Het prachtige pugliese landschap is een perfecte plek om een beetje te filosoferen… Thuis kun je dat natuurlijk ook doen, bijvoorbeeld met Action philosophers! op schoot: twee millennia filosofie, in stripvorm > lees hier verder.

Tijdens TEFAF 2013, een van de meest toonaangevende kunstbeurzen ter wereld, zal een bijzondere terracotta buste aan het Nederlandse publiek worden getoond. Het gaat om een beeld van de hand van Gilles-Lambert Godecharle (1750-1835), de belangrijkste neoclassicistische beeldhouwer van zijn tijd. De buste is van een beroemde 16e-eeuwse Franse filosoof en liefhebber van de klassieken: Michel de Montaigne.

Buste van Michel de Montaigne, Gilles-Lambert Godecharle (1816-1817).
Foto: © artdaily.org
WIE WAS DE MONTAIGNE?
Michel de Montaigne beschreef in de 16e eeuw morele en filosofische vraagstukken en pionierde in het genre van de essay. Als een van de allereersten schreef hij in psychologische zin over zichzelf. Twijfel was zijn motto en devies; ‘Wat weet ik?’ was de filosofische vraag die hij zichzelf steeds weer stelde. Hij las veel en liet zich inspireren door de klassieken:
‘Misschien zijn sommigen net zo aangelegd als ik, die meer leer door me tegen een voorbeeld af te zetten dan door te imiteren, meer door te vermijden dan door de volgen. Een soortgelijke leermethode had ook Cato de Oudere voor ogen, toen hij zei dat de wijze meer van een dwaas kan opsteken dan de dwaas van een wijze; en ook die oude lierspeler, die volgens het verhaal van Pausamas de gewoonte had zijn leerlingen te verplichten naar een slechte speler te gaan luisteren die bij hem aan de overkant woonde, om een hekel te leren krijgen aan diens maatfouten en valse akkoorden.’
EEN TUIN VOL FILOSOFEN
De terracotta buste sierde eens, samen met nog 36 andere filosofenkoppen (waaronder Socrates en Plato), de tuin van Kasteel van den Heer Burggraaf de Spoelbergh in Wespelaar, in de buurt van Leuven. Tegenwoordig siert het beeld van De Montaigne de kunstcollectie van het Musée d’art Ancien (Musée Royal des Beaux Arts) in Brussel.

Kasteel van den Heer Burggraaf de Spoelbergh, Foto uit 1903: Heemkring Campenholt beeldbank
BEKIJKEN
TEFAF vindt dit jaar plaats van 15 tot 24 maart in het congrescentrum in Maastricht. De buste van Michel de Montaigne is onderdeel van de Fine Art-collectie van de Tomasso Brothers, die te vinden zal zijn bij stand 165.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.
‘Alles verandert, niets vergaat’ (omnia mutantur, nihil interit), schreef de Romeinse dichter Ovidius. Hij werkte deze filosofie uit in een enorme verzameling van verhalen over gedaantewisselingen. Alles verandert steeds weer in iets anders, zodat er uiteindelijk op deze wereld nooit iets verloren gaat.
Je zou hierin iets van het filosofische gedachtegoed van de oude Parmenides van Elea (ca. 515-450 v.Chr.) kunnen herkennen, die meende dat er in deze wereld helemaal geen sprake kan zijn van ‘zijn’ en ‘niet zijn’; dat wat is, kan namelijk nooit verschillen van datgene (‘iets anders’) wat (‘ook’) is. Er is geen veelheid aan verschijnselen, zoals wij mensen menen waar te nemen, er zijn slechts verschijnselen die veranderen en in elkaar overgaan.
Meer dan tweeduizend jaar later worstelen filosofen nog altijd met de vergankelijkheid der dingen. Bijvoorbeeld de hedendaagse Italiaanse kunstenaars Giampaolo Bertozzi en Stefano Dal Monte Casoni. In hun beelden komen filosofische, kritische onderwerpen tot uitdrukking die over leven en dood gaan, over de voorbijgaande aard van alles. Meer dan eens resulteert dat bij de twee mannen in het ontleden van het afval van onze hedendaagse maatschappij. Het resulteert bij Bertozzi & Casoni altijd in barokke en overdadige composities, rijk aan details, symbolen en betekenissen. Want, zo zeggen ze: ‘Vandaag de dag moet een kunstenaar zich enkel nog wijden aan complexe dingen, objecten of thema’s.
Wie nieuwsgierig is geworden moet zich haasten naar het Haagse Museum Beelden aan Zee. Daar kun je het werk van de twee Italiaanse kunstenaar/filosofen nog tot en met 19 mei bewonderen in de tentoonstelling Bertozzi & Casoni. Timeless.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.

Tentoonstelling: Bertozzi & Casoni. Timeless.
DE TENTOONSTELLING BEZOEKEN
Bertozzi & Casoni. Timeless.
T/m 19/05/2013
Museum Beelden aan Zee
Harteveltstraat 1, 2586 EL Den Haag
Toegang
Volwassenen: € 12
Kinderen 13-18: € 6
Museumkaart, Vereniging Rembrandt, Kinderen < 13: gratis
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag
11.00-17.00 uur
EXTRA: OVER BERTOZZI & CASONI


In 2004 werden Bertozzi & Casoni uitgenodigd om te exposeren in het Tate in Liverpool en in 2005 op de XIV Quadriennale in Rome. In 2007 exposeren ze in Cà Pesaro, het Internationale Museum voor Hedendaagse Kunst te Venetië, in 2008 in het Castello Sforzesco in Milaan, in 2009 in het Italiaanse paviljoen op de Biënnale van Venetië, in 2010 in de AVA Gallery in London, de Sperone Westwater Gallery in New York, de Galleria Sperone in Sent en de Fondazione Arnaldo Pomodoro in Milaan. In 2011 exposeren ze in het Musée des Beaux Arts in Ajaccio, in het Italiaanse paviljoen op de Biënnale van Venetië, in de FaMa Gallery in Verona en in La Maison Rouge in Parijs. In 2012 zijn er de tentoonstellingen in New York in de Sperone Westwater Gallery, in Londen bij Robilant + Voena, in Milaan in het Castello Sforzesco en in Lugano bij Sperone Westwater; in de All Visual Art Gallery te Londen presenteren ze de persoonlijke tentoonstelling “Regeneration”.

Foto: Lauren B. ‘Products I love’
‘De meeste stervelingen klagen steen en been over de boosaardigheid van de natuur: we worden geboren om slechts een klein ogenblik te leven, maar we spoeden ons zo snel door de ons gegeven tijd heen dat het leven de mensen loslaat terwijl ze nog bezig zijn zich daarop voor te bereiden.’*
Herkenbaar? Denk jij ook weleens: het leven is veel te kort! Heb je het idee dat het leven je vergaat, terwijl je niet eens doorhad dat het gaande was? De Romeinse filosoof Lucius Annaeus Seneca (4 v.Chr.- 65 n.Chr.) is het niet bepaald met je eens.
Stop met klagen, start met kiezen
Want is het leven nu zo kort? Of besteed je gewoon alle tijd die je hebt aan de gevolgen van verkeerde keuzes? Is je leven te kort, of maak je het kort door je met volstrekt onbelangrijke zaken bezig te houden? Waarschijnlijk leid je, net als de meeste mensen, een druk bestaan. Misschien heb je zelfs af en toe het idee dat je geleefd wordt. Seneca stelt het volgende voor: kies voor een sereen en rustig leven, in plaats van een hectisch bestaan.
Stop met klagen dat je nergens tijd voor hebt, en begin met het maken van de juiste keuzes. Wordt (weer) meester van je eigen tijd. Zorg dat jouw verleden, heden en toekomst volledig tot je eigen beschikking staan en zie: je maakt je leven lang.
Seneca’s advies
Denk je misschien: voor mij gaat dit niet op? Denk je ‘bij mij is het anders’ of ‘ik heb nu eenmaal een verantwoordelijke baan of een zware baan’ of ‘ik heb geen keuze’. Lees dan even het advies dat Seneca in het jaar 49 n.Chr. schreef aan Paulinus.
Paulinus was familie van de vrouw van Seneca, Pompeia Paulina. Hij was praefectus annonae, en derhalve belast met de verantwoordelijkheid voor de graantoevoer naar Rome – een stad met minstens een miljoen inwoners. Met andere woorden: Paulinus had een erg zware, stressvolle baan, vergelijkbaar met die van een verantwoordelijke minister nu.
Seneca raadt hem aan zijn hectische bestaan in te ruilen voor een rustiger leven en schrijft: ‘(Het is) niet dat we weinig tijd tot onze beschikking hebben, maar we vermorsen veel tijd. Het leven is lang genoeg en het werd ons voldoende royaal toegemeten om met de allerbelangrijkste zaken in het reine te komen, als we het maar tot de laatste seconde toe goed uitzetten’
Laat je kapitaal groeien

Seneca door Peter Paul Rubens (detail), 1612
Hoe je dat doet, je tijd goed besteden, is voor iedereen anders. Maar wat je doet, moet je met overgave doen, zoveel is duidelijk: ‘Waar het (leven) ons in weelde en ongeïnteresseerdheid door de vingers glipt, waar het voor geen enkel goed doel aangewend wordt, merken we, wanneer de laatste noodzaak ons daar ten slotte toe dwingt, dat het leven ons vergaan is terwijl we niet eens doorhadden dat het al gaande was.’
Seneca’s conclusie is eenduidig: ‘Zo is het: het leven dat we ontvangen is niet kort, maar we maken het kort, en we hebben er niet te weinig van, maar we vergooien het. Zoals een reusachtig, vorstelijk kapitaal in een ogenblik wegsmelt als het in handen van een slechte meester terecht is gekomen, terwijl een kapitaal, hoe bescheiden ook maar toevertrouwd aan een goed beheerder, groeit door het te gebruiken, zo strekt ons leven zich over een lange periode uit voor hem die het goed indeelt.
Voila. Deel je leven goed in en het zal zich verlengen. Althans, zo keek een filosoof er zo’n tweeduizend jaar tegenaan. Maar oud en vergeten gedachten zijn het niet: Seneca vond in de loop der eeuwen op veel en soms onverwachte plekken bijval. Zo sprak Abraham Lincoln (1809-1865) eens de volgende prachtige woorden, waarin Seneca’s advies aan Paulinus weerklinkt:
‘In the end, it’s not the years in your life that count. It’s the life in your years.’
* Alle fragmenten zijn afkomstig uit Seneca’s dialogen, zoals vertaald door T.H. Janssen in de bundel ‘Gelukkig leven.’
> Lees hier meer artikelen over Seneca!

You live out the confusions until they become clear – Anais Nin (geïllustreerd door Lisa Congdon)
Gisteren introduceerden we Parmenides van Elea en beschreven we het filosofische gedicht dat hij achterliet. Daarin wordt duidelijk dat hij een fundamenteel verschil ziet tussen wat de ‘gewone’ stervelingen zien en ervaren, en wat ware kennis is.
To be or not to be: wat is, kan onmogelijk niet zijn
Parmenides krijgt van de godin die hem in het gedicht de waarheid openbaart het inzicht dat stervelingen samen een bedrieglijk samenhangend wereldbeeld opbouwen. Bedrieglijk, omdat ze eerst een fundamentele fout hebben gemaakt. In plaats van uit te gaan van het zijnde, dat is en onmogelijk niet kan zijn, menen zij over zijn en niet zijn te kunnen spreken. Maar wat is, kan logischerwijs niet verschillen van datgene (‘iets anders’) wat (‘ook’) is. Toch spreken de dwalende stervelingen almaar over wat is en wat niet is, over licht en donker, over leven en dood. Volgens Parmenides en het goddelijke inzicht dat hij als enige heeft verkregen, roepen de mensen de veelheid van de verschijnselen zelf in het leven door een denkwet te overtreden.
Wat is er ‘nieuw’ aan de filosofische ideeën van Parmenides? Hij zegt een theoretische denkhouding te hebben ontdekt, en zet deze in contrast met wat mensen ‘weten’ over de alledaagse ervaringswerkelijkheid. Hij presenteert dit inzicht als een soort hervonden verheven kennis. Parmenides heeft daarmee, wat je ook vindt van zijn ideeën, een nieuw terrein onder de filosofische aandacht gebracht. Hij heeft als een van de eerste (van wie werk is overgeleverd) het gebied van menselijke opvattingen en waarnemingen op een filosofische wijze beschouwd.
Parmenides raakte er daarbij van overtuigd dat mensen de mogelijkheid hebben om hogere kennis te verwerven, kennis die kwalitatief verschilt van de alledaagse kennis gebaseerd op ervaring en zintuiglijke waarneming. Kennis die niet berust op subjectieve meningen, maar die echte, objectieve grond vindt in het door Parmenides geïdealiseerde denkvermogen.
Een paradigmawisseling
De vraag die Parmenides zijn lezers in feite stelt is deze: aanvaard je hem als gids? Vertrouw je erop dat hij je zal leiden naar het ‘licht’? Of houd je liever de wereld waarin licht en donker beiden opeenvolgend voorkomen als de echte wereld? Heeft hij de waarheid ontdekt of is hij juist verstrikt geraakt in een web van zelf gecreëerde (gedachte) problemen?
De antwoorden op die vragen mag iedereen zelf uitmaken natuurlijk. Parmenides ziet hoe dan ook een fundamentele tegenstrijdigheid tussen de ervaringswerkelijkheid en het denken en kiest voor dat laatste. Alle verscheidenheid die zich aan de mens opdringt via zijn zintuigen, zelfs de uiteindelijke verscheidenheid die men ervaart tussen dode en levende materie, kun je logisch herleiden tot het zijnde, dat een is en heel is. Wanneer je leven en dood ziet als een combinatie, een naast elkaar bestaan van zijn en niet-zijn, dan is dat niets meer dan een door je zintuigen gecreëerde denkfout.
Een paradigmawisseling was voorgesteld.

Parmenides, detail van De school van Athene door Rafael
Na Hesiodus, de natuurfilosofen uit Ionië en de school van Pythagoras betreden we bijna het tijdperk van de grote namen uit de ‘klassieke’ filosofie (Socrates, Plato, Aristoteles). Maar er ging nog iemand aan vooraf, die de geschiedenisboeken vaak niet heeft gehaald maar die op zijn manier ook de weg heeft bereid voor de ontwikkeling van de Griekse filosofie zoals we die kennen.
Parmenides van Elea leefde ongeveer tussen 515 en 450 voor Christus. Hij was zich dankzij een pythagorese leermeester gaan interesseren voor de filosofie en werd uiteindelijk zelf wijsgeer. Over zijn filosofische ideeën schreef hij een leergedicht van ongeveer 150 regels, dat alle eeuwen die hem van ons scheiden heeft weten te overleven.
De reis naar het licht
Het gedicht vertelt van een tocht, een reis die Parmenides ondernam in een wagen, begeleid door merries. Een reis die hem uit de duisternis voerde in de richting van het licht, in de richting van een godin die welwillend aan hem de Waarheid openbaart. Die waarheid gaat erover dat het waarlijk zijnde niets te maken heeft met de subjectieve ‘waarnemingen’ en ‘meningen’ van de gewone, dwalende stervelingen.
Parmenides’ gedicht is een soort allegorie, een wijsgerig traktaat dat anders is dan wat wij kennen van veel van zijn voorouders en tijdgenoten. Het is een zogenaamde ontologie in plaats van een kosmogonie, oftewel een zijnsleer in plaats van een beschrijving van de oorsprong van de zichtbare werkelijkheid. Daarin verschilt Parmenides dus van bijvoorbeeld de natuurfilosofen, die zich vooral bezighielden met de veelheid van verschijnselen die ze om zich heen waarnamen met hun zintuigen. Hoewel hij zelf aanvankelijk vooral geïnteresseerd was in de filosofische getallenleer van Pythagoras, kwam Parmenides uiteindelijk tot geheel eigen filosofische opvattingen, die hij nadrukkelijk als zodanig presenteerde en uiteenzette in zijn leerdicht. In dat gedicht presenteert zichzelf als de enige die ingewijd is in kennis van een ‘hogere’ orde. Dat alle stervelingen dwalen in onwetendheid.
De ontdekking van Parmenides
Wat heeft Parmenides dan, naar eigen zeggen, ontdekt? Dat maakt hij ons op symbolische wijze duidelijk, door een tocht te beschrijven uit een conditie van duisternis, die leidt naar het licht, naar een ander niveau van inzicht en kennis. Dat inzicht stijgt met kop en schouders uit boven de schijnkennis van de ronddwalende stervelingen. Het inzicht was dit: dat er zowel denkwegen als dwaalwegen zijn. Er is de weg van de (objectieve) waarheid en de weg van de (subjectieve) meningen. De weg van de waarheid is de enige juiste; de weg van de meningen komt altijd uit op niets, en beweegt zich in de zintuiglijk waarneembare wereld waarin ‘zijn’ kan bestaan naast ‘niet-zijn’ (licht naast donker, leven naast dood) – en dat bestaat niet.
De weg van de waarheid leidt juist naar het inzicht dat dat wat is, onmogelijk niet kan zijn. De weg kenmerkt zich juist door ongedifferentieerdheid en onvergankelijkheid. Wat is, kan onmogelijk niet zijn. Het kan ook niet geworden zijn, want dan zou het moeten zijn ontstaan uit iets dat niet is.
Als de weg van de meningen, van de zintuiglijke waarneming van verscheidenheid, zo bedrieglijk is, hoe kan het dan dat stervelingen altijd maar op die dwaalweg blijven?
Morgen lees je het antwoord op die vraag en meer over Parmenides!
We begeven ons deze week in de vroegste periode van de filosofie. Hesiodus beschreef en verklaarde de wereld om hem heen in de 7e eeuw binnen een zuiver mythologisch perspectief en aan de westkust van Klein-Azië namen een eeuw later een aantal onderzoekende geesten een heel andere houding aan, door de werkelijkheid te proberen te herleiden tot een enkel natuurprincipe. Iemand die binnen dit hele kader van de vroege Griekse filosofie wat moeilijk te plaatsen is, een beetje een buitenbeentje, is Pythagoras.

Stanza della Segnatura, Vaticaan: Pythagoras (detail van De School van Athene), Rafael
Pythagoras werd geboren op het eiland Samos. Hij was wiskundige, astonoom en filosoof en leefde tussen 580 en 500. Uiteindelijk vestigde hij zich, na wat omzwervingen, in Zuid-Italië, in de Griekse kolonie Croton (huidig Crotone). Hij zou zijn vaderland verlaten hebben omdat hij een afkeer had van de tirannie die daar heerste.
Natuurlijk kennen we Pythagoras vooral van de stelling (het kwadraat van de langste zijde in een rechthoekige driehoek is gelijk aan de som van de kwadraten van de beide andere zijden van de driehoek). Maar wiskunde was geen doel op zich voor Pythagoras. Wiskunde – de leer van de getallen, was vooral een onderdeel, of eigenlijk het middelpunt, van een allesomvattende filosofie. Volgens de overlevering was hij zelfs de eerste die het woord filosofie gebruikte: philosophos – hij die wijsheid liefheeft of hij die streeft naar wijsheid.
De kern van de leer van Pythagoras: getallen, getalsverhoudingen en ruimtelijke vormen verschaffen de sleutel tot het geheim van de natuur en de werkelijkheid. Volgens de filosofie van Pythagoras zijn getallen de bouwstenen van de wereld en alles wat we om ons heen zien. De harmonie van de wereld zit in de getalsmatige verhoudingen. Zo herleidde hij de harmonie die hoorbaar is in muziek – de klanken en tonen – tot getalverhoudingen. Ook in de kosmos was die harmonie meetbaar: de harmonie der sferen.
Hij geloofde tevens in een ziel die losstaat van het lichaam, die steeds opnieuw geboren wordt in een ander lichaam (menselijk of dierlijk). De ziel van de mens is onsterfelijk en maakt een lang proces door van ‘spirituele groei’. Het doel van het leven is om uiteindelijk, door een vroom leven, de ziel te bevrijden uit die kringloop van wedergeboorte.
Pythagoras stichtte rond 530 een school. Degenen die zich bij die school aansloten werden de pythagoreeërs genoemd, de volgelingen van Pythagoras. Zij moesten bij hun intrede een gelofte afleggen, waarin ze beloofden dat ze een ingetogen en matig leven zouden leiden, geen dieren zouden doden wanneer deze hen niet bedreigden. Ze beloofde ook om steeds hun geweten te blijven onderzoeken. Het was zelfs vrouwen toegestaan zich aan te sluiten bij deze bond, die in meerdere opzichten een geheim en vooruitstrevend karakter had. In de ogen van veel tijdgenoten uiteraard een beetje te vooruitstrevend.
Marcus Aurelius schrijft steeds weer over goede eigenschappen, en over wat je niet moet doen om gelukkig, weloverwogen, gematigd en waardig door het leven te gaan. Een laatste advies dat hij ons meegeeft is om het beste uit onszelf te halen en ons te richten op onze mogelijkheden, in plaats van onze mogelijkheden. Hoe je dat moet doen? Houd je in de eerste plaats niet bezig met wat je niet kunt of waarvoor je geen lof krijgt:
‘Word je niet bewonderd om je scherpzinnigheid? Wel, het zij zo.’*

Een van de 344 geïllustreerde ‘Flowcharts’ over grote levensvragen van designer Stefan G. Bucher
Iedereen heeft talenten en goede eigenschappen. Geluk kan pas ontstaan wanneer je je daarop richt, in plaats van op iedere vorm van onvermogen:
‘(…) er zijn vele andere kwaliteiten, waarvan je kunt zeggen, ‘Die heb ik van nature meegekregen’. Ontwikkel dan die eigenschappen die geheel en al binnen uw bereik liggen, zoals oprechtheid, waardigheid, uithoudingsvermogen, soberheid;’
Richt je, met andere woorden, op wat je wel kunt beïnvloeden, in plaats van op dat wat buiten jouw invloedssfeer ligt. En dat allemaal zonder te klagen.
‘Voorts kun je leren niet over je lot te morren, met weinig tevreden te zijn, en welgezind, onafhankelijk, matig, weloverwogen en grootmoedig te zijn.’
Bevrijd je van bestaande ideeën
De focus leggen op jouw mogelijkheden is een vorm van eigen verantwoordelijkheid nemen, van het heft in eigen hand nemen en de leiding over je eigen leven naar je toe trekken. Geen excuses, geen gemopper, maar altijd het beste en het meeste uit jezelf halen. Waarom zou je vrijwillig beneden je mogelijkheden blijven?
‘Zie je niet hoeveel goede eigenschappen je reeds nu aan de dag zou kunnen leggen? Je kunt de verontschuldiging niet aanvoeren dat je daarvoor geen natuurlijke aanleg en geschiktheid zou hebben, toch blijf je uit vrije wil nog beneden je mogelijkheden. Is het soms nodig te mopperen, inhalig te zijn, te vleien? Is het soms nodig uw lichaam overal de schuld van te geven, behaagziek te zijn en te bluffen en in je geest zo hevig heen en weer te worden geslingerd omdat je meent van nature niet met goede eigenschappen te zijn begiftigd? De goden verhoeden het. Je had je al veel eerder van die ideeën kunnen bevrijden. Dan zou men je alleen maar een zekere traagheid en stroefheid van begrip kunnen verwijten, zo dit al vermeldenswaardig is. Zelfs hierin kun je verbetering brengen door geen aandacht aan de traagheid te schenken en haar niet te koesteren.’
* De vertaalde fragmenten zijn afkomstig uit:

Overpeinzingen, Marcus Aurelius Antoninus
Vert. uit het Grieks door de Stichting School voor Filosofie
Amsterdam, De Driehoek
ISBN 9060302249
‘Houd voortdurend in gedachten hoeveel geneesheren, die hun wenkbrauwen plachten te fronsen over hun patiënten, nu dood zijn; en ook hoeveel astrologen, die met veel vertoon de dood van anderen hebben voorspeld; en hoeveel filosofen, die eindeloze betogen hielden over dood en onsterfelijkheid; en hoeveel legeraanvoerders, die zelf velen van het leven beroofden; hoeveel tirannen, die met ongehoorde bruutheid beschikten over dood en leven van anderen alsof zij zelf onsterfelijk waren.’*

Reliëf met een offerende Marcus Aurelius, Capitolijnse Musea, Rome
Marcus Aurelius heeft het in zijn Overpeinzingen veel en uitgebreid over de dood. Hij vraagt je steeds weer om stil te staan bij de vluchtigheid van het leven en de altijd aanwezige dood:
‘Herinner je (…) een voor een alle mensen die je gekend hebt: de een begraaft de ander, om daarna zelf op zijn sterfbed te liggen en door een derde begraven te worden. Dit alles binnen korte tijd. Kortom, besef immer hoe kortstondig en nietig het menselijk bestaan is;’
Hoe kom je dan menselijkerwijs nog aangenaam dat nietige bestaan door? Daar is Marcus Aurelius kort en duidelijk over:
‘Wees als een rots in de branding, waarop de golven steeds te pletter slaan. Daar staat hij, rondom hem komen de woelige wateren tot bedaren.’
Is dit misschien nog wat vaag? Dan heeft de keizer/filosoof ook nog een aantal hele concrete tips voor je, toepasbaar in het dagelijks leven.
3 filosofische tips voor het dagelijks leven
1. ‘Wanneer er iets is dat je zou kunnen kwetsen, denk er dan aan gebruik te maken van deze regel, ‘Dit is geen ongeluk, het is veeleer een geluk dit op passende wijze te mogen dragen.’
2. ‘Een heel gewoon, maar doeltreffend hulpmiddel om te leren de dood niet te vrezen, heb je wanneer je je de mensen voor de geest haalt die zich hardnekkig aan het leven vastklampten. Waren zij er soms beter aan toe dan anderen die een vroege dood stierven? Het lijdt geen twijfel dat ook zij uiteindelijk ergens begraven liggen.’
3. ‘Neem altijd de kortste weg; de kortste weg is de natuurlijke, waarbij je in woord en daad de hoogste graad van volmaaktheid bereikt.’
* De vertaalde fragmenten zijn afkomstig uit:

Overpeinzingen, Marcus Aurelius Antoninus
Vert. uit het Grieks door de Stichting School voor Filosofie
Amsterdam, De Driehoek
ISBN 9060302249
Deze week lezen we in de Overpeinzingen, het ‘dagboek’ dat de Romeinse keizer/filosoof Marcus Aurelius in zijn vrije uurtjes tijdens veldtochten bijhield. Vandaag: 5 goede eigenschappen waarover een (politiek) leider volgens Marcus Aurelius zou moeten beschikken.
Een schoon geweten
‘Wij moeten er een gewoonte van maken, ons slechts met zulke gedachten bezig te houden dat wij direct openhartig kunnen antwoorden, ‘Over dit of dat’ wanneer iemand ons bij verassing vraagt, ‘Waar denkt ge over?’, zodat uit uw antwoord direct zou blijken dat al uw gedachten eenvoudig en mild zijn, en passend bij iemand met gemeenschapsgevoel, en dat ge u niet bekommert om pleziertjes of fantasieën over genietingen in het algemeen, of om enigerlei wedijver of kwaadsprekerij en achterdocht, of iets anders dat u zou doen blozen wanneer bleek dat het in uw geest een plaats heeft.’*
Een weloverwogen geest
‘Het lijdt geen twijfel dat zo’n mens, die zijn eigen statuur als hoogste onder de levende wezens niet langer loochent, als een priester en dienaar der goden is, want ook hij gebruikt de kracht die in hemzelf aanwezig is, zodat hij niet beroerd wordt door genietingen, onkwetsbaar is voor alle pijn, vrij van zelfzucht en zonder boosheid.’
Een rechtvaardig oordeel
‘Hij is als een kampvechter die zich zelfs in de zwaarste strijd niet laat meeslepen door wat hij ondervindt. Tot in zijn diepste innerlijk is hij doordrongen van rechtvaardigheid. Met heel zijn wezen verwelkomt hij al wat hem ten deel valt en geschonken wordt. Hij vraagt zich nooit af wat een ander misschien zal zeggen, doen of denken, behalve wanneer iets van groot gewicht is of het algemeen belang dit van hem eist.’
Een gevoel van verantwoordelijkheid
‘Al zijn zorg is voor zijn eigen taak en hij is zich voortdurend bewust van zijn aandeel in het spinsel van het heelal. Hij zorgt ervoor dat hij zijn taak naar behoren vervult en hij vertrouwt erop dat zijn aandeel goed is. Immers, ieders leven wordt door zijn lot bepaald, maar tevens bepaalt elkeen zijn eigen lot.’
Standvastigheid
‘Hij weet dat de mening van de massa geen maatstaf is, maar wel het inzicht van hen die in overeenstemming met hun eigen natuur leven. Altijd weet hij wat van hen die niet zo leven de aard is en de manier waarop zij zich thuis en daarbuiten gedragen, zowel overdag als ’s nachts, en tevens weet hij niet met wie zij omgaan. Daarom hecht hij in het geheel geen waarde aan de lof van mensen die zelfs zichzelf niet kunnen waarderen.’
* De vertaalde fragmenten zijn afkomstig uit:

Overpeinzingen, Marcus Aurelius Antoninus
Vert. uit het Grieks door de Stichting School voor Filosofie
Amsterdam, De Driehoek
ISBN 9060302249