
Ovidius door Luca Signorelli (1499-1502)
Wist je dat… er in het Romeinse kalenderjaar geen ‘vaste’ vrije dagen waren, zoals bij ons bijvoorbeeld de zondag? En dat de beroemde dichter Ovidius een poëtische bewerking maakte van de ‘feestkalender’ (fasti) van Rome?
Een hoop middelbare scholieren zullen er binnenkort alles over weten: het eindexamen Latijn van 2014 schrijft namelijk tien verhalen voor uit de Metamorfosen en Fasti van Ovidius.
VERTELTALENT
In Ovidius’ beroemde werk Metamorfosen wordt het verhaal van de schepping en geschiedenis van de wereld verteld aan de hand van de Griekse en Romeinse mythologie. De verhalen gaan over hoogmoed, liefde en wraak van stervelingen en goden en worden op ingenieuze wijze aan elkaar geweven, waarbij telkens een gedaantewisseling de overgang naar een nieuwe mythe inluidt. De combinatie van het aangeboren verteltalent van de dichter en de schat aan mythisch verhalengoed waar hij uit kon putten maken dit tot een van de meest tot de verbeelding sprekende boeken uit de oudheid.
OVIDIUS’ FEESTKALENDER
Na zijn poëtische vertelling over de gedaantewisselingen begon Ovidius met een dichtwerk van een geheel ander karakter, de Fasti ofwel ‘Feestkalender’. In twaalf boeken wilde hij alle feesten van het Romeinse kalenderjaar behandelen. Een dichterlijke bewerking van de feesten zou bij de keizer in goede aarde vallen. De herziening van de kalender waarmee Julius Caesar een begin had gemaakt, was door Augustus voltooid. Bovendien maakten de door hem uitgevoerde religieuze hervormingen het onderwerp actueel.
Maar Ovidius was ambitieus: hij wenste niet alleen alle Romeinse feesten, maar ook hun ontstaansgeschiedenis beschrijven. De Fasti is daarmee een zogenaamd aetiologisch gedicht geworden (aition = oorzaak, reden, aanleiding) en staat in de traditie van het didactisch epos dat in de hellenistische tijd populair was. Een belangrijke inspiratiebron voor de Fasti was de Aitia (‘Oorzaken’) van Callimachus, een geleerde dichter die leefde in de 3de eeuw v.Chr.

Fasti, gevonden in de 16de eeuw op het Forum Romanum. Te zien/lezen zijn lijsten van consuls (483-19 v.Chr.) en van triomfatoren (753-19 v.Chr). Deze fasti bevinden zich nu in de Capitolijnse Musea (Palazzo dei Conservatori) in Rome. De Romeinse kalender kende geen vaste vrije dagen, zoals bijvoorbeeld onze zondag. In plaats hiervan was er een groot aantal feesten waarop het openbare leven deels stil lag. De naam Fasti is een afkorting van Dies Fasti, dagen waarop de pretor mocht ‘spreken’ (fari), dat wil zeggen dagen waarop hij recht mocht spreken. Op de Dies Nefasti mochten geen rechtszaken plaatsvinden en ook geen politieke vergaderingen worden gehouden. Deze dagen zijn te vergelijken met onze zon- en feestdagen, alleen zijn ze erg ongelijk over het Romeinse jaar verdeeld.
LENTE IN ROME
Zo waren de Cerealia, een oud feest dat in Rome in de lente (12-19 april) werd gevierd ter ere van de landbouwgodin Ceres, voor Ovidius aanleiding om een bekende Griekse mythe te beschrijven (Fasti IV 417-620): de roof van Persephone.

Henry Siddons Mowbray, The Marriage of Persephone (1895)
‘Nu wil ik van de roof Ceres’ dochter spreken.
Ik voeg maar weinig toe aan een bekend verhaal…
Sicilië heeft een tweede naam: Trinácris, Driekaap:
drie steile hoeken steken uit in volle zee,
woonoord van Ceres dat haar lief is. Zij bezit er
menige burcht, het vruchtbare Enna is er een.
De godenmoeders zijn bijeen voor een hemels feestmaal
bij Arthusa’s koele bron. De blonde Ceres
dus ook. Haar kind is met haar eigen groep vriendinnen
blootsvoets gaan spelen in het groene land rondom.
Daar, in de schaduw van het dal, klinkt het gespetter
van een van-hoog-neerdruppelende waterval;
talrijke bloemen kleuren er het veld, je telt er
evenveel tinten als de aarde tinten telt.
Wanneer Persephone dat ziet, roept ze: ‘Hier kunnen
we bloemen plukken! Kom maar! Hier staan armenvol!’
Een onberaden doel, maar het vermaakt de meisjes,
bukken valt hun niet zwaar, moeheid wordt niet gevoeld;
de een verzamelt bloemen in een rieten mandje,
de ander in haar schoot of in de plooien van
haar kleed. Goudsbloemen zoeken ze, of bosviooltjes,
met nagels breken ze papaverknoppen los,
sommigen plukken duizendschoon of hyacinten
of tijm of zoete klaver, heel veel rozen ook,
veel bloemen zonder naam. Zij zelf, Persephone,
kiest lelies uit en crocussen, blankwit en geel.
Maar in haar ijver is zij verder afgedwaald,
geen van haar dienaressen is nog in de buurt,
dat hoeft Pluto maar te zien of, kijk, hij stuurt er
zijn donkere wagen heen en rooft haar naar zijn rijk.
Zij roept nog om haar moeder: ‘Moeder! Lieve moeder,
help me!’ Ze rukt haar kleren stuk, maar reeds ligt daar
de weg naar Hades open, Plutos paarden kunnen
het aardse zonlicht ook niet langer meer verdragen.’
(Fasti IV, 417-450, vertaling M. d’Hane-Scheltema)
VERDER LEZEN
De vertaling uit de Fasti en delen van bovenstaande tekst zijn afkomstig uit Hoogmoed, liefde en wraak. Verhalen uit de metamophoses en fasti van Ovidius; een volledige uitwerking van de syllabus voor het eindexamen Latijn in het jaar 2014. Deze schrijft tien verhalen voor uit de Metamorphoses en Fasti van Ovidius. Speciaal voor deze bundel maakte M. d’Hane-Scheltema een vertaling van het Proserpinaverhaal uit de Fasti.
Hoogmoed, liefde en wraak / deel Leerlingenboek
verhalen uit de metamophoses en fasti van Ovidius
Elly Jans & Charles Hupperts
Eisma Edumedia
ISBN 9789087717025
€ 20
In het leerlingenboek zijn de volgende onderdelen terug te vinden:
-de voorgeschreven Latijnse en vertaalde teksten;
-een uitgebreide annotatie van de Latijnse teksten. De woorden die niet zijn opgegeven staan in de alfabetische woordenlijst achterin het boek;
-veel vragen en opdrachten bij de Latijnse teksten, teksten in vertaling en informatieve teksten;
-opdrachten in het kader van het vergelijken van de Latijnse tekst met bestaande vertalingen en een toelichting voorin het boek;
-een inleiding over Ovidius’ leven en werken;
-een inleiding over de politieke situatie en het intellectuele en religieuze klimaat van de tijd waarin Ovidius leefde;
-een inleiding over het Griekse en Latijnse epos;
-een inleiding over het voortleven van Ovidius in later tijd;
- onthoudblokken met belangrijke grammaticale onderwerpen;
-onthoudblokken met bekend veronderstelde taalkenmerken van Ovidius;
-een stappenplan en aanbevelingen voor het vertalen;
-een overzicht van de CEVO-stijlmiddelen met voorbeelden uit het pensum;
-een toelichting op de metriek;
-tien proefvertalingen;
-de tekst van de syllabus.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.
‘Alles verandert, niets vergaat’ (omnia mutantur, nihil interit), schreef de Romeinse dichter Ovidius. Hij werkte deze filosofie uit in een enorme verzameling van verhalen over gedaantewisselingen. Alles verandert steeds weer in iets anders, zodat er uiteindelijk op deze wereld nooit iets verloren gaat.
Je zou hierin iets van het filosofische gedachtegoed van de oude Parmenides van Elea (ca. 515-450 v.Chr.) kunnen herkennen, die meende dat er in deze wereld helemaal geen sprake kan zijn van ‘zijn’ en ‘niet zijn’; dat wat is, kan namelijk nooit verschillen van datgene (‘iets anders’) wat (‘ook’) is. Er is geen veelheid aan verschijnselen, zoals wij mensen menen waar te nemen, er zijn slechts verschijnselen die veranderen en in elkaar overgaan.
Meer dan tweeduizend jaar later worstelen filosofen nog altijd met de vergankelijkheid der dingen. Bijvoorbeeld de hedendaagse Italiaanse kunstenaars Giampaolo Bertozzi en Stefano Dal Monte Casoni. In hun beelden komen filosofische, kritische onderwerpen tot uitdrukking die over leven en dood gaan, over de voorbijgaande aard van alles. Meer dan eens resulteert dat bij de twee mannen in het ontleden van het afval van onze hedendaagse maatschappij. Het resulteert bij Bertozzi & Casoni altijd in barokke en overdadige composities, rijk aan details, symbolen en betekenissen. Want, zo zeggen ze: ‘Vandaag de dag moet een kunstenaar zich enkel nog wijden aan complexe dingen, objecten of thema’s.
Wie nieuwsgierig is geworden moet zich haasten naar het Haagse Museum Beelden aan Zee. Daar kun je het werk van de twee Italiaanse kunstenaar/filosofen nog tot en met 19 mei bewonderen in de tentoonstelling Bertozzi & Casoni. Timeless.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.
DE TENTOONSTELLING BEZOEKEN
Bertozzi & Casoni. Timeless.
T/m 19/05/2013
Museum Beelden aan Zee
Harteveltstraat 1, 2586 EL Den Haag
Toegang
Volwassenen: € 12
Kinderen 13-18: € 6
Museumkaart, Vereniging Rembrandt, Kinderen < 13: gratis
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag
11.00-17.00 uur
EXTRA: OVER BERTOZZI & CASONI


In 2004 werden Bertozzi & Casoni uitgenodigd om te exposeren in het Tate in Liverpool en in 2005 op de XIV Quadriennale in Rome. In 2007 exposeren ze in Cà Pesaro, het Internationale Museum voor Hedendaagse Kunst te Venetië, in 2008 in het Castello Sforzesco in Milaan, in 2009 in het Italiaanse paviljoen op de Biënnale van Venetië, in 2010 in de AVA Gallery in London, de Sperone Westwater Gallery in New York, de Galleria Sperone in Sent en de Fondazione Arnaldo Pomodoro in Milaan. In 2011 exposeren ze in het Musée des Beaux Arts in Ajaccio, in het Italiaanse paviljoen op de Biënnale van Venetië, in de FaMa Gallery in Verona en in La Maison Rouge in Parijs. In 2012 zijn er de tentoonstellingen in New York in de Sperone Westwater Gallery, in Londen bij Robilant + Voena, in Milaan in het Castello Sforzesco en in Lugano bij Sperone Westwater; in de All Visual Art Gallery te Londen presenteren ze de persoonlijke tentoonstelling “Regeneration”.
Gisteren schreef ik over de literaire kringen waarin Ovidius zich begaf. Vandaag blijven we nog even binnen diezelfde kringen van de Romeinse liefdesdichter.
In Ovidius’ meest beroemde werk Metamorfosen wordt het verhaal van de schepping en geschiedenis van de wereld verteld aan de hand van de Griekse en Romeinse mythologie. De combinatie van het aangeboren verteltalent van de dichter en de schat aan mythisch verhalengoed waar hij uit kon putten maken dit tot een van de meest tot de verbeelding sprekende boeken uit de oudheid.
Alle verhalen worden op ingenieuze wijze aan elkaar vast geweven, waarbij telkens een gedaantewisseling de overgang naar een nieuwe mythe inluidt. Zo veranderlijk als de wezens die Ovidius bezingt, blijken ook de uiteenlopende boekomslagen waarmee die verhalen vol metamorfosen in de loop der jaren werden omhuld. Omdat boekcovers zo hun eigen charme hebben, krijgen vandaag 10 mooie covers van Ovidius’ meesterwerk een ereplaats.

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

10.

1 van de gevonden beelden. Foto: La Repubblica
ZEVEN SCHONE BEELDEN
Onlangs werden nabij Rome zeven prachtige beelden gevonden uit de tijd van keizer Augustus (31 v.Chr. – 14 n.Chr.), elk zeker 2 meter hoog. Direct was duidelijk dat de sculpturen een verbeelding waren van de mythe van Niobe. De beelden stonden rondom het openlucht zwembad in de villa van een zekere Marcus Valerius Messala Corvinus (64 v.Chr. – ca. 13 n.Chr.).
Messala was een voorname, rijke Romein die zich in zijn jonge jaren nog wel met politiek bezighield, maar later vooral in culturele kringen verkeerde. Hij verzamelde allerlei schrijftalenten om zich heen, waaronder zich ook de jonge dichter Ovidius bevond. Diezelfde dichter, regelmatige gast in de villa van Messala, die de mythische beeldengroep misschien met eigen ogen gezien heeft, zou jaren later de Metamorphosen schrijven.
Het verhaal van Niobe is veel minder bekend dan de meeste mythen die Ovidius zo speels en kunstig beschrijft in dat wereldberoemd geworden boek.
HOOGMOED EN DE VAL
‘Is het niet dwaas om goden die je slechts bij name kent te stellen boven wie te zien is?’
Niobe, de dochter van de Lydische koning Tantalus, was een trotse vrouw. ‘Zij had veel reden trots te zijn: de lierkunst van haar man, hun beider afkomst en hun wijde macht – dat alles deed haar veel deugd, maar toch nog altijd minder deugd dan zij ontleende aan haar eigen kindertal. Zij zou de rijkste aller moeders genoemd zijn.’
Wanneer de vrome vrouwen in het dorp van Niobe besluiten de godin Latona te eren, komt de hooghartige Niobe, als altijd opvallend gekleed, aangelopen. Dansende gouden lokken, een indrukwekkende schoonheid, spreekt ze desalniettemin bittere woorden: ‘Is het niet dwaas om goden die je slechts bij name kent te stellen boven wie te zien is? Waarom wel Latona en niet mijn macht bewierookt?’
Een lange rede volgt waarin Niobe eindeloos opsomt waarom haar minstens evenveel – meer! – eer toekomt dan een inferieure godin als Latona. Ze heeft zelfs meer kinderen dan die armzalige godin.

Artemis en Apollo doden Niobes kinderen, Jacques Louis David (1772)
Rookwolken lijken van de Olympus af te komen, zo woedend is Latona wanneer ze het onnozele, arrogante geraaskal van ‘dat mens van Tantalus’. ‘Mij noemt ze kinderloos – iets wat ze zelf mag worden!’ ging Latona verder. Latona had inderdaad ‘maar’ twee kinderen: de machtige goden Artemis en Apollo. ‘Ik vraag me af of ik nog wel godin ben, want ik word, als jullie mij niet helpen, uit mijn eeuwenoude cultus verstoten!’
Natuurlijk kwamen de goddelijke kinderen hun moeder te hulp – een voor een werden de zeven zonen van Niobe getroffen door pijlen, nu eens uit de koker van Artemis, dan weer uit die van Apollo.
‘Geniet maar goed, geniet maar van mijn rouw en stil uw wrede hart ermee!’
Het onheilspellende nieuws drong al snel tot de moeder door. ‘Laaf u dan, Latona, harteloze, aan mijn verdriet! Geniet maar goed, geniet maar van mijn rouw en stil uw wrede hart ermee!’ Toch waagde Niobe het om nog eenmaal overmoedig de godin te tarten: ‘Ik heb in mijn verdriet nog altijd meer dan u in uw triomf,’ ging ze als een waanzinnige tekeer, ‘na zoveel doden blijf ik winnen!’
Niobes dochters, in rouwkleding gehuld, stonden erbij. Uit het niets opduikende pijlen troffen ook de zeven jonge meisjesharten. Niobe stort in van verdriet. Omringd door zoveel dood en verdriet verstard en versteend de eens zo stralend mooie vrouw. Haar bloed kan niet meer stromen, haar lichaam niet meer bewegen: ze is van steen, maar blijft voor altijd wenen.
Vlak bij Rome is een beeldengroep gevonden uit de tijd van keizer Augustus. De vondst werd gedaan in de villa van Marcus Valerius Messala Corvinus, patroon van de bekende Romeinse dichter Ovidius. Lees hier meer over deze bijzondere ontdekking!

December is de maand van bezinning en warme kerstgevoelens. De verwoording van die contemplatie en gedachten vind je niet alleen in de bijbel, maar ook bij een groot aantal (Griekse en Romeinse) schrijvers en filosofen. Alvast ter inspiratie voor de goede voornemens voor 2013 vandaag een aantal mooie, ‘heidense’ kerstgedachten.
















Maximiliaan van Habsburg, die in jaren 1850-1860 een juweeltje van een kasteel liet bouwen in het uiterste noordoosten van Italië, zou helemaal in zijn nopjes geweest zijn als hij wist dat drie meesterwerken van een van de grote renaissanceschilders van Duitsland de wanden sieren van wat eens zijn vertrekken waren.

Kasteel Miramare, Grignano (Triest)
In dat kasteeltje, in het prachtige Museo Storico del Castello di Miramare in de buurt van Triest, is de tentoonstelling Si’ dolce e’ il tormento: l’amore in tre capolavori di Lucas Cranach il Vecchio te zien: 3 meesterwerken van Lucas Cranach de Oude (1472-1553).
Dat de liefde vele gezichten heeft, liet Lucas Cranach de Oude met zijn penseel aan de wereld weten. In de 3 meesterwerken die worden getoond in het Castello di Miramare zien we onder andere een voorstelling van een naakte Venus samen met haar zoontje Cupido, die in al haar bevalligheid de toeschouwer letterlijk tegemoet treedt: een tijdloos en herkenbaar onderwerp, voor zowel toeschouwers uit de tijd van Cranach zelf als voor wie het schilderij nu bewondert. Het tweede meesterwerk toont een iets minder bevallig beeld van de liefde. Op De oude geliefde zien we hoe een jongedame zich gewillig laat verleiden door een oudere man, terwijl zij naar zijn portefeuille grijpt.

Lucas Cranach de Oude, Venus en Cupido (geleend van de Bemberg Stichting in Toulouse)

Lucas Cranach de Oude, De oude geliefde (geleend van de Bemberg Stichting in Toulouse)
Si’ dolce, il tormento
Dat liefde soms letterlijk op een marteling (tormento) kan uitlopen, vertellen het schilderij en het verhaal van Actaeon en de godin Diana. Toen Actaeon eens uit jagen ging met zijn makkers en zijn trouwe ploeg jachthonden, besloot hij in de middag dat ze genoeg hadden gevangen voor de dag:
‘Jongens, ’t is mooi geweest vandaag. Vangnetten, wapentuig, alles is nat van beestenbloed. Wanneer Aurora morgen haar goudgekleurde wagen ment en ons nieuw daglicht brengt, zullen wij doorgaan met de jacht.’
De ongelukkige Actaeon dwaalt nog wat in de hem onbekende bossen rond, totdat hij bij toeval stuit op het gewijde gebied waar Diana, de godin van de jacht, woont. Zonder opzet ziet Actaeon wat hij niet mag zien:
‘En zie: terwijl Diana zich daar baadt en laat bespoelen, dwaalt Cadmus’ kleinzoon, nu de jachtarbeid is stilgelegd, zonder een doel te hebben door het onbekende bos en komt bij die gewijde plek. Zo leidde hem het toeval… Nauw’lijks bevond hij zich binnen de druppende gewelven of al die nimfen – en zij waren naakt! – zagen de man en maakten luid misbaar, het hele bos werd opgeschrikt door hun plots gegil, terwijl zij met z’n allen snel een kring ter dekking rond Diana vormden.’

Lucas Cranach de Oude, Diana en de nimfen verrast door Actaeon (geleend van de Galleria Nazionale di Triest)
Actaeon wordt verscheurd
Diana is meer woedend dan beschaamd en laat meteen haar wrede straf voltrekken: Actaeon wordt in een hert veranderd:
‘Nu mag je rondvertellen dat je mij geheel ontkleed gezien hebt, als je nog vertellen kunt!’ – Zij dreigt niet verder, maar siert zijn natte voorhoofd met een levensgroot gewei, geeft hem een hertennek en maakt de ooruiteinden puntig, vormt hoeven van zijn handen, slanke poten van wat eerst zijn armen waren en omkleedt hem met een vacht vol spikkels.’
Het tragische lot van Actaeon (‘zijn hart en ziel zijn nog als vroeger’) wordt nog tragischer als hij, in de gedaante van hert, op zijn vroegere jachtmakkers en zijn trouwe honden stuit:
‘Zij dringen om hem heen, een en al bek rukt aan dat lichaam dat van hun meester is, in de vermomming van een hert. Pas toen zijn levensgeest uit al die wonden was verdwenen, bekoelde ook de wrok van jageres Diana, zegt men.
Een letterlijke marteling, waarbij de zoetheid ver te zoeken is. Toch belicht ook dit verhaal, zoals hier opgetekend door de Romeinse dichter Ovidius, verschillende kanten van de liefde: de wellustige blik van Actaeon, de ijdelheid en de schaamte van de nimfen… Samen met Venus en Cupido en De oude geliefde vertellen Cranach’s werken in Miramare een veelzijdig verhaal van liefde – of wat daar soms voor door moet gaan.
Reizende kunst
Er reizen een aantal meesterwerken van over de hele wereld door Italië. Het Ministero per i Beni e le Attività Culturali, het Ministerie van Culturele Zaken, wil hiermee het Italiaanse publiek de mogelijkheid geven om in eigen land meesterwerken uit verschillende landen te ontdekken, die normaal gesproken letterlijk wat ver buiten bereik liggen. De tentoonstelling Si’ dolce e’ il tormento: l’amore in tre capolavori di Lucas Cranach il Vecchio (t/m 30 oktober) is onderdeel van dit project.
Eerder op Orpheus kijkt om:
De mythe van de nimf Callisto
De mythe van Echo en Narcissus
Vandaag barst ‘ie los: de Maand van het Spannende Boek, met tientallen lezingen, signeersessies en andere activiteiten door het hele land. De auteur van het geschenkboek van dit jaar is Simone van der Vlugt.
Er zijn heel, heel veel spannende boeken geschreven. Het is misschien wel het meest geschreven en best gelezen genre van dit moment. Dat is goed natuurlijk, maar het is ook goed om je af en toe te realiseren op de schouders van welke reuzen je staat als je succes hebt. Vandaag daarom een lijstje met boeken die pas echt spannend zijn. Oh ja, en ze zijn stuk voor stuk opgeschreven in de oudheid.

De mythe van Argus wordt beschreven in Ovidius’ Metamorfosen. De reus Argus had wel honderd ogen, om beurt namen er twee van al die honderd rust.
#1 Thucydides – De Peloponnesische Oorlog
De Peloponnesische Oorlog woedde tussen 431 – 404 voor Christus. Het was een strijd tussen de stadstaten Athene en Sparta, de twee grootmachten van het Griekenland van die tijd. Die geweldig spannende oorlog is in detail beschreven door een Atheens generaal genaamd Thucydides.
#2 Homerus – Odyssee
Soms is de nasleep van een oorlog spannender dan de oorlog zelf. De Odyssee is het vervolg op de Ilias, Homerus’ epos over de Trojaanse Oorlog. De Odyssee is rond 800 voor Christus opgeschreven en verhaalt over de zwerftocht van de held Odysseus tijdens zijn terugkeer naar huis, het eilandje Ithaka.
#3 Ovidius – Metamorfosen
In de Metamorfosen wordt het verhaal van de schepping en geschiedenis van de wereld verteld aan de hand van de Griekse en Romeinse mythologie. Dat klinkt misschien niet zo heel spannend, maar als je de moeite neemt om er delen uit te lezen, zul je al snel onder de indruk zijn; van de ingenieuze vertelkunst van Ovidius en de onuitputtelijke schat aan verhalengoed die de oudheid rijk is.
#4 Livius – Ab urbe condita
‘Vanaf de stichting van de stad’, dat is de letterlijke vertaling van de titel van Livius’ beroemde boek over de geschiedenis van het Romeinse Rijk. ‘De stad’, dat is natuurlijk Rome, het centrum van de wereld in de tijd van Livius. Toegegeven, je moet wel een beetje van die stad houden om dit werk – dat overigens maar voor een deel is overgeleverd – spannend te vinden, maar gelukkig heeft Rome de harten van velen gestolen.
#5 Hieronymus – Vulgaat (ook wel: de bijbel)
Misschien wel het spannendste boek aller tijden, al was het alleen maar vanwege de impact die het zou hebben op de wereld, werd in de oudheid opgetekend. De Vulgaat (Editio Vulgata) is de bijbelvertaling van Hieronumus in het latijn van het volk, dat het mogelijk maakte voor veel meer mensen dan alleen de top van de (religieuze) elite om uit eerste hand kennis te nemen van de teksten in de bijbel.