
Foto: Lauren B. ‘Products I love’
‘De meeste stervelingen klagen steen en been over de boosaardigheid van de natuur: we worden geboren om slechts een klein ogenblik te leven, maar we spoeden ons zo snel door de ons gegeven tijd heen dat het leven de mensen loslaat terwijl ze nog bezig zijn zich daarop voor te bereiden.’*
Herkenbaar? Denk jij ook weleens: het leven is veel te kort! Heb je het idee dat het leven je vergaat, terwijl je niet eens doorhad dat het gaande was? De Romeinse filosoof Lucius Annaeus Seneca (4 v.Chr.- 65 n.Chr.) is het niet bepaald met je eens.
Stop met klagen, start met kiezen
Want is het leven nu zo kort? Of besteed je gewoon alle tijd die je hebt aan de gevolgen van verkeerde keuzes? Is je leven te kort, of maak je het kort door je met volstrekt onbelangrijke zaken bezig te houden? Waarschijnlijk leid je, net als de meeste mensen, een druk bestaan. Misschien heb je zelfs af en toe het idee dat je geleefd wordt. Seneca stelt het volgende voor: kies voor een sereen en rustig leven, in plaats van een hectisch bestaan.
Stop met klagen dat je nergens tijd voor hebt, en begin met het maken van de juiste keuzes. Wordt (weer) meester van je eigen tijd. Zorg dat jouw verleden, heden en toekomst volledig tot je eigen beschikking staan en zie: je maakt je leven lang.
Seneca’s advies
Denk je misschien: voor mij gaat dit niet op? Denk je ‘bij mij is het anders’ of ‘ik heb nu eenmaal een verantwoordelijke baan of een zware baan’ of ‘ik heb geen keuze’. Lees dan even het advies dat Seneca in het jaar 49 n.Chr. schreef aan Paulinus.
Paulinus was familie van de vrouw van Seneca, Pompeia Paulina. Hij was praefectus annonae, en derhalve belast met de verantwoordelijkheid voor de graantoevoer naar Rome – een stad met minstens een miljoen inwoners. Met andere woorden: Paulinus had een erg zware, stressvolle baan, vergelijkbaar met die van een verantwoordelijke minister nu.
Seneca raadt hem aan zijn hectische bestaan in te ruilen voor een rustiger leven en schrijft: ‘(Het is) niet dat we weinig tijd tot onze beschikking hebben, maar we vermorsen veel tijd. Het leven is lang genoeg en het werd ons voldoende royaal toegemeten om met de allerbelangrijkste zaken in het reine te komen, als we het maar tot de laatste seconde toe goed uitzetten’
Laat je kapitaal groeien

Seneca door Peter Paul Rubens (detail), 1612
Hoe je dat doet, je tijd goed besteden, is voor iedereen anders. Maar wat je doet, moet je met overgave doen, zoveel is duidelijk: ‘Waar het (leven) ons in weelde en ongeïnteresseerdheid door de vingers glipt, waar het voor geen enkel goed doel aangewend wordt, merken we, wanneer de laatste noodzaak ons daar ten slotte toe dwingt, dat het leven ons vergaan is terwijl we niet eens doorhadden dat het al gaande was.’
Seneca’s conclusie is eenduidig: ‘Zo is het: het leven dat we ontvangen is niet kort, maar we maken het kort, en we hebben er niet te weinig van, maar we vergooien het. Zoals een reusachtig, vorstelijk kapitaal in een ogenblik wegsmelt als het in handen van een slechte meester terecht is gekomen, terwijl een kapitaal, hoe bescheiden ook maar toevertrouwd aan een goed beheerder, groeit door het te gebruiken, zo strekt ons leven zich over een lange periode uit voor hem die het goed indeelt.
Voila. Deel je leven goed in en het zal zich verlengen. Althans, zo keek een filosoof er zo’n tweeduizend jaar tegenaan. Maar oud en vergeten gedachten zijn het niet: Seneca vond in de loop der eeuwen op veel en soms onverwachte plekken bijval. Zo sprak Abraham Lincoln (1809-1865) eens de volgende prachtige woorden, waarin Seneca’s advies aan Paulinus weerklinkt:
‘In the end, it’s not the years in your life that count. It’s the life in your years.’
* Alle fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s dialogen, zoals vertaald door T.H. Janssen in de bundel ‘Gelukkig leven.’
> Lees hier meer artikelen over Seneca!
1. Bepaal je doel
2. Accepteer je lot
3. Geniet met mate
4. Wees niet materialistisch
Vandaag de vijfde en laatste stap op Seneca’s weg naar gelukkig leven: bewonder wie durft te falen.

‘Live intentionally’ door Mikey Burton
In juni 2008 hield J.K. Rowling, schrijfster van de wereldberoemde Harry Potter-boeken, een speech ten overstaande van een groep pas afgestudeerden aan Harvard University. Het thema dat zij koos voor deze toespraak voor een stel succesvolle overachievers, waartoe de meeste Harvard-studenten toch behoren, was mislukking. The benefits of failure.
Een klein stukje uit deze toespraak:
‘Ultimately, we all have to decide for ourselves what constitutes failure. But the world is quite eager to give you a set of criteria, if you let it.
I think it fair to say that, by any conventional measure, a mere seven years after my graduation day, I had failed on an epic scale. An exceptionally short-lived marriage had imploded, and I was jobless, alone parent, and as poor as it is possible to be in modern Britain without being homeless.
I’m not going to stand here and tell you that failure is fun. So why do I talk about the benefits of failure? Simply because failure meant a stripping away of the inessential. I stopped pretending to myself that I was anything other than what I was and began to direct all my energy into finishing the only work that mattered to me. Had I really succeeded at anything else, I might never have found the determination to succeed in the one arena where I believed I truly belonged. I was set free, because my greatest fear had been realised, and I was still alive and I still had a daughter whom I adored and I had an old typewriter and a big idea. And so rock bottom became the solid foundation on which I rebuilt my life.’
‘Kijk op tegen hen die iets groots ondernemen’
Mislukking als basis om op te bouwen, om uiteindelijk zelfs boven jezelf uit te stijgen? Seneca zou het roerend eens zijn geweest met Rowling. Hij geeft ons zelfs precies dezelfde boodschap mee:
‘Is het dan zo vreemd dat mensen die steile bergen beklimmen de top niet bereiken? Maar als je een man bent, kijk dan op tegen hen die iets groots ondernemen, zelfs als ze daarbij in de diepte vallen. Wanneer je je doel hoog stelt en voornemens koestert die zelfs te ambitieus zijn voor wie met een reusachtige geestkracht gezegend is, getuigt het van karakter bij je pogingen niet uit te gaan van de krachten die je nu hebt, maar van de krachten die bij je oorspronkelijke aanleg horen.’*
Het leven zal het je niet altijd gemakkelijk maken, iedereen komt bergen tegen die misschien onbeklimbaar lijken. Net als Rowling benadrukt Seneca in dat verband niet alleen de voordelen van mislukking, maar ook die van verbeeldingskracht – het vermogen een voorstelling te maken van hoe het anders kan zijn:
‘Ik voor mij zal me onderwerpen aan beproevingen, hoe zwaar die ook zullen zijn, en daarbij mijn lichaam sterken met geestkracht.’
‘Verlang niet dat ik gelijkwaardig ben aan de besten’
Met die woorden zijn we aan het einde van wat ik voor het gemak Seneca’s ‘vijfstappenplan naar geluk’ heb genoemd. Natuurlijk is het verre van een complete weergave van zijn gedachtegoed; hij heeft eindeloos veel meer geschreven dan ik hier heb aangehaald en met mijn stukjes doe ik zijn werk niet genoeg eer aan. De vijf ‘stappen’ die ik heb gedestilleerd uit zijn essays zijn echter wel van belang voor de filosofie die Seneca er op nahield.
Er is nog een kleine raad van Seneca die ik nog niet heb meegegeven. Het is een advies voor wie bij het lezen van de vijf stappen in de afgelopen dagen zuchtend en steunend in zichzelf zegt: ‘dat gaat mij nooit lukken’:
‘Verlang (…) niet van me dat ik gelijkwaardig ben aan de besten, wel beter dan de slechten. Voor mij is het genoeg mijn gebreken dagelijks een beetje te doen afnemen en mijn dwalingen af te straffen.’
Ook in je pogingen te streven naar een gelukkig leven hoef je niet perfect te zijn. Laat die zware last varen en probeer gewoon elke dag weer je ‘gebreken een beetje te doen afnemen’ – anders word je nooit gelukkig.
*De fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s dialogen, zoals vertaald door T.H. Janssen in de bundel ‘Gelukkig leven’.
Lees hier meer blogposts over Seneca!

‘Live humbly’ door Mikey Burton
Seneca’s recept voor een gelukkig leven omvat tot nu toe de volgende ingrediënten:
1. Bepaal je doel
2. Accepteer je lot
3. Geniet met mate
Vandaag stap vier: wees niet materialistisch
Wanneer je nu je doel helder voor ogen hebt en de richting van je leven hebt bepaald, je accepteert alles wat er op je pad komt en streeft naar een leven volgens principes in plaats van volgens je natuurlijke driften, dan ben je een heel eind op weg. Je bent er nog niet, maar je bent in de ogen van Seneca twee stappen verwijderd van een gelukkig leven.
Zoals stap twee naadloos overgaat in stap drie, zo volgt de vierde stap, wees niet materialistisch, logischerwijs op stap drie. Het is geen wijs besluit om bezit als leidraad te nemen in het leven; alles wat van buitenaf komt kan uiteindelijk nooit tot innerlijke voldoening leiden. Seneca zegt het in één zin: ‘Wat ik ook zal bezitten, ik zal het niets schraperig bewaren noch verkwistend over de balk smijten.’*
‘Rijkdom zal me niet trotser maken’
Moet je dan in armoede leven om waarlijk gelukkig te worden? Absoluut niet; Seneca zelf leefde aan het keizerlijk hof en was ook niet onbedeeld. Het belangrijkste is dat je er onverschillig onder bent, of je nu wel of niet rijkdom bezit.
‘Ik voor mij zal rijkdom verachten,’ zegt Seneca, ‘om het even of ik die nu voor mij heb of niet, en als ze elders opgeslagen ligt, zal mij dat niet treuriger stemmen, en als ze rondom mij flonkert, zal me dat niet trotser maken.’
Wees niet materialistisch, hecht geen waarde aan bezit en uiterlijkheden. Negatief? Wijsgeren van nu zijn het eigenlijk nog altijd met Seneca eens:
‘This is not being negative. It is simply recognizing the nature of things, so that you don’t pursue an illusion for the rest of your life. Nor is it saying that you should no longer appreciate pleasant or beautiful things or conditions. But to seek something through them that they cannot give – an identity, a sense of permanency and fulfillment – is a recipe for frustration and suffering.’ (E. Tolle, The Power of Now)
‘Find something more important than you are’
Natuurlijk mag je (met mate) genieten van mooie dingen, van plezierige dingen in het leven. Maar het is bijzaak, het moet je niet afleiden van wat je bij stap een hebt bepaald als jouw doel, jouw richting. In Seneca’s geval is die richting deze:
‘Ik voor mij zal zo leven, alsof ik weet dat ik tot steun van anderen geboren ben, en ik zal de natuur van het al op grond hiervan dankbaar zijn; want hoe had zij mijn zaak effectiever kunnen ondersteunen? Mij, een eenling, schonk zij aan allen tot steun, aan mij, een eenling, allen.’
Wat het voor jou ook is, laat dat doel niet draaien om de illusie van bezit of status. ‘Find something more important than you are,’ zegt filosoof Dan Dennett over het geheim van gelukkig leven, ‘and dedicate your life to it.’
De ultieme beloning voor deze levenswijze, vertelt Seneca, is dat dan, ‘wanneer de natuur mijn levensadem terugvraagt of mijn verstand hem heenzendt, zal ik heengaan met het getuigenis dat ik een eerlijk geweten en een eerlijke inzet beminde, dat niemands vrijheid door mij is ingeperkt, en wel het minst die van mijzelf.’
*De fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s dialogen, zoals vertaald door T.H. Janssen in de bundel ‘Gelukkig leven’.
Lees hier meer blogposts over Seneca!
We zijn inmiddels bijna halverwege Seneca’s vijfstappenplan naar een gelukkig leven. De eerste stappen zijn gezet:
1. Bepaal je doel
2. Accepteer je lot, hoe dat ook moge zijn
Vandaag gaan we verder op deze weg, en proberen grip te krijgen op een wat lastiger stoïcijns thema: de juiste weg vinden tussen deugd en genot, oftewel tussen leven naar je principes en leven naar je natuurlijke driften.

De dood van Seneca, Peter Paul Rubens
#3 Geniet met mate
Van alle opdrachten die Seneca meegeeft in zijn essays, is dit misschien wel degene die het meest uit de tijd is, of althans lijkt. ‘Geniet met mate’ klinkt ouderwets, belerend, en zelfs een beetje saai. Laten we voor nu even met Seneca meegaan en het concept ‘genot’ in de meest algemene zin nader onderzoeken. Het geval wil namelijk dat elke vorm van excessief genot, of het nu gaat om teveel eten, roken of drinken, altijd een bevlieging is, iets tijdelijks dat onmiddellijk nadat de behoefte bevredigd is, verdwijnt, om later weer net zo hevig op te komen. Voldoening – geluk zoals Seneca dat bedoelt – op de lange termijn zal het je dus nooit bieden. In zijn eigen woorden:
‘Genot (…) dooft op het hoogtepunt, neemt weinig plaats in en vult die ruimte dus snel op, je krijgt er vlug genoeg van en na de eerste bevlieging is de fut er gauw uit. Nooit kun je staat maken op iets wat van nature beweeglijk is. Zo kan de wezenlijke inhoud van wat pijlsnel komt en voorbijgaat evenmin veel voorstellen, omdat dat onherroepelijk ondergaat juist op het ogenblik dat je ermee in contact komt;’*
Er valt wat voor te zeggen: wat kunnen deze vormen van kortstondig geluk nu wezenlijk voorstellen, als ze zo vluchtig voorbijgaan? Natuurlijk stelt Seneca iets anders lijnrecht tegenover dit concept, iets dat niet tijdelijk maar blijvend is: ‘Het hoogste goed is onvergankelijk, het kan niet heengaan, je hebt er nooit te veel van noch zou je het anders willen.’
Een lichaam dat dienstbaar is, niet de dienst uitmaakt
Genieten op lichamelijk niveau hoeft niet in zijn geheel te worden verbannen uit het leven van mensen, maar de lichamelijke behoeften hebben volgens Seneca wel sturing nodig om ons niet helemaal over te nemen. Over het menselijk lichaam zegt hij: ‘als wij ons er niet slaaf van zullen maken, en als dingen die niet bij ons passen geen bezit van ons nemen, en als wij wat van buiten tot ons komt en ons lichaam bevredigt dezelfde positie aanwijzen die men in het leger aan de hulptroepen en licht bewapenden toekent (die moeten dienstbaar zijn, niet de dienst uitmaken), dan, ja dan alleen is dat alles voor onze geest bruikbaar.’
Wie dan wel de dienst uit moet maken? In Seneca’s ogen moeten we onze lichamelijke behoeften onderwerpen aan het beoordelingsvermogen van de rede, van onze geest:
‘Laat de rede vragen stellen, gestimuleerd door de zintuigen, en laat ze daaraan ook haar eerste beginselen ontlenen (want er is geen ander uitgangspunt voor haar pogingen noch enige andere basis van waaruit ze op zoek kan gaan naar de waarheid) en laat ze dan weer op zichzelf terugvallen.’
Genieten, maar met mate; dat is de weg naar rust en harmonie binnenin ieder mens. Alleen dan maak je een deugdzaam (en dus, zegt Seneca, waarlijk gelukkig) leven mogelijk: ‘Je kunt er daarom onverdroten voor uitkomen dat het hoogste goed gelegen is in de harmonie van de ziel; want het kan niet anders of deugden gedijen daar waar eenstemmigheid en eenheid heersen.’
Uiteindelijk heeft stap drie dus, net als stap twee (accepteer je lot) veel te maken met accepteren wat is, zodat er plaats is voor zielenrust in plaats van niet te bevredigen begeertes. Misschien is de balans tussen die acceptatie en de illusies die er menselijkerwijs omheen gecreëerd worden nog wel het best verwoord in de opdracht die Mary Schmich haar lezers meegeeft in een column die zij in 1997 schreef in de krant Chicago Tribune met de geweldige titel ‘Advice, like youth, probably just wasted on the young‘:
“Accept certain inalienable truths: Prices will rise. Politicians will philander. You, too, will get old. And when you do, you’ll fantasize that when you were young, prices were reasonable, politicians were noble and children respected their elders.” (© Chicago Tribune)
Morgen gaan we verder met de vierde stap in de richting van gelukkig leven volgens Seneca: wees niet materialistisch.
*De fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s dialogen, zoals vertaald door T.H. Janssen in de bundel ‘Gelukkig leven’.
Lees hier meer blogposts over Seneca!
Gisteren gaf Seneca prijs wat de eerste stap is op weg naar een gelukkig leven; je doel bepalen. Hij benadrukte dat je vooral je eigen doel moet bepalen, en niet achter de menigte aan moet lopen. Met andere woorden: doe niet wat gebruikelijk is, doe wat voor jou het beste is. Vandaag gaan we verder op Seneca’s weg naar geluk, met stap twee: accepteer je lot en leef in overeenstemming met je eigen natuur.

Jacques-Louis David (1748 – 1825), De dood van Seneca
# 2 Accepteer je lot, hoe dat ook moge zijn
“Leef in overeenstemming met je eigen natuur”
Achter de meute moet je dus niet aanlopen, maar zijn er anderen wiens voorbeeld je wel kunt volgen (behalve natuurlijk grote wijsgeren als Seneca zelf)? Het grootste voorbeeld, vertelt Seneca ons, kun je vinden in de natuur. Of, met andere woorden: de wetten van moeder natuur zijn toe te passen op alle aspecten van het leven.
‘(…) voor het ogenblik volg ik de natuur – dat is een punt waarover alle stoïcijnen het met elkaar eens zijn. Wijsheid is niet weg dwalen van haar en zich conformeren aan haar wet en aan het voorbeeld dat zij geeft. Gelukkig is dus het leven dat in overeenstemming is met de eigen natuur (…)’
De vraag is dan: hoe zorg je dat je leeft ‘in overeenstemming met je eigen natuur’? Zoiets kan je volgens Seneca enkel en alleen ten deel vallen wanneer ‘(…) je ziel in de eerste plaats gezond is en zal blijven, verder ook dapper en energiek is, voorts in staat op de meest voorbeeldige wijze [leed] te verdragen en op de omstandigheden te reageren, alert op wat het eigen lichaam vraagt en wat daarvoor van belang is – maar niet op een benauwde wijze –, en dan ook nog met een open en onbevooroordeeld oog voor wat verder het leven inhoud geeft, van plan de gaven van het lot te benutten, daar geen slaaf van te zijn.’
Een hele mond vol. Alleen een standvastige ziel, trouw aan zichzelf en zich schikkend in zijn lot, zo lijkt Seneca te willen zeggen, kan waarachtig gelukkig zijn.
“Alles wat we moeten ondergaan moeten we fier op ons nemen”
De moeilijkheid zit ‘em vooral in dat ‘accepteren van je lot’. Juist daarom is die standvastigheid van geest zo belangrijk. Want het is immers zo dat ‘(…) een gelukkig leven gelegen is in de vrijheid van een fier opgerichte, onverschrokken, standvastige ziel, onbereikbaar voor angst, voor begeerte, waarvoor het enige goed uit fatsoenlijk handelen bestaat, het enige kwaad uit moreel verwerpelijke daden.’
Om nu niet meteen te vervallen in clichés over een fatalistische levenshouding, is het misschien de moeite waard hier juist nuance in de tekst van Seneca te lezen en zijn opdracht ‘je lot te accepteren’ te vertalen als een manier om niet als een idioot altijd iets anders na te streven dan wat je bent en hebt in het hier en nu, om berusting te vinden in jouw persoonlijke situatie zonder dat je achterover gaat leunen en het lot verder jouw leven laat bepalen, maar waarbij je juist vanuit een situatie van ‘zielenrust’ kunt ervaren hoe jouw leven zich ontvouwt en hoe je daar op de voor jou adequate manier op wilt reageren. In Seneca’s woorden: ‘gelukkig is hij die tevreden is met zijn huidige lot, hoe dat ook mag zijn, en die positief staat tegenover de omstandigheden waarin hij verkeert; gelukkig is hij wiens rede hem zijn persoonlijke situatie doet accepteren.’
Moeilijk? Ja, dat is het zeker. Maar de beloning is daar dan ook naar. De weg naar geluk, aldus Seneca, is vol hobbels en obstakels, en meer dan eens zul je verleid worden om van het pad af te wijken. Wees dus voorbereid en vooral, wees fier: ‘Alles wat we moeten ondergaan, omdat de wereld nu eenmaal zo in elkaar zit, moeten we fier op ons nemen; dit is de krijgseed die ons afgenomen is: onze sterfelijkheid te aanvaarden en ons niet te laten verwarren door wat we onmogelijk kunnen vermijden.’
*De fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s dialogen, zoals vertaald door T.H. Janssen in de bundel ‘Gelukkig leven.’

Lees hier meer blogposts over Seneca!
#1 Bepaal je doel

Bronzen beeld van Seneca, Archeologisch Museum Napels.
Iedereen wil gelukkig leven, maar nog altijd schijnt niemand het geheime recept te hebben voor hoe je een gelukkig leven leidt. Er zijn desalniettemin heel veel mensen die het hebben geprobeerd, die een poging hebben gedaan om het recept te achterhalen, het te omschrijven, ingrediënt voor ingrediënt te noteren in een eindeloze zoektocht naar precies de juiste verhoudingen. Deze mensen vangen we meestal samen onder te verzamelterm ‘filosofen’ (hoewel niet alle filosofen zich in detail hebben bezig gehouden met ‘gelukkig leven’).
“Juist onze snelheid die maakt dat wij steeds verder van huis raken.”
Lucius Anneaus Seneca, geboren in het jaar 4 voor Christus in het plaatsje Corduba (het huidige Córdoba), schrijver/filosoof en politicus, hield zich met bijna niets anders bezig. Hij liet een enorm corpus aan ethische essays na waarin hij zijn recept voor een gelukkig leven, ingrediënt voor ingrediënt, prijsgeeft. Natuurlijk is er wat voor te zeggen dat het allemaal gedateerd is, en zeker niet alles wat hij zegt en beweert is goed of nastrevenswaardig te noemen. Maar soms moet je tussen de regels door lezen om naar boven te halen wat tijd-, situatie- en contextgebonden is in een betoog, en wat van een meer universele waarde.
Deze week neemt Seneca je op Orpheus kijkt om bij de hand en wijst je in vijf stappen de weg naar een gelukkig leven. Want bij mensen geldt, zo vertelt Seneca, ‘(…) als het erop aankomt scherp te onderscheiden wat nu precies het leven gelukkig maakt, tasten ze in het duister. En het bereiken van het beoogde doel, een gelukkig leven, is zo’n moeilijke opgave, dat naarmate iemand het driftiger najaagt hij steeds verder uit koers raakt en steeds meer uit de buurt ervan komt als hij eenmaal de weg kwijt is; en wanneer die weg de andere kant uitgaat, is het juist onze snelheid die maakt dat wij steeds verder van huis raken.’* Maar hoe begeven we ons dan op de goede weg?
De allereerste stap in het proces is: bepaal je doel.
‘We moeten ons dus in de eerste plaats goed realiseren wat ons doel is,’ zegt Seneca. Wees doelgericht of, zoals Stephen Covey het zegt, ‘Begin met het einde voor ogen.’ Bepaal wat er voor jou echt toe doet en laat dat de leidraad zijn voor de richting die je opgaat. Hoe dan?, vraag je je misschien nog steeds af. Seneca is eerst en vooral duidelijk in wat je in elk geval geen geluk gaat opleveren: achter de meute aanlopen.
‘Zolang als we evenwel doelloos alle kanten opgaan en niet achter een gids aanlopen, maar achter het gebrul en het verwarde geschreeuw van de mensen die ons naar verschillende richtingen roepen, verslijten we ons korte leven op doolwegen. (….) Het belangrijkste wat ons dus te doen staat is niet als schapen de kudde te volgen van wie voor ons lopen, zodat we niet voortgaan in de richting die wij moeten gaan, maar die men gaat. (…) Laten we zoeken wat het beste is om te doen en niet wat het meest gebruikelijke is, wat ons in het bezit stelt van eeuwig geluk en niet waar de massa haar zegen aan gegeven heeft – want de massa kan je allerminst duidelijk maken wat waar is.’
Doen wat gebruikelijk is, maakt dat je je standaard aanpast aan een gemiddelde. En we waren nu juist niet op zoek naar het gemiddelde, we wilden het recept voor een waarlijk gelukkig leven.
“Als de richting goed is, komen we er onderweg wel achter hoeveel we per dag opschieten.”
Het bepalen van je einddoel, van wat er wel en niet toe doet en waar je naar wilt streven, is alles behalve gemakkelijk. Covey, die ik hierboven al even aanhaalde, geeft in zijn boek De Zeven Eigenschappen van Effectief Leiderschap, de ultieme ‘truc’ om je prioriteiten en doelen op een rijtje te krijgen. Hij laat je even de ogen sluiten om je een levensechte voorstelling te maken van een begrafenis. Jouw begrafenis. Als door een wonder kun je erbij zijn, kun je de mensen die zijn op komen dagen zien en vooral horen. Wat zou je willen dat er over je gezegd wordt? Zet dat onder elkaar en voilá; je hebt een lijst die de leidraad kan zijn voor je hele leven.
Terug naar Seneca. Als je dan eenmaal je doel, je richting hebt bepaald, dan is het volgens de Stoïsche filosoof vooral zaak om niet meer van je pad te wijken en steeds de kortste weg te kiezen.
‘Verder moeten we goed overdenken langs welke weg we daar het snelste kunnen komen – als de richting goed is, komen we er onderweg wel achter hoeveel we per dag opschieten, en hoeveel dichter we bij het doel zijn waar ons natuurlijk verlangen ons naar toe drijft.’
Dat is misschien nog het fijnste van je doel bepaald hebben; vanaf dan kun je onderweg zijn. ‘Give more attention to the doing, than to the result that you want to achieve through it,’ om nog maar eens een geluksgoeroe aan te halen (Eckhart Tolle, The Power of Now). En zo schiet je elke dag een beetje op.
*De fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s dialogen, zoals vertaald door T.H. Janssen in de bundel ‘Gelukkig leven.’

Lees hier meer blogposts over Seneca!
Vandaag precies 1947 jaar geleden, op 12 april van het jaar 65, stierf de Romeinse filosoof Lucius Annaeus Seneca een moedige dood – zo wil althans de overlevering: zonder angst ontnam hij zichzelf, op bevel van keizer Nero, op stoïcijnse wijze van het leven.
Vandaag daarom, in zijn herinnering, een paar leestips voor op reis van Seneca, die qua thema en houdbaarheid de eeuwen die tussen hem en ons liggen gemakkelijk overbruggen. Hij schreef ze in een briefwisseling met de jonge Lucilius, die in Seneca een filosofisch mentor en leermeester vond.

Foto: © Mo Riza
1. Blijf bij jezelf
Hoeveel je ook rondreist, het is belangrijk om overal zo dicht mogelijk bij jezelf te blijven: ‘je rent niet van hot naar haar en maakt je niet druk om zwerftochten. Dat soort ongedurigheid is iets van een warrig karakter: ik ben van mening dat het voornaamste kenmerk van een evenwichtige geest bestaat in de kunst om op één plaats en bij je zelf te blijven.’*
2. Kies voor iets blijvends
Op reis heb je veel tijd om te lezen. Maar let op: het is belangrijk dat je bewust kiest wát je precies leest: ‘Pas hier wel voor op, dat die lectuur van vele schrijvers en van werken van allerlei soort ook iets zwervends en ongedurigs heeft. Je moet kiezen voor vaste auteurs, daarbij blijven en je daarmee voeden als je er iets aan wilt ontlenen wat zich blijvend een plaats in je geest vindt. Nergens is diegene die overal is.’
3. Wees selectief
Neem je niet voor om zoveel mogelijk boeken te lezen. Veel beter is het om voldoende mee te nemen; zoveel als je kunt lezen dus. ‘Voedsel dat meteen na het eten weer wordt uitgekotst heeft niets te bieden en voegt niets aan je lichaam toe. Een overvloed aan boeken leidt slechts tot verstrooiing; daarom, omdat je ze toch niet allemaal kunt lezen die je hebt, is het voldoende om er zoveel te hebben als je kunt lezen.’
4. Maak wat je leest je eigen
‘Maar, hoor ik je zeggen, ik wil nu eens dit boek opslaan, dan weer dat. Het is typisch voor een bedorven maag om aan alles te proeven; en wanneer dat uiteenlopend en verschillend is, verpest het maar voedt het niet. (…) Dit doe ik zelf ook; uit het vele dat ik gelezen heb maak ik me iets eigen. Die van vandaag is deze (…): een eerzaam bezit is de vreugdevolle armoede.’
5. Koester wat je hebt, verlang niet naar meer
Neem dus genoegen, in wat je leest maar ook in het leven in het algemeen, met wat je hebt en wat voldoende is: ‘Niet wie te weinig heeft is arm, maar wie naar meer verlangt. Wat doet het er namelijk toe hoeveel er in zijn kluis, hoeveel er in zijn voorraadschuren ligt, hoeveel vee hij heeft of hoeveel debiteuren, als hij een bedreiging vormt voor andermans bezit, als hij geen verworven bezittingen natelt maar bezittingen die hij nog moet verwerven? ‘Wat is de juiste grens van rijkdom’, vraag je ? De eerste is : hebben wat noodzakelijk is; de volgende: wat genoeg is.’
*Vertalingen: Ben Bijnsdorp
Naïviteit kan, zeker op een dag als 1 april, gevaarlijk zijn. Omdat je toch nooit kan weten wat er gaat gebeuren, moet je volgens de Stoïsche filosoof Seneca altijd ergens op rekenen. Hoe doe je dat? Door niet alleen vandaag maar elke ochtend weer de dag te beginnen met een moment stil te staan bij de narigheden waarmee het lot je allemaal zou kúnnen treffen.

Buste van Seneca (© Wikipedia)
Seneca schreef dit als advies aan de rijkeluisdochter Marcia, die haar zoon had verloren. Het werk behoort tot de zogenaamde troostschriften van de filosoof: essays over ethische en filosofische onderwerpen, verpakt in de vorm van een persoonlijke brief.
Seneca’s boodschap aan Marcia luidde als volgt: als je te lang in de goede gunst van Fortuna hebt geleefd, loop je het risico niet meer voorbereid te zijn op het ergste. Dat is precies wat haar overkwam toen gebeurde wat zij nooit voor mogelijk had gehouden: ze verloor haar zoon. Volgens Seneca nam ze dus teveel voor lief dat hij er altijd zou zijn, dat het lot hem niet kon treffen. Maar dat is slechts je kop in het zand steken. Denk niet: dat overkomt mij niet. Of, zoals Seneca het in mooiere woorden weet uit te drukken:
‘Imagine that you are mounting without sufficient armour to assault some city wall (…), expect a wound, and suppose that all those stones, arrows, and darts which fill the upper air are aimed at your body: whenever anyone falls at your side or behind your back, exclaim, ‘Fortune, you will not outwit me, or catch me confident and heedless: I know what you are preparing to do: you have struck down another, but you aimed at me.’
Garanties zijn er niet in het leven. Alles wat een mens in theorie kan overkomen, kan jou morgen of vandaag, over een uur overkomen. Pessimistisch? Goed voorbereid, zou Seneca zeggen. Niemand kan met zekerheid zeggen dat hij het zelfs maar tot etenstijd zal halen, wij zijn immers uiteindelijk, aan het einde van de dag, allemaal stervelingen:
‘You were born a mortal, and you have given birth to mortals: yourself a weak and fragile body, liable to all diseases, can you have hoped to produce anything strong and lasting from such unstable materials? Your son has died: in other words he has reached that goal towards which those whom you regard as more fortunate than your offspring are still hastening.’
De beroemde les die de dichter Horatius uit die treurige toestand van onzekerheid trok, carpe diem, kwam niet in Seneca’s woordenboek voor. Onachtzaamheid was in zijn ogen juist Fortuna’s machtigste wapen:
‘Do you not know with what storms Fortune unsettles everything? How she proves kind and compliant to none save to those who have the fewest possible dealings with her?’
Gelukkig geeft Seneca ook een praktische aanbeveling, een handleiding om dit zware lot als mens te kunnen dragen. Het advies: begin de dag met een praemeditatio. Oftewel, sta iedere dag heel even stil bij al het fysieke en geestelijke leed dat jou of je naasten zou kunnen overkomen. Of we die raad nu daadwerkelijk op moeten volgen weet ik niet, maar vandaag kan het in elk geval geen kwaad.
De fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s De Consolatione ad Marciam, vertaling © Aubrey Stewart.
Om vrienden te maken en op te zoeken heb je tegenwoordig alleen nog wifi nodig. Ik – geboren in de jaren ’80 – heb nog een vage herinnering aan hoe vriendschap er in het predigitale tijdperk uitzag; even langsgaan om te kijken of iemand thuis was, en als dat zo was samen ‘iets’ gaan doen. Naar het winkelcentrum, de hond uitlaten om stiekem samen een sigaretje gaan roken; ‘iets’ doen was eigenlijk een ruim begrip en ‘niets doen’ was ook vaak al iets. We hadden geen behoefte om de tijd die we samen doorbrachten te vullen met het elkaar laten zien van foto’s van wat je die ochtend gegeten had, of het verzuchten van kreten over wat je die avond nu eens zou gaan doen (gevolgd door een foto van de bank en de sushi die het uiteindelijk toch maar zijn geworden). Toch maak ook ik me er bij het gros van mijn vrienden op hun verjaardag makkelijk vanaf met een prikbordfelicitatie en klik ik vaker op ‘vind ik leuk’ dan dat ik mensen bel.
Facebook heeft niet alleen ons internetgedrag veranderd, ze hebben het woord vriend(schap) een nieuwe definitie gegeven. Taal is een krachtig medium, en Mark Zuckerberg heeft er niet voor niets voor gekozen om de terminologie van zijn uit de hand gelopen online jaarboek naadloos te laten aansluiten met die van vrienden en vriendschap. Voor de generatie die nu opgroeit is de kans groot dat ze eerder in aanraking komen met het internet (en dus met Facebook) dan met real life vriendschap, en dat ze, wanneer ze hun waardering voor iemand willen uiten, niets anders kunnen verzinnen dan te klikken op de ‘vind ik leuk’-knop.
Tijd om, in CDA-termen, te ‘herbronnen’. Over vriendschap wordt al geschreven zolang er geschreven wordt. Seneca schreef zijn pupil Lucilius er in de eerste eeuw van onze jaartelling een uitgebreide brief over. Hoewel een mens diep van binnen aan zichzelf genoeg heeft, ‘heeft hij toch vrienden nodig; die wil hij zo veel mogelijk hebben maar niet om gelukkig te kunnen leven; hij zal immers ook zonder vrienden gelukkig leven’.

Plato, Seneca en Aristoteles. Illustratie uit een middeleeuws manuscript (© Wikipedia).
Toen ik die zinnen las probeerde ik het volgende: herlees de zin en vervang het woorden ‘vrienden’ door ‘Facebookvrienden’. Dan staat er pas echt een waarheid als een koe, kwam als eerste in me op. Seneca bedoelde alleen iets anders, namelijk dat je prima zonder vrienden kunt (je valt niet dood neer als ze er niet zijn), maar dat een mens een leven zonder vrienden in principe niet verkiest. ‘Als ziekte of de vijand hem van een hand beroofd heeft, als een gebeurtenis hem een oog of beide ogen heeft afgenomen, dan zal de rest hem nog voldoende zijn en hij zal over zijn gehavende en gemutileerde lichaam even tevreden zijn als hij over het ongeschondene was; maar hoewel hij niet mist wat hem ontbreekt, hij geeft toch niet de voorkeur aan het gebrek.’
Seneca verklaart verderop, volkomen onbedoeld, het weergaloze succes van het grote online vriendenboek: ‘als je bemind wilt worden, begin dan met zelf te beminnen. Niet alleen levert het onderhouden van een al lang bestaande en vertrouwde vriendschap een groot genoegen op maar ook het beginnen en de verwerving van een nieuwe.’ De kern van Facebook in een notendop: iedereen wil bemind worden.
Wat is dan het grote verschil met ‘echte’ vriendschap? Volgens Seneca is de definitie van vriendschap uiteindelijk niet delen (Facebook), maar geven. Voldoening en vriendschap gaan hand in hand als je een vriend hebt, niet ‘om iemand te hebben die bij zijn ziekbed kan komen zitten of hem te hulp kan komen als hij in hechtenis genomen is of geld nodig heeft, maar om iemand te hebben aan wiens ziekbed hij zelf kan zitten, die hij, als hij in vijandelijke gevangenschap is opgesloten kan bevrijden. Wie zichzelf in het oog houdt en daarom vriendschap aanknoopt heeft het slecht voor.’
‘Dit zijn de vriendschappen die de volksmond ‘tijdelijk’ noemt’, zegt Seneca. Dit zijn ook de vriendschappen die de volksmond nu ‘Facebookvrienden’ noemt. ‘Daarom omringt een drom van vrienden degenen die het goed gaat’. Ook in deze zin moet je maar eens het woord ‘Facebook’ voor het woord ‘vrienden’ plakken.
Facebook is denk ik toch nog een heel lang leven beschoren. ‘Tot vriendschap brengt hem geen enkele behoefte van hemzelf maar een natuurlijke aanzet; want zoals de aantrekkingskracht van andere zaken ons is aangeboren, zo ook die van vriendschap.’ Zuckerbergs wereld biedt veel nieuwe mogelijkheden, maar blijft niet meer dan een schijnwerkelijkheid (wie de film The social network heeft gezien begrijpt waarom juist die verlegen en sociaal onhandige jongen behoefte had om zo’n wereld te scheppen). ‘Niet is hij gelukkig die zich niet als zodanig beschouwt. Wat doet het er immers toe in welke omstandigheden je verkeert als jij die als slecht beschouwt.’ Achter een glamourfacebookleven kan zomaar een heel eenzaam bestaan schuilgaan.
Toch gloort er hoop in Seneca’s brief. Wie zich volledig afhankelijk maakt van de schijnwereld van Facebook en slaafs zijn vriendschappen slechts daar onderhoudt, zal uiteindelijk het grote goed van de innerlijke voldoening niet toekomen:
‘Wat nu als zo’n type die zich op schandelijke wijze verrijkt heeft zich gelukkig zal prijzen en zo iemand die weliswaar heer is over velen maar slaaf van nog meer, zal die dan volgens eigen mening gelukkig worden? Niet wat hij zegt maar wat hij vindt doet ter zake, en dan nog niet wat hij op één dag vindt, maar constant. Wees maar niet bang dat een zo groot goed bij een onwaardige terecht komt: slechts de wijze is tevreden over het zijne; elke dwaas tobt uit afkeer van zichzelf.’
De fragmenten zijn afkomstig uit:
Seneca, Epistula IX
Vertaling Ben Bijnsdorp
Als het valt, beheerst het heel Nederland: sneeuw. De treinen rijden naar goede traditie niet of de verkeerde kant op en iedereen klaagt steen en been tegen partner, collega en wildvreemde dat het ‘zo koud!’ is. Het heeft iets verbroederends als wij (mensen) ‘getroffen’ worden door de elementen. Sneeuw en ijzel gaan achteloos op snel- en spoorweg liggen en daar zitten we dan, met al onze technologie en vooruitgang. Vast.
Is dit erg? Om een filosofisch antwoord op een niet-filosofische vraag te geven, laat ik graag een oude Romein aan het woord. Hij was de opvoeder van keizer Nero en wijdde zich in het dagelijks leven aan de Stoïsche filosofie: Lucius Annaeus Seneca (1e eeuw na Christus). De principes van die filosofie, die de eeuwen heeft overleefd in ons woord ‘stoïcijns’, zette hij uiteen in een serie moralistische schrijfsels aan een goede vriend, bekend onder de naam Brieven aan Lucilius.
Goed nieuws in koude dagen: volgens Seneca hoeven we ons geen enkele zorgen te maken. Thuisblijven is niet alleen goed, het is nastrevenswaardig. Blijf liever thuis dan dat je erop uittrekt, op zoek naar wat-dan-ook. Je neemt ten slotte jezelf overal mee.
Thuisblijven is de goede weg, vindt Seneca. Want waar zou je naar toe moeten? Naar het forum, het bruisende centrum van de stad?
‘(…) als het mogelijk is daar zelf over te beslissen, zal ik ook de aanblik en de nabijheid van het forum ver ontvluchten. Want zoals ongezonde streken zelfs de meest robuuste gezondheid op de proef stellen, zo zijn er ook voor een geest die op de goede weg is, maar nog niet aan het einde daarvan en die nog bezig is gezond te worden, bepaalde milieus die weinig heilzaam zijn.
Ik ben het niet eens met hen, die zich midden in de golven begeven en uit voorliefde voor een stormachtig leven elke dag met grote moed de strijd tegen allerlei moeilijkheden aanbinden. De wijze zal al die dingen verdragen, maar ze niet zelf kiezen, en hij zal liever in vrede dan in strijd willen leven. Het is van weinig nut de eigen problemen overwonnen te hebben, als je moet worstelen met die van een ander.’
De kern van de zaak is prioriteiten stellen, aldus de Stoïsche filosoof. Want,
‘Als je ziek was, zou je tijdelijk minder zorg besteden aan je bezit, je bezigheden op het forum zouden weggevallen zijn en je zou niemand zo belangrijk vinden dat je, door hem om hulp gevraagd, tijdens een korte opleving naar het forum zou gaan: je zou er met hart en ziel naar streven je zo snel mogelijk van je ziekte te bevrijden.’
Thuisblijven is zelfs nastrevenswaardig:
‘Ruim alle hindernissen op en maak je vrij voor een goede mentaliteit: geen druk bezet mens kan die bereiken. De filosofie oefent op haar eigen manier een heerschappij uit; zij geeft tijd, maar ontvangt die niet. Zij is geen bijzaak, maar hoofdzaak, zij is meesteres en zij wil dat je aanwezig bent. (…) Richt je geest volledig op haar, houd je met haar bezig, vereer haar. Er zal een geweldige afstand ontstaan tussen jou en andere mensen; je zult veel verder komen dan alle stervelingen en de goden zullen niet veel verder zijn dan jij. Vraag je wat nog het verschil zal zijn tussen jou en hen? Zij zullen er langer zijn. Maar het is waarachtig toch een eigenschap van een groot kunstenaar een omvattend geheel te vangen binnen een klein bestek. De wijze heeft over zijn eigen tijd van leven niet minder beschikking als de god over alle tijd van leven.’
‘Vast’ zitten is dus zo gek nog niet. Altijd maar ergens naar toe willen, dat zal je volgens Seneca uiteindelijk nergens brengen.
‘Je moet van mentaliteit veranderen, niet van klimaat. Al steek je de eindeloze zee over, al ‘wijken’, zoals onze Vergilius zegt, ‘landen en steden achter je’, je problemen zullen met je mee gaan waar je ook heen gaat.’
Blijf dus vooral lekker thuis, met jezelf, en geef je over aan de ‘meesteres’ die ‘wil dat je aanwezig bent’. Beschikking over je eigen tijd van leven is de beloning, zegt Seneca tegen ons. En aan alleen al die gedachte kun je je op zijn minst warmen in koude dagen.
De tekstfragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s Brieven aan Lucilius, zoals verzameld en vertaald in Klassiek Toerisme. Reizen met Odysseus, Aeneas en Hannibal, samengesteld en ingeleid door Harm-Jan van Dam en Hans Smolenaars (Uitgeverij Maarten Muntinga bv).