In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige Stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft…

Een oude foto van de Vicus Sceleratus, vanaf Via Cavour. Foto: Equilibriarte
DE WAANZINNIGE TULLIA
Op de Esquilijn in Rome is een klein tunnelstraatje, afwezig op de meeste kaarten en zelfs niet te vinden op Google Maps, dat je van de drukke Via Cavour naar Piazza di San Pietro in Vincoli brengt. In dat duistere straatje dwalen de geesten van een misdadig verleden.
In de 6e eeuw v.Chr., zo vertelt Livius ons, werd Rome geregeerd door koning Servius Tullius. Deze koning van Etruskische (Toscaanse) komaf had twee dochters, naar goed Romeins gebruik allebei Tullia genaamd. De jongste Tullia werd uitgehuwelijkt aan de goedaardige Aruns Tarquinius, maar spande al snel met diens broer Lucius Tarquinius samen om zowel hem als haar zuster te vermoorden. Temperamentvol, noemt Livius deze dame.
Nu was er nog maar een obstakel dat tussen Tullia’s nieuwe man en de troon stond: haar vader Servius Tullius. Ze wisten de juiste mensen tegen hem op te stoken en veroorzaakten op die manier – zonder hun eigen handen vuil te maken – de moord op Servius Tullius, oneerzaam op straat. Terwijl zijn verminkte lijk op de straatstenen lag, maakte Tullia zich gereed om met haar wagen naar huis te rijden.

Tullia rijdt over het lichaam van haar vader, Jean Bardin (1765)
‘Dolzinnig en bezeten van de wrekende Furiën van haar zuster en haar vroegere echtgenoot liet Tullia – zegt men – het rijtuig over haar vaders lichaam rijden. Bevlekt en bespat met het bloed van haar vermoorde vader nam zij een deel daarvan met het besmeurde voertuig mee naar haar huisgoden en die van haar man,’ aldus Livius. Voortaan stond het straatje waar zo’n walgelijke, oneerzame en waanzinnige gebeurtenis kon plaatsvinden, bekend als de Vicus Sceleratus, de Steeg van de Misdaad.
DE BORGIA’S
Bijna twee millennia later namen de nog jonge Lucrezia en Cesare Borgia hun intrek in het huis aan (‘over’) de Vicus Sceleratus. Zij waren de kinderen die de latere paus Alexander VI had verwekt bij Vannozza Cattanei. In datzelfde huis zou men in 1497 gezamenlijk hebben gedineerd, waarna er een ruzie uitbrak tussen Cesare en zijn broer Giovanni. Deze laatste bleek, nadat hij ’s nachts was teruggekeerd naar zijn eigen huis, spoorloos verdwenen. Zijn lijk werd de dag erna gevonden in de Tiber.
WAAR TE VINDEN?
De Vicus Sceleratus (Vicolo Scellerato) is een trap in een tunnel die vanaf Via Cavour leidt naar de kerk San Pietro in Vincoli. Wanneer je door het tunnelstraatje gaat loop je onder het huis van de Borgia’s door.
> Lees hier eerdere afleveringen in de serie ‘straatverhalen van Rome’!
Vandaag barst ‘ie los: de Maand van het Spannende Boek, met tientallen lezingen, signeersessies en andere activiteiten door het hele land. De auteur van het geschenkboek van dit jaar is Simone van der Vlugt.
Er zijn heel, heel veel spannende boeken geschreven. Het is misschien wel het meest geschreven en best gelezen genre van dit moment. Dat is goed natuurlijk, maar het is ook goed om je af en toe te realiseren op de schouders van welke reuzen je staat als je succes hebt. Vandaag daarom een lijstje met boeken die pas echt spannend zijn. Oh ja, en ze zijn stuk voor stuk opgeschreven in de oudheid.

De mythe van Argus wordt beschreven in Ovidius’ Metamorfosen. De reus Argus had wel honderd ogen, om beurt namen er twee van al die honderd rust.
#1 Thucydides – De Peloponnesische Oorlog
De Peloponnesische Oorlog woedde tussen 431 – 404 voor Christus. Het was een strijd tussen de stadstaten Athene en Sparta, de twee grootmachten van het Griekenland van die tijd. Die geweldig spannende oorlog is in detail beschreven door een Atheens generaal genaamd Thucydides.
#2 Homerus – Odyssee
Soms is de nasleep van een oorlog spannender dan de oorlog zelf. De Odyssee is het vervolg op de Ilias, Homerus’ epos over de Trojaanse Oorlog. De Odyssee is rond 800 voor Christus opgeschreven en verhaalt over de zwerftocht van de held Odysseus tijdens zijn terugkeer naar huis, het eilandje Ithaka.
#3 Ovidius – Metamorfosen
In de Metamorfosen wordt het verhaal van de schepping en geschiedenis van de wereld verteld aan de hand van de Griekse en Romeinse mythologie. Dat klinkt misschien niet zo heel spannend, maar als je de moeite neemt om er delen uit te lezen, zul je al snel onder de indruk zijn; van de ingenieuze vertelkunst van Ovidius en de onuitputtelijke schat aan verhalengoed die de oudheid rijk is.
#4 Livius – Ab urbe condita
‘Vanaf de stichting van de stad’, dat is de letterlijke vertaling van de titel van Livius’ beroemde boek over de geschiedenis van het Romeinse Rijk. ‘De stad’, dat is natuurlijk Rome, het centrum van de wereld in de tijd van Livius. Toegegeven, je moet wel een beetje van die stad houden om dit werk – dat overigens maar voor een deel is overgeleverd – spannend te vinden, maar gelukkig heeft Rome de harten van velen gestolen.
#5 Hieronymus – Vulgaat (ook wel: de bijbel)
Misschien wel het spannendste boek aller tijden, al was het alleen maar vanwege de impact die het zou hebben op de wereld, werd in de oudheid opgetekend. De Vulgaat (Editio Vulgata) is de bijbelvertaling van Hieronumus in het latijn van het volk, dat het mogelijk maakte voor veel meer mensen dan alleen de top van de (religieuze) elite om uit eerste hand kennis te nemen van de teksten in de bijbel.
‘Ik ben mij ervan bewust dat het verhaal niet alleen oud is, maar ook overbekend’, schreef de Romeinse Livius in het voorwoord van zijn boek Sinds de stichting van de Stad.
Dat gaat natuurlijk (nog steeds) op: we kennen het verhaal van de tweeling die te vondeling werd gelegd, in een mandje in de rivier: ‘Het verhaal gaat dat, toen het water zakte en de drijvende mand waarin de jongetjes lagen op het droge achterliet, een wolvin uit de omringende heuvels, die haar dorst wilde lessen, op het gehuil van de kinderen afkwam en ze liefderijk heeft gezoogd.’ Dat het niet goed afliep tussen de broers weten we ook. Op een bepaald moment, ‘maakte zich het verlangen van Romulus en Remus meester om een stad te stichten op de plaats waar ze te vondeling waren gelegd en opgevoed.’
Maar toen kwam er iets tussen wat hun plannen verstoorde: door hun heerszucht, een voorvaderlijke karakterfout, ontstond uit een tamelijk onschuldige aanleiding een afschuwelijke ruzie. (…) Er ontstond een heftige woordenstrijd die, toen de woede hoger en hoger oplaaide, eindigde in moord en doodslag; in dat tumult werd Remus dodelijk getroffen. Beter bekend is het verhaal dat Remus, om zijn broer te plagen, over de nieuwe muren sprong en dat Romulus hem in woede daarover doodde, terwijl hij hem toeschreeuwde: ‘Zo zal het voortaan iedereen vergaan die over mijn muren springt!’
Het was die dag, net als vandaag, 21 april, en het was het jaar 753 voor Christus. Zo wil althans de overlevering en de stad Rome, die vandaag uitbundig haar verjaardag zal vieren.
Legende of leugen?
Heeft Livius alles verzonnen? Hij baseerde zijn boek, naar eigen zeggen, op oudere auteurs, zoals de zogenaamde annalisten. Vaak nam hij een van hen als uitgangspunt en gaf dan aan het eind van een episode enkele varianten die hem het vermelden waard leken (zoals ook bij de dood van Remus). Hij bagataliseert de waarde van zijn woorden wel een beetje, door te erkennen ‘dat er steeds weer nieuwe schrijvers komen die menen dat zij feiten kunnen aandragen uit nog betrouwbaarder bron, of geloven dat zij met hun stilistische vaardigheid hun primitievere voorgangers zullen overtreffen.’ Door dit stukje te schrijven over de stichting van Rome, schaar ik me natuurlijk zelf in dit door Livius aangehaalde lijstje, zoals hij zelf ook deed, maar ach, zoals hij het zelf ook even goed verwoord: ‘als in een zo groot gezelschap van schrijvers mijn faam verduisterd wordt, dan zullen de luister en de grootheid van hen die mijn naam in de schaduw stellen mij tot troost zijn.’
Het echte verhaal
Romeinen waren trotse mensen, die voor zichzelf natuurlijk graag een duidelijke, heldhaftige en onafhankelijke geschiedenis schreven. Maar Rome was, die 21e april in 753 voor Christus, geen eiland.
Rome maakte onderdeel uit van een regio die Latium heette of althans werd bewoond door een ‘stam’ die bekend stonden onder de naam Latijnen. In de achtste eeuw waren er verschillende andere Latijnse stadjes-in-wording in dit gebied aanwezig. In wat later Rome zou worden was in deze tijd volgens Livius een zekere Ancus Martius koning, die al begon het territorium van de nederzetting wat uit te breiden. Maar er is nog een ander volk dat een stempel drukte op de geschiedenis van Rome, en dat waren de Etrusken. Zij leefden iets ten noorden van Rome, in het huidige Toscane, en hadden een confederatie gevormd van 12 ‘steden’, of centrale nederzettingen. Het waren gouden tijden voor de Etrusken: ze hadden een levendig internationaal handelsnetwerk weten te bewerkstelligen over het hele Middellandse Zeegebied, toen men in Rome nog maar net begonnen was met het leefbaar maken van het moerassige dal tussen de heuvels Capitool en Palatijn; het huidige Forum Romanum. De vroege heersers van Rome begonnen groter de denken en bouwden tempels en andere openbare bouwwerken. En juist die vroege heersers, althans de laatste paar koningen, die het Latijnse stadje regeerden, dat waren Etrusken.
Uiteindelijk kun je niet zeggen dat de Etrusken de voorlopers waren van de Romeinen, en is de discussie wie er eerder was ook helemaal niet zo interessant. Etruskische en Romeinse (bouw)kunst wortelen beide in weer oudere tradities, zowel van het Italisch schiereiland als van overzee. Maar een groot aantal sociale en religieuze ‘overblijfselen’ van de Etrusken leefden door of beleefden een ‘herstart’ in de Romeinse way of living, die een groot deel van de wereld eeuwenlang zou beheersen.
Romeinen toen en nu
Geschiedschrijving en archeologie laten zien hoe nauw de band was tussen Rome en Etrurië in de periode van het ontstaan van de stad aan de Tiber. Maar als je op een willekeurige dag in het oude Rome, wandelend over het Forum Romanum, een Romein zou aanspreken en hem vragen naar de stichting van de stad, dan zou hij je vertellen van de wolvin, van Remus en van Romulus, al wijzend naar de verderop gelegen zwarte steen waaronder de grote stichter begraven zou zijn. En de Romeinen van nu? Die doen nog een extra duit in het zakje van Livius; zij organiseren vandaag een levendige spektakelshow waarin ze het verhaal van Romulus en Remus weer tot leven brengen.
De fragmenten uit Livius zijn afkomstig uit:
Livius, Sinds de stichting van de Stad
Vertaald door H.W.A. van Rooijen-Dijkman en
F.H. van Katwijk-Knapp
Athenaeum – Polak & Van Gennep
Na een korte onderbreking tijdens de Boekenweek, vervolgen we de route die Hannibal – Rome’s meest beruchte vijand – aflegde toen hij met zijn troepen dwars door Italië trok, zoals beschreven door Livius. In de rubriek ‘Hannibal eet’ reizen we op de rug van zijn olifanten mee en stappen we hier en daar af, op zoek naar eten en culinaire tradities (lees hier deel I terug).
De tocht van Hannibal en zijn troepen over de Alpen zou uiteindelijk 15 dagen duren. De legeraanvoerder had aan het einde van de overtocht, naar schatting, zo’n honderdduizend man infanterie en twintigduizend ruiters ‘over’. Hannibal had onderweg echter wel degelijk grote verliezen geleden, hoe kan het ook anders op zo’n lange, barre tocht:
‘Cincius zou van Hannibal zelf gehoord hebben dat hij sinds het oversteken van de Rhône zesendertigduizend mensen en een enorm aantal paarden en lastdieren had verloren.’*

Hannibal trekt over de Alpen, detail van een fresco (ca. 1510) in de Capitolijnse Musea in Rome (© Wikipedia).
In aantal maar niet in inzet en vechtlust verminderd, trokken de Punische troepen verder. Een korte periode van relatieve rust volgde, waarin Livius de gelegenheid te baat neemt om zijn lezers van vooral geo- en demografische informatie te voorzien:
‘De half-Gallische Taurijnen waren het eerste volk waarmee ze na hun afdaling in Italië te maken kregen – daarover zijn alle bronnen het eens. Het verbaast me dan ook dat er onenigheid bestaat over de gevolgde route over de Alpen. Meestal wordt aangenomen dat hij de Poenijnse Alpen (die naar zijn tocht genoemd zouden zijn) is overgetrokken, en Coelius beweert dat hij de overtocht heeft gemaakt via de pas van Cremo. Beide passen zouden hem echter niet naar de Taurijnen, maar door het gebied van het bergvolk van de Salassiërs naar de Gallische Libuërs hebben gevoerd. Het is ook niet waarschijnlijk dat die wegen naar Gallië toen al openstonden; de toegang tot de Poenijnse Alpen zou zeker door half-Germaanse volken versperd zijn geweest. Trouwens – als dat argument soms indruk mocht maken – die bergen zijn helemaal niet genoemd naar een overtocht van Puniërs, zoals de Sedunoveragri (die deze bergketen bewonen) kunnen weten, maar naar een godheid die op de hoogste top een heiligdom bezit en door de bergbewoners Poeninus wordt genoemd.’
Na het gebied van de Taurijnen volgde al snel de eerste veldslag, waarover meer in het vervolg. We stappen eerst even af op de plek waar we zijn aanbeland, daar waar de Romeinen in 28 voor Christus de militaire nederzetting Castra Taurinorum zouden stichten – het huidige Turijn.

Café Bicerin in Turijn (© MLHS)
Turijn staat bekend als een walhalla voor fijnproevers. Waar ze onder andere goed in zijn, is creatief koken met cacao. Bicerin, een klein café in het oude centrum van Turijn, is niet alleen beroemd om hun warme chocolademelk naar geheim recept (genaamd ‘Bicerin’), maar ze weten ook verrassende gerechten te serveren gemaakt van of met chocolade en cacao. Onverwacht lekker en makkelijk: Bicerins recept voor kip met cacao!
Pollo al cacao (kip met cacao)
Ingrediënten voor ca. 4 personen
150 g spekblokjes
6 uien, fijngehakt
500 g kipfilet, in stukjes
een glas bier
een el verse kruiden, fijngehakt (bv. oregano, komijn, koriander, peper)
4 el bittere cacaopoeder
zout
Bak de spekjes samen met de fijngehakte uien in een koekenpan; laat de spekjes goudbruin worden en de uitjes karameliseren. Voeg de kipstukjes toe en bak deze goed. Giet het glas bier in de pan en voeg de eetlepel verse kruiden toe. Doe dan een snufje zout en de cacao erbij. Breng het geheel aan de kook totdat de saus wat is ingedikt. Serveer warm, bijvoorbeeld met een groene salade en aardappeltjes uit de oven!
* De weergegeven fragmenten zijn afkomstig uit: T. Livius, Sinds de stichting van de stad, vertaling Hetty van Rooijen-Dijkman & F.H. van Katwijk-Knapp, Athenaeum-Polak & Van Gennep.
Livius beschrijft welke route Hannibal – Rome’s meest beroemde en beruchte vijand – aflegde toen hij met zijn troepen dwars door het land trok. In de rubriek ‘Hannibal eet’ reizen we op de rug van zijn olifanten mee en stappen we hier en daar af, op zoek naar eten en culinaire tradities.
Steeds als ik in een vliegtuig naar Italië zit en het toestel zich recht boven die majestueuze bergformatie bevindt, denk ik even aan hem: Hannibal. Daar ging hij dus. Overheen. Met olifanten. Het verhaal is te vaak herhaald, te uitgekauwd om er nog erg van onder de indruk te zijn, maar kijk nog maar eens goed. In die tijd, met die middelen, een enorm leger, een lading bagage en een stoet dieren waar een circus jaloers van zou worden de Alpen oversteken staat zo’n beetje gelijk aan regelrechte massazelfmoord. En toch, ze gingen. De Romeinenhaat moet levensgroot zijn geweest, of alle soldaten levensmoe.
Livius* opent de Alpenscène met de woorden:
‘De soldaten kenden het gebergte al uit verhalen, (…) maar nu ze dat alles van dichtbij zagen: de hoogte van de bergen en de sneeuwvelden die bijna tot de hemel reikten, de primitieve hutten bovenop de rotsen, kudden en lastdieren verschrompeld van de kou, ongeschoren en onverzorgde mensen, de hele levende en levenloze natuur verstijfd van de vorst, en veel meer, nog afschuwelijker om te zien dan het zich laat beschrijven – nu sloeg de schrik opnieuw toe.’
De natuur was, zo zag de groep benauwde soldaten al snel, niet het enige gevaar dat op de loer lag. Op de toppen werden langzaam ook de bergbewoners zichtbaar:
‘Hannibal liet halt houden en stuurde Galliërs vooruit om het terrein te verkennen. Toen hij vernam dat daar geen doorgang mogelijk was, sloeg hij een legerkamp op in een zo wijd mogelijk dal tussen al die rotsen en ravijnen. De Galliërs mengden zich ook in de gesprekken van de bergbewoners – ze verschilden niet veel van hen in taal en gewoonten – en deelden hem daarna mee dat de bergpas alleen overdag werd bewaakt; ’s nachts trokken alle mannen zich terug in hun hutten. (…) Die hele dag deden ze alsof ze iets anders van plan waren en legden ze een versterkt kamp aan op de plaats waar ze halt hadden gehouden. Zodra Hannibal merkte dat de bergbewoners waren weggegaan en dat de wachtposten nu ver uiteenlagen, kwam hij in actie. Er werden voor de schijn meer vuren aangestoken dan het aantal achterblijvenden vereiste: de zware bagage werd met de ruiters en het grootste deel van de infanteristen achtergelaten. Hijzelf trok met een lichtgewapende troep, de aller-dapperste manschappen, ijlings de pas over en vatte post op dezelfde heuvels die de vijanden bezet hadden gehouden.’
Toen de bergbewoners de volgende ochtend op weg waren naar hun gebruikelijke post, zagen ze dat de vijand was opgesplitst: een kleine groep had, onder leiding van Hannibal, delen van hun territorium bezet, terwijl de overige troepen op dat moment bezig waren de pas over te steken. Vanaf de rotsen bestormden de bergbewoners de overgebleven troepen die de oversteek maakten. Hannibal schoot hen te hulp en uiteindelijk kozen de bergbewoners het hazenpad.
Een typisch gerecht voor het legendarische, onherbergzame Alpengebied is minestrone – alhoewel vrijwel iedere Italiaanse regio en misschien wel iedere Italiaan er een eigen versie van heeft. In dit gebied vindt minestrone (dat letterlijk ‘grote soep’ betekent) haar oorsprong in het arme verleden. Een sober voedingspatroon is hier vaker regel dan uitzondering geweest. Een maaltijd-kliekjessoep, wat minestrone in feite is, is een typisch voorbeeld van zo’n eerlijk, simpel gerecht. Handig, want je kunt er groente in gooien die a) over zijn, b) zo vers niet meer zijn, of c) überhaupt maar beter lang gekookt kunnen worden.
Minestrone (maaltijdsoep)
Ingrediënten voor ca. 8 personen
3 el olijfolie
2 uien, fijngehakt
2 knoflookteentjes, fijngehakt
100 g spekblokjes
1 winterpeen, in blokjes
1 stengel bleekselderij, in stukjes
een handje verse peterselie, fijngehakt
1 blik tomatenblokjes (400 g)
300 g gedopte borlottibonen of witte bonen
een handje verse basilicum, fijngehakt
een handje verse oregano, fijngehakt
2 liter groentebouillon
1 courgette, in blokjes
1 stengel prei, in stukjes
½ groene kool, in reepjes
100 g kleine pasta naar keuze
4 el Parmezaanse kaas, geraspt
zout en versgemalen peper
Pak een grote soeppan, verhit de olijfolie op middelmatig vuur en fruit de ui en de knoflook ca. 2 minuten. Voeg de spekblokjes, de winterpeen, de bleekselderij en de peterselie toe en bak alles nog ca. 2 minuten aan. Voeg de tomatenblokjes, de bonen en de rest van de verse kruiden toe. Schenk de groentebouillon erbij en breng aan de kook; laat de soep een uurtje pruttelen.
Voeg dan de courgette, prei en de groene kool toe. Laat de soep nog een uur op laag vuur pruttelen. Doe ongeveer 10 minuten voordat je de soep wilt serveren de pasta erbij. Breng op smaak met zout en versgemalen peper, schenk de soep in kommetjes en bestrooi deze met Parmezaanse kaas. Serveer er een lekker vers volkoren stokbrood bij.
* De fragmenten zijn afkomstig uit: T. Livius, Sinds de stichting van de stad, vertaling Hetty van Rooijen-Dijkman & F.H. van Katwijk-Knapp, Athenaeum-Polak & Van Gennep.