In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.
Omdat het Boekenweek is, bewandelen we vandaag een straat die vernoemd is naar een kunstliefhebber pur sang; de man die beroemd werd als beschermheer van Romeinse schrijvers en dichters. Welkom op de Via Mecenate, de ‘Weg van Maecenas’.

Maecenas presenteert de vrije kunsten aan Augustus, Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770)
MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Keizer Augustus (63 v.Chr.-14 n.Chr.) stond erom bekend de rust en vrede te hebben teruggebracht in het Romeinse rijk. De pax augustea, de ‘vrede van Augustus’, was meer dan welkom na decennia van burgeroorlogen en onrust. De rust in het rijk en in Rome ging gepaard met groeiende welvaart; perfecte omstandigheden voor kunst en cultuur om op te bloeien. Dat gebeurde, niet in de laatste plaats omdat het door de keizer zelf gestimuleerd en toegejuicht werd.
Onder keizer Augustus diende een zekere Gaius Cilnius Maecenas, een telg uit een rijke familie van Etruskische oorsprong. Maecenas trad vaak op als Augustus’ vertegenwoordiger op buitenlandse reizen, die de keizer onmogelijk allemaal zelf kon maken. Een soort minister van buitenlandse zaken avant-la-lettre, dus. Maar Maecenas was meer dan dat; hij had zich dankzij zijn diplomatieke talent opgewerkt tot persoonlijk adviseur, vertrouweling en vriend van de keizer.

Ligging van ruïnes en opgravingen (incl. de Tuinen van Maecenas) t.o.v. de moderne plattegrond van Rome (kaart uit 1897)
LITERAIRE KRING
Nog voordat zijn politieke carrière die vlucht had genomen, besteedde Maecenas de rijkdom die hij van huis uit had meegekregen aan zijn grote liefde: dichtkunst en literatuur. Op de Esquilijn in Rome liet hij een riante villa bouwen met prachtige tuinen. De horti maecenatis werden ze genoemd, beroemd geworden als de plek waar Maecenas de grootste dichters van zijn tijd bijeen bracht (Vergilius, Propertius en Horatius). Maecenas creëerde zo een literaire kring en maakte zijn eigen huis het centrum ervan. En wie denkt dat men daar enkel hoogdravende poëtische voordrachten hield, heeft het mis; de uitbundige feesten die Maecenas organiseerde op de Esquilijn waren bijna net zo beroemd als zijn diplomatieke talenten.
Politiek en kunst kwamen niet alleen figuurlijk samen in de persoon van Maecenas, maar ook letterlijk: als boezemvriend van Augustus zorgde hij ervoor dat de literaire talenten van mannen als Vergilius en Horatius werden aangewend in de propagandamachine van de keizer. De schrijvers waren financieel afhankelijk van het duo Maecenas-Augustus en wisten onder hun bescherming sommige van de grootste meesterwerken van de oudheid te creëren. Maecenas ging de geschiedenis in als de eerste sponsor van de kunsten. Zijn naam leeft nog altijd voort in onze en andere talen: mecenas is het algemene woord voor een patroon van de kunsten geworden.
ONDER DE GROND

Het ‘Auditorium van Mecenas’

Hoofd van een Amazone, Sala degli Orti Mecenate (Capitolijnse Musea)
Maecenas’ villa werd gebouwd tussen 42 en 35 v.Chr. op de eerdergenoemde Esquilijnse heuvel in Rome, precies in het gebied waar de huidige Via Mecenate loopt (Mecenate = Italiaans voor Mecenas). Ondanks de beruchte overdadigheid van het complex en vooral van de tuinen (er zou een wijngaard bij aangelegd zijn, en een zwembad gevuld met warm, thermaal water), is er weinig teruggevonden van de villa en horti maecenatis. Het zogenaamde Auditorium van Maecenas, bij opgravingen in de 19de eeuw gevonden, is alles wat er rest, althans als de interpretatie van deze ondergrondse ruimte als zodanig klopt. Het gaat om een grote zaal met apsis en verschillende constructies voor de aanvoer van water, die misschien niet als ‘autitorium’ diende, maar als eetzaal (triclinium).
In de omgeving zijn in diezelfde eeuw nog wel verschillende significante vondsten gedaan. Veel daarvan vind je tegenwoordig terug in de Capitolijnse Musea, waar een hele zaal is gewijd aan de Tuinen van Mecenas (Sala degli Orti di Mecenate). Hier kun je de mozaïeken, sculpturen en andere kunstwerken bewonderen die de riante stadsvilla eens gesierd moeten hebben. Of ze allemaal aan de patroon van het huis, tegelijkertijd patroon van de kunsten in het algemeen, toebehoorden, is misschien niet met zekerheid te zeggen. Maar wie de Via Mecenate in Rome bewandelt, stapt zeker in de voetsporen van Vergilius, Horatius, Propertius en Maecenas, die, gebonden door hun liefde voor de kunsten, tweeduizend jaar geleden op precies die heuvel samenkwamen.


Een prachtige vondst
‘Dit gezicht heeft precies alle karakteristieken van de illustere personages van de Julisch-Claudische familie’, aldus professor Alfonsina Russo Tagliente. Ze onderzoekt en restaureert een beeld dat deze week werd gevonden in Arenova, vlak bij het drukke vliegveld van Rome. Op de plek waar de vondst werd gedaan stond in de oudheid een prachtige villa.
Wie die ‘illlustere personages van de Julisch-Claudische familie’ precies waren? In elk geval was het niet zomaar een familie: hiermee worden de keizers en keizerlijke families aangeduid die het begin van de Romeinse keizertijd vormgaven. Vanaf Julius Caesar en Augustus tot en met de beruchte Nero – allen hadden ze, dankzij ingewikkelde banden en politieke huwelijken, een stamboom die steeds weer naar elkaar leidde.
In het bijzonder heeft Russo Tagliente één ‘illustere’ vrouw in gedachten, die achter dit gezicht zou schuilgaan. Ze heeft het beeld geïnterpreteerd als Julia, dochter van keizer Augustus.

Het ‘gezicht van Julia’, dat onlangs werd gevonden. Foto: La Repubblica (idem hierboven)
Over Julia
Op de dag dat de kleine Julia Caesaris op deze wereld kwam, 39 jaar voor het begin van onze jaartelling, besloot haar nietsontziende vader Augustus om van haar moeder te scheiden. De arme Scribonia bleef alleen achter, zonder haar dochter en haar goede naam door de toekomstige keizer door het slijk gehaald.
Julia wachtte een leven als diplomatieke speelbal van haar vader, die voor zichzelf de weg effende naar alleenheerschappij over Rome en haar machtige rijk. Ze was nog maar 2 jaar oud toen hij haar uithuwelijkte aan de zoon van Marcus Antonius – toen nog zijn politieke metgezel, later zijn aartsvijand in de strijd om de ‘troon’. In 31 v.Chr. zouden de twee mannen elkaar treffen in een zeeslag bij Actium. Met Marcus Antonius werd voorgoed afgerekend. Het huwelijk tussen Julia en Marcus Antonius’ zoon werd kort daarna opgelost; de jongen stierf in het jaar 30 v.Chr.
Als tiener al was Julia daarom aan haar tweede huwelijk toe. Haar hand werd geschonken aan haar neef Claudius Marcellus, maar ook hij legde niet lang daarna het loodje. In het jaar 21 v.Chr., toen Augustus’ macht geconsolideerd was, huwelijkte Julia’s vader haar uit aan zijn rechterhand en vertrouweling Agrippa. Agrippa was bijna dertig jaar ouder dan zijn dochter.
De vierde huwelijksboot

Svedomsky, Julia in ballingschap
Dit huwelijk was een langer leven beschoren, en bracht zelfs vijf kinderen voort. Toch overleefde de ongelukkige Julia ook haar derde echtgenoot. Omdat de dochter van de keizer niet alleen door het leven hoort te gaan, werd ze gedwongen nogmaals te trouwen. In 12 v.Chr. stapte ze in het huwelijksbootje met Tiberius, de oudste zoon van Liva, de nieuwe echtgenote van Augustus. Dit moet een ongemakkelijke gebeurtenis zijn geweest: Tiberius – de gedoodverfde troonopvolger die door Livia naar voren was geschoven – werd voor het huwelijk gedwongen om van zijn geliefde vrouw Agrippina te scheiden.
Jaren verstreken en de rust keerde ongetwijfeld weer aan het keizerlijke hof. Maar echte liefde zou er tussen Julia en Tiberius nooit ontstaan. Misschien was het daarom dat ze haar heil, na al die jaren van gedwongen relaties, buiten de deur zocht. In het geheim zou ze Julius Antonius, een andere zoon van Marcus Antonius, hebben ontmoet. De twee minnaars werden echter verraden, en er hing hen een wrede straf boven het hoofd.
Liefdesverdriet
Julius pleegde zelfmoord; vanwege het ondraagbare liefdesverdriet of om zijn eer te redden. Julia aanvaardde echter de straf die haar werd opgelegd: verbanning. Vijf jaar zou ze moeten verblijven op het eiland Ventotene (toen Pandateria geheten) in de Tyrrheense Zee. Wie al die jaren in de schaduw had weten te overleven, en trouw haar dochter naar dit afgelegen oord begeleidde, was Scribonia.
Na vijf jaar was het hart van keizer milder gestemd, en stond hij toe dat zijn dochter naar een beter oord verhuisde. Ze kwam terecht in Puglia, in het uiterste zuiden van Italië, waar ze de laatste elf jaar van haar leven zou slijten. In die periode stierven al haar zoons – nieuws dat haar ondanks de afstand snel wist te bereiken. Toen haar jongste zoon de dood vond, ging ze in hongerstaking. Uit wanhoop, of uit verdriet, wie zal het zeggen. In het jaar 14 n.Chr. stierf ze uiteindelijk, net toen haar bedrogen ex-man keizer werd van het grote en machtige Romeinse rijk.


De Romeinse keizer Augustus (27 v.Chr. – 14 n.Chr.) liet, ter ere en herinnering aan al het goeds dat hij Rome en de Romeinen had gebracht, een monument voor zichzelf oprichten: de Ara Pacis Augustae (het Vredesaltaar van Augustus). Het monument barstte van de symboliek, in de vorm van gebeeldhouwde reliëfs die de loftrompet afstaken over de weldaden van de keizer en zijn familie.
Dit monument huist tegenwoordig in een modern museum aan de Tiber, door de Romeinen ook wel minachtend ‘het benzinestation’ genoemd, vlak bij Piazza del Popolo. Wie zich op dit moment echter niet vlak bij Piazza del Popolo bevindt, kan ook vanuit de luie stoel de Ara Pacis ontdekken.
Via een online portal kun je nu virtueel rondwandelen door het museum, en de reliëfs en sculpturen, die het verhaal vertellen van Augustus’ Rome, van wel heel dichtbij bekijken.
Geschiedenis van de Ara Pacis
Nadat hij op het slagveld overwinningen had behaald in Gallië en in Spanje, keerde keizer Augustus terug naar Rome. Met die laatste gewonnen slagen had hij de rust in het hele rijk weten te herstellen, wat zijn populariteit bij rijk en arm vergrootte. Daarom was het een slimme zet de door hem gebrachte vrede (‘pax romana’) zoveel mogelijk te gebruiken in zijn propaganda.

Detail van de Ara Pacis: het zogenaamde ‘Tellus-reliëf’
Ter ere van de pax romana liet Augustus de Ara Pacis (letterlijk: altaar van de vrede) bouwen. Het altaar, ingewijd in het jaar 9 voor Christus, zou een meesterwerk van Romeinse sculptuur worden, maar bovenal een lofzang op de vrede en welvaart die de Augustus Rome had gebracht. Deze boodschap werd verhuld in prachtige symbolische en mythologische reliëfs die alle zijden van het altaar sierden.
Augustus liet de Ara Pacis uitgerekend op het Campo Marzio (Marsveld) plaatsen: een onbewoonde vlakte buiten het centrum in een bocht van de Tiber die voornamelijk voor militaire trainingen gebruikt werd. Een duidelijke boodschap van de vredestichter.
De Ara Pacis stond overigens niet op zichzelf. Het maakte deel uit van een groter bouwproject dat Augustus realiseerde op het zuidelijk deel van het Marsveld (waar hij ook al zijn eigen mausoleum had laten neerzetten). Augustus gaf opdracht tot de bouw van een zogenaamd ‘Horologium’ of ‘Solarium’: een soort reusachtige klok in de vorm van een lange hoge obelisk. De tijdmeting gebeurde aan de hand van de schaduw van die pilaar, die als de wijzer van een klok over het veld viel. Het vredesaltaar stond binnen de onzichtbare cirkel die deze schaduw volgde, en juist op het middaguur van de 23e september, geboortedag van keizer Augustus, wees de schaduw precies naar het centrum van de Ara Pacis.

Museo dell’Ara Pacis
Lungotevere in Augusta, Rome
Vlak bij Rome is een beeldengroep gevonden uit de tijd van keizer Augustus. De vondst werd gedaan in de villa van Marcus Valerius Messala Corvinus, patroon van de bekende Romeinse dichter Ovidius. Lees hier meer over deze bijzondere ontdekking!

Op 30 april is het de dag van de koningin. Niets ten nadele van ons eigen koningshuis, maar voor de meer spannende verhalen over vorstinnen moet je diep in het verleden duiken. Met stip op 1 in de rij koninginnen die het meest voorkomen in boeken, films en voorstellingen: Cleopatra. Terecht?
De verloren jaren
Ze vormen het meest spraakmakende liefdeskoppel uit de oudheid: de Egyptische Cleopatra en de Romeinse Marcus Antonius. Over de jonge Egyptische koningin zijn eindeloos veel pagina’s geschreven. Marcus Antonius, de man die in 43 voor Christus een politieke alliantie sloot met Lepidus en Octavianus – de latere keizer Augustus – om de macht in het Romeinse rijk te verdelen, is vooral beschreven in relatie tot Cleopatra.
Adrian Goldsworthy ging op zoek naar een invulling voor die ‘verloren jaren’ van Marcus Antonius; van voor hij Cleopatra ontmoette. Hij schreef een boek over de twee lovers, ondanks alle boeken die er al zijn; ‘A lot has been written, most especially about the queen, and it seemed unlikely that there could be much more worth saying. Then, a few years ago, I fulfilled a long-held ambition by working on Caesar: The Life of a Colossus, which amongst other things involved looking in far more detail at his affair with Cleopatra, as well as Antony’s political association with him.’, aldus Goldsworthy zelf.
‘Cleopatra was not really that important‘
De beeldvorming rondom de laatste koningin van Egypte is sterk. In feite onderwerpen we ons tot op de dag van vandaag aan de grote propagandamachine die Augustus creeerde om zijn politieke tegenstander in diskrediet te brengen. Hij doordrong de Romeinen – en daarmee de rest van de wereld van de oudheid en uiteindelijk jou, mij en Hollywood – van het beeld van de manipulatieve, verleidelijke oosterse koningin.
Op verfrissend nuchtere wijze concludeert Goldsworthy juist; ‘Whether we like it or not, Cleopatra was not really that important. (…) Misschien was ze intelligenter, ze was zeker beter opgeleid, maar ze was geen Romein en daarom in elk geval politiek en maatschappelijk gezien inferieur.
Hoewel Goldsworthy’s boek vooral bedoeld is als dubbelbiografie in plaats van een historisch overzicht van een specifieke periode in de vroege Romeinse geschiedenis, heeft de lezer er al 200 pagina’s historische inkadering opzitten als Cleopatra en Marcus Antonius elkaar eindelijk ontmoeten. Dan begint inderdaad die romance die tot in lengte van eeuwen tot de verbeelding zou blijven spreken – verbeelding in eerste instantie aangewakkerd door Antonius’ aartsrivaal Octavianus. Goldsworthy geeft je het verhaal van de grootste liefdesgeschiedenis uit de oudhied, maar dan wel de versie die het in Hollywood niet zou redden; met veel feit en weinig fictie, met aandacht voor detail. Wel zo verfrissend.
Meer lezen?

Marcus Antonius & Cleopatra
Adrian Goldsworthy
Ambo Anthos | € 29,95
Eerder besproken boeken op Orpheus kijkt om in dit genre:
Het Ara Pacis Museum in Rome gaat vandaag weer open, na een tijdelijke sluiting in verband met werkzaamheden. Daarom vandaag het derde (en laatste) deel van het indrukwekkende verhaal achter de Ara Pacis; het marmeren monument dat wel 9 levens lijkt te hebben gehad. Vandaag: het eerste moderne gebouw in het centrum van Rome sinds Mussolini (lees ook deel I en deel II).

Foto © Dalbera
Het duurde tot de jaren ’80 van de vorige eeuw voordat er een systematisch plan kwam voor de restauratie van de Ara Pacis, het monument dat al sinds Mussolini slechts werd beschermd door een veredelde overkapping. Halverwege de jaren ’90 bleek dat het plan niet toereikend was: uitlaatgassen en temperatuurstijgingen brachten het monument ernstig in gevaar. In 1995 werd het besluit genomen door de gemeente Rome: het was tijd om de behuizing van de Ara Pacis te vervangen. Morpurgo’s portico was niet meer dan een dak boven het hoofd, dat geen bescherming kon bieden tegen klimaat en gasuitstoot. Er was een plan nodig, en een oppepper voor de Ara Pacis.
Voormalig Romeins burgemeester Francesco Rutelli nodigde in 1995 de beroemde Amerikaanse architect Richard Meier uit om een ontwerp te maken voor een nieuw museum. Hij kwam met een hypermodern ontwerp, met een marmeren verhoging als ondergrond en een rechthoekig, wit gebouw bestaande uit lokale travertijn, beton en glas. De ingang trekt de meeste aandacht: een opgang leidt naar de entree, waarbij men een zuil passeert – die de plaats inneemt van de obelisk die origineel bij het altaar hoorde, maar die nu een plek heeft voor het stadhuis in Rome). Het plan werd aangenomen en Walter Veltroni, Rutelli’s opvolger, had de eer om het vernieuwde museum op 21 April 2005 (de 2759ste verjaardag van de stad Rome) officieel te openen.
Hoewel de hele onderneming uit noodzaak was geboren, was het nieuwe ontwerp en de keuze voor de Amerikaanse architect niet helemaal zonder dubbele bodem. Rutelli moet geweten hebben dat hij met zijn keuze voor een niet-Italiaanse architect heel wat stof zou doen opwaaien, over een onderwerp dat toch al gevoelig lag. Sinds Mussolini was er in het centrum van Rome namelijk niet één modern gebouw neergezet. Nu werd het symbool van de Pax Romana onder handen genomen door een vertegenwoordiger van de Pax Americana. Natuurlijk zou er kritiek komen.

Richard Meier bij de Ara Pacis (foto © Wired New York)
Veel Romeinen vonden het gebouw vooral erg lelijk. Intellectuelen als Giorgio Muratore (hoogleraar architectuurgeschiedenis) en Antonio Tamburino (docent stedenbouw) noemden de hele onderneming zelfs ‘de slechtst mogelijke ingreep’. De politiek speelde, als altijd, een rol: het initiatief voor het ‘project Meier’ kwam van het uiterst linkse stadsbestuur van Rome, dus rechtse partijen waren bij voorbaat al tegen. Met name de fanatieke leden van de Alleanza Nazionale protesteerden fel. De (woorden)strijd werd breed uitgemeten in de Romeinse pers. Berlusconi noemde het Meiers museum ‘una mostruosità’, een monsterlijk ding.
De bouw van het museum werd wel vier keer stilgelegd. Een hoge ambtenaar ging in hongerstaking om de bouw te stoppen en in oktober 2005 stuurden verschillende architecten een open brief aan de Italiaanse krant Corriere della sera waarin zij waarschuwden voor de ‘invasie van buitenlandse architecten’.
De discussie is anno 2012 afgezwakt en langzaam naar de achtergrond verdwenen; de stad heeft genoeg om zich druk over te maken. De ‘tegenstanders’ spreken echter nog altijd minachtend van ‘het benzinestation’ wanneer ze het over het museum van de Ara Pacis hebben.
Het Museo dell’Ara Pacis is vanaf vandaag weer te bezoeken. Morgen opent bovendien een mooie tentoonstelling in het museum over de Russische avant-gardisten, met werk van onder anderen Kandinsky en Chagall.
Het Ara Pacis Museum in Rome is tijdelijk (tot 4 april) gesloten voor publiek. In de tussentijd blijft de Ara Pacis op Orpheus kijkt om online open: in drie delen volg je het indrukwekkende verhaal – bijna letterlijk van nul tot nu – achter het marmeren monument, dat werd gebouwd, verdween, weer werd gevonden en meerdere malen de inzet werd in een politieke machtsstrijd. Kortom, een monument dat wel 9 levens lijkt te hebben gehad. Vandaag deel II: de herontdekking en het fascisme (lees hier deel I).
In de eeuwen na de oudheid raakte de Ara Pacis in de vergetelheid. Pas in de 16e eeuw zou het monument weer van zich laten horen. Dan koopt kardinaal Giovanni Ricci uit Montepulciano negen blokken marmer op die, zoals later zou blijken, afkomstig zijn van het vredesaltaar. Daarna blijft het weer lange tijd stil, totdat in 1859 door werkzaamheden in het Palazzo Peretti te Rome de fundamenten van het altaar aan het licht komen. Talloze fragmenten werden opgegraven en raakten verspreid over de wereld: delen werden onder andere verkocht aan de Galleria degli Uffizzi in Florence en het Louvre in Parijs. Pas in 1903 zouden alle brokstukken definitief herkend worden als behorend tot de beroemde Ara Pacis, dankzij de Duitse archeoloog Friedrich Von Duhn.
Kort daarop werd er van overheidswege een officiële opgraving georganiseerd, mede gefinancierd door de eigenaar van Palazzo Peretti, Edoardo Amalgià. Toen men ongeveer de helft van het monument had blootgelegd en 53 fragmenten waren opgegraven, bleken de omstandigheden van de opgraving toch te complex en staakte men de operatie. Pas in 1937 besloot de (fascistische) Italiaanse regering de opgraving weer op te pakken, met het oog op de viering van de tweeduizendste geboortedag van keizer Augustus in dat jaar. Tussen juni en september 1938 werd tenslotte de locatie aan de Via di Ripetta, naast het mausoleum van Augustus, door de architect Ballio Morpurgo klaargemaakt om de Ara Pacis opnieuw op te bouwen. Er werd een verhoging aangebracht waar het vredesaltaar op moest komen te staan, en een overdekking in de vorm van een portico moest beschutting bieden. Tenslotte werden de complete Res Gestae, het publieke ‘testament’ van keizer Augustus, op een muur aangebracht. Toepasselijk genoeg werd de (her)inauguratie van het monument op de nieuwe locatie gehouden op 23 September, de geboortedag van Augustus.

De stadswijk op het huidige Piazza Augusto Imperatore, die het veld moest ruimen voor de 'liberazione' van Mussolini.
Waarom stak Mussolini zoveel tijd, geld en moeite in de Ara Pacis? In 1922 was in Italië officieel de geschiedenis van het fascisme begonnen, met Mussolini’s zogenaamde mars op Rome. Het fascistische regime kreeg de touwtjes in handen en Mussolini kon zijn grootse plannen voor Italië, en in het bijzonder Rome, tot uitvoering gaan brengen. De reconstructie van de Ara Pacis was onderdeel van deze plannen. Mussolini wilde het mausoleum van Augustus in oude glorie herstellen en veegde hiervoor een complete Romeinse stadswijk van de kaart. Ook de Ara Pacis moest op dit pas gecreëerde ‘plein’ geplaatst worden, aan de kant van de Tiber.
Op 21 April 1924 sprak Benito Mussolini op het Campidoglio over ‘de problemen van Rome’. De grandeur van het antieke Rome moest volgens hem weer zichtbaar worden door middel van de liberazione (bevrijding) van de monumenten uit de oudheid. Ze moesten dus worden ontdaan van latere toevoegingen en op die manier opnieuw onthuld worden. Want, zo meende Mussolini, voor het eerst sinds Augustus was Italië weer zo groot als het oude Rome.

23 September 1938; de constructie van architect Morpurgo (nog niet voltooid). Op de muur zijn ook de Res Gestae zichtbaar.
Zijn ideeën werden werkelijkheid in het stadsbeeld van Rome. Mussolini nam verschillende elementen uit de geschiedenis van Italië en gebruikte ze om zijn eigen boodschap te verkondigen. Die oude elementen krijgen in hun nieuwe verband een eigen betekenis en geven inzicht in de sociale, politieke en maatschappelijke processen en achtergronden.
Het Ara Pacis-‘project’ past precies in het plan van de ‘bevrijding’ van antieke monumenten. De Duce heeft dit erfgoed van keizer Augustus voor zijn eigen (politieke) doeleinden gebruikt. Nu nog wanneer men het Piazza Augusto Imperatore bezoekt in Rome, waar de Ara Pacis zich bevindt, is de bouwstijl van de fascistische architectuur herkenbaar. Het plein had zelfs niet eens bestaan als Mussolini niet had besloten het mausoleum van Augustus te ‘bevrijden’. Het reconstrueren van de Ara Pacis in combinatie met de Res Gestae was een daad van pure propaganda, met een boodschap die niet mis te verstaan was.
De Ara Pacis zou niet geheel ongeschonden alle oorlogsjaren doorstaan. Hoe het het monument de tweede helft van de 20ste eeuw is vergaan, komt de volgende keer aan bod.
Het Ara Pacis Museum in Rome sloot gisteren haar deuren in verband met kleine renovatiewerkzaamheden en blijft tot 4 april gesloten voor publiek. In de tussentijd blijft de Ara Pacis op Orpheus kijkt om online open: in drie delen volg je het indrukwekkende verhaal – bijna letterlijk van nul tot nu – achter het marmeren monument, dat werd gebouwd, verdween, weer werd gevonden en meerdere malen de inzet werd in een politieke machtsstrijd. Kortom, een monument dat wel 9 levens lijkt te hebben gehad.
27 jaar voor het begin van onze jaartelling slaagt Gaius Iulius Caesar Octavianus, vernoemd naar zijn adoptiefvader Gaius Iulius Caesar, erin alle macht in Rome naar zich toe te trekken. In feite betekende dit het einde van de zogenaamde Romeinse Republiek, die bijna 500 jaar eerder was uitgeroepen. Sinds die tijd had het woord rex of tyrannus een nare bijsmaak gekregen in Rome: de stad was bevrijd van het juk van de alleenheerser en het nooit zou het meer gebeuren dat één iemand alle macht in handen kreeg. Vandaar ook dat Octavianus, de latere keizer Augustus, niet een echte staatsgreep pleegde om alleenheerschappij te verwerven: op subtiele wijze wist hij de wetten van de Republiek naar zijn hand te zetten, terwijl hij steeds rekening bleef houden met oude tradities en conservatieve senatoren. Het volk accepteerde de situatie, niet in de laatste plaats omdat nu eindelijk een einde was gekomen aan een eeuw van burgeroorlogen en bloedvergieten.
Maar hoezeer Augustus ook rekening hield met de hang naar traditie en oude normen en waarden die de Romeinen eigen was, hij wist dat zijn situatie, zeker in het begin, nog precair was. Militaire overwinningen zouden de steun én roem die hij genoot versterken en bovendien kon hij daarmee aan de middelen komen om zijn plannen met de stad te financieren. Om zijn positie verder veilig te stellen heeft Augustus een uitgebreide propagandamachine in het leven geroepen. Kunst en cultuur bloeiden op onder zijn bewind, niet alleen omdat er vrede in het rijk was en de welvaart letterlijk vanuit de veroverde gebieden bleef toestromen, maar ook omdat de keizer verschillende kunstvormen gebruikte voor zelfverheerlijking en daarmee een stimulans gaf voor de ontwikkeling ervan. Beroemd is de uitspraak van Suetonius dat Augustus ‘Een stad van baksteen aantrof, en er een van marmer achterliet’. Ook een uitgebreid bouwprogramma droeg bij aan de propaganda van de keizer.
Na overwinningen behaald te hebben in Gallië en Spanje keerde keizer Augustus terug naar Rome. Hij had de rust in het hele rijk hersteld, wat zijn populariteit bij rijk en arm vergrootte. Daarom was het een slimme zet de door hem gebrachte Pax Romana zoveel mogelijk te gebruiken in zijn propaganda. Ter ere van deze vrede liet hij de Ara Pacis (letterlijk: altaar van de vrede) bouwen. Het altaar, ingewijd in het jaar 9 voor Christus, zou een meesterwerk van Romeinse sculptuur worden, maar bovenal een lofzang op de vrede en welvaart die de Augustus Rome had gebracht. Deze boodschap werd verhuld in prachtige symbolische en mythologische reliëfs die alle zijden van het altaar sierden.
Augustus liet de Ara Pacis uitgerekend op het Campo Marzio (Marsveld) plaatsen: een onbewoonde vlakte buiten het centrum in een bocht van de Tiber die voornamelijk voor militaire trainingen gebruikt werd. Een duidelijker boodschap had een vredestichter niet kunnen bedenken. De Ara Pacis stond overigens niet op zichzelf. Het maakte deel uit van een groter bouwproject dat Augustus realiseerde op het zuidelijk deel van het Marsveld (waar hij ook al zijn eigen mausoleum had laten neerzetten). Augustus gaf opdracht tot de bouw van een zogenaamd ‘Horologium’ of ‘Solarium’: een soort reusachtige klok in de vorm van een lange hoge obelisk. De tijdmeting gebeurde aan de hand van de schaduw van die pilaar, die als de wijzer van een klok over het veld viel. Het vredesaltaar stond binnen de onzichtbare cirkel die deze schaduw volgde, en juist op het middaguur van de 23e september, geboortedag van keizer Augustus, wees de schaduw precies naar het centrum van de Ara Pacis.
Het gehele bouwproject (Horologium en Ara Pacis) zou maar een kort leven gegund zijn. Al enkele decennia na de inauguratie ontstonden er problemen op dit deel van het Marsveld door ophogingen van de bodem, waarschijnlijk vanwege de overstromingen van de Tiber. Men heeft tevergeefs steeds geprobeerd het monument te beschermen, maar het mocht niet baten: de Ara Pacis zou voor 1700 jaar onder de grond begraven worden. Eeuwenlang werd het monument vergeten; pas in de 16e eeuw zou het weer van zich laten horen. Het volgende leven van de Ara Pacis komt de volgende keer aan bod.
In het jaar 38 voor het begin van onze jaartelling werd een jonge, getalenteerde dichter voorgesteld aan Gaius Maecenas, beschermheer en sponsor van de kunst aan het hof van keizer Augustus. Horatius werd meteen in de literaire kring van Maecenas opgenomen; het begin van een lange en innige vriendschap. In zijn eerste Ode uit Horatius hoezeer hij vereerd is onderdeel van Maecenas’ prestigieuze gezelschap te mogen zijn:
‘maar als jij mij zult rangschikken onder de lyrische zangers, zal ik met mijn hoge kruin tegen de sterren slaan.’ (Vertaling Koxkollum)

Quintus Horatius Flaccus op een schilderij van Giacomo di Chirico (© Wikipedia)
Maecenas’ eigen woorden getuigen al snel van een veel inniger band tussen de twee mannen:
‘Als ik niet al méér aan je gehecht ben, Horatius, dan aan mijn eigen ingewanden, mag jij je makker mager als een lat zien worden.’ (Vertaling Koxkollum)
Maecenas schonk zijn vriend, die graag in luwte leefde en niet uit was op de publieke roem die dichters in die tijd toekwam, een landgoed in de Sabijnse bergen. Daar wijdde hij zich aan wijsgerige werken, het Epicurisme en zijn dichtwerk. De vriendschap bleef groeien en Horatius besloot dat er slechts één manier was om aan te geven hoeveel waarde hij hechtte aan de band die ze hadden opgebouwd: hij zou niet zonder Maecenas kunnen leven, de dood verkiezen als deze zijn boezemvriend eerder dan hemzelf zou komen halen. Het inspireerde hem tot het volgende vers (Ode II.XVII):
Why do you stifle me with your complaining?
It’s neither the gods’ idea nor mine to die
before you, Maecenas, you’re the great
glory, and pillar of my existence.
Ah, if some premature blow snatches away
half of my spirit, why should the rest remain,
no longer as loved, nor surviving
entire? That day shall lead us to ruin
together. I’m not making some treacherous
promise: whenever you lead the way, let’s go,
let’s go, prepared as friends to set out,
you and I, to try the final journey.
No Chimaera’s fiery breath will ever tear
me from you, or if he should rise against me
hundred handed Gyas: that’s the will
of all-powerful Justice and the Fates.
Whether Libra or fearful Scorpio shone
more powerfully on me at my natal hour,
or Capricorn, which is the ruler
of the waters that flow round Italy,
our stars were mutually aspected in their
marvellous way. Jupiter’s protection shone,
brighter for you than baleful Saturn,
and rescued you, and held back the rapid
wings of Fate, that day when the people crowding
the theatre, three times broke into wild applause:
I’d have received the trunk of a tree
on my head, if Faunus, the guardian
of Mercurial poets, hadn’t warded off
the blow with his hand. So remember to make
due offering: you build a votive shrine:
I’ll come and sacrifice a humble lamb.
Vertaling © A.S. Kline

Horatius, Vergilius en Varius thuis bij Maecenas op een schilderij van Charles François Jalabert (© Wikigallery)
Horatius genoot van het leven, totdat zijn boezemvriend in september van het jaar 8 overleed. Zijn Ode II.XVII bleek inderdaad meer dan een ‘treacherous promise’: op 27 november van datzelfde jaar ging Horatius zijn vriend in de dood achterna. Augustus, die getuige was geweest van deze bijzondere vriendschap, liet het graf van Horatius oprichten naast die van zijn beschermheer.
Verder lezen:

Horatius, Verzamelde Gedichten
Vertaling P.H. Schrijvers
Wie gister tijdens het interview met Fred Rutten, na afloop van de wedstrijd NAC-PSV, niet een klein beetje medemenselijkheid voelde opkomen, moet wel van steen zijn. PSV leed een pijnlijke nederlaag, en naar het schijnt was het niet de eerste keer die week. Of misschien was alleen deze laatste nederlaag zo pijnlijk, juist omdat ze die eerdere wedstrijden ook al verloren hadden.
Hoe dan ook; de voice-over sprak – ik vond het wat voorbarig – van het vertrek van de coach. Daarna werd de ernst van de zaak zelfs mij duidelijk, toen het gezicht van Rutten in beeld bracht wat in woorden zojuist al was gesuggereerd. Hield het daar op? Kon Rutten naar huis, in de armen van zijn vrouw vallen – telefoon, computer en televisie uit – en de wereld even laten voor wat het is?
Het antwoord is natuurlijk: nee. Onderweg werd de spelersbus van PSV namelijk opgewacht door een stoet ‘boze fans’. De ‘boze fans’ (ik kan niet anders dan ze tussen aanhalingstekens zetten) hadden zich verzameld bij De Herdgang. Kijk, daar begint het al; bij die bijna poëtische naam, die zo goed past bij de situatie en de ‘boze fans’ dat het wel geënsceneerd lijkt. De Herdgang: een tragedie, een dramastuk, een opera.
‘Ze eisten het vertrek van Rutten’, las ik in de berichtgeving over het voorval (het koor zingt, steeds hoger). De spanning werd opgebouwd (de strijkers zetten aan) en toen kwam de paukenslag: Fred Rutten stapte uit de bus, keek om zich heen en begon de ‘boze fans’ toe te spreken (de bariton begint te zingen). ‘De spelers willen het gras uit het veld lopen. Geef hen dan ook het gevoel dat jullie voor 200 procent achter de spelers staan.’ En: ‘Ik ben hiervoor hoofdverantwoordelijk.’
Meneer Fred Rutten, was toch niet uit die bus gestapt! Was naar huis gereden – telefoon, computer en televisie uit – en in de armen van uw vrouw in slaap gesust. Wat had u willen bereiken, wiens vragen wilde u beantwoorden? Hoogstwaarschijnlijk alleen de vraag die uzelf verteerde: ‘kunnen jullie nog van mij houden, boze fans? Ik weet natuurlijk niets van voetbal, maar ik zie een precedent. Misschien dat het u helpt te weten dat u niet alleen staat; groten der aarde gingen u voor.
Augustus, een van de meest succesvolle keizers die het Romeinse rijk ooit kende, verviel aan het einde van zijn carrière en zijn leven eveneens in een zweem van populisme. Hij ging heen, en toch, hij bekommerde zich enkel om zijn reputatie bij het volk:
‘Op zijn sterfbed vroeg hij keer op keer of zijn toestand bij het publiek al onrust wekte. Nadat hij om een spiegel had gevraagd, gaf hij opdracht zijn haar te kammen en zijn mond, die openviel, te sluiten.’
Toch had hij eerder, in hoogtijdagen, blijk gegeven van juist een totale veronachtzaming van de mening van de meute. Tegen zijn adoptiefzoon zei hij eens, na een akkefietje dat voor kwade tongen zorgde: ‘Mijn waarde Tiberius, geef in dezen niet toe aan de impulsiviteit van je jeugd en trek het je niet al te zeer aan dat er iemand is die kwaad van mij spreekt.’
Meneer Fred Rutten, toon in tijden van crisis, in dagen die misschien wel uw laatste zijn, juist diezelfde onverschrokkenheid die tijdens hoogtijdagen zo vanzelfsprekend voelt. Diezelfde Augustus kon eerder ook zonder de bevestiging, stelde juist zelf het goede voorbeeld wanneer het volk angstig en in paniek was:
‘Tijdens een gladiatorenvoorstelling (…) maakte een hevige angst zich van het publiek meester dat het amfitheater zou instorten. Toen hij het op geen enkele manier gerust kon stellen en niet kon voorkomen dat de mensen wegliepen, verliet hij zijn plaats en zette zich neer in dat gedeelte waar het gevaar het grootst leek.’
Wie enkel nog de goedkeuring en bevestiging van de menigte zoekt, is zelf de weg kwijt. Hij die het einde van zijn leidersdagen op die wijze tegemoet treedt, zal eindigen met dezelfde meelijwekkende woorden als die van de grote Romeinse keizer vlak voor hij stierf:
‘als het u goed is bevallen, klap dan voor het stuk en doe ons allen uitgeleide met applaus.’*
* De fragmenten zijn afkomstig uit: Suetonius, Keizers van Rome, vertaling D. den Hengst, Athenaeum-Polak & van Gennep.