Wie dacht op basis van enkel wat psychische zelfkennis en levenservaring te weten ‘wie hij is’ heeft het, volgens auteur Simon Goldhill, helemaal mis.
‘Wie denk je dat je bent?’, de titel van deze blog, is de ook titel van het eerste deel van Liefde, sex en tragedie. Hoe de oudheid ons heeft gevormd, een vorig jaar in Nederlandse vertaling verschenen boek van die schrijver. Voor een goed begrip van wie we zijn en hoe dat zo komt, meent Goldhill, is ook de geschiedenis van belang, in het bijzonder die van de Grieks/Romeinse oudheid.
DE ONONTBEERLIJKE KLASSIEKEN
‘Dit boek gaat over hoe ‘de klassieken’, de bestudering van de culturen van het antieke Griekenland en Rome, onontbeerlijk zijn voor het vinden van antwoorden op de kernvragen over wat het betekent om mens te zijn in de moderne samenleving,’ vermeldt de auteur in de inleiding. ‘Het stelt niet alleen dat geschiedenis van belang is voor een goed begrip van wie we zijn en hoe dat komt. Het wijst meer in het bijzonder op het diepgaande belang van de antieke wereld voor ons bewustzijn van onszelf in het moderne leven. ’
Van obsessies met het ‘volmaakte lichaam’ tot in de antieke cultuur gewortelde joods-christelijke tradities, van politieke grondbeginselen tot amusementsvormen als het theater de gladiatorenspelen en de mythen en verhalen waarmee wij mensen, toen en nu, ons begrip van het hier en nu vormen: Liefde, sex en tragedie maakt in bijna 400 pagina’s meer dan duidelijk dat de klassieke oudheid van groot belang is geweest voor vele generaties grondleggers van de politieke, intellectuele en kunstzinnige tradities van het Westen.
EEN HARTENKREET
De vertellingen over het Griekse en Romeinse verleden zijn vermakelijk en grondig, de voorbeelden goed gevonden en verhelderend. Maar dit boek is meer dan een opsomming van voorbeelden van gewoontes, gebruiken en tradities uit de klassieke oudheid die op de een of andere manier voortleven of hun invloed uitoefenen op het westerse leven van vandaag de dag. Het is een pleidooi, een hartenkreet bijna, voor het belang van de bestudering van het verleden in het algemeen.
‘Onze vaders en moeders,’ vertelt Goldhill in het laatste hoofdstuk, ‘waren zeer verknocht aan de klassieken en maakten hun beeld daarvan tot fundament van hun culturele verbeelding. Als we net als kinderen de hartstochten van onze vaders en moeders niet kunnen begrijpen, ontwikkelen we een inadequaat beeld van het verleden, weinig meer dan de reflectie van onze eigen sores in een verweerde spiegel.’
DE SPIEGEL
Hoewel we in Nederland wellicht wat minder affiniteit voelen met de woorden van de (Britse) auteur van dit boek – het waren immers vooral landen als Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk wiens intellectuele elite hun eigen ‘renaissance’ van de klassieken beleefden in de 18e en 19e eeuw – waren er toch ook een groot aantal Nederlandse kunstenaars, schrijvers en denkers die een ‘Grand Tour’ ondernamen en de invloeden daarvan mee terug naar huis namen. Die reizen en die kunstenaars zijn echter niet vaak onderdeel van de geschiedenislessen in ons land, en maken dus geen groot deel uit van ons ‘collectief historisch besef’. Toch maakt het voor de lezer van dit boek weinig uit: het moet het namelijk vooral hebben van affiniteit van de lezer met een veel algemenere waarde, die midden in het boek prachtig is verwoord door Goldhill:
‘Kijkend in de spiegel van het verleden kunnen we onszelf beter zien.’
VERDER LEZEN?
Liefde, sex en tragdie.
Hoe de oudheid ons heeft gevormd
Simon Goldhill
ISBN 9789046813119
Nieuw Amsterdam Uitgevers
De renaissance, dat is Italië, Michelangelo. Of was het ook die man uit Heemskerk, vlak bij Haarlem? Als we het hebben over de wedergeboorte en herwaardering van de klassieken, dan hebben we het in Nederland over Maarten van Heemskerck.
Maarten van Heemskerck (1498-1574) leefde bijna precies tegelijk met Michelangelo (1475-1564) en begon in 1532 aan een reis naar Rome – nog voordat de fresco’s in de Sixtijnse Kapel voltooid waren. Eenmaal aangekomen in de Eeuwige Stad liet Van Heemskerck zich inspireren door de overblijfselen uit de klassieke oudheid; zijn schetsboeken bevatten studies van klassieke architectuur, ruïnes en antieke beelden.

Maarten van Heemskerk, Ruïnes op de Palatijn in Rome (recto), pen in bruin (ca. 1532-37). © Rijksmuseum, Amsterdam
Na zijn terugkeer in Haarlem gebruikte Van Heemskerck deze studies voor schilderijen en prenten met fantasievolle landschappen. De klassieke ruïnes en sculpturen vormen de achtergrond van mythologische, allegorische of Bijbelse voorstellingen, zoals Het oordeel van Paris (circa 1545-1550) of De goden van de Olympus (1556). Ook is de invloed van de antieke sculptuur direct te herkennen in Van Heemskercks composities en in de houdingen van zijn figuren.

Maarten van Heemskerck, Zelfportret met Colosseum, olieverf op paneel (1553).
© Fitzwilliam Museum, Cambridge
Het meest bekende schilderij dat hij naar aanleiding van zijn reis maakte is echter Zelfportret met Colosseum; een werk dat niets anders is dan de titel zegt, een zelfportret van Van Heemskerck, met op de achtergrond het Colosseum. Het hangt normaal gesproken in het Fitzwilliam Museum in Cambridge, maar is nu tijdelijk een stuk dichter bij huis te bewonderen: in het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. De tijdelijke verhuizing van het schilderij is aanleiding voor de tentoonstelling Maarten van Heemskerck – het oude Rome herleeft. Behalve dit beroemde werk tonen diverse prenten en schilderijen hoe de oudheid een rol bleef spelen in het oeuvre van de Heemskerkse kunstenaar. In de tentoonstelling is daarnaast een aantal schetsen te zien die Van Heemskerck maakte tijdens zijn verblijf in Rome (uit de collectie van het Rijksmuseum en uit een particuliere collectie) en wordt de invloed van tijdgenoten, zoals Michelangelo, belicht.
Plan je bezoek
De tentoonstelling Maarten van Heemskerck – het oude Rome herleeft is nog tot en met 3 juni te zien in het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Voor openingstijden en bezoekersinformatie kun je terecht op de website van het museum.
Tip! Bij de tentoonstelling is een informatiebrochure beschikbaar die de lezer aan de hand van schetsen van Van Heemskerck een visuele tour door het oude Rome biedt. De brochure bevat zowel Nederlandse als Engelse tekst.
Griekse mythen zijn – uiteraard – in de eerste plaats mythisch, als in niet gebaseerd op waargebeurde verhalen. Maar de Grieken baseerden ze wel op werkelijk bestaande plaatsen; in de wereld zoals zij die zelf kenden. De liefdesaffaire van Theseus en Ariadne speelde zich af op het eiland Naxos, oppergod Zeus (die vele romantische escapades beleefde) woonde op de berg Olympos en de arme Icarus stortte vanuit de lucht in zee bij het naar hem genoemde eiland Ikaria.
De Zwitserse fotograaf Georg Gerster (80 jaar oud!) maakte de foto’s van de witte kusten, het azuurblauwe water en de glooiende berglandschappen in en rond de Egeïsche Zee; luchtfoto’s die het overrompelende natuurschoon als door de ogen van de Griekse goden laten zien. In het landschap tekenen de eeuwenoude cultuurschatten en archeologische monumenten zich haarscherp af. De tentoonstelling Eilanden van de goden. Griekse mythen in foto’s, vondsten en verhalen – tot en met 2 september te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden – combineert die spectaculaire luchtfoto’s met eeuwenoude archeologische voorwerpen, gekoppeld aan verhalen uit de klassieke mythologie. Voor de liefhebbers is er bovendien een luisterroute uitgezet met de tien mooiste mythologische verhalen.
Het is ook mogelijk om een groepsrondleiding te reserveren. Groepsrondleidingen zijn mogelijk op alle dagen dat het museum open is voor € 75 per uur (max. 25 personen, exclusief toegang museum) en kunnen online gereserveerd worden.
Eilanden van de goden. Griekse mythen in foto’s, vondsten en verhalen
Rijksmuseum van Oudheden, t/m 2 september
‘Ik ben mij ervan bewust dat het verhaal niet alleen oud is, maar ook overbekend’, schreef de Romeinse Livius in het voorwoord van zijn boek Sinds de stichting van de Stad.
Dat gaat natuurlijk (nog steeds) op: we kennen het verhaal van de tweeling die te vondeling werd gelegd, in een mandje in de rivier: ‘Het verhaal gaat dat, toen het water zakte en de drijvende mand waarin de jongetjes lagen op het droge achterliet, een wolvin uit de omringende heuvels, die haar dorst wilde lessen, op het gehuil van de kinderen afkwam en ze liefderijk heeft gezoogd.’ Dat het niet goed afliep tussen de broers weten we ook. Op een bepaald moment, ‘maakte zich het verlangen van Romulus en Remus meester om een stad te stichten op de plaats waar ze te vondeling waren gelegd en opgevoed.’
Maar toen kwam er iets tussen wat hun plannen verstoorde: door hun heerszucht, een voorvaderlijke karakterfout, ontstond uit een tamelijk onschuldige aanleiding een afschuwelijke ruzie. (…) Er ontstond een heftige woordenstrijd die, toen de woede hoger en hoger oplaaide, eindigde in moord en doodslag; in dat tumult werd Remus dodelijk getroffen. Beter bekend is het verhaal dat Remus, om zijn broer te plagen, over de nieuwe muren sprong en dat Romulus hem in woede daarover doodde, terwijl hij hem toeschreeuwde: ‘Zo zal het voortaan iedereen vergaan die over mijn muren springt!’
Het was die dag, net als vandaag, 21 april, en het was het jaar 753 voor Christus. Zo wil althans de overlevering en de stad Rome, die vandaag uitbundig haar verjaardag zal vieren.
Legende of leugen?
Heeft Livius alles verzonnen? Hij baseerde zijn boek, naar eigen zeggen, op oudere auteurs, zoals de zogenaamde annalisten. Vaak nam hij een van hen als uitgangspunt en gaf dan aan het eind van een episode enkele varianten die hem het vermelden waard leken (zoals ook bij de dood van Remus). Hij bagataliseert de waarde van zijn woorden wel een beetje, door te erkennen ‘dat er steeds weer nieuwe schrijvers komen die menen dat zij feiten kunnen aandragen uit nog betrouwbaarder bron, of geloven dat zij met hun stilistische vaardigheid hun primitievere voorgangers zullen overtreffen.’ Door dit stukje te schrijven over de stichting van Rome, schaar ik me natuurlijk zelf in dit door Livius aangehaalde lijstje, zoals hij zelf ook deed, maar ach, zoals hij het zelf ook even goed verwoord: ‘als in een zo groot gezelschap van schrijvers mijn faam verduisterd wordt, dan zullen de luister en de grootheid van hen die mijn naam in de schaduw stellen mij tot troost zijn.’
Het echte verhaal
Romeinen waren trotse mensen, die voor zichzelf natuurlijk graag een duidelijke, heldhaftige en onafhankelijke geschiedenis schreven. Maar Rome was, die 21e april in 753 voor Christus, geen eiland.
Rome maakte onderdeel uit van een regio die Latium heette of althans werd bewoond door een ‘stam’ die bekend stonden onder de naam Latijnen. In de achtste eeuw waren er verschillende andere Latijnse stadjes-in-wording in dit gebied aanwezig. In wat later Rome zou worden was in deze tijd volgens Livius een zekere Ancus Martius koning, die al begon het territorium van de nederzetting wat uit te breiden. Maar er is nog een ander volk dat een stempel drukte op de geschiedenis van Rome, en dat waren de Etrusken. Zij leefden iets ten noorden van Rome, in het huidige Toscane, en hadden een confederatie gevormd van 12 ‘steden’, of centrale nederzettingen. Het waren gouden tijden voor de Etrusken: ze hadden een levendig internationaal handelsnetwerk weten te bewerkstelligen over het hele Middellandse Zeegebied, toen men in Rome nog maar net begonnen was met het leefbaar maken van het moerassige dal tussen de heuvels Capitool en Palatijn; het huidige Forum Romanum. De vroege heersers van Rome begonnen groter de denken en bouwden tempels en andere openbare bouwwerken. En juist die vroege heersers, althans de laatste paar koningen, die het Latijnse stadje regeerden, dat waren Etrusken.
Uiteindelijk kun je niet zeggen dat de Etrusken de voorlopers waren van de Romeinen, en is de discussie wie er eerder was ook helemaal niet zo interessant. Etruskische en Romeinse (bouw)kunst wortelen beide in weer oudere tradities, zowel van het Italisch schiereiland als van overzee. Maar een groot aantal sociale en religieuze ‘overblijfselen’ van de Etrusken leefden door of beleefden een ‘herstart’ in de Romeinse way of living, die een groot deel van de wereld eeuwenlang zou beheersen.
Romeinen toen en nu
Geschiedschrijving en archeologie laten zien hoe nauw de band was tussen Rome en Etrurië in de periode van het ontstaan van de stad aan de Tiber. Maar als je op een willekeurige dag in het oude Rome, wandelend over het Forum Romanum, een Romein zou aanspreken en hem vragen naar de stichting van de stad, dan zou hij je vertellen van de wolvin, van Remus en van Romulus, al wijzend naar de verderop gelegen zwarte steen waaronder de grote stichter begraven zou zijn. En de Romeinen van nu? Die doen nog een extra duit in het zakje van Livius; zij organiseren vandaag een levendige spektakelshow waarin ze het verhaal van Romulus en Remus weer tot leven brengen.
De fragmenten uit Livius zijn afkomstig uit:
Livius, Sinds de stichting van de Stad
Vertaald door H.W.A. van Rooijen-Dijkman en
F.H. van Katwijk-Knapp
Athenaeum – Polak & Van Gennep
De maaltijd. Is dat ‘iets consumeren’? Of is het een moment van rust, een uitgelezen moment om elkaar te ontmoeten? Wij leven in een wereld waar bijna iedereen het eerste antwoord op die vraag geeft en in de praktijk brengt. Het is een van de vele gebruiken die moeiteloos de oceaan is overgevlogen vanuit Amerika en zich met gemak heeft genesteld in onze cultuur.
Dat is gek, want veel dichterbij, enkele honderden kilometers onder ons, geeft het overgrote deel van de mensen desgevraagd zonder twijfel de tweede definitie van ‘de maaltijd’: een rustmoment, een sociale gebeurtenis. In Frankrijk, Portugal, Spanje en bovenal… in Italië. Zijn wij Noord-Europeanen (en Nederlanders in het bijzonder) zo anders? Waarom zien zo veel mensen hier consumptie als compensatie en schijnt niemand te weten hoe je maat moet houden? En, misschien nog wel belangrijker, hoe komt het dat die Italianen daar zo anders over denken?

Wat aten de Romeinen?
Om tot de kern van de Italiaanse eetgewoontes te komen, pleegden Roelf Holtrop en Hans Morren in ‘Zo oud als de weg naar Rome’ (een soort historische ontdekkingstocht in de keuken, met recepten) culinaire archeologie. De zoektocht naar de wortels van de Italiaanse keuken bracht hen naar de antieke eetgewoontes van de Romeinen. Want net als in Italië van nu werd er in het oude Rome veel aandacht besteed aan de bereiding van voedsel.
En dus voeren Holtrop en Morren ons naar de stad waar het allemaal begon. Wat aten de Romeinen? De basis van de Romeinse keuken staat niet ver van de afkomst van de twee broers die te vondeling werden gelegd en op het land werden opgevoed door een wolvin: Romulus en Remus. Van oorsprong is het vooral een soldatenkeuken, met boerse inslag.
Apicius’ kookboek
Er zijn talloze documenten uit de oudheid (van Homerus tot Plato en van Vergilius tot Horatius) waar men over de eetgewoontes van de tijd en over specifieke gerechten spreekt. Er is zelfs een complete Romeinse receptenverzameling, een kookboek avant-la-lettre, waarvan de recepturen worden toegeschreven aan een zekere Apicius. Ondanks de vele geschriften blijft het moeilijk om je een concrete voorstelling te maken van de smaak van de Romeinse keuken. Wie zich er echt op toelegt loopt bovendien tegen allerlei praktische problemen aan: zo zijn recepturen vaak onduidelijk over de te gebruiken hoeveelheden en de precieze bereidingswijze. Nauwkeurigheid was blijkbaar geen vereiste bij het op- of beschrijven van een gerecht. Niet zo gek; vaak worden gerechten en recepten slechts genoemd ter illustratie bij een verhaal, bijvoorbeeld om iemands gulzigheid te benadrukken of om overdadige rijkdom te illustreren. Gedetailleerde handleidingen ontbreken: kookkunsten werden waarschijnlijk van de ene generatie koks op de volgende overgeleverd en de behoefte aan een soort algemeen handboek was er niet. Een ander praktisch probleem: sommige ingrediënten die worden genoemd zijn ons in het geheel niet bekend. Probeer er dan maar eens geschikte vervanging voor te bedenken.
Italiaans koken zonder tomaten
Des te bewonderenswaardiger is de poging van Holtrop en Morren om niet alleen een inkijkje in de geschiedenis van Romeinse eetgewoontes te geven, maar ook een flink aantal recepten. Daarbij hebben ze niet gesmokkeld, ook al betekende het dat ze afstand moesten doen van alle ingrediënten die pas met de ontdekking van de Nieuwe Wereld hun intrede deden in de Europese keuken deden (wat dacht je van de tomaat, de aardappel, maïs, paprika, pepers…) Ze kozen voor een andere oplossing: bij elk authentiek Romeins recept geven ze een goed alternatief gerecht uit de Italiaanse keuken van nu.
Nieuwsgierig geworden naar de smaak van de Romeinse keuken? Morgen geef ik op Orpheus kijkt om een recept prijs uit dit bijzondere boek!
Zo oud als de weg naar Rome
een zoektocht naar de antieke wortels van de Italiaanse keuken
Roelf Holtrop & Hans Morren
ISBN 978 90 8064 485 4
€ 35
Over het algemeen worden Griekse en Romeinse goden, godinnen en mythen beschouwd als heel oud nieuws waar niemand meer op zit te wachten. Een keer per jaar worden ze echter allemaal opgetrommeld om ze op allerlei mogelijke manier nieuw leven in te blazen, tijdens de Week van de Klassieken. Vandaag is de eerste dag van de vijfde editie van de Week van de Klassieken, die nog zal duren tot en met 26 april.
Hoe wordt dat ‘nieuw leven inblazen’ aangepakt? Met lezingen, een Pubquiz, rondleidingen, theaterworkshops en speciale activiteiten voor kinderen. Maar er is ook de Grote Ken-je-Klassiekenquiz en er staan twee tentoonstellingen op het programma om jong en oud kennis te laten maken met de klassieke oudheid. De Week wordt georganiseerd door het Allard Pierson Museum, Museum Het Valkhof, het Rijksmuseum van Oudheden en Tresoar.
De genoemde musea organiseren tientallen activiteiten. Zo zijn er lezingen door classici en archeologen waaronder Fik Meijer, Piet Gerbrandy en Jona Lendering, en vindt 20 april in Leiden de finale plaats van de Grote Ken-je-Klassieken-quiz voor gymnasiasten. Alle deelnemende musea organiseren bovendien aankomend weekend een speciaal kindercollege over de goden van de Grieken en de Romeinen.
Deze week iets ondernemen in het kader van de Week van de Klassieken? Hieronder vast een paar tips! Kijk voor een volledig overzicht van de agenda op de website van de Week van de Klassieken.
Toneelgroep De Appel speelt Herakles
Herakles is de nieuwe theatermarathon van Toneelgroep De Appel, opvolger van de succesvolle theatermarathons Tantalus, Odysseus en Tuin van Holland. Een marathonvoorstelling in 9 delen, inclusief lunch en diner.
Herakles, Toneelgroep De Appel
Appeltheater Den Haag
22 februari – 27 mei (+ extra voorstellingen in het najaar)
Het Valkhof toont de schoonheid van godinnen
Aphrodite, Venus, Ishtar, Hathor: de godin van de liefde en schoonheid was in de oudheid onder vele namen bekend. Nog steeds associëren we haar met verliefd zijn, plezier, vrolijkheid en vrouwelijkheid. Toch hebben liefde en schoonheid ook andere kanten. Het verdriet om een verloren liefde, angst om aan schoonheid te verliezen of jaloezie zijn slechts een paar voorbeelden hiervan.
Waarom godinnen zo mooi zijn
Museum Het Valkhof Nijmegen
Tot en met 12 augustus
Monsters in het Allard Pierson Museum
Wie tijdens de Week van de Klassieken een bezoek brengt aan het Allard Pierson Museum, mag gratis de MPR-tour ’12 Monsters’ meenemen: een tocht (met een knipoog) langs mythische monsters en andere randfiguren uit de oudheid.
MP3-tour: 12 Monsters
Allard Pierson Museum
T/m 26 april
Het mythologische verhaal van Amor en Psyche heeft kunstenaars door de eeuwen heen geïnspireerd tot het creëren van grootse kunstwerken. In het museum van de Engelenburcht in Rome vind je al deze meesterwerken op een rij in de tentoonstelling La favola di Amore e Psiche. Hieronder kun je vast zes voorbeelden bewonderen van de verbeelding van Amor (liefde) en Psyche (geest/ziel), die tijdelijk zijn verzameld in de Engelenburcht.
La favola di Amore e Psiche
T/m 10 juni 2012
Museo Nazionale di Castel Sant’Angelo
Lungotevere Castello, Rome
(maandag gesloten)
Rome Reborn is er eentje in de categorie sympathieke initiatieven. Het initiatief van de universiteit van Virginia heeft als doel: het creëren van driedimensionale modellen die ons een inkijkje geven in de urbane ontwikkeling van de stad Rome, vanaf de vroegste nederzetting in de bronstijd (rond 1000 voor Christus) tot aan de (bijna) verlaten stad in de late oudheid en vroege middeleeuwen (rond 500 na Christus). Een wetenschappelijk adviesraad – tegelijkertijd de projectleiders van Rome Reborn – besloot dat het jaar 320 na Christus de beste ‘startdatum’ was op basis waarvan men kon gaan modelleren; het is een periode waarin Rome een hoogtepunt had bereikt in aantal inwoners en waarna weinig nieuwe Romeinse bouwwerken aan de stad werden toegevoegd. Het jaar 320 is dus een goed beginpunt, vanwaar de projectleiders verder willen werken, dieper in het verleden en verder in de toekomst.
Rome Reborn is een work in progress, maar het Colosseum staat er alvast goed op. In vier 3d-platen kun je het grote Romeinse amfitheater zien zoals je het nog niet eerder zag: niet alleen in volle glorie, maar ook binnen de omgeving van het Rome van de (late) oudheid.

Uitzicht op de vallei van het Colosseum, met van links naar rechts: de Tempel van Heliogabalus op de Palatijn, de Tempel van Venus en Roma, de Boog van Constantijn en het Colosseum

De westelijke kant van het Colosseum met de Boog van Constantijn in het midden en de Tempel van Venus en Roma aan de linkerkant

Het enorme standbeeld dat de naam ‘Colossus’ droeg, van origine een beeld van keizer Nero als zonnegod. Keizer Commodus verving het hoofd van het beeld door een beeltenis van Hercules; de Severische keizers (zijn opvolgers) restaureerden het hoofd van de zonnegod
Op de website van Rome Reborn vind je nog meer 3D-modellen en ook een paar filmpjes, die je meenemen naar het oude Rome.
Naïviteit kan, zeker op een dag als 1 april, gevaarlijk zijn. Omdat je toch nooit kan weten wat er gaat gebeuren, moet je volgens de Stoïsche filosoof Seneca altijd ergens op rekenen. Hoe doe je dat? Door niet alleen vandaag maar elke ochtend weer de dag te beginnen met een moment stil te staan bij de narigheden waarmee het lot je allemaal zou kúnnen treffen.

Buste van Seneca (© Wikipedia)
Seneca schreef dit als advies aan de rijkeluisdochter Marcia, die haar zoon had verloren. Het werk behoort tot de zogenaamde troostschriften van de filosoof: essays over ethische en filosofische onderwerpen, verpakt in de vorm van een persoonlijke brief.
Seneca’s boodschap aan Marcia luidde als volgt: als je te lang in de goede gunst van Fortuna hebt geleefd, loop je het risico niet meer voorbereid te zijn op het ergste. Dat is precies wat haar overkwam toen gebeurde wat zij nooit voor mogelijk had gehouden: ze verloor haar zoon. Volgens Seneca nam ze dus teveel voor lief dat hij er altijd zou zijn, dat het lot hem niet kon treffen. Maar dat is slechts je kop in het zand steken. Denk niet: dat overkomt mij niet. Of, zoals Seneca het in mooiere woorden weet uit te drukken:
‘Imagine that you are mounting without sufficient armour to assault some city wall (…), expect a wound, and suppose that all those stones, arrows, and darts which fill the upper air are aimed at your body: whenever anyone falls at your side or behind your back, exclaim, ‘Fortune, you will not outwit me, or catch me confident and heedless: I know what you are preparing to do: you have struck down another, but you aimed at me.’
Garanties zijn er niet in het leven. Alles wat een mens in theorie kan overkomen, kan jou morgen of vandaag, over een uur overkomen. Pessimistisch? Goed voorbereid, zou Seneca zeggen. Niemand kan met zekerheid zeggen dat hij het zelfs maar tot etenstijd zal halen, wij zijn immers uiteindelijk, aan het einde van de dag, allemaal stervelingen:
‘You were born a mortal, and you have given birth to mortals: yourself a weak and fragile body, liable to all diseases, can you have hoped to produce anything strong and lasting from such unstable materials? Your son has died: in other words he has reached that goal towards which those whom you regard as more fortunate than your offspring are still hastening.’
De beroemde les die de dichter Horatius uit die treurige toestand van onzekerheid trok, carpe diem, kwam niet in Seneca’s woordenboek voor. Onachtzaamheid was in zijn ogen juist Fortuna’s machtigste wapen:
‘Do you not know with what storms Fortune unsettles everything? How she proves kind and compliant to none save to those who have the fewest possible dealings with her?’
Gelukkig geeft Seneca ook een praktische aanbeveling, een handleiding om dit zware lot als mens te kunnen dragen. Het advies: begin de dag met een praemeditatio. Oftewel, sta iedere dag heel even stil bij al het fysieke en geestelijke leed dat jou of je naasten zou kunnen overkomen. Of we die raad nu daadwerkelijk op moeten volgen weet ik niet, maar vandaag kan het in elk geval geen kwaad.
De fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s De Consolatione ad Marciam, vertaling © Aubrey Stewart.

Afrodite, godin van de liefde en de schoonheid. Romeinse kopie van een Grieks origineel uit de 4e eeuw v.Chr. (© Wikipedia).
Schoonheidsidealen zijn zo veranderlijk als een vrouw, maar schoonheidsrituelen zijn in de loop der eeuwen niet zo gek veel veranderd. Dat blijkt uit archeologische vondsten en antieke teksten, die erop wijzen dat zalven, crèmes, make-up en parfums in alle antieke culturen op grote schaal werden gebruikt. Met oogschaduw, rouge en lippoeder werden ogen, wangen en lippen verfraaid en werd indruk gemaakt op potentiële huwelijkspartners.
Tot en met 12 juni kun je in Museum Het Valkhof in Nijmegen de tentoonstelling ‘Waarom godinnen zo mooi zijn’ bezoeken: een reis langs de antieke geschiedenis van liefde en schoonheid bij de Egyptenaren, de Romeinen, de Grieken en de beschavingen in het Nabije Oosten. Denk bijvoorbeeld alleen al aan de mythe van Echo en Narcissus, waarin liefde en schoonheid het belangrijkste thema zijn. Of het ‘liefdes’verhaal van Apollo en Daphne, het meisje dat zo mooi was dat de god zich niet kon bedwingen. De tentoonstelling in Nijmegen laat zien hoe schoonheidsidealen van nu beïnvloed zijn door de idealen uit de oudheid.
Cosmetische producten waren in de oudheid overigens niet alleen bestemd voor de levenden. Wanneer iemand stierf, werd het lichaam verzorgd met olie, zalf en reukmiddelen, die ook tijdens de begrafenisplechtigheid een belangrijke rol speelden. In Egypte probeerde men zelfs het lichaam door mummificatie voor verval te behoeden. De Grieken gaven de doden vaak parfumvazen mee in het graf. Zo komen schoonheid en vergankelijkheid, letterlijk en figuurlijk, in de tentoonstelling bij elkaar.
Waarom godinnen zo mooi zijn
T/m 12 augustus 2012
Museum Het Valkhof, Nijmegen