Michelangelo

This tag is associated with 15 posts

Rome: 10 x gratis kunst kijken

Rafael in de Santa Maria della Pace (detail; foto: Wikimedia)

Rafael in de Santa Maria della Pace (detail; foto: Wikimedia)

Rome is een openluchtmuseum waar je, als je weet waar je naartoe moet, gratis en voor niets de grootste schatten kunt ontdekken… Handig, want hoewel je tegenwoordig met diverse budgetmaatschappijen al heel voordelig kunt vliegen naar Rome, kan het alsnog een dure trip worden als je de ticketprijzen van alle grote musea en bezienswaardigheden bij elkaar optelt.

Natuurlijk ga je bij een eerste bezoek aan de Eeuwige Stad naar de Sixtijnse Kapel of de Galleria Borghese – hoogtepunten van Rome waarvoor je eerst langs de kassa moet. Maar gelukkig zijn er genoeg plekken te vinden die helemaal gratis toegankelijk zijn en toch toegang geven tot de grootste kunstschatten die je maar kunt bedenken. Zeg nu zelf, waar ter wereld kun je voor niets genieten van grootmeesters als Caravaggio, Michelangelo en Bernini? De 10 mooiste voorbeelden vind je hieronder!

1. Michelangelo in de San Pietro in Vincoli
Michelangelo werd in het jaar 1505 door Paus Julius II naar Rome gehaald om zijn grafmonument te maken. Het moest uiteraard een groots monument worden, met meer dan veertig gebeeldhouwde figuren. Wat er van dat monument rest kun je tegenwoordig nog bekijken in de San Pietro in Vincoli, op de Esquilijnheuvel. Het meest indrukwekkende onderdeel van het grafmonument is zonder twijfel het gigantische beeld van Mozes, dat Michelangelo rond het jaar 1516 voltooide, nog voor hij begon aan het beschilderen van het plafond van de Sixtijnse Kapel.
Adres: Piazza di San Pietro in Vincoli 4a

2. Bernini in de Santa Maria della Vittoria
Het kerkje is voor Romeinse begrippen vrij onopvallend, verdwijnt bijna in de verkeersdrukte, maar binnen in de Santa Maria della Vittoria vind je een prachtige sculptuur van de beroemde kunstenaar Gianlorenzo Bernini: De Extase van de Heilige Theresa.
Adres: Via 20 Settembre 17

De Extase van de heilige Teresa, Bernini in de Santa Maria della Vittoria (foto: Wikimedia)

De Extase van de Heilige Teresa, Bernini in de Santa Maria della Vittoria (foto: Wikimedia)

3. Caravaggio in de San Luigi dei Francesi:
Werken van Caravaggio, grootmeester van het clair-obscur, kun je op verschillende plekken in Rome bewonderen. In de San Luigi dei Francesi bijvoorbeeld, de Franse kerk in Rome, om de hoek van grote bezienswaardigheden als het Pantheon en Piazza Navona.
Adres: Via Santa Giovanna D’Arco, 5

4. Bramante in de Santa Maria della Pace
Het was het jaar 1500 toen architect Bramante van een zekere kardinaal Oliviero Carafa de opdracht kreeg om bij de kerk Santa Maria della Pace een kloostergang te ontwerpen. Bramante maakte er een prachtig gebouw van, dat een rust en elegantie uitstraalt die ook de bezoeker van nu niet kan ontgaan. Het Chiostro del Bramante werd een typisch voorbeeld van renaissancearchitectuur, met een rechthoekige plattegrond, en een opbouw in twee verdiepingen met elk hun eigen stijl.
Adres: Via Arco della Pace, 5

5. Bernini op Piazza Navona
Een van de beroemdste pleinen van Rome is Piazza Navona. Het plein wordt gekenmerkt door de langgerekte, ovale vorm en natuurlijk door de drie fonteinen die je er kunt vinden. De middelste, de Fontana dei Quattro Fiumi (Fontein van de Vier Rivieren), is van de hand van Bernini.

6. Michelangelo op Piazza del Campidoglio
Het Piazza del Campidoglio bovenop de Capitoolheuvel, is ontworpen door niemand minder dan Michelangelo. Ook de grote brede treden die je de heuvel en de grote beelden van Castor en Pollux aan weerszijden van de trap behoren tot het originele ontwerp van Michelangelo. Hoewel het geheel van bovenaf het beste tot zijn recht komt, zie je ook al bij het betreden van Michelangelo’s monumentale trappartij dat je door een kunstig vormgegeven geheel wandelt.

Caravaggio's Ispirazione di Matteo in de Cappella Contarelli, San Luigi dei Francesi

Caravaggio’s L’ispirazione di San Matteo in de Cappella Contarelli, San Luigi dei Francesi

7. Rafaël in de Santa Maria della Pace
Kosteloos een fresco van de grote kunstenaar Rafaël bewonderen? Dat kan natuurlijk in de Santa Maria della Pace. De kerk zelf is niet altijd open, maar gelukkig kun je vanuit het naastgelegen Chiostro del Bramante ook een blik werpen op de door Rafaël zo verfijnd geschilderde engelen en Sibillen. Vanuit de Sala delle Sibille, op de bovenste loggia, kun je van 10.00 tot 20.00 uur in alle rust de details van Rafaëls schildering bekijken.
Adres: Via Arco della Pace, 5

8. Bernini op het Sint-Pietersplein
Het Sint-Pietersplein is ontwerpen door Bernini en heeft een elipsvorm, met een zuilengalerij die de bezoeker als het ware omarmt. Italianen spreken hier ook wel liefkozend van de abbraccio berniniano, oftewel de ‘Berniniaanse omarming’. De architect verstopte een knap staaltje ‘trompe l’oeil’ in zijn ontwerp: wie op de witte stip in het midden van het plein gaat staan, ziet in plaats van de vier rijen pilaren maar een enkele rij. Natuurlijk is het plein vrij toegankelijk voor publiek.

9. Michelangelo in de Santa Maria degli Angelli e dei Martiri
Hij was al 86 jaar oud, maar toch nam Michelangelo de opdracht van paus Pius IV aan om de kerk Santa Maria degli Angeli e dei Martiri te ontwerpen, op de plek waar een zekere priester Antonio Lo Duca een visioen had gezien van zeven martelaren. Die plek lag wel toevallig midden in de restanten van het imposante Thermengebouw van de Romeinse keizer Diocletianus. Hoe Michelangelo dat oploste kun je voor niets bekijken in de Santa Maria degli Angeli e dei Martiri.
Adres: Piazza della Repubblica (ingang Via Cernaia 9)

10. Andrea Pozzo in de Sant’Ignazio
Wie wil ervaren wat de kunsthistorische term trompe l’oeil precies inhoudt, moet een bezoek aan de kerk van Sant’Ignazio, vlak bij het Pantheon, zeker niet overslaan. Het oog wordt hier letterlijk bedrogen, door de plafondschilderingen die Andrea Pozzo hier in de zestiende eeuw aanbracht. Zoek de gemarkeerde steen op het plaveisel, midden in het schip van de kerk, en loop vanuit daar langzaam naar voren. Je zult zien dat de ‘koepel’ die je boven het altaar ziet een schijnkoepel is en dat de zuilen die het plafond sieren zich langzaam verlengen!

De chicste straat van de 16de-eeuw

In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.

Via Giulia (foto: Wikimedia)

Via Giulia (foto: Wikimedia)

Aan het prille begin van de 16de eeuw trad er een nieuwe paus aan. Kardinaal Giuliano della Rovere werd verkozen en liet zich vanaf 1503 Julius II noemen. Op allerlei manieren zou hij geschiedenis schrijven: als oorlogspaus, in de conflicten tussen de Kerkelijke staat en de republiek Venetië, Frankrijk en de invloedrijke familie Borgia. Als mecenas, met opdrachten voor Michelangelo en Rafaël. Als bouwheer die de eerste steen voor de nieuwe Sint Pietersbasiliek legde. En: als de man die ‘de mooiste straat van Rome’ creëerde.

KUNSTLIEFHEBBER

Julius II was een veelzijdig persoon; enerzijds stond hij erom bekend altijd met een stok te lopen, die hij dreigend omhoog hield naar iedereen die hem niet aanstond. Tegelijkertijd was Julius II een kunstliefhebber eerste klas, die opdracht gaf voor een aantal kunstzinnige meesterwerken. Een van zijn eerste agendapunten was het verhuizen van de pauselijke woonvertrekken. Julius had behoorlijk met de Borgia-familie in de clinch gelegen en wenste niet in ‘hun’ vertrekken te resideren. De herinnering aan Borgia-paus Alexander VI was hem daar wat al te levend, zodat hij besloot om het een verdieping hogerop te zoeken. Een jonge schilder uit Urbino werd aangetrokken om die nieuwe pauselijke vertrekken te decoreren. Onder zijn naam zouden ze wereldberoemd worden: de Stanze van Rafaël.

BRAMANTE DE VERNIELER

Fontana di Ponte Sisto, Via Giulia, 1880 (foto: Wikimedia)

Fontana di Ponte Sisto, Via Giulia, 1880 (foto: Wikimedia)

De Romeinen in de straat waren ondertussen maar weinig te spreken over de nieuwe paus. Er werd nogal eens gefluisterd dat Julius vooral veel heil zocht in de ‘wijngaarden des heren’, en voor de bouwheer die de paus had aangesteld om de nieuwe Sint Pieter te bouwen (Bramante) hadden ze de weinig flatteuze bijnaam ‘ruinante’ verzonnen – de vernieler.

Het lijkt er niet op dat Julius zich van het geroddel van het plebs iets aantrok. Hij zette zijn bouwplannen voor de stad voort met een stedenbouwkundig project, bestaande uit de aanleg van verschillende wegen. Voor de meest bijzondere van die wegen, de verbinding tussen het Vaticaan en de Ponte Sisto (de brug van paus Sixtus IV), trok hij wederom zijn favoriete ingenieur en architect Bramante aan. Het werd een kaarsrechte straat van één kilometer lang, parallel aan de Tiber en de meest rechte, ordelijke en lange straat die er in eeuwen was aangelegd in de stad. Via Giulia werd de naam, de ‘straat van Julius’. Prachtige stadspaleizen in renaissancestijl werden langs beide zijden van de Via Giulia gebouwd, en het duurde niet lang voordat deze kilometer bekend kwam te staan als ‘de mooiste straat van Rome’. De reputatie heeft de Via Giulia lang behouden, omdat zich er in later tijden allerlei luxe winkels en galeries vestigden.

ANONIEME DODEN

Een rijkeluisbuurt is de Via Giulia lang gebleven. Toch bevindt zich er ook een symbool van armoede: de Santa Maria dell’Orazione e Morte. Deze kerk ontfermde zich vanaf 1573 over de ‘anonieme doden’: de lijken die men van straat of uit de Tiber visten. De schedels en beenderen van die armoedzaaiers zonder naam werden in de crypte tentoongesteld en kunnen daar nog altijd als zodanig bekeken worden. Memento mori, wilden de broeders iedere bezoeker op het hart drukken: ‘gedenk te sterven’. Of, zoals op de gevel te lezen valt: Hodie mihi cras tibi. ‘Vandaag ik, morgen jij’. Tussen 1552 en 1896 werden meer dan 8000 skeletten bijgezet in de ondergrondse grafruimte of knekelkerk, zodat letterlijk alles wat je tegenwoordig in de crypte ziet – tot en met de decoraties en de lampen – bestaat uit botten en schedels. Buiten de kerk zie je een boog die over de Via Giulia heen gespannen is. Dit is het begin van een brug die Michelangelo zou bouwen om het Palazzo Farnese te verbinden met de Villa Farnesina aan de overkant van de Tiber. Dat project werd echter nooit voltooid.

500 JAAR VIA GIULIA

In 2008 werd het vijfhonderdjarig bestaan van de Via Giuila gevierd. Of de straat nog altijd de titel ‘mooiste straat van Rome’ verdient, kun je het beste zelf ter plekke beoordelen…

Koffie met Bramante en Rafaël

Chiostro Bramante

Het Chiostro del Bramante in Rome

Gisteren werden de Sibillen geïntroduceerd, de waarzegsters van het oude Rome die de toekomst voorspelden in Griekse hexameters. Hoewel Michelangelo’s Sibillen, op het wereldberoemde plafond van de Sixtijnse Kapel, de meeste aandacht hebben gekregen, zijn de vrouwelijke profeten uit de oudheid ook elders in Rome te vinden. Je kunt ze bijvoorbeeld vinden op een prachtige, verstilde plek midden in de stad, net achter de chaos van Piazza Navona.

CHIGI’S RIJKDOM

Die andere grote meester van de 16e eeuw, Rafaël, maakte in 1515 een meer dan zes meter brede schildering van de Sibillen. Hij deed dat in opdracht van een rijke bankier uit Siena met de naam Agostino Chigi. Chigi’s rijkdom had hem ver gebracht: de paus gaf hem toestemming om twee kapellen in de Santa Maria della Pace, een kerk in het centrum van Rome, voor zichzelf te houden.

Het fresco is een prachtig voorbeeld van perfecte en elegante schoonheid zoals gezien door Rafaëls renaissance-ogen. De kijker ziet hemelse engelen die een goddelijke boodschap komen brengen, en de Sibillen die de boodschap op aarde verkondigen. In de iconografie van de renaissance hadden de Sibillen een rol van betekenis, zoals ook blijkt uit de afbeelding van deze waarzegsters op het plafond van de Sixtijnse Kapel. Een verklaring voor de populariteit van de Sibillen is dat deze ‘heidense profeten’ volgens de Kerkvaders en andere christelijke auteurs de komst van Christus hadden voorspeld.

 

De Sibillen van Rafael

De Sibillen van Rafaël

 

Je kunt dit fresco bewonderen in de Santa Maria della Pace, de kerk aan het einde van het schilderachtige straatje Via della Pace. Nog mooier wordt het echter wanneer je Rafaëls meesterwerk bekijkt vanuit het kunstwerk van een andere grote meester: architect Donato Bramante.

 

BRAMANTE IN ROME

Bramante (1444-1515) had al een carrière achter de rug als hofarchitect en schilder in Milaan, toen zijn opdrachtgever (groothertog Ludovico Sforza) verdreven werd door de Fransen. Bramante trok naar Rome, waar hij meer kans op werkgelegenheid had. Paus Julius II (della Rovere) bezorgde hem inderdaad verschillende opdrachten, waardoor hij zich al snel kon meten met die andere beroemde architect (en schilder): Michelangelo.

Het was het jaar 1500 toen Bramante van een zekere kardinaal Oliviero Carafa de opdracht kreeg om bij de Chiesa di Santa Maria della Pace een kloostergang te ontwerpen. Bramante maakte er een prachtig gebouw van, dat een rust en elegantie uitstraalt die ook de bezoeker van nu niet kan ontgaan. Het werd een typisch voorbeeld van renaissancearchitectuur, met een rechthoekige plattegrond, en een opbouw in twee verdiepingen met elk hun eigen stijl.

 

Chiostro

Bekijk het Chiostro del Bramante met Google Streetview.

 

Loggia

Toegang naar de Sibillen via de loggia

KOFFIE IN HET CHIOSTRO

Tegenwoordig kun je bij Bramante op de koffie gaan. Caffettaria Dart is gevestigd in de loggia op de tweede verdieping, waar je plaats kunt nemen op de ‘stoeltjes’ die onderdeel zijn van Bramante’s architectonische ontwerp en die eens in gebruik waren van de monniken. Om er te komen loop je voorbij de kassa naar binnen. Wil je toegang tot de rest van het Chiostro, een cultureel centrum waar vaak prachtige tentoonstellingen worden georganiseerd, dan zul je een kaartje moeten aanschaffen.

BEZOEKEN
Chiostro del Bramante
Arco della Pace 5
www.chiostrodelbramante.it

‘Met tierende lippen, onopgesmukt en ongeparfumeerd’

Ze inspireerde talloze kunstenaars door de eeuwen heen, en bracht Michelangelo er zelfs toe om haar groots en in vijfvoud af te beelden op zijn meesterwerk: het plafond van de Sixtijnse kapel in Rome. Toch is ze tegenwoordig niet erg bekend bij het grote publiek. De vrouw waar we het over hebben heet Sibille, en werd door de Griekse wijsgeer Heraclitus (ca. 540-480 v.Chr.) als volgt omschreven: ‘De Sibille, met haar tierende lippen vreugdeloze dingen uitend, onopgesmukt en ongeparfumeerd, bestrijkt met haar stem meer dan duizend jaren, dankzij de god in haar.’

 

De Sibille van Delphi door Michelangelo, Sixtijnse Kapel

De Sibille van Delphi door Michelangelo, Sixtijnse Kapel

 

GEHEIMZINNIGE TEKSTEN
Wanneer Romeinse auteurs over haar spreken hebben ze het meestal over Sibille van Cumae en haar Libri Sibillini (Sibillijnse Boeken), een verzameling geheimzinnige orakelspreuken die veilig werden bewaard in de tempel van Jupiter in Rome. In noodsituaties of bij zeer gewichtige zaken werden de boeken, vanaf de republikeinse tijd (ca. 5e-1e eeuw v.Chr.) tot ver in de keizertijd (de eerste eeuwen n.Chr.), geraadpleegd en de profetische (in het Grieks opgestelde) uitspraken geduid. Daartoe was enkel een speciaal team van beheerders en interpretatoren gemachtigd. De oude orakels waren zo geheimzinnig en invloedrijk, dat er een verhalengoed ontstond rondom de oorsprong ervan.

DRIEMAAL DRIE
Een van de eerste koningen van Rome, Tarquinius Priscus (of Superbus, daar zijn de oude Romeinse auteurs niet eenduidig over), had vernomen van de verzameling zeer betrouwbare orakelspreuken van de bekende waarzegster Sibille van Cumae, Libri Sibillini. Wie de toekomst kan voorspellen kan oppermachtig worden, dacht hij, en hij zette zijn zinnen op de aankoop van de spreuken. Maar Tarquinius was eveneens een gewiekst zakenman: hij weigerde de door Sibille gevraagde prijs te betalen. Daarop reageerde Sibille door drie boeken te verbranden, waarna ze exact hetzelfde aanbod herhaalde. Tarquinius begon te wankelen, maar weigerde toe te geven – en weer gingen er drie boeken in vlammen op. Verslagen ging Tarquinius, die het belang van de boeken inzag, alsnog door de knieën; voor de laatste drie boeken betaald hij dezelfde prijs die was geboden voor de hele stapel.

De 3 boeken die uiteindelijk in handen van de Romeinse staat kwamen, werden bewaard en bewaakt in de belangrijkste tempel van Rome. Het verhaal van Tarquinius draagt natuurlijk bij aan de perceptie van de waarde van de orakels, maar is grotendeels legendarisch – de geheimzinnige teksten van Sibille stammen vermoedelijk uit Klein-Azie, waar ze door een zekere Sibille van Erythrai zouden zijn geschreven.

 

De Sibille van Erythrae door Michelangelo, Sixtijnse Kapel

De Sibille van Erythrae door Michelangelo, Sixtijnse Kapel

 

DE SIBILLEN
Nog een Sibille, dus. Er is in en na de oudheid nogal wat verwarring geweest over de vrouw Sibille, voornamelijk vanwege haar diverse manifestaties op meerdere plekken. In de loop der jaren is men vanzelf gaan spreken van ‘de Sibillen’ als een groep vrouwelijke, heidense profeten. Zij ontvingen boodschappen van goden (vaak van Apollo), en wanneer ze in trance raakten, spraken ze Griekse teksten uit die in hexameters werden opgetekend. Meestal werden de waarzegsters voorgesteld als oudere, nomadische vrouwen.

Sibillen werden over het algemeen vernoemd naar de plaatsen waar ze actief waren. Volgens de Romeinse auteur Varro Reatinus (116-27 v.Chr.) waren er in elk geval tien: de Sibille van Perzië, van Libië, van Delphi, van Cimmeria, van Erythrae, van Samos, van Cumae, van de Hellespont, van Frygië en van Tibur. In de christelijke traditie werden deze vrouwen in de loop der eeuwen steeds vaker beschouwd als de heidense equivalenten van Israëls profeten.

ORAKEL IN EEN FLESJE
In Rome en Italië bleef Sibille van Cumae het meeste bekendheid genieten. Over haar ging later echter het verhaal de ronde, dat ze naarmate ze ouder ook steeds kleiner werd. Rond het jaar nul zou ze in een klein flesje hebben gepast – een Romeinse variant van de geest in de fles. Inmiddels is er dus, zowel fysiek als in naam, weinig meer van haar over. Wie naar het plafond van de Sixtijnse Kapel tuurt beseft echter dat de oude waarzegster tot in de Renaissance nog een rol van betekenis moet hebben gespeeld.

 

De grootste vondst van de 16e eeuw

Op 14 januari in het jaar 1506 liep een zekere Felice de’ Fredi door zijn wijngaard in hartje Rome, klaar om wat aan het werk te gaan. Toen hij begon te spitten stuitte hij plotseling op een harde, stenen ondergrond. Zonder het zich te realiseren deed hij daarmee een vondst die de kunstgeschiedenis voorgoed zou veranderen.

De’ Fredi stond bovenop het plafond van de Domus Aurea, het ‘Gouden Huis’ van de Romeinse keizer Nero. Nero zat sinds 54 n.Chr. op de Romeinse keizerstroon en liet dit immense paleis bouwen op de verwoeste vlakte die in Rome overbleef na een grote brand in het jaar 64. Onder de voeten van de onwetende De’ Fredi lagen enorme eetzalen, prachtige fresco’s en talloze antieke sculpturen te wachten om ontdekt te worden.

 

Julius II

Paus Julius II

De grote mecenas in de tijd van De’ Fredi was de paus zelf, Julius II. Deze Giuliano della Rovere, zoals hij door het leven ging voordat hij paus werd, vermoedde al dat een groot gebouw onder de grond, op die plek in Rome, wel iets bijzonders moest zijn. Hij stuurde een kunstenaar die hij kende van het toen al beroemde standbeeld David in Florence, en van de al even bekende sculptuur de Pieta in Rome: Michelangelo.

Samen met een aantal andere kunstenaars en kenners daalde Michelangelo af in de donkere, holle ruimtes. Wat hun oudheidminnende ogen daar zagen – met fresco’s versierde zalen, marmeren ornamenten, sculpturen – bracht ze bijna in vervoering. Eeuwenlang waren de ruimtes door geen voet getreden, en nu zagen zij het als eerste weer. Hoe dat geweest moet zijn, daar kunnen we alleen nog maar naar gissen. Maar wat de ervaring met hen heeft gedaan als kunstenaar, dat hebben hun handen in de jaren erna aan de wereld laten weten.

De schilderkunst van de late renaissance kreeg invloeden mee van wat men onder de grond in Rome had gevonden. Er ontstond zelfs een specifieke stijl, ‘grotesk’, om de overdaad aan geschilderde ornamenten aan te duiden die in zwang raakte – vernoemd naar de ‘grotachtige’ ruimtes van de ondergrondse Domus Aurea.

Een vondst in het bijzonder, daar in de kamers waar eens de beruchte keizer Nero wandelde, stak echter boven met kop en schouders boven de rest uit. Het was een sculptuur van ongekende schoonheid, zo dynamisch dat de stenen figuren tot leven kwamen – het moest wel gemaakt zijn door de vakkundige handen van een klassieke, Griekse of Romeinse beeldhouwer.

De indrukwekkende beeldengroep, van bijna twee meter hoog, verbeeldde bovendien een episode uit de beroemdste epische oorlog van de oudheid: de Trojaanse priester Laocoön en een van zijn zoons sterven, terwijl de tweede zoon nog tevergeefs aan hetzelfde lot probeert te ontkomen. Juist nadat hij de Trojanen had willen overtuigen van het feit dat het grote paard niets meer was dan een list van de Grieken, werden Laocoön en zijn zoons aangevallen door gigantische slangen die uit de zee kwamen kruipen.

Laocoon

De Laocoöngroep

 

Alles aan de Laocoöngroep vertoont de kenmerken van de stijl die past bij de zogenaamde hellenistische periode (eind 4e eeuw tot ca. 30 v.Chr). De kronkelige, dynamische vormen maar ook de precieze keuze van de scene van het verhaal is veelzeggend: het beeld laat de priester zien op het moment suprème van zijn doodsstrijd. Daarom zijn al zijn spieren aangespannen en is zijn gezicht vertrekt van de pijn. De gebeeldhouwde uitdrukking van precies die hevigheid aan emotie en lichamelijke spanning zou in de genoemde hellenistische periode veel bewondering hebben geoogst.

Het marmeren beeld dat in de Domus Aurea werd gevonden was duidelijk een Romeinse kopie (uit ca. 40-20 v.Chr.) van een Grieks origineel uit die hellenistische periode. Julius II was er zo mee in zijn nopjes, dat hij het beeld aankocht en vrijwel meteen tentoonstelde voor het publiek. Indirect legde hij daarmee de basis voor een van Romes meest beroemde musea, jaarlijks bezocht door enkele miljoenen mensen: de Vaticaanse Musea. Het beeld is daar nog altijd te bewonderen.

 

> Lees hier meer over de Laocoöngroep.

 

 

Grote schoonmaak in de Sixtijnse Kapel

Foto: Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani

Nachtelijke ‘schoonmaak’-werkzaamheden in de Sixtijnse Kapel. Foto: Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani

2500 beschilderde vierkante meters van onschatbare kunsthistorische waarde, hoe stof je die af? Tussen november en december heeft zich in de avond- en nachturen in de beroemdste kapel ter wereld een eeuwenoud schoonmaakritueel voltrokken. Voor het eerst in al die eeuwen werd het hele proces bijgewoond en gedocumenteerd, door de Italiaanse krant Corriere della Sera.

Paus Paulus III (Farnese) gaf voor het eerst de opdracht om Michelangelo’s meesterwerken te laten schoonmaken, op 26 oktober van het jaar 1543. Er waren toen pas twee jaren verstreken sinds de laatste hand was gelegd aan het plafond en de muren van de Sixtijnse Kapel. De uitverkorene om het delicate afstofklusje te klaren was een collega van Michelangelo: Francesco Amadori, die er volgens de overlevering een linnen doek en vochtig paneermeel voor gebruikte.

Foto: Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani

Onderzoekers aan het werk in de kapel. Foto: Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani

Ook in 1625 vond een grote schoonmaak plaats om de schilderingen van Michelangelo weer te laten schitteren, en in 1897 nogmaals. Alles werd steeds in het werk gesteld om de schade – voornamelijk gevolg van ‘vervuiling’ in de lucht en de rook van kaarsen – weg te poetsen die de levendige kleuren van Michelangelo dof hadden gemaakt. Het was zo langzamerhand een ritueel geworden om eens in de zoveel tijd een dergelijke grote schoonmaak te organiseren.

De gewoonte raakte echter steeds minder in gebruik. Het was Antonio Paolucci, die in 2007 werd benoemd tot directeur van de Vaticaanse Musea, die zich liet inspireren door de Farnese-paus uit de 16e eeuw en een bureau oprichtte dat ten doel heeft om alle mogelijke moderne technieken te onderzoeken die bij kunnen dragen aan een vermindering van de aftakeling van de schilderingen in de Sixtijnse Kapel.

De sleutels van de Sixtijnse Kapel. Foto  Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani

De sleutels van de Sixtijnse Kapel. Foto Benvegnù Guaitoli / Musei Vaticani

Aan de schoonmaakactie van afgelopen maand werkten twaalf restaurateurs van de Vaticaanse Musea mee, bijgestaan door stagiaires en een team van specialisten. Ze kwamen elke dag, van acht uur ’s avonds tot middernacht. Ze maakten niet alleen de wanden schoon, ze verzamelden stof en legden de toegebrachte schade aan de schilderingen onder de loep en onder speciale lampen. Om twaalf uur ’s nachts verlaten ze de kapel.

De Corriere meldt: ‘Achter hen doen de bewakers het licht uit en sluiten de deuren; eenmaal bij het Atrium van de Quattro Cancelli (de ingang van de Vaticaanse Musea) overhandigen ze de bos met sleutels aan de ‘Clavigeri’, die ze in een van de 35 sleuteldozen bewaren die elk zijn opgedeeld in talloze vakjes – er liggen hier meer dan drieduizend sleutels, waaronder ook originele versies.’

 

Lees het hele artikel in de Corriere della Sera online (Italiaans)!

 

 

De eeuwige stad in de winter

Michelangelo’s Sixtijnse plafondschilderingen vieren hun vijfhonderdste verjaardag en er zijn spectaculaire tentoonstellingen over Vermeer en Brueghel. De Romeinse keuken lijkt bovendien gemaakt voor de koudste tijd van het jaar. Kortom: breng deze winter een bezoek aan de eeuwige stad!

Pieter Brueghel de Jonge, Winterlandschap (1565)

Om onduidelijke redenen bezoeken mensen Rome het liefst midden in de zomer, wanneer de zon genadeloos is en de wachtrijen eindeloos lijken. De maanden april en mei en de periode rond de herfstvakantie zijn eveneens populair. Een winters weekend in Rome staat vaak minder hoog op het vakantielijstje. En dat terwijl het juist een aanrader is in de wintermaanden te gaan, wanneer de toeristenstroom is afgenomen, de Romeinse obers en winkeliers wat minder gehaast zijn en de specialiteiten uit de authentieke keuken van Rome het best smaken.

Italiaanse, Hollandse en Vlaamse meesters in Rome
Deze winter is er extra aanleiding. Michelangelo’s plafondschilderingen in de Sixtijnse Kapel vieren hun vijfhonderdste verjaardag en Hollandse en Vlaamse meesters brengen een bezoek aan de eeuwige stad. De grootste expo deze winter is ongetwijfeld de tentoonstelling gewijd aan Vermeer en de Nederlandse kunst van de zeventiende eeuw, waarvoor in de voorverkoop al ruim 75.000 kaarten werden verkocht.

Niet eerder vond Johannes Vermeer een plekje in een Italiaanse collectie. Dat is wellicht ook niet zo vreemd: het oeuvre van de schilder uit Delft is beperkt (hij schilderde niet meer dan twee tot drie doeken per jaar) en dus zijn werken van zijn hand zeldzaam. In de tentoonstellingsruimte van de Scuderie del Quirinale in Rome wordt hoe dan ook gebroken met die traditie door een grote tentoonstelling aan Johannes Vermeer en de ‘gouden eeuw van de Nederlandse kunst’ te wijden: Vermeer. Il secolo d’oro dell’arte olandese.

Johannes Vermeer, Meisje met de rode hoed, 1665-1667 (links) & Het straatje, ca. 1658 (rechts)

Schilderijen van Vermeer uit musea van over de hele wereld, waaronder het Meisje met de rode hoed, zijn verzameld en worden tentoongesteld samen met zo’n vijftig doeken van Nederlandse tijdgenoten als Gerard ter Borch, Gerrit Dou, Nicolaes Maes, Gabriël Metsu, Frans van Mieris, Jacob Ochtervelt en Jan Steen. Via hun doeken geeft de tentoonstelling een kijkje in de cultuur van de Nederlandse zeventiende-eeuwse burgerij, die zo vaak onderwerp was van de schilderijen. Het leverde vooral huiselijke thema’s op, familiescènes en alledaagse taferelen. Dat realisme kon bijna niet verder afstaan van de zeventiende-eeuwse kunst van Italië, die getekend is door de grote, weelderige publieke kunstwerken die in opdracht van de pausen en in naam van de contrareformatie werden vervaardigd. Volgens de samenstellers is de tentoonstelling een bewijs dat men in Italië over de grenzen kan kijken en zich bewust is van de waarde van de Nederlandse schilderkunst.

Aan de andere kant van het centrum, net achter de drukte van Piazza Navona, schitteren in het kleine, onvolprezen Chiostro del Bramante vanaf 18 december een aantal andere meesters uit onze contreien die nog niet eerder op Italiaanse bodem neerstreken. Topstukken uit de collectie van de familie Brueghel (bestaande uit Pieter Brueghel de Oude en de Jonge, Jan Brueghel de Oude en de Jonge en Abraham Brueghel) zullen de kleinschalige maar charmante expositieruimtes tot begin juni volgend jaar sieren in de tentoonstelling Brueghel. Meraviglie dell’arte Fiamminga (Brueghel. Wonderen van de Vlaamse kunst). De tentoonstelling behandelt, aan de hand van zeventig schilderijen en dertig tekeningen en schetsen, de geschiedenis van de belangrijke Vlaamse kunstenaarsfamilie in de zestiende en zeventiende eeuw.

Pieter Brueghel de Jonge, Dansende boeren (ca. 1600)

Wie meer interesse heeft voor de Italiaanse kunst, kan zich op een andere bijzondere expo verheugen. Het is dit jaar exact vijfhonderd jaar geleden dat Michelangelo de schilderingen op het plafond van de Sixtijnse Kapel voltooide, een enorme klus waaraan hij was begonnen in opdracht van paus Julius II. Op 31 oktober 1512, om precies te zijn, was het eindelijk zover: na afloop van een banket wachtte paus Julius II della Rovere een verrassing waar hij zich al vier jaar op had verheugd: het voltooide plafond van de Sixtijnse Kapel. Nadat hij een jaar eerder het eerste deel van zijn werk had onthuld, was Michelangelo de nieuwsgierigheid van de paus zat en werkte hij er verder in het grootste geheim aan om het af te maken, zonder ook maar de kleinste details te willen prijsgeven.

Om de vijfhonderdste verjaardag van het plafond te vieren, is speciaal voor de tentoonstelling Michelangelo e la Cappella Sistina nei disegni autografi della Casa Buonarroti een aantal werken uit het Casa Buonarroti in Florence naar Rome over gekomen. Dertien schetsen van de hand van Michelangelo, die hij maakte ter voorbereiding van zijn werk in de Sixtijnse Kapel, worden samen met een aantal reproducties uit die tijd tentoongesteld.

Rome culinair
Cultuur snuiven op koude dagen vraagt om culinair genieten in warme restaurants in de avond. De Romeinse keuken lijkt gemaakt voor de koudste tijd van het jaar: van bucatini all’amatriciana, een traditioneel Romeins pastagerecht met een saus van guanciale (wangspek), verse tomaat en zoute pecorino romano, tot pasta e ceci, een soep op basis van pasta en kikkererwten, staan de menukaarten vol verwarmende gerechten. Goede plekken om deze specialiteiten te proeven vind je overal, ook in de buurt van de grote toeristische trekpleisters (Maccheroni nabij het Pantheon, Il Desiderio preso per la coda bij Piazza Navona, Piccolo Arancio bij de Trevi-fontein). Jongeren zullen zich meer thuis voelen in de wat hippere eetgelegenheden, zoals het ongedwongen Ristorante del Fico achter Piazza Navona.

Alleen zij die over een sterke maag beschikken kunnen echter de ware, traditionele Romeinse keuken proeven. Voor de robuuste en oorspronkelijke smaken van de stad moet je de restaurants in de wijk Testaccio bezoeken. In 1890 werd daar het slachthuis (Mattatoio) van de stad geopend. De arbeiders in het slachthuis kregen als aanvulling op hun loon vaak de organen van het vee mee naar huis, die ze vervolgens verkochten aan de restaurants en trattoria’s in de buurt. In de keukens van die restaurants zijn klassiek geworden Romeinse gerechten als rigatoni alla pajata (pasta met ingewanden van kalf en lam) en coda alla vaccinara (gesmoorde ossenstaart) ontstaan. Daar kom je de winter wel mee door!

Wintertentoonstellingen
Vermeer. Il secolo d’oro dell’arte olandese
Tot 20 januari 2013
Scuderie del Quirinale
Via XXIV Maggio 16

Brueghel. Meraviglie dell’Arte Fiamminga
Van 18 december 2012 tot 2 juni 2013
Chiostro del Bramante
Arco della Pace 5

Michelangelo e la Cappella Sistina
Tot en met vrijdag 7 december
Camera dei Deputati (Palazzo San Macuto)
Ingang: Via del Seminario 76
Ma t/m vrij van 10.00 tot 20.00 uur; zat van 10.00 tot 13.00 uur
Toegang is gratis

Where to eat

  • Maccheroni, Piazza delle Coppelle 44
  • Il Desiderio preso per la coda, Vicolo della Palomba 23
  • Ristorante del Fico, Piazza del Fico 26
  • Piccolo Arancio, Vicolo Scanderberg 112
  • Felice a Testaccio, Via Mastro Giorgio 29

Hoe Michelangelo de Sixtijnse Kapel schilderde

31 oktober, 1512. Paus Julius II della Rovere organiseert een banket in het Vaticaan voor een afgevaardigde uit Parma. Na afloop wacht hen een verrassing waar de paus zich al vier jaar op verheugt: het aanschouwen van de voltooide schilderingen op het plafond van de Sixtijnse Kapel door Michelangelo. Nadat hij een jaar eerder het eerste deel van zijn werk had onthuld, had Michelangelo er in het grootste geheim verder aangewerkt, zonder ook maar de kleinste details te willen prijsgeven. Vanaf dat moment was het de paus, de kardinalen, iedereen duidelijk: als Rafaël de meester was van de schoonheid, had Michelangelo het sublieme weten te bereiken.

31 oktober aanstaande is dit alles exact 500 jaar geleden. Natuurlijk laat de stad dit niet ongemerkt voorbijgaan; voor de tentoonstelling ‘Michelangelo e la Cappella Sistina nei disengi della Casa Buonarroti’ zijn speciaal een aantal werken uit het Casa Buonarroti in Florence naar Rome over gekomen. Dertien schetsen van de hand van Michelangelo, die hij maakte ter voorbereiding van zijn werk in de Sixtijnse Kapel, worden samen met een aantal reproducties uit die tijd tentoongesteld. Onder de schetsen vooral veel naaktstudies, maar bijvoorbeeld ook details van gezichten. Vandaag vind je op Orpheus kijkt om vast een voorproefje. Wie is vergeten hoe het uiteindelijke resultaat er ook alweer uitzag kan hier een virtueel bezoek brengen aan de Sixtijnse Kapel.

 

Michelangelo e la Cappella Sistina nei disengi della Casa Buonarroti
Te zien vanaf 31 oktober, Palazzo di Montecitorio
Piazza di Monte Citorio, 33

 

Bron tekst & beelden: Corriere della Sera, editie Roma

 

100 hoogtepunten in Rome: San Giovanni in Laterano – Titus’ boog

41. San Giovanni in Laterano | Groot, groter, grootst; de San Giovanni in Laterano blaast je alleen al vanwege de enormiteit van alles (de deuren, de zuilen, de beelden) van je sokken.

42. Santa Maria Maggiore | Het enige overgebleven stukje hout van de kribbe van Jezus, je kunt het zien in de Santa Maria Maggiore, vlak bij het station van Rome.

Basilica di Santa Maria Maggiore

43. Pietà van Michelangelo | Het is vaak even dringen tussen de Japanners, maar de Michelangelo’s Pietà in de Sint Pieter moet je gezien hebben.

44. Engelenburcht | De weg naar boven is wat nietszeggend, maar bovenop de Engelenburcht kun je het beeld van de engel met het zwaard bijna aanraken en geniet je bovendien van een heel mooi uitzicht.

45. Chiesa Nuova | Pietro da Cortona en Peter Paul Rubens onder een dak: daarvoor moet je naar de Chiesa Nuova, in de buurt van Piazza Navona.

46. Campo de’ Fiori | De markt is wat toeristisch geworden, maar een keer een glas wijn drinken aan het beroemde Campo de’ Fiori is toch wel een must…

47. Villa Farnesina | Onder de mooiste schilderingen die je waar dan ook in Rome zult vinden, vallen de prachtige werken die Rafael achterliet in de Villa Farnesina.

Villa Farnesina

48. Apollo en Daphne | Berini liet zijn marmeren handtekening overal in de stad achter, maar een van de meest indrukwekkende nalatenschappen is het ontroerende beeld van Apollo en Daphne, in de Galleria Borghese.

49. Bruno’s beeld | Het beeld is misschien niet het meest indrukwekkende stukje sculptuur dat je ooit hebt gezien, maar het is het verhaal erachter dat telt, en dat wel degelijk indruk maakt…

50. Forum Boarium | Een verzameling Romeinse tempelresten, vlak bij de Santa Maria in Cosmedin, die een stukje van de minder bekende geschiedenis van het oude Rome vertellen.

51. San Paolo Fuori Le Mura | Buiten de muren, zoals de naam al zegt, bevindt zich nog een geweldig indrukwekkende kerk gewijd aan Paulus.

52. De catacomben aan de Via Appia | Of je nu die van Callisto  of die van San Sebastiano bezoekt; de ervaring van een bezoek aan een van de ondergrondse begraafplaatsen is een bijna verplichte stop langs de Via Appia.

53. Galleria Doria Pamphilj | Het museum in dit palazzo van de beroemde Romeinse familie Doria (die in de achttiende eeuw vanuit Genova naar Rome kwamen en het palazzo nog altijd bewonen) worden regelmatig geweldige tentoonstellingen georganiseerd.

54. Via del Governo Vecchio | De sfeer van de wijk Parione, rondom Piazza Navona, snuif je pas echt goed op tijdens een wandeling door de Via del Governo Vecchio.

Via del Governo Vecchio

55. Testaccio, de Schervenberg | Niets minder dan een pot goud voor archeologen; een berg die bestaat uit miljoenen Romeinse potscherven, afkomstig van amforen die hier kapot werden gesmeten omdat ze niet meer nodig waren.

56. De Sinaasappeltuin | Groene oase op de Aventijn, waar je even kunt uitblazen en bovendien wordt getrakteerd op een geweldig uitzicht.

57. Sant’Agostino | Ook Rafael en Caravaggio kun je in Rome onder een dak vinden, namelijk in de Sant’Agostino in de buurt van Piazza Navona.

58. De resten van de oudste tempel op het Capitool | De republiek Rome werd in het leven geroepen met de wijding van een tempel op de Capitolijnse heuvel. De resten van deze oude tempel kun je in de Capitolijnse Musea nog steeds bewonderen.

59. Via Sacra | Het Forum Romanum verken je het beste al wandelend over de Via Sacra, in de voet- en karrensporen van Julius Caesar, Augustus en andere grote Romeinen.

60. Titus’ boog | Hoe reliëfs kunnen spreken, ontdek je onder de boog van Titus. Volg het verhaal van de verovering van de tempel van Jeruzalem, afgebeeld in verschillende scènes.

 

 

Morgen volgt deel vier van de top 100!


100 hoogtepunten in Rome: Schildpadfontein – San Clemente

1. De Schildpadfontein | Fontana delle tartarughe in het Italiaans; een van de meest charmante fonteintjes in Rome op het Piazza Mattei.

2. Centrale Montemartini | Een prachtige collectie sculpturen en andere kunstwerken uit de oudheid huizen in dit museum in een voormalige elektriciteitscentrale.

Centrale Montemartini

3. Venus Capitolina | Een (letterlijk) beeldschone Venus, verscholen in een nis in de Capitolijnse Musea.

4. De Laocoön-groep | Deze bijzondere beeldengroep is de moeite van de rij bij de Vaticaanse Musea, waar het zich bevindt, meer dan waard. Waarom lees je hier.

5. Het plafond van de Sant’Ignazio | Ben je ooit door je eigen ogen bedrogen? In de Sant’Ignazio, vlak bij het Pantheon, wordt je constant op het verkeerde been gezet wanneer je het plafond en de ‘koepel’ bewondert…

6. Piazzale Garibaldi | De klim naar boven kan op warme dagen zwaar zijn, maar het uitzicht vanaf Piazzale Garibaldi, boven op de Gianicolo, is dan ook adembenemend.

7. Santa Maria in Trastevere | In het hart van de wijk Trastevere vind je de prachtige Santa Maria in Trastevere, aan het gelijknamige plein; het is een van de oudste kerken in de stad.

8. Il buco dell’Aventino | In het Nederlands ook wel het ‘sleutelgat’ genoemd… Wandel over de Aventijn richting het Piazza dei Cavalieri di Malta, kijk door het sleutelgat en laat je verrassen!

9. Keats & Shelley bezoeken | In de wijk Testaccio ligt een Protestantse begraafplaats verscholen dat zo door zou kunnen gaan voor een openluchtmuseum. Neem in het bijzonder even de tijd om stil te staan bij de grafzuilen van de beroemdste Engelse ‘bewoners’ van het Campo Cestio: Keats en Shelley.

De graven van Keats en Shelley, op het Campo Cestio

10. Mozes in de San Pietro in Vincoli | Een van de (iets) minder bekende meesterwerken van Michelangelo: een reusachtig beeld van Mozes in de San Pietro in Vincoli.

11. Santa Costanza | Dit ronde keizerlijke grafmonument werd een kerk en is als zodanig nog steeds in gebruik; een oase van rust aan de drukke Via Nomentana.

12. Villa Torlonia | Off the beaten track en vol verrassingen: Villa Torlonia is een park dat je moet ontdekken!

Villa Toronia

13. De wijk Coppedè | Wie eens wat anders wil dan renaissance en barok, hoeft in Rome niet ver te zoeken. De wijk Coppedè heeft zo zijn eigen (bouw)stijl.

Piazza Mincio in de wijk Coppedè

14. Palazzo Altemps | Een zestiende-eeuws palazzo in de buurt van Piazza Navona met een mooie collectie sculpturen uit de oudheid.

15. Wandelen over de Via dell’Aranciera | Villa Borghese is een must; maak er een wandeling over de Via dell’Aranciera en geniet van de lommerrijke omgeving.

16. Museo dell’Arte Moderna | Aan de rand van het park vanM Villa Borghese ligt het imposante Museum voor Moderne Kunst, waar regelmatig prachtige tentoonstellingen te zien zijn.

17. Il Roseto comunale | De rozentuin van Rome is maar een maandje per jaar geopend voor publiek en een lust voor oog en neus…

18. Het Tabularium | Neem, als je de Capitolijnse Musea bezoekt, de trap naar beneden, wandel door de galerij vol inscripties en vind je weg naar het Tabularium voor een onvergetelijk uitzicht over het Forum Romanum.

19. Domus Aurea | Af en toe worden er speciale rondleidingen georganiseerd door de (ondergrondse) gangen van het resterende deel van het immense paleis van keizer Nero: de Domus Aurea.

20. De San Clemente | In de schaduw van het Colosseum kun je laag voor laag afdalen in de geschiedenis, in de bijzondere kerk San Clemente.

Morgen volgt deel twee van de top 100!

 


Nominaties

Orpheus kijkt om werd in 2012 genomineerd voor een Travvies Award en voor de Geschiedenis Online Prijs.

Laatste tweets

Op de hoogte blijven? Laat je mailadres achter en ontvang de nieuwsbrief!

Join 860 other followers

Onlangs besproken:

Verjaardag