‘Zijn dit nog goden, zoon? Ik vraag het je: zijn dit nog goden?’
Venus, de ijdele godin van de liefde, eist aanbeden te worden. Offers moeten er gebracht worden, eer bewezen. Doe je dat niet? Dan verspil je alle kans op schoonheid en liefde in je leven.
Haar zoon Eros haalt ondertussen het bloed onder Venus’ nagels vandaan. Dat hangt de hele dag maar wat op z’n sofa. Stervelingen zouden zijn pijlen moeten vrezen, sidderen bij het horen van zijn naam. En dan is er nog dat meisje, die slet van een Psyché, die alle mannen het hoofd op hol brengt. Het verhaal gaat dat ze zo mooi is, dat niemand haar durft aan te kijken. Venus dreigt van haar troon te worden gestoten.
De puber Psyché is alleen maar in de war – hoe moet zo’n jong meisje omgaan met al die rozen, al die aandacht? Ze wil sterven: hoe sneller, hoe beter. Daar ligt een schone taak voor Eros. Maar als hij Psyché eenmaal heeft gezien, kan ook de god geen weerstand bieden aan de schoonheid van de sterveling. In het holst van de nacht bezoekt hij haar, onzichtbaar in de duisternis. Samen ontdekken ze hemel en aarde, totdat het Psyché begint te dagen ze een goddelijke minnaar heeft…

Foto: Phile Deprez
De mythe van Eros en Psyché is een krachtig verhaal over ijdelheid, jaloezie en de zoektocht naar liefde en volwassenheid, geschreven door Apuleius in de 2de eeuw n.Chr. Toneelschrijver Jeroen Olyslaegers heeft de mythe voor theatergroep Artemis bewerkt tot de voorstelling Bloedmooi en zielsongelukkig.
BEZOEKEN
Theater Artemis speelt op 19 maart aanstaande voor de laatste keer Bloedmooi en zielsongelukkig, in de stadsschouwburg in Utrecht. Klik hier voor speeltijden en hier voor kaarten.
TRAILER

1 van de gevonden beelden. Foto: La Repubblica
ZEVEN SCHONE BEELDEN
Onlangs werden nabij Rome zeven prachtige beelden gevonden uit de tijd van keizer Augustus (31 v.Chr. – 14 n.Chr.), elk zeker 2 meter hoog. Direct was duidelijk dat de sculpturen een verbeelding waren van de mythe van Niobe. De beelden stonden rondom het openlucht zwembad in de villa van een zekere Marcus Valerius Messala Corvinus (64 v.Chr. – ca. 13 n.Chr.).
Messala was een voorname, rijke Romein die zich in zijn jonge jaren nog wel met politiek bezighield, maar later vooral in culturele kringen verkeerde. Hij verzamelde allerlei schrijftalenten om zich heen, waaronder zich ook de jonge dichter Ovidius bevond. Diezelfde dichter, regelmatige gast in de villa van Messala, die de mythische beeldengroep misschien met eigen ogen gezien heeft, zou jaren later de Metamorphosen schrijven.
Het verhaal van Niobe is veel minder bekend dan de meeste mythen die Ovidius zo speels en kunstig beschrijft in dat wereldberoemd geworden boek.
HOOGMOED EN DE VAL
‘Is het niet dwaas om goden die je slechts bij name kent te stellen boven wie te zien is?’
Niobe, de dochter van de Lydische koning Tantalus, was een trotse vrouw. ‘Zij had veel reden trots te zijn: de lierkunst van haar man, hun beider afkomst en hun wijde macht – dat alles deed haar veel deugd, maar toch nog altijd minder deugd dan zij ontleende aan haar eigen kindertal. Zij zou de rijkste aller moeders genoemd zijn.’
Wanneer de vrome vrouwen in het dorp van Niobe besluiten de godin Latona te eren, komt de hooghartige Niobe, als altijd opvallend gekleed, aangelopen. Dansende gouden lokken, een indrukwekkende schoonheid, spreekt ze desalniettemin bittere woorden: ‘Is het niet dwaas om goden die je slechts bij name kent te stellen boven wie te zien is? Waarom wel Latona en niet mijn macht bewierookt?’
Een lange rede volgt waarin Niobe eindeloos opsomt waarom haar minstens evenveel – meer! – eer toekomt dan een inferieure godin als Latona. Ze heeft zelfs meer kinderen dan die armzalige godin.

Artemis en Apollo doden Niobes kinderen, Jacques Louis David (1772)
Rookwolken lijken van de Olympus af te komen, zo woedend is Latona wanneer ze het onnozele, arrogante geraaskal van ‘dat mens van Tantalus’. ‘Mij noemt ze kinderloos – iets wat ze zelf mag worden!’ ging Latona verder. Latona had inderdaad ‘maar’ twee kinderen: de machtige goden Artemis en Apollo. ‘Ik vraag me af of ik nog wel godin ben, want ik word, als jullie mij niet helpen, uit mijn eeuwenoude cultus verstoten!’
Natuurlijk kwamen de goddelijke kinderen hun moeder te hulp – een voor een werden de zeven zonen van Niobe getroffen door pijlen, nu eens uit de koker van Artemis, dan weer uit die van Apollo.
‘Geniet maar goed, geniet maar van mijn rouw en stil uw wrede hart ermee!’
Het onheilspellende nieuws drong al snel tot de moeder door. ‘Laaf u dan, Latona, harteloze, aan mijn verdriet! Geniet maar goed, geniet maar van mijn rouw en stil uw wrede hart ermee!’ Toch waagde Niobe het om nog eenmaal overmoedig de godin te tarten: ‘Ik heb in mijn verdriet nog altijd meer dan u in uw triomf,’ ging ze als een waanzinnige tekeer, ‘na zoveel doden blijf ik winnen!’
Niobes dochters, in rouwkleding gehuld, stonden erbij. Uit het niets opduikende pijlen troffen ook de zeven jonge meisjesharten. Niobe stort in van verdriet. Omringd door zoveel dood en verdriet verstard en versteend de eens zo stralend mooie vrouw. Haar bloed kan niet meer stromen, haar lichaam niet meer bewegen: ze is van steen, maar blijft voor altijd wenen.
In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige Stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is wel vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft…
Vandaag lopen we over de Via Monte Tarpeo: een straat die je meeneemt daar de prille beginjaren van Rome.

Het Capitool door Giovanni Battista Piranesi
Aan de zuidelijke kant van het Capitool, een van de vroegst bewoonde en versterkte zeven heuvels van Rome, loopt een straatje dat de naam Via Monte Tarpeo draagt. De weg leidt omhoog naar de Tarpeïsche Rots, een plek met een lang en bloedig verleden.

Tarpeia aangevallen door Tatius’ soldaten, Il Sodoma (1477)
Kort na de stichting van de stad ondervonden de allereerste Romeinen allerlei problemen met het opbouwen, verdedigen en beschermen van hun prille nederzetting. Toen ze bijvoorbeeld een tekort aan vrouwen hadden om de stad te bevolken, roofden ze simpelweg de meisjes van de het buurvolk der Sabijnen.
Titus Tatius, de koning van de Sabijnen, vatte het plan op de Romeinen aan te vallen. Hij moest echter een list verzinnen om de versterkte burcht waar zij zich verschransden – het Capitool – in te nemen. De dochter van de bevelhebber van de burcht, Tarpeia, een Vestaalse Maagd, werd door de Sabijnse koning omgekocht met goud. Zij zou de gewapende troep Sabijnen via een onopvallende poort binnenlaten. Nadat ze haar belofte was nagekomen werd ze gestraft en van de rots afgesmeten die nog altijd haar naam draagt.
Volgens oude Romeinse wetten, opgesteld in de 5e eeuw v.Chr., ondergingen verraders en andere misdadigers hetzelfde lot als Tarpeia. Voor zover bekend is in 43 n.Chr. voor het laatst een crimineel van de rots afgeduwd, daarna werd de straf verboden.
De rots zelfs is niet meer te zien, maar bevond zich waarschijnlijk ongeveer op de plek waar nu de Via Monte Tarpeo loopt.
Via Monte Tarpeo 00186, Roma
Griekse mythen zijn – uiteraard – in de eerste plaats mythisch, als in niet gebaseerd op waargebeurde verhalen. Maar de Grieken baseerden ze wel op werkelijk bestaande plaatsen; in de wereld zoals zij die zelf kenden. De liefdesaffaire van Theseus en Ariadne speelde zich af op het eiland Naxos, oppergod Zeus (die vele romantische escapades beleefde) woonde op de berg Olympos en de arme Icarus stortte vanuit de lucht in zee bij het naar hem genoemde eiland Ikaria.
De Zwitserse fotograaf Georg Gerster (80 jaar oud!) maakte de foto’s van de witte kusten, het azuurblauwe water en de glooiende berglandschappen in en rond de Egeïsche Zee; luchtfoto’s die het overrompelende natuurschoon als door de ogen van de Griekse goden laten zien. In het landschap tekenen de eeuwenoude cultuurschatten en archeologische monumenten zich haarscherp af. De tentoonstelling Eilanden van de goden. Griekse mythen in foto’s, vondsten en verhalen – tot en met 2 september te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden – combineert die spectaculaire luchtfoto’s met eeuwenoude archeologische voorwerpen, gekoppeld aan verhalen uit de klassieke mythologie. Voor de liefhebbers is er bovendien een luisterroute uitgezet met de tien mooiste mythologische verhalen.
Het is ook mogelijk om een groepsrondleiding te reserveren. Groepsrondleidingen zijn mogelijk op alle dagen dat het museum open is voor € 75 per uur (max. 25 personen, exclusief toegang museum) en kunnen online gereserveerd worden.
Eilanden van de goden. Griekse mythen in foto’s, vondsten en verhalen
Rijksmuseum van Oudheden, t/m 2 september
Het mythologische verhaal van Amor en Psyche heeft kunstenaars door de eeuwen heen geïnspireerd tot het creëren van grootse kunstwerken. In het museum van de Engelenburcht in Rome vind je al deze meesterwerken op een rij in de tentoonstelling La favola di Amore e Psiche. Hieronder kun je vast zes voorbeelden bewonderen van de verbeelding van Amor (liefde) en Psyche (geest/ziel), die tijdelijk zijn verzameld in de Engelenburcht.
La favola di Amore e Psiche
T/m 10 juni 2012
Museo Nazionale di Castel Sant’Angelo
Lungotevere Castello, Rome
(maandag gesloten)
In 1819 kocht de Spaanse kunstenaar Francisco Goya een huis vlak bij Madrid, genaamd Quinta del Sordo, het Huis van de Dove. De villa was vernoemd naar de voormalige eigenaar, die doof was, maar ook Goya zelf kon sinds een ziekbed in 1792 niet meer goed horen. Hij was al in de 70 toen hij het huis kocht en in een donkere periode in zijn leven beland, waarin hij de wereld en de mens met een diep pessimisme bekeek. Hij besloot de wanden van zijn nieuwe huis zelf te beschilderen en startte daarmee een serie werken die bekend zijn geworden onder de naam pinturas negras: zwarte schilderijen. Het werk dat je hier ziet, dat later de titel ‘Saturnus die zijn kind verslindt’ heeft gekregen, maakte hij speciaal voor de eetkamer.
Goya’s zwartgalligheid had een tweeledige oorsprong: hij was zelf verschillende malen getroffen geweest door ernstige ziektes en had op het randje van de dood gebalanceerd, maar daarnaast was het hele land in rep en roer vanwege een liberale staatsgreep in 1820, gevolgd door een Franse inval in 1823 die de absolutistische macht van Ferdinand VII bewerkstelligde. Zijn teleurstelling en bitterheid over het leven, de maatschappij en de mensheid uitte Goya op de wanden van zijn woonhuis. Dat we hier naar een pintura negra kijken is wel duidelijk, maar het symbolische zwarte op dit doek is toch wel het onderwerp: een van de meest wrede en bloeddorstige mythen uit de oudheid.
Saturnus (Grieks: Cronos) was de zoon van Uranus en Gaea en behoorde tot het godengeslacht der Titanen. Gaea baarde Uranus een aantal monsterlijke kinderen, waaronder niet alleen Saturnus maar ook de eenogige cyclopen. Uranus dwong de kinderen die zij nog baarde steeds weer terug naar binnen, totdat Saturnus het niet langer aan kon zien en de echtelijke kamer van zijn ouders binnendrong om met een zeis de geslachtsdelen van zijn vader af te hakken. Hij gooide ze in de zee, waarna uit de golven de godin Venus werd geboren. Saturnus bevrijdde zijn broers en zussen en overmeesterde zijn eigen vader.
Met een al even wilde tirannie als zijn vader begon Saturnus hierna echter het heelal te besturen. Hij hield al zijn broers gevangen in de onderwereld, de Tartarus, en had de wrede gewoonte ontwikkeld zijn kinderen direct na de geboorte op te eten. Er was hem namelijk voorspeld dat hij door zijn eigen kind van de troon gestoten zou worden. Juno, Pluto, Neptunus: hij had al een flink aantal van zijn bloedeigen kinderen met huid en haar verslonden, toen Jupiter geboren werd en de moeder besloot dat dit niet langer zo door kon gaan. Om Saturnus tevreden te houden wikkelde ze een steen in een doek en gaf hem deze te eten, als was het de pasgeboren Jupiter. Deze laatste werd echter in het geheim grootgebracht. Toen Jupiter volwassen genoeg was ontketende hij een revolte tegen zijn vader onder de Titanen; Saturnus werd gedwongen de kinderen die hij had opgegeten weer uit te braken en hij werd zelf naar de Tartarus verbannen.
De kans dat Goya zijn schilderij maakte met de bedoeling om het aan het grote publiek te tonen, is heel klein. Desalniettemin is het werk uiteindelijk geëindigd in het beroemde Museo del Prado in Madrid, waar het tot de dag van vandaag te bewonderen valt.
Twee figuren, geen contact. Dat is het eerste dat opvalt wanneer je dit werk van John William Waterhouse (1903) bekijkt. De jonge vrouw lijkt met smart pogingen te doen om de aandacht van de ander te trekken: een jongen die haar aanwezigheid niet eens schijnt op te merken. Toch kijken we hier naar twee hopeloos verliefde mensen.
Het verhaal achter het beeld
Er was eens een praatzieke nimf die Echo heette. Ze viel de godin Juno (Jupiters echtegenote) dag in dag uit lastig met haar onophoudelijke spraakwaterval. Op een dag wist ze Juno zozeer af te leiden met haar gebabbel, dat Jupiter ongemerkt met andere nimfen de liefde had kunnen bedrijven. Toen de godin eenmaal doorhad dat ze in de maling was genomen, bedacht ze een meedogenloos passende straf voor Echo: ze ontnam haar het vermogen eindeloos te babbelen en beperkte haar spraakvermogen tot het steeds herhalen van de laatste woorden die tegen haar werden gezegd.
Zo dwaalde Echo eenzaam door het woud, waar ze op een dag een prachtige jongeman tegenkwam. Ze werd op slag verliefd; een hopeloze, eindeloos verlangende verliefdheid die in haar blik gevangen is op het schilderij van Waterhouse. De jongeman, Narcissus was zijn naam, wees iedere avance met een zekere minachting af. Echo bleef hem volgen, Narcissus bleef haar afwijzen. Langzaam kwijnde ze weg, met gebroken hart, totdat alleen nog haar stem achterbleef. In bossen en dalen kun je haar stem nog altijd horen, de laatste woorden die je haar toeroept herhalend.
Narcissus trok ongehinderd door enig gevoel van medeleven verder door de bossen. Toen hij bij een vijver kwam die de zonnestralen schitterend weerkaatste, hield hij even halt. Hij ging aan de oever liggen om water te drinken, toen hij plotseling werd gegrepen door het beeld van het allermooiste gezicht dat hij ooit gezien had. Als betoverd bleef hij staren naar zijn eigen spiegelbeeld; hij kon zich er niet meer van losmaken. Hij at en dronk niet, bleef daar maar liggen staren naar zichzelf, tot ook hij wegkwijnde en er op de plek waar hij had gelegen een bloemetje groeide: de narcis.
Het verhaal van Echo en Narcissus is onder andere opgetekend door de Romeinse dichter Ovidius (in boek III van de Metamorphosen). Het onderwerp werd in de postklassieke kunst en literatuur populair. Niet alleen omwille van het verhaal, overigens; de mythe van Narcissus bood de kunstenaar ook een interessante compositie vanwege het spiegelbeeld dat geschilderd moest worden. John William Waterhouse, de maker van het hier afgebeelde schilderij, koos vaak voor Grieks, Romeins of Engels verhalengoed in zijn werk; dromerige verhalen die hij op nog dromeriger wijze wist te verbeelden.
Echo and Narcissus van John William Waterhouse (1903) is te bewonderen in de Walker Art Gallery in Liverpool.
Vandaag had ik natuurlijk kunnen schrijven over de oorsprong van Valentijnsdag, over de meest romantische verhalen uit de Griekse mythologie of de mooiste liefdesschilderijen. Het probleem is alleen; ik houd helemaal niet van het fenomeen Valentijnsdag. Daarom staat vandaag speciaal in het teken van de haat, de afgunst en de wraak. Gezellig, het is tenslotte Valentijn.
In de Griekse wereld werden niet alleen aan de elementen, natuurverschijnselen en bepaalde culturele fenomenen goddelijke krachten verbonden; ook emoties werden in de godenwereld verpersoonlijkt. De haat bijvoorbeeld, kwam altijd met z’n drieën: Alecto, Tisiphone en Megaira. Erinyen werden ze gezamenlijk genoemd, de dochters van Nyx (de Nacht), wraakgodinnen met bloeddoorlopen ogen en slangen in het haar. Ze kwamen om moorden binnen families of andere zedenmisdrijven te wreken, achtervolgden hun slachtoffers en dreven hen tot waanzin. Ze werden net zozeer gevreesd om hun uiterlijk als om de reden van hun komst, want als ze kwamen, was het te laat.
Een voorbeeld. Orestes had samen met zijn zus, om de dood van hun vader te wreken, een vreselijke misdaad begaan: moedermoord. Hoewel hij had gehandeld volgens een orakelspreuk van de grote god Apollo, werd hij vrijwel direct na de daad verscheurd door een gevoel van kinderlijke liefde voor zijn bloedeigen, dode moeder. De Erinyen kwamen reeds aangesneld, klaar om Orestes in hun macht te nemen. Ze joegen hem het hele land door, dreven hem tot waanzin met hun getreiter. Toen ze bij Delphi kwamen, vond Orestes eindelijk een beetje rust. Hier, op de heilige grond van Apollo, hadden de Erinyen geen toegang. Apollo bood hem een tijdelijk onderkomen en beval hem naar Athene verder te reizen, waar zijn zuster, de godin Pallas Athene, een rechtvaardig oordeel over hem zou vellen.
Zodra Orestes Apollo’s tempel verliet begonnen de wraakgodinnen hem weer in het nauw te drijven. Ternauwernood wist hij uiteindelijk Athene te bereiken, waar hij direct onder de vleugels van de stadsgodin werd genomen. Een rechtszaak met aardse en hemelse aanklagers en rechters volgde en de geplaagde man werd uiteindelijk vrijgepleit. De drie wraakgodinnen voelden zich in hun eer aangetast, maar hadden geen andere keuze dan zich te schikken in dit lot.
Een van de Erinyen, Tisiphone, werd overigens op een dag hopeloos verliefd op de mooie Chitaeron. De jongeman werd echter gedood door een beet van een van de slangen op het hoofd van Tisiphone, zodat ook de liefde stierf. Met die noot eindigen we dan toch met wat food for Valentijnsdag: de eindeloze tragiek van de liefde.
Rome, halverwege de zeventiende eeuw. Op Piazza Navona, in de Santa Maria della Vittoria, op het Sint Pietersplein; overal in de stad begint beeldhouwer en architect Gian Lorenzo Bernini zijn marmeren handtekening achter te laten. Bernini’s kundige handen wisten van keiharde marmer zachte, menselijke beelden te maken. Steen laten spreken, laten ontroeren, daarin was en is hij een grote meester. In Rome vind je in de Galleria Borghese een aantal prachtige voorbeelden.
Apollo & Daphne
De liefdesgod Cupido leerde de grote god Apollo eens een lesje, toen deze de spot met het kleine mannetje had gedreven. Hoewel hij klein van stuk is schieten de pijlen van Cupido altijd raak. Hij wist Apollo te raken met een liefdesopwekkende pijl, terwijl hij er eentje die liefde dooft afvuurde op de nimf Daphne. Apollo werd op slag gekweld door een vurige liefde voor de nimf, die hem echter resoluut afwees. Omdat Apollo zich niet kon bedwingen vluchtte de arme Daphne, om aan de armen van haar belager te ontsnappen. Met vleugels van verliefdheid dreigde Apollo de nimf in te halen, zodat ze haar ogen ten hemel hief en haar vader, de riviergod Peneius, smeekte om hulp met de woorden: ‘bevrijd me van dit lichaam dat me veel te mooi deed zijn*’. Peneius gaf gehoor aan de smeekbede van zijn dochter, en op slag veranderden haar benen in boomschors, haar armen in takken, haar vingers in bladeren… Niets dan een fiere laurierboom bleef over voor Apollo om te kussen, terwijl hij jammerde: ‘evenals mijn jeugdige hoofd steeds lange lokken draagt, zul jij voorgoed gelauwerd zijn en nooit meer zonder lover.’
Bernini & de Galleria Borghese
Terug naar Bernini, die dit verhaal van Ovidius over hoogmoed en wraak, van liefde en passie en van schaamte en angst op prachtige wijze wist te vertalen in ieder detail van zijn sculptuur genaamd Apollo en Daphne, te bewonderen in de Galleria Borghese. Daar vind je ook een verbeelding van de roof van Persephone en van David (zonder Goliath). Gaat dat zien en bewonderen, de volgende keer dat je in Rome bent.
Voor nu kun je vast terecht op Youtube, waar kunstliefhebbers tegenwoordig filmpjes plaatsen, bijvoorbeeld van Bernini’s meesterwerken. Hoewel het slechts een simpele, geanimeerde presentatie is van een aantal statische foto’s, kunnen de lens van de camera en de pixels van de computer de dynamiek en de emotie, het leven dat Bernini in de beelden blies, niet verbloemen. Als je dus even niet in Rome bent, bekijk dan hier het filmpje en geniet up, close and personal van Bernini’s meesterwerk.
* Ovidius, Metamorphosen I.547 (Vertaling M. d’Hane-Scheltema) | ** Ovidius, Metamorphosen I.564-565 (Vertaling M. d’Hane-Scheltema)
Vorige week vierden Willem-Alexander en Maxima samen met heel Nederland hun tienjarig bestaan als echtpaar. De romantische scène op het balkon van het Paleis op de Dam staat in ons nationaal geheugen gegrift. Terwijl de meeste mensen op dat moment opgaan in het sentiment van de kus van de newly weds, vraag ik me af: wat bevindt zich eigenlijk achter die balkondeuren?
Een wereld op zich, blijkt het antwoord. Loop het Paleis op de Dam binnen en laat je overrompelen door de imposante hal, van waaruit je het Paleis kamer voor kamer kunt ontdekken. In elke ruimte vind je een stukje geschiedenis van Amsterdam. Een geschiedenis die begint in de zeventiende eeuw, toen het Paleis door Jacob van Campen werd ontworpen als stadhuis voor de gehele bestuurlijke en rechterlijke macht van de stad.
Vandaag lopen we speciaal even naar de ruimte die de Desolate Boedelkamer heet. In deze kamer werden onbeheerde nalatenschappen maar ook faillissementen afgehandeld; met man en macht deed men pogingen om overeenstemming te bereiken tussen schuldeisers en failliet verklaarden. Een ieder die de kamer betrad, liep onder een reliëf door van een gevleugeld jongetje dat naar beneden lijkt te vallen: Icarus.
Icarus was de zoon van Daedalus, een gevierd Grieks bouwmeester die na een misdaad Athene moest ontvluchten. Samen met zijn zoon kwam hij terecht op Kreta, waar hij in opdracht van koning Minos een onderkomen bouwde voor het legendarische eilandmonster; de Minotaurus. Minos was hem zo dankbaar dat hij besloot de Atheense bouwmeester niet meer te laten gaan, terwijl deze juist last begon te krijgen van enorme heimwee. Koning Minos hield Daedalus en Icarus tegen hun wil gevangen op het eiland.
De slimme Deadalus was echter niet voor een gat te vangen. ‘Als Minos ons de weg over land en over zee verspert,’ dacht hij, ‘dan hebben we tenminste nog de lucht.’ Hij nam vogelveren en legde ze naar grootte in de juiste volgorde. De veren bond hij met draden en was aan elkaar, terwijl Icarus hem ondertussen enthousiast hielp. Daedalus bond zichzelf de gemaakte vleugels om en vond meteen zijn evenwicht in de lucht. Nadat hij zelf zijn uitvinding had getest was hij zeker genoeg om zijn zoon ook de vleugels om te binden en de reis terug naar huis te ondernemen. Met vaderlijke bezorgdheid sprak hij nog tegen zijn zoon: ‘Pas op dat je altijd in het midden blijft vliegen; wanneer je te laag vliegt zullen de golven je vleugels nat maken zodat je valt, maar als je te hoog vliegt kom je te dicht bij de zon en vatten je vleugels vlam. Volg dus mijn spoor, precies tussen de zon en de golven in.’ Samen gingen ze op weg, totdat de kleine Icarus overmoedig werd omdat de vlucht zo goed verliep; hij raakte het spoor van zijn vader kwijt en vloog veel te hoog, richting de zon. Daedalus keerde zich om en riep zijn zoon nog na, maar het was te laat. Waar zijn overleden zoon aan land spoelde begroef Daedalus hem en hij gaf het eiland de naam Ikaria.
Een letterlijker verbeelding van ‘hoogmoed komt voor de val’ had men niet kunnen bedenken; een toepasselijke boodschap boven de deur van de kamer waar ‘gevallen’ failliet verklaarden heen werden gestuurd. Icarus heeft nog een tweede boodschap voor de schuldeisers en schuldenaren die tot een compromis moeten komen: neem altijd de gulden middenweg.
In het voormalig stadhuis van Amsterdam vind je nog veel meer verwijzingen naar de klassieke mythologie en bijvoorbeeld ook Bijbels verhalengoed. Het was een beeldtaal die in de zeventiende eeuw tot de mensen sprak, op een manier die we ons tegenwoordig helaas bijna niet meer kunnen voorstellen. Reden te meer om achter iedere sculptuur, ieder schilderij en reliëf in het Paleis op de Dam, alsnog de achterliggende verhalen te ontdekken.
Het Paleis op de Dam is in principe open voor publiek, maar kan gesloten zijn in de periode rondom een officiële ontvangst. De openingsdagen en -tijden zijn online te vinden.