Rome-tips

This category contains 44 posts

Via della VII Coorte: de trotse nachtwakers van Rome

In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.

Aan de oppervlakte lijkt Rome redelijk overzichtelijk, voor toeristen netjes ingedeeld in verschillende zones met elk zo hun eigen thema. Zo ga je naar de omgeving van de Capitoolheuvel om het oude Rome te ontdekken (Forum Romanum, Colosseum, Palatijn), kun je een middagje besteden aan barokke architectuur op en om Piazza Navona en de Trevifontein en ga je ’s avonds naar de wijk Trastevere om lekker op een terrasje te eten.

Piazza di Santa Maria in Trastevere, het hart van de wijk Trastevere (Foto: Wikimedia)

Piazza di Santa Maria in Trastevere, het hart van de wijk Trastevere (Foto: Wikimedia)

Natuurlijk is die overzichtelijkheid gemaakt en de werkelijkheid juist complex en chaotisch; overblijfselen uit de meest uiteenlopende historische periodes liggen vlak naast of onder elkaar; soms gaan ze zelfs naadloos in elkaar over. Rome is tegelijk de hel en de hemel voor archeologen: nu eens is de historische gelaagdheid in de grond prachtig zichtbaar omdat men letterlijk bovenop de fundamenten uit een eerdere periode heeft gebouwd, dan weer is het overzicht in de loop der eeuwen volledig verloren gegaan door her- en aanbouw, vernieling en hergebruik.

Buiten slapen

Excubitorium-Roma3

Ingang van de oude Romeinse ‘brandweer’

Trastevere, bijvoorbeeld, is een wijk die bijna uitsluitend wordt bezocht om te genieten van de gezellige eet- en drinkgelegenheden. De reputatie van uitgaanswijk, die het stadsdeel aan de andere kant van de Tiber al jaren heeft, is verdiend (alhoewel de toeristenstroom het ontstaan van minder authentieke etablissementen wel sterk heeft doen toenemen), maar natuurlijk vind je ook in Trastevere prachtige bezienswaardigheden en bijzondere verhalen uit het verleden.
Het hart van Trastevere, of eigenlijk de halsslagader, is de brede Viale Trastevere. Wij bewandelen vandaag echter een zijstraatje van die verkeersader: de Via della VII Coorte, de ‘straat van de zevende cohorte’.
Aan de Via della VII Coorte (nummer 9) bevindt zich de ingang van het Excubitorium dei Vigili, de zetel van Cohort VII – de brigade die in de Romeinse tijd belast was met het bewaken van de orde in dit stadsdeel. De Romeinse wijkagenten van Trastevere, zullen we maar zeggen. De benaming Excubitorium komt dan ook van het Latijnse ex cubare, oftewel ‘buiten slapen’ – de wacht houden dus.

De archeologische ontdekking
In het bijzonder werd Cohort VII, sinds de oprichting van de brigade rond het begin van onze jaartelling, geacht de brandveiligheid in de wijk te waarborgen. Het Excubitorium dat in de 19de eeuw door archeologen werd ontdekt, werd echter in de 2de eeuw n.Chr. gedateerd. De ontdekking van het gebouw was deels toevallig: men was eigenlijk bezig met restauratiewerkzaamheden aan andere kunstschatten.
Hoewel men aanvankelijk enthousiast was – de eerste onderzoekers die ter plekke waren, lazen verschillende Romeinse graffiti’s op de muren – werd de site toch al vrij snel verlaten en letterlijk aan het lot overgelaten. De jaren, de vochtigheid, de verwaarlozing; het deed de staat van de Romeinse opgraving allemaal geen goed. Een hele eeuw moest er voorbij gaan voordat men inzag dat er wellicht genoeg historische waarde kleefde aan dit erfgoed van de oude Romeinse brandweer; de site werd tijdelijk gesloten en men begon met restaureren. De graffiti’s op de muren waren inmiddels uiteraard onleesbaar of zelfs onzichtbaar geworden.

De trotse nachtwakersbrigade
De werkzaamheden tussen 1966 en 1986 leverden wel veel nieuwe informatie op. Het Excubitorium bleek inderdaad uit de keizertijd te dateren. Aanvankelijk was het waarschijnlijk in gebruik als privéwoning, maar aan het einde van de tweede eeuw werd het ingericht als ‘kazerne’ van de zevende cohorte, dat ook wel bekend stond als het Cohortes Vigilum. De brigade, met als werkgebied de oude Romeinse wijken Trans Tiberim (wijk XIV) en Circus Flaminius (wijk IX), werd in het jaar 6 door keizer Augustus in het leven geroepen. De cohorte was 7000 man sterk en werd aangevoerd door een stadsprefect. De zevende cohorte had een niet bepaald onbelangrijke taak: ze moesten de openbare veiligheid garanderen, zowel overdag als ’s nachts. In de praktijk van het oude Rome kwam dit vaak neer op brandbestrijding, maar ook bij opstootjes of andere ordeverstoringen traden ze op. Ubi dolor ibi Vigilum, zeiden ze trots: waar pijn is, zijn er bestrijders.

Binnen in het Excubitorium (Foto: Wikimedia)

Binnen in het Excubitorium (Foto: Wikimedia)

8 meter onder de grond
De voormalige kazernes van Cohort VII van Rome bevinden zich op zo’n 8 meter onder het huidige straatniveau. Er is een grote hal waar eens een mozaïeken vloer in lag, waarop symbolisch werd verwezen naar de belangrijkste taak van de cohorte: het blussen van branden. Verder vind je verschillende ruimtes met architectonische versierselen, zoals pilasters met Korinthische kapitelen, en enkele fresco’s. Er is een aparte ruimte die waarschijnlijk toebehoorde aan de leidinggevenden van de brigade, zoals de nu verdwenen graffiti’s althans hebben doen vermoeden. Andere ruimtes zijn met meer zekerheid geïnterpreteerd; er zijn wat ‘barakken’ gevonden, maar ook een toiletruimte en een opslagruimte voor graan, olie en andere levensmiddelen.

Wisseling van de wacht, graag
De vele graffiti’s die de oude Romeinse brandweermannen achterlieten op de muren van het Excubitorium zijn, zoals gezegd, nog maar slecht leesbaar. Gelukkig zijn ze wel voor een groot deel gedocumenteerd. De leuzen werden tussen 215 en 245 n.Chr. op de muren geschreven, uiteraard allemaal juist op de momenten van rust of ‘pauze’ – wanneer men niet ‘buiten sliep’ of actief de wacht hield in de wijk. Over het algemeen zijn ze dus gericht op het leven in de kazerne. In sommige gevallen worden keizer of goden voor het een of ander bedankt, maar het meest tot de verbeelding spreken andere graffiti’s, de teksten die gaan over de sebacaria. Dit woord is uit andere contexten niet bekend en de interpretatie is dus wat onzeker, maar het lijkt te gaan om een bepaalde dienst die men moest draaien van maar liefst een maand. Risicovrij was deze dienst niet; de boodschap omnia tuta (alles goed) werd meerdere malen op de muren aangetroffen. Het was tevens een vermoeiende dienst, die veel van de mannen vroeg. Een van hen schreef op de muur: lassus sum successorem date – ik ben moe, geef me mijn vervanger.

Graffiti uit de 'kazerne', CIL CIL VI 37247: Coh(ors) VII vigulum )(centuria) Flam(ini?) d(omino) n(ostro) Gordian/{n}o Aug(usto) et T(ito) Aviola co(n)s(ulibus)/ M(arcus) Antonius Alfius/ sebaciaria fecit mens (Foto: Wikimedia)

Graffiti uit de ‘kazerne’ (CIL CIL VI 37247): Coh(ors) VII vigulum )(centuria) Flam(ini?) d(omino) n(ostro) Gordian/{n}o Aug(usto) et T(ito) Aviola co(n)s(ulibus)/ M(arcus) Antonius Alfius/ sebaciaria fecit mens (Foto: Wikimedia)

 

 

Franse wortels en Spaanse buren: Europa in Rome

Natuurlijk is Rome altijd een metropool geweest, waar reizigers van alle landen en culturen hun voetsporen achterlieten. Op een van de beroemdste pleinen in het centrum van Rome is het echter vooral een Europees feestje, waar de Fransen, Britten en Spanjaarden in de loop van de geschiedenis steeds meer het straatbeeld zijn gaan bepalen.

Spaanse-Trappen

Franse wortels
Bij een bezoek aan Rome slaat niemand een bezoekje aan de Scalinata della Trinità dei Monti over, toch? Ondanks het feit dat ze wereldberoemd zijn, is deze (officiële) benaming van de Spaanse Trappen volkomen onbekend.
De monumentale trappartij (scalinata in het Italiaans) ontleent de naam aan de kerk die je bovenaan vindt: Trinità dei Monti (of: Santissima Trinità al Monte Pincio). En hoewel de trappen aan haar voeten Spaans worden genoemd, rusten de meer dan 400 jaar oude stenen van de kerk op een Frans verleden. De Franse koning Lodewijk XII stichtte de kerk in de vroege 16de eeuw en de abdij en kerk behoren officieel nog altijd toe aan de Franse staat.

Spaanse buren
Waarom de Scalinata della Trinità dei Monti dan toch bekend is komen te staan onder de naam Spaanse Trappen? Dat heeft eigenlijk een heel prozaïsche reden: zowel het plein (Piazza di Spagna) als de trappartij zijn vernoemd naar het 17de-eeuwse gebouw dat grenst aan de trappen: Palazzo di Spagna. Hier huist namelijk sinds jaar en dag de Spaanse ambassade van de Heilige Stoel.

Britse schrijvers
Over de Britten die hun een erfenis achterlieten op en om Piazza di Spagna schreef ik al eerder; ze kwamen vooral mee met de stroom jonge intellectuelen die in de 18de eeuw Rome aandeden tijdens hun Grand Tour door Europa. De wijk rond de Spaanse Trappen werd hun ontmoetingsplek, in het bijzonder de stamtafel in het inmiddels al even beroemde Caffè Greco. Maar wie goed kijkt kan de Britse erfenis ook elders zien, bijvoorbeeld in Babbington’s, het typisch Engelse theehuis, en in het Keats-Shelley Memorial House, het huis waar deze beroemde dichters verbleven.

De Fontana della Barcaccia – de fontein van de verwaarloosde boot – werd in 1629 in opdracht van paus Urbanus VIII aangelegd aan de voet van de trappartij. Gianlorenzo Bernini maakte het ontwerp, naar men zegt samen met zijn vader. Het water dat traag uit hun half gezonken boot stroomt, werd in steen vereeuwigd door de eerder genoemde jonge Britse dichter, John Keats, die het vanuit zijn sterfbed aan Piazza di Spagna kon horen stromen. ‘Here lies one whose name was writ in water,’ liet hij beitelen in zijn grafsteen op het Campo Cestio, elders in Rome.

John-Keats-Grave

Rome: 10 x gratis kunst kijken

Rafael in de Santa Maria della Pace (detail; foto: Wikimedia)

Rafael in de Santa Maria della Pace (detail; foto: Wikimedia)

Rome is een openluchtmuseum waar je, als je weet waar je naartoe moet, gratis en voor niets de grootste schatten kunt ontdekken… Handig, want hoewel je tegenwoordig met diverse budgetmaatschappijen al heel voordelig kunt vliegen naar Rome, kan het alsnog een dure trip worden als je de ticketprijzen van alle grote musea en bezienswaardigheden bij elkaar optelt.

Natuurlijk ga je bij een eerste bezoek aan de Eeuwige Stad naar de Sixtijnse Kapel of de Galleria Borghese – hoogtepunten van Rome waarvoor je eerst langs de kassa moet. Maar gelukkig zijn er genoeg plekken te vinden die helemaal gratis toegankelijk zijn en toch toegang geven tot de grootste kunstschatten die je maar kunt bedenken. Zeg nu zelf, waar ter wereld kun je voor niets genieten van grootmeesters als Caravaggio, Michelangelo en Bernini? De 10 mooiste voorbeelden vind je hieronder!

1. Michelangelo in de San Pietro in Vincoli
Michelangelo werd in het jaar 1505 door Paus Julius II naar Rome gehaald om zijn grafmonument te maken. Het moest uiteraard een groots monument worden, met meer dan veertig gebeeldhouwde figuren. Wat er van dat monument rest kun je tegenwoordig nog bekijken in de San Pietro in Vincoli, op de Esquilijnheuvel. Het meest indrukwekkende onderdeel van het grafmonument is zonder twijfel het gigantische beeld van Mozes, dat Michelangelo rond het jaar 1516 voltooide, nog voor hij begon aan het beschilderen van het plafond van de Sixtijnse Kapel.
Adres: Piazza di San Pietro in Vincoli 4a

2. Bernini in de Santa Maria della Vittoria
Het kerkje is voor Romeinse begrippen vrij onopvallend, verdwijnt bijna in de verkeersdrukte, maar binnen in de Santa Maria della Vittoria vind je een prachtige sculptuur van de beroemde kunstenaar Gianlorenzo Bernini: De Extase van de Heilige Theresa.
Adres: Via 20 Settembre 17

De Extase van de heilige Teresa, Bernini in de Santa Maria della Vittoria (foto: Wikimedia)

De Extase van de Heilige Teresa, Bernini in de Santa Maria della Vittoria (foto: Wikimedia)

3. Caravaggio in de San Luigi dei Francesi:
Werken van Caravaggio, grootmeester van het clair-obscur, kun je op verschillende plekken in Rome bewonderen. In de San Luigi dei Francesi bijvoorbeeld, de Franse kerk in Rome, om de hoek van grote bezienswaardigheden als het Pantheon en Piazza Navona.
Adres: Via Santa Giovanna D’Arco, 5

4. Bramante in de Santa Maria della Pace
Het was het jaar 1500 toen architect Bramante van een zekere kardinaal Oliviero Carafa de opdracht kreeg om bij de kerk Santa Maria della Pace een kloostergang te ontwerpen. Bramante maakte er een prachtig gebouw van, dat een rust en elegantie uitstraalt die ook de bezoeker van nu niet kan ontgaan. Het Chiostro del Bramante werd een typisch voorbeeld van renaissancearchitectuur, met een rechthoekige plattegrond, en een opbouw in twee verdiepingen met elk hun eigen stijl.
Adres: Via Arco della Pace, 5

5. Bernini op Piazza Navona
Een van de beroemdste pleinen van Rome is Piazza Navona. Het plein wordt gekenmerkt door de langgerekte, ovale vorm en natuurlijk door de drie fonteinen die je er kunt vinden. De middelste, de Fontana dei Quattro Fiumi (Fontein van de Vier Rivieren), is van de hand van Bernini.

6. Michelangelo op Piazza del Campidoglio
Het Piazza del Campidoglio bovenop de Capitoolheuvel, is ontworpen door niemand minder dan Michelangelo. Ook de grote brede treden die je de heuvel en de grote beelden van Castor en Pollux aan weerszijden van de trap behoren tot het originele ontwerp van Michelangelo. Hoewel het geheel van bovenaf het beste tot zijn recht komt, zie je ook al bij het betreden van Michelangelo’s monumentale trappartij dat je door een kunstig vormgegeven geheel wandelt.

Caravaggio's Ispirazione di Matteo in de Cappella Contarelli, San Luigi dei Francesi

Caravaggio’s L’ispirazione di San Matteo in de Cappella Contarelli, San Luigi dei Francesi

7. Rafaël in de Santa Maria della Pace
Kosteloos een fresco van de grote kunstenaar Rafaël bewonderen? Dat kan natuurlijk in de Santa Maria della Pace. De kerk zelf is niet altijd open, maar gelukkig kun je vanuit het naastgelegen Chiostro del Bramante ook een blik werpen op de door Rafaël zo verfijnd geschilderde engelen en Sibillen. Vanuit de Sala delle Sibille, op de bovenste loggia, kun je van 10.00 tot 20.00 uur in alle rust de details van Rafaëls schildering bekijken.
Adres: Via Arco della Pace, 5

8. Bernini op het Sint-Pietersplein
Het Sint-Pietersplein is ontwerpen door Bernini en heeft een elipsvorm, met een zuilengalerij die de bezoeker als het ware omarmt. Italianen spreken hier ook wel liefkozend van de abbraccio berniniano, oftewel de ‘Berniniaanse omarming’. De architect verstopte een knap staaltje ‘trompe l’oeil’ in zijn ontwerp: wie op de witte stip in het midden van het plein gaat staan, ziet in plaats van de vier rijen pilaren maar een enkele rij. Natuurlijk is het plein vrij toegankelijk voor publiek.

9. Michelangelo in de Santa Maria degli Angelli e dei Martiri
Hij was al 86 jaar oud, maar toch nam Michelangelo de opdracht van paus Pius IV aan om de kerk Santa Maria degli Angeli e dei Martiri te ontwerpen, op de plek waar een zekere priester Antonio Lo Duca een visioen had gezien van zeven martelaren. Die plek lag wel toevallig midden in de restanten van het imposante Thermengebouw van de Romeinse keizer Diocletianus. Hoe Michelangelo dat oploste kun je voor niets bekijken in de Santa Maria degli Angeli e dei Martiri.
Adres: Piazza della Repubblica (ingang Via Cernaia 9)

10. Andrea Pozzo in de Sant’Ignazio
Wie wil ervaren wat de kunsthistorische term trompe l’oeil precies inhoudt, moet een bezoek aan de kerk van Sant’Ignazio, vlak bij het Pantheon, zeker niet overslaan. Het oog wordt hier letterlijk bedrogen, door de plafondschilderingen die Andrea Pozzo hier in de zestiende eeuw aanbracht. Zoek de gemarkeerde steen op het plaveisel, midden in het schip van de kerk, en loop vanuit daar langzaam naar voren. Je zult zien dat de ‘koepel’ die je boven het altaar ziet een schijnkoepel is en dat de zuilen die het plafond sieren zich langzaam verlengen!

Romeinse keitjes en de Via Nicola Zabaglia

In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.

Een wirwar van verhalen
Vandaag voert het straatverhaal naar Testaccio, een nog wat onontdekte wijk in Rome, die desalniettemin door insiders al fluisterend ‘het nieuwe Trastevere’ wordt genoemd. Testaccio is dan ook, veel meer inmiddels dan die gedoodverfde volkswijk over de Tiber, een authentieke en volkse buurt. Hart van de wijk was ooit het slachthuis (mattatoio), waar nu een museum huist voor contemporaine kunst. Daarnaast is Testaccio bekend van de schervenberg; de heuvel die bestaat uit miljoenen Romeinse potscherven, afkomstig van amforen die hier (de voormalige binnenhaven van de stad) kapot werden gesmeten omdat ze geen tweede keer te gebruiken waren.

Precies bij die Schervenberg loopt een straat met een simpele naam: Via Nicola Zabaglia. Zo onbeduidend – de naam zegt geen toerist iets – dat ik nooit had vermoed dat er zo’n wirwar aan verhalen achter schuilgaat.

Hefconstructie op de bouwplaats, naar een uitvinding van Nicola Zabaglia

Hefconstructie op de bouwplaats, naar een uitvinding van Nicola Zabaglia (foto: Look and Learn)

De paus die uit zijn koets viel
Die wirwar begint net buiten de grenzen van het Romeinse grondgebied, in Vaticaanstad. Op het Sint-Pietersplein, om precies te zijn. Het was 1725 en paus Benedictus XIII viel bijna uit zijn koets toen hij het plein voor de Sint-Pieter overstak. De koets was bijna omgeslagen omdat de bestrating er zo belabberd aan toe was; de keien waren ongelijk en de weg zat vol gevaarlijke gaten. Monsignor Ludovico Sergardi, opzichter bij de Fabbrica di San Pietro, het bouw- en onderhoudsbedrijf van de grote basiliek de Sint-Pieter, vond het welletjes: het plein moest voor eens en voor altijd geëffend worden en zou nieuwe bestrating krijgen.

Nicola de steigerbouwer
Hoe leidt de weg van de keitjes van het Sint-Pietersplein naar de Via Nicola Zabaglia in Testaccio? Welnu, in 1686 trad een zekere Nicola Zabaglia in dienst bij de genoemde Fabbrica di San Pietro. Nicola (1664-1750) begon als een eenvoudige metselaar maar wist zich al snel op te werken, vooral dankzij zijn talent voor het ontwerpen van bouwmachines en steigers, die uiteraard bij bouw- en onderhoudswerkzaamheden erg goed van pas kwamen (Michelangelo, bijvoorbeeld, beschilderde het plafond van de Sixtijnse Kapel op zijn rug, liggend op steigers). Hij was zo goed, dat Nicola een werkkamer toegewezen kreeg op de ‘zolder’ van de Sint-Pieter, recht boven het middenschip van de basiliek. Vanaf daar kon hij goed toezien op de onderhoudswerkzaamheden van de werknemers die hij inmiddels onder zijn hoede had (steenhouwers, metselaars en timmerlieden).

Omdat hij een clubje werknemers om zich heen had verzameld wordt Nicola ook wel gezien als een van de oprichters van de Sampietrini, een soort genootschap van metselaars en andere bouwlui in dienst van de Fabbrica di San Pietro, die in de loop der tijd een steeds duidelijker omlijst takenpakket kregen.

Sampietrini; de keitjes van Rome

Sampietrini; de keitjes van Rome (foto: Wikimedia)

Toen Nicola de Confraternita dei Sampietrini mede vormgaf, had het woord sampietrini in Rome nog niet die andere betekenis, die nu veel bekender is in de stad. Sampietrini is namelijk de Italiaanse benaming voor de kleine keitjes, de donkergrijze, taps toelopende blokjes basalt, waarover je in veel straten en op veel pleinen van Rome wandelt. Ze worden zo genoemd omdat voor ze het eerst werden gebruikt bij de bestrating van het St. Pietersplein. En zo zijn we weer bij het begin van dit verhaal: dat gebeurde namelijk precies toen Ludovico Sergardi in 1725 de paus bijna uit zijn koets had zien kukelen.

Gladde steentjes
Tegenwoordig kunnen de sampietrini van Rome, als er net regen is gevallen, nog weleens gevaarlijk glad worden. Ironisch genoeg was het een van de leden van de Confraternita dei Sampietrini die in 1938 uitgleed, toen hij bezig was met een van de taken die al eeuwen aan de Sampietrini was toevertrouwd: het ontsteken van de fakkels rond de koepel van Sint-Pieter, die werden aangestoken ter gelegenheid van een religieuze feestdag. De arme ziel viel naar beneden en stierf. Pius XII was de zittende paus; hij liet de fakkels voorgoed vervangen door elektrische lampen. De fakkels zijn verdwenen, maar de keitjes op menig Romeins plein zijn een indirecte herinnering aan de Sampietrini van de Fabbrica, en aan die ene man naar wie een straat in de wijk Testaccio werd vernoemd.

 

15 geheimen van het Pantheon

DSC_0623Hoewel Rome vol staat met monumenten uit de oudheid, is er geen zo goed bewaard gebleven als het Pantheon. Voor mij is een bezoek aan Rome, hoe vaak ik er ook kom en hoe lang of kort ik ook blijf, niet compleet zonder even over Piazza della Rotondo te wandelen, in de schaduw van de gigantische zuilen van het Pantheon. Daarom vandaag een klein eerbetoon aan het Pantheon; de leukste wetenswaardigheden over een van de mooiste plekjes in Rome.

#1. Het Pantheon is in de oudheid gebouwd als tempel. Wel eentje die anders was dan andere tempels in de stad: hij was niet gewijd aan een specifieke god maar aan alle goden (pan betekent ‘alles’, theos betekent ‘god’). Het ontwerp was al even ongewoon: een klassiek (rechthoekig) voorportaal staat voor een rond bouwwerk.

#2. Op de inscriptie boven de ingang lees je de beroemde inscriptie M.AGRIPPA.L.F.COS.TERTIUM.FECIT. Oftewel: Marcus Agrippa, zoon van Lucius, heeft dit gebouwd nadat hij drie keer consul is geweest. Er hadden op de plek waar nu het Pantheon staat inderdaad eerder andere bouwwerken gestaan, waarvan Agrippa het allereerste had laten bouwen.

#3. Het Pantheon zelf werd echter gebouwd in opdracht van keizer Hadrianus (117-138 n.Chr.) en niet door Marcus Agrippa (63-12 v.Chr.). Omdat de stenen die gebruikt zijn bij de bouw zijn voorzien van een eigendomsstempel, is het Pantheon met veel zekerheid gedateerd rond 125 n.Chr.

#4. De inscriptie op de architraaf was eerder een eerbetoon was aan Agrippa. Het was typisch iets voor Hadrianus, liefhebber van oude, klassieke tijden, om Marcus Agrippa die eer te gunnen.

#5. Het Pantheon zou niet heel lang de tempelfunctie vervullen. In de zevende eeuw werd het gebouw omgedoopt tot een kerk (Santa Maria ad Martyres) – precies de reden waarom het zo goed bewaard is gebleven.

#6. Het Fronton, nu niets anders dan kale stenen met gaten er in, was ooit versierd met sculpturen. De gaten waren er om ze te bevestigen.

#7. Het voorportaal van het Pantheon wordt ondersteund door maar liefst zestien zuilen van massief steen.

#8. Wanneer je naar binnen wandelt, lijkt het alsof de koepel van het Pantheon wordt gedragen door de zuilen die je ziet, maar de draagconstructie zit in feite in de muren zelf: daarin zitten boogconstructies verstopt die het dak dragen.

IMG_0490

#9. De hoogte van het Pantheon is precies gelijk aan de diameter van de koepel (bijna 45 meter).

#10. De koepel is gemaakt van verschillende steensoorten: de zwaardere steensoort travertijn werd gebruikt voor het onderste deel, maar in de hogere delen is juist gebouwd met lichtere tufsteen. Zo blijft de enorme koepel ‘draagbaar’.

#11. Ook de uitsparingen in de grote stenen blokken waaruit de koepel bestaat, zijn een truc om de zware last wat te verlichten, net als het grote gat in het dak (de oculus, met een doorsnede van 8 meter).

#12. Door de oculus valt niet alleen licht maar ook regen naar binnen. Via kleine gaatjes in de vloer komt het regenwater al sinds de oudheid in een afvoersysteem terecht.

#13. In de dikke muren van het Pantheon zitten niet alleen bogen maar ook trappen verborgen, via welke je het dak kunt beklimmen. Tijdens de jaarlijkse pinkstermis in het Pantheon beklimt de Romeinse brandweer dat dak, om rode rozenblaadjes door de oculus naar binnen gooien (ter herinnering aan het neerdalen van de heilige geest over de apostelen).

#14. In het Pantheon liggen een aantal grote namen uit de Italiaanse geschiedenis begraven, waaronder renaissancekunstenaar Rafaël en koning Vittorio Emanuele II.

#15. Het Pantheon is een invloedrijk bouwwerk: over de hele wereld heeft men het monument geprobeerd na te bouwen en te eren (bijvoorbeeld het Panthéon in Parijs en het Jefferson Memorial in Washington D.C.)

De heilige Maria in de sneeuw

Gisteren schreef ik over een van de vier pauselijke basilieken van Rome, de San Giovanni in Laterano. Vandaag wandelen we van die kerk over de Via Merulana naar een andere basiliek van monumentale proporties in de Eeuwige Stad: Santa Maria Maggiore.

Santa Maria Maggiore door Giovanni Paolo Pannini (1744)

Santa Maria Maggiore door Giovanni Paolo Pannini (1744)

Heilige Stoel
Bovenop de Esquilijn, de grootste van de zeven heuvels van Rome, ligt de Santa Maria Maggiore. Sinds 1929 is deze kerk officieel (staatsrechtelijk) bezit van de Sancta Sedes, de Heilige Stoel. Naast een van de vier pauselijke basilieken is het ook een van de zeven pelgrimskerken van Rome (in de crypte onder het altaar bevindt zich een reliek: hout van de kribbe van Jezus).

De Santa Maria Maggiore ligt hemelsbreed recht tegenover de San Giovanni in Laterano; de twee basilieken zijn met elkaar verbonden door middel van de Via Merulana. De ruim 14 meter hoge zuil op het plein van de Santa Maria Maggiore werd in 1614 in opdracht van paus Paulus V opgericht, als tegenhanger van de obelisk aan het andere uiteinde van Via Merulana. Het is een typisch voorbeeld van de efficiënte ‘recycling’ van oude Romeinse resten door een aantal pausen: de zuil is vervaardigd van marmer van de Basiliek van Maxentius op het Forum Romanum.

Een wonderbaarlijk verhaal
De ontstaansgeschiedenis van de Santa Maria Maggiore is verbonden aan een wonderbaarlijk verhaal. Op 5 augustus in het jaar 356 zou er namelijk bovenop de heuvel Esquilijnheuvel een miraculeuze, zeer plaatselijke sneeuwbui zijn gevallen. Paus Liberius zag het als een teken van boven en liet een kerk bouwen waar de vlokken vielen – de voorloper van de huidige Santa Maria Maggiore en waarschijnlijk de eerste kerk in Rome die aan Maria gewijd werd. Zo kwam het dat de latere Santa Maria Maggiore bekend kwam te staan als de Santa Maria ad Nives – de Heilige Maria ter Sneeuw.

Santa Maria Maggiore: het interieur (foto: Wikimedia)

Santa Maria Maggiore: het interieur (foto: Wikimedia)

Maria de moeder
Evengoed leek de huidige kerk lange tijd niet verder terug te gaan dan paus Sixtus III (paus van 432 tot 440, een eeuw na de sneeuwbui dus). Het was Sixtus III die de kerk wijdde aan het goddelijke moederschap van Maria, naar aanleiding van het Concilie van Efeze van 431, toen de vraag centraal stond of Maria niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk moeder van God was.

Tegenwoordig is de Santa Maria Maggiore hoe dan ook een van de belangrijkste Romeinse kerken gewijd aan de Heilige Maagd. Ieder jaar wordt op 5 augustus het wonder van de sneeuwbui in 356 nog herdacht: witte bloemblaadjes komen dan naar beneden dwarrelen.

In de jaren zestig van de vorige eeuw zijn er opgravingen gedaan waaruit toch nog enkele oudere delen naar voren zijn gekomen, waarschijnlijk uit de periode van keizer Constantijn en paus Liberius. De basiliek heeft haar huidige vorm en aangezicht echter hoe dan ook pas in de loop der eeuwen gekregen, dankzij verschillende aanbouwen, restauraties en toevoegingen die in opdracht van verschillende kardinalen en pausen werden uitgevoerd. De façade die nu te zien is, is bijvoorbeeld pal voor de originele gevel geplaatst.

Goed gezelschap
Wie de Santa Maria Maggiore in Rome bezoekt bevindt zich overigens in goed gezelschap. Onder het grondniveau van de basiliek ligt een aantal beroemdheden begraven, zoals Hieronymus, de kerkgeleerde die de eerste Latijnse vertaling van de bijbel verzorgde, en Bernini, de architect die onder andere het Sint-Pietersplein ontwierp.

 

 

Pauselijke plaatsen in Rome

San Giovanni in Laterano

Foto: Wikimedia

Zaterdag schreef ik al even over de tijdelijke ballingschap van de pausen in het Franse Avignon. In Rome zelf zijn eveneens plekken te vinden waar pausen woonden, buiten de grenzen van Vaticaanstad.

Wie landt op het vliegveld van Ciampino komt onderweg naar het centrum een van de vier pauselijke basilieken van Rome tegen: San Giovanni in Laterano, in het Nederlands bekend als Sint-Jan van Lateranen.

Sinds 1929 zijn deze basilica maior (letterlijk: grote basiliek) en het aangrenzende Lateraanse paleis officieel in handen van de Heilige Stoel. Tot 1309 was het Lateraanse Paleis de officiële verblijfplaats van de pausen, nog voordat ze vertrokken naar Avignon. De San Giovanni in Laterano is op nog meer manieren verbonden met de pauselijke geschiedenis van Rome: tot 1870 werd elke nieuwe paus gekroond in de basiliek.

Romeinse resten
Het meeste indruk maakt de aanblik van buitenaf, de façade van de San Giovanni in Laterano. De beelden die de 18de-eeuwse voorgevel sieren torenen hoog boven de bebouwing uit. Wanneer je naar binnen loopt door de hoofdingang, passeer je twee monumentale bronzen deuren, die oorspronkelijk toegang gaven tot de Curia (het Senaatsgebouw) op het Forum Romanum. Vlakbij vind je nog een andere herinnering aan het oude Rome: een beeld van keizer Constantijn de Grote, de eerste christelijke keizer. Het was dezelfde Constantijn die ooit de opdracht gaf voor de bouw van de eerste kerk op deze plek. Zijn kerk werd echter vernield door de Vandalen.

Bronzen deuren van de Curia (Foto: Wikimedia)

Bronzen deuren van de Curia (Foto: Wikimedia)

Van alle tijden
Borromini was de architect die het interieur van de kerk een barokke gezicht gaf. Hij kreeg in het Jubeljaar 1650 de leiding over de vernieuwingen die in de San Giovanni in Laterano moesten plaatsvinden.  Toch kun je binnen nog allerlei resten van een veel verder verleden terugvinden, als je weet waar je moet kijken. De eerste pilaar van het rechterschip is bijvoorbeeld voorzien van een fresco van Giotto (het beeldt paus Bonifatius VIII uit die het jubeljaar 1300 afkondigt). De kruisgangen zijn eveneens in de Middeleeuwen aangelegd (rond 1220). Aan de grote verscheidenheid van de zuilen kun je zien dat ze uit verschillende tijdperken dateren.

Brogi, Giacomo (1822-1881), Basilica di San Giovanni in Laterano (Foto: Wikimedia)

Brogi, Giacomo, Basilica di San Giovanni in Laterano, 1822-1881 (Foto: Wikimedia)

Nimfen in de doopkapel
Aan de zuidkant van de basiliek vind je de doopkapel gewijd aan Johannes de Doper, die is aangelegd op de plek waar keizer Constantijn al eerder een kapel oprichtte. Hij deed dat bovenop de resten van een Romeins nymphaeum – een aan nimfen gewijde plek. Omdat Constantijns kapel de tand des tijds niet doorstond creëerde paus Sixtus III in 432 een nieuw baptisterium. De achthoekige plattegrond van deze doopkapel zou model gaan staan voor alle katholieke doopkapellen.

Het altaar van de San Giovanni in Laterano is binnen de katholieke Kerk een extra bijzondere plek: hier mag enkel de paus zelf de mis opdragen. Op Hemelvaartsdag geeft de paus traditiegetrouw vanaf de bovenste loggia zijn zegen.

 

Vanaf de San Giovanni in Laterano vertrekt de Via Merulana verder de stad in. Aan het uiteinde van die straat vind je de Santa Maria Maggiore, een van de andere vier pauselijke basilieken van Rome, waarover morgen meer!

 

Iconen van Rome

Vandaag is Rome precies 2765 jaar oud geworden. De stad werd volgens de overlevering gesticht op 21 april van het jaar 753 v.Chr. Om de stad en haar iconen in het zonnetje te zetten stuur ik vandaag enkel een paar digitale ansichtkaartjes vanuit Rome de wereld in. Happy birthday Rome!

IMG_2682

IMG_2681

IMG_2680

IMG_2683

Verjaardagsfeestje
Natuurlijk viert de stad Rome vandaag ook echt feest. Er zijn allerlei concerten, parades en marktjes gepland. Een groot aantal musea en tentoonstellingsruimten is vandaag bovendien gratis te bezoeken. De feestelijke dag wordt afgesloten met een knallende vuurwerkshow.

Om de verjaardag te vieren, trakteert de stad op verschillende evenementen. Zo zijn er concerten, filmvoorstellingen, optochten en marktjes.

Straatverhalen van Rome: Via Cola di Rienzo

In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.

Cola-di-Rienzo

Monument voor Cola di Rienzo bij de Santa Maria in Aracoeli. Foto: Wikimedia

Precies tussen de Villa Borghese en de Sint-Pieter in Rome loopt een kaarsrechte weg, een winkelstraat met een naam die maar weinig toeristen iets zegt: Via Cola di Rienzo. Waar iedereen bij Julius Caesar en Augustus meteen beelden voor zich ziet van lauwerkransen en strijdwagens, weet men bij Cola di Rienzo eigenlijk niet eens of het wel een naam is…

Rome in de Middeleeuwen
Jazeker, en niet zomaar een. (Ni)Cola di Rienzo is de man die de 14de eeuw in Rome als geen ander kenmerkte. Om erachter te komen waarom, moeten we eerst nog wat verder terug in de tijd gaan, naar het Rome van de 12de eeuw, om precies te zijn.

Daar was namelijk het een en ander veranderd sinds de laatste keizers van het West-Romeinse rijk er de scepter hadden gezwaaid. Na eeuwen van onrust, invallen en elkaar bevechtende vreemde overheersers werd in de 12de eeuw duidelijk dat zich, naast de paus en een aantal adellijke families die van oudsher aanspraak maakten op politieke macht, langzaamaan een nieuwe machtige groep had gevormd vanuit de werkende klasse, de gewone burgers. Beoefenaars van dezelfde ambachten verzamelden zich in gilden en samen bleken ze inderdaad sterker dan alleen. Halverwege de eeuw mochten de verenigde Romeinse burgers zelfs een eigen senaat vormen van het Vaticaan – alhoewel de senatoren nog altijd door de paus aangewezen moesten worden. De burgerij (de comune) hield vergaderingen en rechtszaken en ze kozen het Capitool als thuisbasis (tot op de dag van vandaag zetelt daar het stadsbestuur).

Pausen in ballingschap
De pausen waren allang tevreden dat de burgers zich verder koest hielden – ze hadden al genoeg te stellen met de verschillende Europese vorsten die hen naar de kroon staken en de wereldlijke macht claimden in Rome. De situatie in Rome werd steeds penibeler, totdat Clemens V in 1309 een radicaal besluit nam: hij verhuisde de Heilige Stoel naar Avignon in Frankrijk. Daar genoot hij bescherming van zijn Franse familie en vond hij rust en veiligheid. Gedurende 70 jaar zouden de pausen in Avignon zetelen, een periode die de geschiedenis in ging als de ballingschap van de pausen.

Die situatie had zo zijn invloed op Rome: met het pauselijke gezag ver weg in Frankrijk regeerde de onrust en chaos in de eeuwige stad. De reputatie van Rome werd slechter en pelgrims bleven weg, evenals de bloeiende economische activiteit die zij altijd met zich mee hadden gebracht. Afnemende welvaart en afwezigheid van stabiel gezag zorgde voor een chaotische situatie in de stad.

Verlangen naar vroeger
Cola di Rienzo, geboren in 1313, groeide op in dat rusteloze Rome. Toen hij oud genoeg was om zich er druk over maken, uitte hij meerdere malen felle kritiek op de situatie. Wat was er gebeurd met het grootse, trotse Rome van weleer? Hoe kon men leven in deze puinhoop? Cola di Rienzo vond steeds meer gehoor: hij bleek welbespraakt te zijn en over een flinke dosis overredingskracht en charisma te beschikken.

Gedenkplaat bij het geboortehuis van Cola di Rienzo in Rome

Gedenkplaat bij het geboortehuis van Cola di Rienzo in Rome. Foto: Wikimedia

Zozeer zelfs dat hij in 1347, op nog geen 35-jarige leeftijd, de burgers van Rome opriep tot de stichting van een buono stato – een goede, fatsoenlijke staat. Op het Capitool, de thuisbasis van de comune, kondigde hij de stichting van ‘zijn’ Nieuwe Staat af. Orde en gezag zouden terugkeren in de straten van Rome. Om de nieuwe tijd te symboliseren liet Cola di Rienzo letterlijk een nieuw tijdperk beginnen: het was het jaar 1 van de Bevrijde Republiek. Rome was immers door hem ‘bevrijd’ van misdadigers en rovers, die al veel te lang de dienst uitmaakten. Omdat het weer veiliger werd, keerden de pelgrims langzaam terug naar de heilige plaatsen van de stad en durfden de kooplieden hun waren weer uit te stallen.  

Verenigd Italië
Cola di Rienzo’s idealen waren echter groter dan Rome: hij wilde heel Italië verenigen, met Rome als trotse hoofdstad. Hij haalde alle Italiaanse vorsten naar Rome en liet zichzelf als leider behandelen. Zijn Nieuwe Italië was in zijn ogen al een feit. Maar hoe meer Cola di Rienzo zich een vorst voelde, hoe meer hij zich er als een ging gedragen. Zijn groeiende gevolg, zijn eigen leger; hij gaf geld uit alsof het water was en moest zijn oorlogen via belastingen zien te bekostigen. Steeds vaker werd er gefluisterd over de exorbitante uitgaven van de nieuwe leider. Het gemopper in de straten veranderde in een volksopstand en Cola di Rienzo werd verdreven.

Van de trappen gesleept
Jaren later, in 1354, durfde hij het aan terug te keren naar Rome – hij betrad de stad als afgezant van paus Innocentius VI. Hij kreeg de tweede kans waar hij om vroeg en wist de opnieuw orde op zaken te stellen in Rome. Maar de vele belastingen (op zout en wijn) die hij hief ontlokte wederom de woede van het volk. Cola di Rienzo kreeg de schuld van alles wat misging: onderaan het Capitool eiste de menigte op 8 oktober van 1354 zijn hoofd.

Tevergeefs probeerde Cola di Rienzo de woedende massa te ontvluchten, maar het mocht niet baten. De man die de grootste dromen had voor Rome, werd door de Romeinen overmeesterd en, zo zegt men, aan stukken gescheurd. Cola di Rienzo werd van de hoge trap van de Santa Maria in Aracoeli afgesleept en als een trofee van het volk opgehangen, te kijk voor iedereen. Bij die trappen in Rome vind je nog altijd een onopvallend beeld van Cola di Rienzo, waar dagelijks duizenden toeristen ongemerkt aan voorbij lopen.

 

 

Rome in beeld: Capitolijnse kopstukken

Het Capitool – om precies te zijn de Santa Maria in Aracoeli – is misschien wel de beste plek om een reis door Rome te beginnen. Bovenop deze heuvel bevindt je je niet alleen op de plek waar alles begon, maar krijg je ook een mooi overzicht van de geschiedenis van Rome voorgeschoteld in de vorm van een prachtig uitzicht.

Rondom het paard
Nadat je van het uitzicht hebt genoten is het tijd om bij het begin te beginnen en in de geschiedenis van het vroegste Rome te duiken. Loop in de richting van het Campidoglio, het plein waarop Marcus Aurelius al eeuwenlang fier zijn paard bestiert, en koop een kaartje voor de Capitolijnse Musea, waar je een prachtige collectie kunst uit de Romeinse oudheid kunt bewonderen. De collectie van de Capitolijnse Musea is verdeeld over twee gebouwen: het Palazzo dei Conservatori en het Palazzo Nuovo (het gebouw in het midden, achter het ruiterstandbeeld, is het stadhuis van Rome). Hieronder vast een voorproefje: Capitolijnse kopstukken in beeld!

 

IMG_0536

 

Rome maart 2012 097

 

IMG_0541

 

DSC03851

 

Traktatie
Het Palazzo dei Conservatori en het Palazzo Nuovo zijn verbonden door een ondergrondse gang, de Galleria Lapidaria oftewel de Stenengallerij. Hier kun je niet alleen een uitgebreide collectie inscripties bekijken, maar ook mijn favoriete plek in het museum vinden: het Tabularium. Daar word je getrakteerd op een fenomenaal uitzicht over het lager gelegen Forum Romanum.

IMG_0544

Nominaties

Orpheus kijkt om werd in 2012 genomineerd voor een Travvies Award en voor de Geschiedenis Online Prijs.

Laatste tweets

Op de hoogte blijven? Laat je mailadres achter en ontvang de nieuwsbrief!

Join 855 other followers

Onlangs besproken:

Verjaardag