmuur en het grafmonument af. Vanaf dat moment was Hadrianus’ eeuwige rust voorgoed verstoord: de tombe trad in dienst als burcht van het onstuimige Rome.
Totila’s muur bleek slecht gebouwd en stortte al snel in. Maar in 800, toen Karel de Grote door paus Leo III was gekroond tot keizer van het Heilige Roomse rijk, voelde men de noodzaak om de muur opnieuw op te bouwen. Rome moest immers het centrum worden van dat nieuwe, heilige rijk, en de pelgrimsplaats die de Sint Pieter was diende naar behoren beschermd te worden. Toen de inwoners van Rome echter begonnen te vermoeden dat het akkoord tussen de paus en de nieuwe keizer de autonomie van de stad in gevaar bracht, kwamen ze in opstand. De net gebouwde muur bij de burcht kreeg het zwaar te verduren.
Toen Rome even later een aanval te verduren kreeg van de Saracenen, was de Sint Pieter dus een makkelijk doelwit geworden. De Arabische inval had succes en drong door tot in de crypte van de Sint Pieter.

De passetto: vluchtroute van de pausen (foto: Wikimedia)
EEN ENGEL VERSCHIJNT
Aan het einde van de 6de eeuw gebeurde er iets wonderlijks, waardoor de burcht van Hadrianus voortaan onder een andere naam door het leven zou gaan. Rome werd in die dagen geplaagd door de pest, waar zelfs de paus het slachtoffer van werd. Zijn opvolger Gregorius organiseerde een speciale processie, een smeekbede gericht naar boven, om de pest uit de stad te verdrijven. Toen ze bijna bij de Sint Pieter waren, zag Gregorius aan de hemel, precies boven de burcht, de aartsengel Michaël verschijnen met een zwaard in zijn hand. Het volgende moment stak Michaël het zwaard in de schede. Gregorius interpreteerde het als teken: de pest was voorbij. Ter ere van dit verhaal – dat de naam Engelenburcht in het leven riep – werd er eeuwen later bovenop het mausoleum van Hadrianus een beeld van Michaël met zwaard geplaatst.
Verdedigingstechnisch moest er nog wel het een ander gebeuren rondom het Vaticaan. Om een aanval als die van de Saracenen in de toekomst te voorkomen, werd onder leiding van paus Leo IV en de nieuwe keizer van het Heilige Roomse rijk in de 9de eeuw een defensieve constructie aangelegd die heel het Vaticaan omsloot. Ze begonnen met de verbinding tussen Sint Pieter en Engelenburcht. De nieuwe muur bleek dit keer stevig genoeg om eeuwen te blijven staan.
VLUCHTROUTE
Het waren in heel Europa nog eeuwenlang woelige tijden. In de 13de eeuw was het paus Nicolaas III (1277-1280) die voor het eerst zo voor zijn eigen veiligheid vreesde, dat hij het nodig achtte een vluchtweg te creëren vanuit de Sint Pieter, voor noodgevallen. Bovenop de muur die naar de – veel beter verdedigbare – Engelenburcht liep, liet hij een looppad aanleggen. De passetto was geboren. In 1492 droeg paus Alexander VI zijn eigen steentje bij aan de vluchtroute: hij liet een route aanleggen bovenop de bestaande, zodat de passetto in een overdekte galerij veranderde.
Zo’n 30 jaar later, in 1527, kwam de vluchtgalerij goed van pas. Op 6 mei van dat jaar vond de beruchte Sacco di Roma (Plundering van Rome) plaats – een plundering van de stad door een leger van Duitse en Spaanse huurlingen onder leiding van Karel V. De stad werd flink geraakt en paus Clemens VII moest zijn vege lijf zien te redden. Volgens de overlevering begeleidde een trouwe Zwitserse Gardist hem door de passetto, met een fakkel in de hand.

De Engelenburcht en de passetto, door Giovanni Battista Piranesi (1748-1774)
DE LAATSTE GALERIJ
De muur van de passetto deelde vanaf de 16de eeuw – toen een nieuwe, betere muur parallel aan de oude werd gebouw – de wijk Borgo in tweeën. Sindsdien spreken de Romeinen van de Borgo Vecchio aan de ene zijde, en de Borgo Nuovo aan de andere, richting de nieuwe muur. Verschillende nieuwe poorten en doorgangen werden bij deze gelegenheid in de oude muur gemaakt. De Engelenburcht veranderde in deze periode, toen er rust en welvaart heersten in Rome en de pausen geen versterkte burcht meer nodig hadden, in een gevangenis. De laatste wijziging die werd aangebracht kwam van paus Urbanus VIII, die ook de bovenste galerij liet overdekken.
Momenteel kun je de Passetto di Borgo, zoals de oude pauselijke vluchtroute nu wordt genoemd, helaas niet bezoeken. Soms, bij bijzondere gelegenheden, wordt de geheime gang echter toch weer voor het publiek geopend.

Het beroemdste uitzicht van Rome: Via della Conciliazione
In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige Stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft…
Vandaag bewandelen we de oude Via Cornelia, tegenwoordig bekend als de Via della Conciliazione.
Verzoeningsstraat
De oude Via Cornelia bestaat niet meer. Dat wil zeggen, daar waar in het oude Rome de Via Cornelia liep, ongeveer van de huidige Ponte Sant’Angelo bij de Engelenburcht richting de Sint Pieter, vind je tegenwoordig de beroemdste straat van de stad: Via della Conciliazione.
De Via della Conciliazione (letterlijk: ‘Straat van de Verzoening’) werd echter pas in 1936 aangelegd, net nadat de Italiaanse regering onder leiding van Mussolini het verdrag sloot met de Heilige Stoel dat Vaticaanstad voortaan als onafhankelijk en soeverein werd erkend. Met de aanleg van deze straat werd een symmetrisch perspectief gecreëerd, zodat pelgrims het plein en de basiliek voortaan vanaf grote afstand met veel ontzag tegemoet konden treden. Voorheen stonden bezoekers, slingerend door de straatjes van de wijk Borgo, juist vrij plotseling oog in oog met de Sint Pieter.
Nero’s circus
In de oudheid viel dit gebied onder de ‘Ager Vaticanus’, een stuk land vernoemd naar de heuvel die de naam Vaticaan droeg. Het lag net buiten het bewoonde gebied van Rome en er was weinig anders te vinden dan de uitvalsweg Via Cornelia. Keizer Caligula (37-41 n.Chr.) liet echter in de 1e eeuw langs de weg een stadion aanleggen, bestemd voor wagenraces en spektakels. De latere keizer Nero (54-68 n.Chr.) gebruikte Caligula’s stadion voornamelijk voor een heel ander soort volksvermaak: de openbare christenvervolgingen.
Voor martelingen en executies was het zo’n gekke plek nog niet, moet Nero gedacht hebben. Langs de Via Cornelia lag namelijk ook een begraafplaats. In het oude Rome werden de onreine doden niet geduld binnen de stadsmuren, dat was voor hen namelijk heilig grondgebied dat volgens strikte religieuze regels ooit als zodanig was ingewijd. De Vaticaanse heuvel lag net buiten de muren, en was daarom een prima plek voor een necropolis – een dodenstad.

Francisco de Zurbarán, Petrus omgekeerd aan het kruis, 1629
Een graf voor Petrus
De meest bekende christen die de martel- en doodstraf onderging in het ‘Circus van Nero’, vond plaats in het jaar 64. Degene die aan het kruis werd genageld was Petrus. Op eigen verzoek zouden ze hem ondersteboven aan het kruis hebben gehangen, omdat de apostel zich niet waardig achtte op dezelfde wijze als Jezus te sterven. Petrus had als ‘eerste apostel’ van Jezus een flinke groep volgelingen, die getuigen waren van terechtstelling in het stadion. Na de executie van Petrus richtten zij een eenvoudig graf voor hem in, op de genoemde grafheuvel Vaticaan. Ongeveer een eeuw later, toen de roem van Petrus onder de volgelingen van Christus zich nog verder had verspreid, werd er een bescheiden herdenkingskapel opgericht om de plaats van het graf te markeren.
Van Constantijn tot Bernini
Het was Constantijn de Grote (324-337 n.Chr.), de eerste christelijke keizer van het Romeinse rijk, die het plan opvatte om exact op de plek waar Petrus begraven lag een grote kerk te bouwen. Hij liet het terrein van het grafveld op de Vaticaanse heuvel effenen, waarbij hij de stenen grafmonumenten van de ‘heidense’ Romeinen liet incorporeren in de fundamenten van de nieuwe basiliek.
De basiliek die Constantijn liet bouwen deed meer dan elf eeuwen goed dienst, maar moest na verval en een paar verwoede herstelpogingen in 1506 worden gesloopt. De 16e eeuw was net begonnen, de Italiaanse renaissance in volle gang en de katholieke kerk was groter dan ooit. Natuurlijk moest er een nieuwe kerk komen, maar hoe groot deze moest worden en hoe de basiliek er precies uit moest komen te zien, dat was nog onderwerp van discussie. Er volgden decennia van bouwtekeningen maken en herzien, van opbouwen en weer slopen – een proces waarbij achtereenvolgens Bramante, Rafaël, Michelangelo en Bernini betrokken waren.
Het resultaat mocht er zijn: precies op de plek waar volgens de overlevering in 64 n.Chr. de apostel Petrus een simpel graf kreeg, stond in 1626 een grandioze, imposante basiliek, met afmetingen die ieders voorstellingsvermogen te boven gingen: de Sint Pieter was (opnieuw) geboren.
Terug naar de Via Cornelia
Toen paus Pius XI (1922-1939) tijdens zijn leven kenbaar maakte dat hij graag, als hij zou gaan, zo dicht mogelijk bij het graf van Petrus begraven wilde worden, werd er besloten dat de crypte (de ruimte onder het hoofdaltaar) nog verder verlaagd zou worden. Een eeuwenlange overlevering vertelde Pius immers dat het graf van Petrus zich precies onder het baldakijn van Bernini moest bevinden.
Er werd begonnen met graafwerkzaamheden, en al snel stuitte men daarbij op de restanten van graven, duidelijk uit de Romeinse periode. Ook de resten van de oudere basiliek, en die van het allereerste monument dat bij het graf werd opgericht werden gevonden.
Het was het jaar 1940 en men was nog altijd niet klaar met het religieus zo zwaar beladen archeologische onderzoek onder de Sint Pieter en de zoektocht naar het originele graf van Petrus. Toen stuitten de onderzoekers ineens op een kistje. Men opende het en zag alleen wat botten en wat rafels. De beenderen bleken na onderzoek die van een man op leeftijd, de rafels die van een purperen gewaad, met goud doorweven. Er zoemt zelfs een (nogal sterk) verhaal door de ondergrondse Vaticaanse gangen, dat het kistje alle beenderen van een man bevatte, behalve die van de voeten… Als Petrus inderdaad omgekeerd aan het kruis heeft gehangen, hebben ze de voeten er wellicht afgehakt om het lijk van het hout te halen.
Wetenschappers bleven tegensputteren, maar dat weerhield paus Paulus VI er in 1968 niet van om aan het grote publiek bekend te maken dat het graf van de apostel Petrus, ooit gegraven aan de Via Cornelia, was teruggevonden.

Kaart van Rome met de ligging van de oude Via Cornelia (uit: S.B. Platner, The Topography and Monuments of Ancient Rome, 1911)
> Vragen? Opmerkingen? Ideeën? Twitter met Orpheus Kijkt Om over dit onderwerp, #straatverhalenrome!
We blijven nog even in ondergrondse sferen, na de verhalen over de graf-piramide en het dode dichters-kerkhof van de afgelopen weken. Startpunt is de Sint Pieter, Vaticaanstad, Rome. Het eindpunt ook, maar dan enkele meters naar beneden.

Veel mensen beklimmen de koepel van de Sint Pieter. Sommigen dalen ook af naar de crypte van de kerk waar de meeste pausen in hun sarcofagen liggen te genieten van hun eeuwige rust. De laatste paus die hier is bijgezet is Johannes Paulus II, waarmee het aantal bezoekers van de crypte weer wat is toegenomen. Maar nog weer een niveautje lager, onder die voorbij schuifelende voetjes van toeristen en hun verveelde kinderen, ligt een onbekend stukje geschiedenis waar je u tegen zegt.
Een dodenstad (necropool) uit de oudheid wacht degenen die echt ondergronds gaan. Waar je nu bij het horen van ‘Vaticaan’ denkt aan een mini-staat, was het in de Romeinse tijd niet meer dan een heuvel, net buiten de stad. Omdat het gebruikelijk was om doden niet binnen maar buiten de stadsmuren ter aarde te stellen, werd de heuvel al snel in gebruik genomen als grafheuvel. Hier bevond zich ook het zogenaamde Circus van Nero, een soort stadion gebouwd in opdracht van keizer Caligula, waar aan wagenrennen werd gedaan maar waar ook nog weleens een terechtstelling plaatsvond. De veroordeelden werden gemarteld en gedood, en vonden daarna vaak een plek op de aangrenzende grafheuvel. Zo ook, zegt men, de martelaar Petrus.

Een plattegrond van de dodenstad onder de Sint-Pieter
Precies die Petrus is de reden waarom de necropool, althans een klein deel ervan, dat nu pal onder de Sint Pieter ligt, is opgegraven. Het stond in het teken van de zoektocht naar een waarheid die tot op de dag van vandaag niet is achterhaald: ligt de opvolger van Jezus, de eerste paus Petrus, naar wie de kerk is vernoemd, wel of niet begraven onder de Sint Pieter? Dat zou immers de hele reden zijn geweest dat de kerk hier ooit is neergezet.
Een rondleiding onder de Sint Pieter leid je dan ook daar naartoe: het vermeende graf van Petrus. Je daalt in de crypte van de kerk af via een trap, en dan loop je door een klein gangetje (eigenlijk loop je door een gleuf die uitgehakt is in een hele dikke muur uit de periode van keizer Constantijn) en ineens sta je in een soort ondergronds straatje, een simpel straatje dus dat onderdeel uitmaakte van een complete dodenstad. Op die manier was het ook gebouwd: alle graven waren kleine huisjes aan dit soort straatjes, met meerdere verdiepingen en sarcofagen en nissen voor urnen aan de binnenkant. Veel schilderingen en marmeren sarcofagen en inscripties zijn bewaard gebleven en het verleden komt hier erg dichtbij als je daaruit naam, sociale positie, geloofsovertuiging en leeftijd van de overledenen kunt halen.
Opvallend: hoe dichter je bij ‘Petrus’ komt, hoe vaker je christelijke graven tegenkomt. Het lijkt alsof degene die hier lag inderdaad werd gezien als een Christelijk martelaar, of althans iemand in wiens gezelschap je je maar beter kunt bevinden, na je dood. Je kunt uiteindelijk niet heel dicht bij zijn simpele graf komen, maar het is vanuit archeologisch oogpunt oneindig interessant om de verschillende lagen die bovenop dat graf zijn gebouwd te zien van de zijkanten.
Er is van alles onderzocht om te ‘bewijzen’ dat Petrus hier ligt. De botten die in de buurt van het graf (niet erin) zijn gevonden zijn onderzocht en behoren aan een man toe van precies de juiste leeftijd. Een twijfelachtig maar mooi detail: het botmateriaal was compleet op de voeten na: dit komt overeen met het bekende gegeven dat Petrus op zijn kop aan het kruis is opgehangen, waardoor het waarschijnlijk is dat hij die uiteindelijk is verloren. Vroege christenen hebben ook veel ‘graffiti’ achtergelaten, op en om het graf.
Het sluitende bewijsstuk is natuurlijk nooit gevonden. Maakt het uit? Tja, ik kijk misschien niet met dezelfde ogen als een gelovige, dus voor mij is het antwoord nee. Voor mij volstaat de gedachte dat dit niet de grootste en rijkste, maar vooral een van de interessantste kerken is die je kunt bezoeken – van de koepel tot onder de kelder.
Rome is overdag al een openluchtmuseum, maar ‘s avonds, wanneer de zon onder is, dompelt de stad zich onder in een mysterieuze sfeer die niet met woorden te omschrijven valt. Het is mij eveneens nooit gelukt om die sfeer op foto vast te leggen, maar anderen wel. Gelukkig delen zij hun prachtige foto’s met de rest van de wereld. Ben je binnenkort in Rome? Vergeet dan niet een Rome-by-night-wandeling te maken, zodat je dit niet mist…

De koepel van de Sint Pieter, © Kardosbalint

Het Pantheon, © Robie06

Het Colosseum, © Isriya

De Zuil van Trajanus, © David Theu

Piazza della Rotonda, © Aidan McMichael

De Tiber, © Sitron

De Engelenburcht, © Sitron

Het Forum Romanum, © JRM Tomburg
41. San Giovanni in Laterano | Groot, groter, grootst; de San Giovanni in Laterano blaast je alleen al vanwege de enormiteit van alles (de deuren, de zuilen, de beelden) van je sokken.
42. Santa Maria Maggiore | Het enige overgebleven stukje hout van de kribbe van Jezus, je kunt het zien in de Santa Maria Maggiore, vlak bij het station van Rome.

Basilica di Santa Maria Maggiore
43. Pietà van Michelangelo | Het is vaak even dringen tussen de Japanners, maar de Michelangelo’s Pietà in de Sint Pieter moet je gezien hebben.
44. Engelenburcht | De weg naar boven is wat nietszeggend, maar bovenop de Engelenburcht kun je het beeld van de engel met het zwaard bijna aanraken en geniet je bovendien van een heel mooi uitzicht.
45. Chiesa Nuova | Pietro da Cortona en Peter Paul Rubens onder een dak: daarvoor moet je naar de Chiesa Nuova, in de buurt van Piazza Navona.
46. Campo de’ Fiori | De markt is wat toeristisch geworden, maar een keer een glas wijn drinken aan het beroemde Campo de’ Fiori is toch wel een must…
47. Villa Farnesina | Onder de mooiste schilderingen die je waar dan ook in Rome zult vinden, vallen de prachtige werken die Rafael achterliet in de Villa Farnesina.

Villa Farnesina
48. Apollo en Daphne | Berini liet zijn marmeren handtekening overal in de stad achter, maar een van de meest indrukwekkende nalatenschappen is het ontroerende beeld van Apollo en Daphne, in de Galleria Borghese.
49. Bruno’s beeld | Het beeld is misschien niet het meest indrukwekkende stukje sculptuur dat je ooit hebt gezien, maar het is het verhaal erachter dat telt, en dat wel degelijk indruk maakt…
50. Forum Boarium | Een verzameling Romeinse tempelresten, vlak bij de Santa Maria in Cosmedin, die een stukje van de minder bekende geschiedenis van het oude Rome vertellen.
51. San Paolo Fuori Le Mura | Buiten de muren, zoals de naam al zegt, bevindt zich nog een geweldig indrukwekkende kerk gewijd aan Paulus.
52. De catacomben aan de Via Appia | Of je nu die van Callisto of die van San Sebastiano bezoekt; de ervaring van een bezoek aan een van de ondergrondse begraafplaatsen is een bijna verplichte stop langs de Via Appia.
53. Galleria Doria Pamphilj | Het museum in dit palazzo van de beroemde Romeinse familie Doria (die in de achttiende eeuw vanuit Genova naar Rome kwamen en het palazzo nog altijd bewonen) worden regelmatig geweldige tentoonstellingen georganiseerd.
54. Via del Governo Vecchio | De sfeer van de wijk Parione, rondom Piazza Navona, snuif je pas echt goed op tijdens een wandeling door de Via del Governo Vecchio.

Via del Governo Vecchio
55. Testaccio, de Schervenberg | Niets minder dan een pot goud voor archeologen; een berg die bestaat uit miljoenen Romeinse potscherven, afkomstig van amforen die hier kapot werden gesmeten omdat ze niet meer nodig waren.
56. De Sinaasappeltuin | Groene oase op de Aventijn, waar je even kunt uitblazen en bovendien wordt getrakteerd op een geweldig uitzicht.
57. Sant’Agostino | Ook Rafael en Caravaggio kun je in Rome onder een dak vinden, namelijk in de Sant’Agostino in de buurt van Piazza Navona.
58. De resten van de oudste tempel op het Capitool | De republiek Rome werd in het leven geroepen met de wijding van een tempel op de Capitolijnse heuvel. De resten van deze oude tempel kun je in de Capitolijnse Musea nog steeds bewonderen.
59. Via Sacra | Het Forum Romanum verken je het beste al wandelend over de Via Sacra, in de voet- en karrensporen van Julius Caesar, Augustus en andere grote Romeinen.
60. Titus’ boog | Hoe reliëfs kunnen spreken, ontdek je onder de boog van Titus. Volg het verhaal van de verovering van de tempel van Jeruzalem, afgebeeld in verschillende scènes.
Morgen volgt deel vier van de top 100!
21. De Romeinse graven aan de Via Appia Antica | Neem op een mooie lentedag de fiets of de benenwagen over de Via Appia en wandel langs de talloze Romeinse grafstenen die je uitgeleide uit de stad doen.
22. Onder de Sint Pieter | Het Vaticaan is nu een kleine staat, maar was ooit niets meer dan de naam van een heidense grafheuvel net buiten de stadsmuren van Rome. Die grafheuvel ligt nog steeds verscholen onder de fundamenten van de Sint Pieter, en is op afspraak te bezoeken.
23. De Ponte Milvio | Het meest romantische plekje in Rome volgens de Italianen? De Ponte Milvio. Talloze stelletjes bezegelden hun eeuwige liefde op deze brug door er een slotje aan te hangen.

Ponte Milivo, foto © Kiki99
24. Palazzo Valentini | Een van de meest geavanceerde multimediale ervaringen in de Eeuwige Stad: een bezoek aan de Romeinse huizen die onder het huidige Palazzo Valentini liggen.
25. Het dak van het Vittoriano | Het monument voor Victor Emanuel II is niet heel mooi om tegenaan te kijken; daarom kun je er maar beter op klimmen! Het Vittoriano biedt een geweldig uitzicht over de stad.
26. Het Chiostro di Bramante | Bramante’s klooster bij de Santa Maria della Pace, een van de meest charmante plekjes in Rome.
27. Bramante’s tempeltje | Een klein, rond kerkje, gebouwd door Bramante, dat je hart steelt bij de eerste oogopslag.

Bramante’s tempeltje
28. Caravaggio kijken in de San Luigi dei Francesi | Caravaggio’s bewonderen zonder een kaartje te kopen? Het kan in Rome. In de San Luigi dei Francesi bijvoorbeeld, kun je zijn werk in situ bewonderen.
29. Rozenregen in het Pantheon | Het Pantheon is het hele jaar door bijzonder, maar met Pinksteren wordt het nog specialer. De Romeinse brandweer laat een lading rode rozenblaadjes los door de oculus, waardoor een spectaculaire rozenregen zich door de ronde ruimte verspreidt.
30. Ara Pacis Augustea | Augustus liet als geen ander zijn sporen na in Rome, de stad en het rijk. Hoe precies? Dat vertelt hij zelf, in woord en in ‘beeld’, bij de Ara Pacis.
31. Pasquino | Het meest welbespraakte en veelbesproken beeld in Rome is Pasquino: een gehavende sculptuur achter Palazzo Braschi. Romeinen plakken er al eeuwenlang maatschappelijk en politiek getinte, scherp geformuleerde teksten op.
32. De fonteinen van Piazza Navona | Het is er druk en toeristisch, maar dat neemt niet weg dat Piazza Navona niet overgeslagen kan worden. Wandel van fontein naar fontein en laat de indrukwekkende geschiedenis van deze plek tot je doordringen!
33. Palazzo Braschi | In het elegante palazzo van Luigi Braschi Onesto (1717 – 1799) huist nu een mooie kunstcollectie.
34. Piazza del Popolo | Het Plein van het Volk is architectonisch zo perfect in harmonie, dat je er uren zou kunnen doorbrengen met simpelweg om je heen kijken…
35. Via Margutta | Geen kunst- of cultuurschatten hier, maar simpelweg een van de meest charmante straatjes in Rome, vol ateliers en kleine boetiekjes!
36. Een rondje Colosseum | Het is natuurlijk ondenkbaar dat het Colosseum ontbreekt op deze lijst… Een geweldige manier om de beroemde arena te ontdekken is door middel van een rondleiding die je zelfs meeneemt onder de grond!
37. Het uitzicht vanaf de koepel van de Sint Pieter | De top van de Sint Pieter bereiken betekent een behoorlijke klim, die bovendien niet is weggelegd voor wie wat claustrofobisch is aangelegd. Het uitzicht, het beroemdste van Rome, maakt wel dat je alle leed al snel vergeet.

Het meest beroemde uitzicht op Rome, vanaf de Sint Pieter
38. Campidoglio | Michelangelo heeft het plein op de Capitolijnse heuvel ontworpen, en dat zie je meteen.
39. Sixtijnse Kapel | Misschien wel de meest drukke ‘attractie’ in heel Rome is de Sixtijnse Kapel. En dat is jammer, want het geduw en getrek tussen de toeristen leidt de aandacht af van wat dit in essentie toch nog altijd is: een van de meest indrukwekkende schilderingen aller tijden.
40. Il Passetto di Borgo | Laat je blik van de Sint Pieter gaan naar de Engelenburcht, en als het goed is valt je een stenen gang op, een soort overdekte brug. Beide gebouwen hebben altijd met elkaar in contact gestaan, omdat de burcht een toevluchtsoord was voor pausen in nood. Il passetto was de ontsnappingsroute.
Morgen volgt deel drie van de top 100!
Als er in een stad ergens meer dan 350 van zijn, moet je keuzes maken. Dan heb ik het over kerken, en over Rome. Daar valt voor bijna iedere kerk wel een pleidooi te bedenken; de keuze is niet gemakkelijk en moet misschien ook op het reisgezelschap aangepast worden, maar aan de andere kant: wie zegt er nu nee tegen Michelangelo?

De bescheiden voorgevel van de San Pietro in Vincoli (© Wikipedia)
Met een gerust hart kan ik dus zeggen dat de San Pietro in Vincoli, een van de bijna 400 kerken in Rome, tot de must-sees van de stad behoort. Of liever gezegd; Michelangelo’s Mozes behoort tot de must-sees van de stad. Ook al ben je zeker niet de enige die de weg naar Mozes vindt en zal je je misschien eerst een weg door hele groepen toeristen moeten banen.
Michelangelo werd in het jaar 1505 door Paus Julius II naar Rome gehaald om zijn grafmonument te maken. Het moest uiteraard een groots monument worden, met meer dan veertig gebeeldhouwde figuren. Wat er van rest kun je tegenwoordig nog bekijken in de San Pietro in Vincoli, op de Esquilijn in het oude centrum van Rome. Het meest indrukwekkende onderdeel van het grafmonument is zonder twijfel het gigantische beeld van Mozes, dat Michelangelo rond het jaar 1516 voltooide, nog voor hij begon aan het beschilderen van het plafond van de Sixtijnse Kapel.
Het project ontaardde uiteindelijk meer en meer in een teleurstelling, zowel voor Julius II als voor Michelangelo, omdat er naarmate het werk vorderde steeds minder ruimte en budget beschikbaar bleek om het af te maken. Na de dood van Julius II werd zelfs besloten om zijn grafmonument niet in de Sint Pieter te plaatsen, zoals hij zelf graag gewild had, maar in de relatief onbeduidende San Pietro in Vincoli op de Esquilijn. Toch maakt die hele geschiedenis Michelangelo’s meesterlijke beeldhouwwerk niet minder indrukwekkend.

Michelangelo's Mozes (© Wikipedia)
Waar we naar kijken? Een gigantische, bijna 3 meter hoge, zittende Mozes, met in zijn handen de tien geboden die hij zojuist heeft ontvangen. Van zijn gezicht valt woede af te lezen, die waarschijnlijk gericht is op de mensen die onder hem het Gouden Kalf aanbidden. Volgens een hardnekkige legende zou Michelangelo zo onder de indruk zijn geweest van zijn eigen werk dat hij het beeld vroeg: ‘Waarom praat je niet’? Uit frustratie zou hij, terwijl hij dat vroeg, met zijn hamer de knie van Mozes hebben geraakt – een klap waar het beeld een litteken aan overhield waarnaar menig toerist naarstig op zoek is wanneer ze oog in oog met het beeld staan.
What about de kerk zelf? Tja, een toerist in Rome gedraagt zich al snel verwend; er zijn mooiere kerken dan deze relatief sobere kerk op de Esquilijn. Maar het verhaal van het reliek is nog wel de moeite van het noemen waard. De kerk is namelijk vernoemd naar de ketenen – vincoli – van de heilige Petrus; Petrus zou in Jeruzalem door Herodes aan deze ketting gelegd zijn, voordat hij uiteindelijk in Rome gekruisigd zou worden.

De ketenen (vincoli) van Petrus onder het altaar (© Harsh Light)
Of de ketenen ooit daadwerkelijk om de polsen van Petrus heen hebben gezeten doet er natuurlijk niet toe. Waar het om gaat is dat op deze plek in Rome, zoals op zoveel plekken, de geschiedenis laagje voor laagje kan worden ontdekt. Alleen al daarom loont het de moeite de klim naar de San Pietro in Vincoli, naar Michelangelo’s Mozes, te maken.