Even geleden (ja echt, even geleden pas) ontdekte ik de wondere wereld van ‘open universities’ en online colleges. Het grote, voor de hand liggende voordeel: vanachter je eigen computer, waar ter wereld die ook staat, kunnen plaatsnemen in de schoolbanken van topuniversiteiten. Ancient Greek History volgen aan Yale, bijvoorbeeld, of Ancient Philosophy aan Berkely.
Ook online beschikbaar is de serie Lorenz Eitner Lectures on Classical Art and Culture, een serie lezingen van het Department of Classics van Stanford University. Het doel? Een zo breed mogelijk publiek aanspreken voor de klassieken in het bijzonder en de historische wetenschap in het algemeen.
Een van de meest bekende spreekbuizen van de klassieken, die door haar insteek en aanpak precies dat brede publiek weet te bereiken, is Mary Beard. Op 29 september 2011 gaf zij dan ook een Lorenz Eitner Lecture, met als onderwerp ‘how to identify a Roman emperor’. Oftewel: hoe identificeer je nu eigenlijk die marmeren bustes en andere beelden uit de oudheid? Bekijk de video hieronder voor het (haar) antwoord!
In Rome liggen de verhalen uit het verleden letterlijk op straat. Aan de hand van straatnamen die je op de bordjes – sinds 1814 van marmer dankzij paus Pius VII – kunt lezen, wandel je de geschiedenis van de eeuwige stad letterlijk achterna. Vrijwel iedere via, vicus of viale is namelijk vernoemd naar een persoon of gebeurtenis die het leven van de stad Rome op de een of andere manier getekend heeft.
Omdat het Boekenweek is, bewandelen we vandaag een straat die vernoemd is naar een kunstliefhebber pur sang; de man die beroemd werd als beschermheer van Romeinse schrijvers en dichters. Welkom op de Via Mecenate, de ‘Weg van Maecenas’.

Maecenas presenteert de vrije kunsten aan Augustus, Giovanni Battista Tiepolo (1696-1770)
MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Keizer Augustus (63 v.Chr.-14 n.Chr.) stond erom bekend de rust en vrede te hebben teruggebracht in het Romeinse rijk. De pax augustea, de ‘vrede van Augustus’, was meer dan welkom na decennia van burgeroorlogen en onrust. De rust in het rijk en in Rome ging gepaard met groeiende welvaart; perfecte omstandigheden voor kunst en cultuur om op te bloeien. Dat gebeurde, niet in de laatste plaats omdat het door de keizer zelf gestimuleerd en toegejuicht werd.
Onder keizer Augustus diende een zekere Gaius Cilnius Maecenas, een telg uit een rijke familie van Etruskische oorsprong. Maecenas trad vaak op als Augustus’ vertegenwoordiger op buitenlandse reizen, die de keizer onmogelijk allemaal zelf kon maken. Een soort minister van buitenlandse zaken avant-la-lettre, dus. Maar Maecenas was meer dan dat; hij had zich dankzij zijn diplomatieke talent opgewerkt tot persoonlijk adviseur, vertrouweling en vriend van de keizer.

Ligging van ruïnes en opgravingen (incl. de Tuinen van Maecenas) t.o.v. de moderne plattegrond van Rome (kaart uit 1897)
LITERAIRE KRING
Nog voordat zijn politieke carrière die vlucht had genomen, besteedde Maecenas de rijkdom die hij van huis uit had meegekregen aan zijn grote liefde: dichtkunst en literatuur. Op de Esquilijn in Rome liet hij een riante villa bouwen met prachtige tuinen. De horti maecenatis werden ze genoemd, beroemd geworden als de plek waar Maecenas de grootste dichters van zijn tijd bijeen bracht (Vergilius, Propertius en Horatius). Maecenas creëerde zo een literaire kring en maakte zijn eigen huis het centrum ervan. En wie denkt dat men daar enkel hoogdravende poëtische voordrachten hield, heeft het mis; de uitbundige feesten die Maecenas organiseerde op de Esquilijn waren bijna net zo beroemd als zijn diplomatieke talenten.
Politiek en kunst kwamen niet alleen figuurlijk samen in de persoon van Maecenas, maar ook letterlijk: als boezemvriend van Augustus zorgde hij ervoor dat de literaire talenten van mannen als Vergilius en Horatius werden aangewend in de propagandamachine van de keizer. De schrijvers waren financieel afhankelijk van het duo Maecenas-Augustus en wisten onder hun bescherming sommige van de grootste meesterwerken van de oudheid te creëren. Maecenas ging de geschiedenis in als de eerste sponsor van de kunsten. Zijn naam leeft nog altijd voort in onze en andere talen: mecenas is het algemene woord voor een patroon van de kunsten geworden.
ONDER DE GROND

Het ‘Auditorium van Mecenas’

Hoofd van een Amazone, Sala degli Orti Mecenate (Capitolijnse Musea)
Maecenas’ villa werd gebouwd tussen 42 en 35 v.Chr. op de eerdergenoemde Esquilijnse heuvel in Rome, precies in het gebied waar de huidige Via Mecenate loopt (Mecenate = Italiaans voor Mecenas). Ondanks de beruchte overdadigheid van het complex en vooral van de tuinen (er zou een wijngaard bij aangelegd zijn, en een zwembad gevuld met warm, thermaal water), is er weinig teruggevonden van de villa en horti maecenatis. Het zogenaamde Auditorium van Maecenas, bij opgravingen in de 19de eeuw gevonden, is alles wat er rest, althans als de interpretatie van deze ondergrondse ruimte als zodanig klopt. Het gaat om een grote zaal met apsis en verschillende constructies voor de aanvoer van water, die misschien niet als ‘autitorium’ diende, maar als eetzaal (triclinium).
In de omgeving zijn in diezelfde eeuw nog wel verschillende significante vondsten gedaan. Veel daarvan vind je tegenwoordig terug in de Capitolijnse Musea, waar een hele zaal is gewijd aan de Tuinen van Mecenas (Sala degli Orti di Mecenate). Hier kun je de mozaïeken, sculpturen en andere kunstwerken bewonderen die de riante stadsvilla eens gesierd moeten hebben. Of ze allemaal aan de patroon van het huis, tegelijkertijd patroon van de kunsten in het algemeen, toebehoorden, is misschien niet met zekerheid te zeggen. Maar wie de Via Mecenate in Rome bewandelt, stapt zeker in de voetsporen van Vergilius, Horatius, Propertius en Maecenas, die, gebonden door hun liefde voor de kunsten, tweeduizend jaar geleden op precies die heuvel samenkwamen.

Toscane, het thuisland van de Etrusken
Ga je dit jaar op vakantie naar Toscane of Umbrië? Dan bevind je je tijdelijk in het thuisland van de Etrusken. In dit gebied (en in Lazio, de regio waarvan Rome de hoofdstad is) komt in Italië voor het eerst een grote beschaving tot ontwikkeling, die zich overduidelijk in het landschap en in het archeologisch bestand heeft afgetekend.

Etrurië (Foto: Wikimedia)
NIEUWE IDEEËN
De Etruskische samenleving en cultuur bloeit op tussen 750 en 500 v.Chr., mede dankzij het intensieve handelsnetwerk overzee dat ze onderhielden. De contacten en uitwisselingen met onder andere Grieken en Feniciërs zorgden voor een constante in- en uitstroom van goederen, kennis, ideeën en mensen. Vooral de Etruskische elite omarmt de nieuwe ideeën, gewoonten, technieken en stijlen waarmee ze in aanraking komt. Godsdienst, architectuur en kunst maar ook festiviteiten en levensstijl worden steeds meer getekend door Griekse en oosterse invloeden. Natuurlijk wordt er niets klakkeloos overgenomen: de Etruskische cultuur is veel meer een mix van eigen tradities en externe invloeden, die daar netjes in worden gepast.
Altijd al meer willen weten van de Etrusken? In het Gallo-Romeins Museum in Tongeren opent 16 maart een tentoonstelling waarin het bijzondere verhaal van de Etruskische samenleving en cultuur wordt verteld aan de hand van 350 voorwerpen, onder andere afkomstig uit prestigieuze Italiaanse musea.

Een van de tentoongestelde Etruskische objecten (Foto: Rijksmuseum van Oudheden)
PLAN JE BEZOEK
De Etrusken – Una storia particolare
16 maart t/m 25 augustus 2013
Op de website van het museum kun je meer informatie vinden over openingstijden, ligging en bereikbaarheid van het museum, de toegankelijkheid voor mindervaliden en de toegangsprijzen.
WEEKENDJE ETRUSKEN
Je kunt een bezoek aan het museum natuurlijk ook combineren met een verblijf in Tongeren. Daarvoor zijn er speciale Etrusken-arrangementen. Kijk voor meer informatie ook even op de websites van Tongeren en Limburg.


Palazzo Barberini, Rome. Door Giovanni Battista Piranesi (1748)
In 1936 werd er in de achtertuin van Palazzo Barberini, een museum met een prachtige kunstcollectie vlak bij de Trevifontein, een bijzondere ontdekking gedaan. Onder de grond werd een heilige ruimte ontdekt. De lange zijden van de ruimte waren bezet door stenen banken en aan het einde van de gang was een fresco zichtbaar, een schildering op de muur die duidelijk een centrale rol innam. De ruimte bleek een tempel voor Mithras te zijn (een zogenaamd Mithraeum).

Fresco van Mithras die een stier doodt in het Barberini Mithraeum
Het fresco stelt Mithras voor, een god die centraal stond in een populaire Romeinse cultus die was over komen waaien uit het oude Perzische rijk. Op de stenen banken zullen Romeinse burgers hebben aangelegen voor het heilige banket, een religieuze maaltijd die onderdeel was van de rituelen rondom de verering van de god Mithras. In een steen bij een van die banken is zelfs een inscriptie gevonden die de naam vermeldt van degene die de zetel aan de god heeft geschonken – die de schenking financierde, dus.
Recht voor het fresco bevindt zich een altaar, waar offers aan de god konden worden gebracht. Al met al bleek dat met de vondst in 1936 een van de best bewaarde Mithrastempels in Rome was gevonden, die historici en archeologen een nieuwe schat aan informatie bood over deze populaire cultus in het oude Rome.

Stenen banken in het Barberini Mithraeum

Reconstructie van een ritueel banket in het Mithraeum
BEZOEKEN?
Het Barberini Mithraeum, zoals de ondergrondse ruimte is gaan heten, is niet altijd open voor publiek. Wel wordt er via Roma Sotterranea regelmatig een begeleid bezoek aan de tempel georganiseerd. De planning van deze en andere bijzondere, ondergrondse rondleidingen in Rome vind je hier!

1 van de gevonden beelden. Foto: La Repubblica
ZEVEN SCHONE BEELDEN
Onlangs werden nabij Rome zeven prachtige beelden gevonden uit de tijd van keizer Augustus (31 v.Chr. – 14 n.Chr.), elk zeker 2 meter hoog. Direct was duidelijk dat de sculpturen een verbeelding waren van de mythe van Niobe. De beelden stonden rondom het openlucht zwembad in de villa van een zekere Marcus Valerius Messala Corvinus (64 v.Chr. – ca. 13 n.Chr.).
Messala was een voorname, rijke Romein die zich in zijn jonge jaren nog wel met politiek bezighield, maar later vooral in culturele kringen verkeerde. Hij verzamelde allerlei schrijftalenten om zich heen, waaronder zich ook de jonge dichter Ovidius bevond. Diezelfde dichter, regelmatige gast in de villa van Messala, die de mythische beeldengroep misschien met eigen ogen gezien heeft, zou jaren later de Metamorphosen schrijven.
Het verhaal van Niobe is veel minder bekend dan de meeste mythen die Ovidius zo speels en kunstig beschrijft in dat wereldberoemd geworden boek.
HOOGMOED EN DE VAL
‘Is het niet dwaas om goden die je slechts bij name kent te stellen boven wie te zien is?’
Niobe, de dochter van de Lydische koning Tantalus, was een trotse vrouw. ‘Zij had veel reden trots te zijn: de lierkunst van haar man, hun beider afkomst en hun wijde macht – dat alles deed haar veel deugd, maar toch nog altijd minder deugd dan zij ontleende aan haar eigen kindertal. Zij zou de rijkste aller moeders genoemd zijn.’
Wanneer de vrome vrouwen in het dorp van Niobe besluiten de godin Latona te eren, komt de hooghartige Niobe, als altijd opvallend gekleed, aangelopen. Dansende gouden lokken, een indrukwekkende schoonheid, spreekt ze desalniettemin bittere woorden: ‘Is het niet dwaas om goden die je slechts bij name kent te stellen boven wie te zien is? Waarom wel Latona en niet mijn macht bewierookt?’
Een lange rede volgt waarin Niobe eindeloos opsomt waarom haar minstens evenveel – meer! – eer toekomt dan een inferieure godin als Latona. Ze heeft zelfs meer kinderen dan die armzalige godin.

Artemis en Apollo doden Niobes kinderen, Jacques Louis David (1772)
Rookwolken lijken van de Olympus af te komen, zo woedend is Latona wanneer ze het onnozele, arrogante geraaskal van ‘dat mens van Tantalus’. ‘Mij noemt ze kinderloos – iets wat ze zelf mag worden!’ ging Latona verder. Latona had inderdaad ‘maar’ twee kinderen: de machtige goden Artemis en Apollo. ‘Ik vraag me af of ik nog wel godin ben, want ik word, als jullie mij niet helpen, uit mijn eeuwenoude cultus verstoten!’
Natuurlijk kwamen de goddelijke kinderen hun moeder te hulp – een voor een werden de zeven zonen van Niobe getroffen door pijlen, nu eens uit de koker van Artemis, dan weer uit die van Apollo.
‘Geniet maar goed, geniet maar van mijn rouw en stil uw wrede hart ermee!’
Het onheilspellende nieuws drong al snel tot de moeder door. ‘Laaf u dan, Latona, harteloze, aan mijn verdriet! Geniet maar goed, geniet maar van mijn rouw en stil uw wrede hart ermee!’ Toch waagde Niobe het om nog eenmaal overmoedig de godin te tarten: ‘Ik heb in mijn verdriet nog altijd meer dan u in uw triomf,’ ging ze als een waanzinnige tekeer, ‘na zoveel doden blijf ik winnen!’
Niobes dochters, in rouwkleding gehuld, stonden erbij. Uit het niets opduikende pijlen troffen ook de zeven jonge meisjesharten. Niobe stort in van verdriet. Omringd door zoveel dood en verdriet verstard en versteend de eens zo stralend mooie vrouw. Haar bloed kan niet meer stromen, haar lichaam niet meer bewegen: ze is van steen, maar blijft voor altijd wenen.


Een prachtige vondst
‘Dit gezicht heeft precies alle karakteristieken van de illustere personages van de Julisch-Claudische familie’, aldus professor Alfonsina Russo Tagliente. Ze onderzoekt en restaureert een beeld dat deze week werd gevonden in Arenova, vlak bij het drukke vliegveld van Rome. Op de plek waar de vondst werd gedaan stond in de oudheid een prachtige villa.
Wie die ‘illlustere personages van de Julisch-Claudische familie’ precies waren? In elk geval was het niet zomaar een familie: hiermee worden de keizers en keizerlijke families aangeduid die het begin van de Romeinse keizertijd vormgaven. Vanaf Julius Caesar en Augustus tot en met de beruchte Nero – allen hadden ze, dankzij ingewikkelde banden en politieke huwelijken, een stamboom die steeds weer naar elkaar leidde.
In het bijzonder heeft Russo Tagliente één ‘illustere’ vrouw in gedachten, die achter dit gezicht zou schuilgaan. Ze heeft het beeld geïnterpreteerd als Julia, dochter van keizer Augustus.

Het ‘gezicht van Julia’, dat onlangs werd gevonden. Foto: La Repubblica (idem hierboven)
Over Julia
Op de dag dat de kleine Julia Caesaris op deze wereld kwam, 39 jaar voor het begin van onze jaartelling, besloot haar nietsontziende vader Augustus om van haar moeder te scheiden. De arme Scribonia bleef alleen achter, zonder haar dochter en haar goede naam door de toekomstige keizer door het slijk gehaald.
Julia wachtte een leven als diplomatieke speelbal van haar vader, die voor zichzelf de weg effende naar alleenheerschappij over Rome en haar machtige rijk. Ze was nog maar 2 jaar oud toen hij haar uithuwelijkte aan de zoon van Marcus Antonius – toen nog zijn politieke metgezel, later zijn aartsvijand in de strijd om de ‘troon’. In 31 v.Chr. zouden de twee mannen elkaar treffen in een zeeslag bij Actium. Met Marcus Antonius werd voorgoed afgerekend. Het huwelijk tussen Julia en Marcus Antonius’ zoon werd kort daarna opgelost; de jongen stierf in het jaar 30 v.Chr.
Als tiener al was Julia daarom aan haar tweede huwelijk toe. Haar hand werd geschonken aan haar neef Claudius Marcellus, maar ook hij legde niet lang daarna het loodje. In het jaar 21 v.Chr., toen Augustus’ macht geconsolideerd was, huwelijkte Julia’s vader haar uit aan zijn rechterhand en vertrouweling Agrippa. Agrippa was bijna dertig jaar ouder dan zijn dochter.
De vierde huwelijksboot

Svedomsky, Julia in ballingschap
Dit huwelijk was een langer leven beschoren, en bracht zelfs vijf kinderen voort. Toch overleefde de ongelukkige Julia ook haar derde echtgenoot. Omdat de dochter van de keizer niet alleen door het leven hoort te gaan, werd ze gedwongen nogmaals te trouwen. In 12 v.Chr. stapte ze in het huwelijksbootje met Tiberius, de oudste zoon van Liva, de nieuwe echtgenote van Augustus. Dit moet een ongemakkelijke gebeurtenis zijn geweest: Tiberius – de gedoodverfde troonopvolger die door Livia naar voren was geschoven – werd voor het huwelijk gedwongen om van zijn geliefde vrouw Agrippina te scheiden.
Jaren verstreken en de rust keerde ongetwijfeld weer aan het keizerlijke hof. Maar echte liefde zou er tussen Julia en Tiberius nooit ontstaan. Misschien was het daarom dat ze haar heil, na al die jaren van gedwongen relaties, buiten de deur zocht. In het geheim zou ze Julius Antonius, een andere zoon van Marcus Antonius, hebben ontmoet. De twee minnaars werden echter verraden, en er hing hen een wrede straf boven het hoofd.
Liefdesverdriet
Julius pleegde zelfmoord; vanwege het ondraagbare liefdesverdriet of om zijn eer te redden. Julia aanvaardde echter de straf die haar werd opgelegd: verbanning. Vijf jaar zou ze moeten verblijven op het eiland Ventotene (toen Pandateria geheten) in de Tyrrheense Zee. Wie al die jaren in de schaduw had weten te overleven, en trouw haar dochter naar dit afgelegen oord begeleidde, was Scribonia.
Na vijf jaar was het hart van keizer milder gestemd, en stond hij toe dat zijn dochter naar een beter oord verhuisde. Ze kwam terecht in Puglia, in het uiterste zuiden van Italië, waar ze de laatste elf jaar van haar leven zou slijten. In die periode stierven al haar zoons – nieuws dat haar ondanks de afstand snel wist te bereiken. Toen haar jongste zoon de dood vond, ging ze in hongerstaking. Uit wanhoop, of uit verdriet, wie zal het zeggen. In het jaar 14 n.Chr. stierf ze uiteindelijk, net toen haar bedrogen ex-man keizer werd van het grote en machtige Romeinse rijk.
Op 14 januari in het jaar 1506 liep een zekere Felice de’ Fredi door zijn wijngaard in hartje Rome, klaar om wat aan het werk te gaan. Toen hij begon te spitten stuitte hij plotseling op een harde, stenen ondergrond. Zonder het zich te realiseren deed hij daarmee een vondst die de kunstgeschiedenis voorgoed zou veranderen.
De’ Fredi stond bovenop het plafond van de Domus Aurea, het ‘Gouden Huis’ van de Romeinse keizer Nero. Nero zat sinds 54 n.Chr. op de Romeinse keizerstroon en liet dit immense paleis bouwen op de verwoeste vlakte die in Rome overbleef na een grote brand in het jaar 64. Onder de voeten van de onwetende De’ Fredi lagen enorme eetzalen, prachtige fresco’s en talloze antieke sculpturen te wachten om ontdekt te worden.

Paus Julius II
De grote mecenas in de tijd van De’ Fredi was de paus zelf, Julius II. Deze Giuliano della Rovere, zoals hij door het leven ging voordat hij paus werd, vermoedde al dat een groot gebouw onder de grond, op die plek in Rome, wel iets bijzonders moest zijn. Hij stuurde een kunstenaar die hij kende van het toen al beroemde standbeeld David in Florence, en van de al even bekende sculptuur de Pieta in Rome: Michelangelo.
Samen met een aantal andere kunstenaars en kenners daalde Michelangelo af in de donkere, holle ruimtes. Wat hun oudheidminnende ogen daar zagen – met fresco’s versierde zalen, marmeren ornamenten, sculpturen – bracht ze bijna in vervoering. Eeuwenlang waren de ruimtes door geen voet getreden, en nu zagen zij het als eerste weer. Hoe dat geweest moet zijn, daar kunnen we alleen nog maar naar gissen. Maar wat de ervaring met hen heeft gedaan als kunstenaar, dat hebben hun handen in de jaren erna aan de wereld laten weten.
De schilderkunst van de late renaissance kreeg invloeden mee van wat men onder de grond in Rome had gevonden. Er ontstond zelfs een specifieke stijl, ‘grotesk’, om de overdaad aan geschilderde ornamenten aan te duiden die in zwang raakte – vernoemd naar de ‘grotachtige’ ruimtes van de ondergrondse Domus Aurea.
Een vondst in het bijzonder, daar in de kamers waar eens de beruchte keizer Nero wandelde, stak echter boven met kop en schouders boven de rest uit. Het was een sculptuur van ongekende schoonheid, zo dynamisch dat de stenen figuren tot leven kwamen – het moest wel gemaakt zijn door de vakkundige handen van een klassieke, Griekse of Romeinse beeldhouwer.
De indrukwekkende beeldengroep, van bijna twee meter hoog, verbeeldde bovendien een episode uit de beroemdste epische oorlog van de oudheid: de Trojaanse priester Laocoön en een van zijn zoons sterven, terwijl de tweede zoon nog tevergeefs aan hetzelfde lot probeert te ontkomen. Juist nadat hij de Trojanen had willen overtuigen van het feit dat het grote paard niets meer was dan een list van de Grieken, werden Laocoön en zijn zoons aangevallen door gigantische slangen die uit de zee kwamen kruipen.

De Laocoöngroep
Alles aan de Laocoöngroep vertoont de kenmerken van de stijl die past bij de zogenaamde hellenistische periode (eind 4e eeuw tot ca. 30 v.Chr). De kronkelige, dynamische vormen maar ook de precieze keuze van de scene van het verhaal is veelzeggend: het beeld laat de priester zien op het moment suprème van zijn doodsstrijd. Daarom zijn al zijn spieren aangespannen en is zijn gezicht vertrekt van de pijn. De gebeeldhouwde uitdrukking van precies die hevigheid aan emotie en lichamelijke spanning zou in de genoemde hellenistische periode veel bewondering hebben geoogst.
Het marmeren beeld dat in de Domus Aurea werd gevonden was duidelijk een Romeinse kopie (uit ca. 40-20 v.Chr.) van een Grieks origineel uit die hellenistische periode. Julius II was er zo mee in zijn nopjes, dat hij het beeld aankocht en vrijwel meteen tentoonstelde voor het publiek. Indirect legde hij daarmee de basis voor een van Romes meest beroemde musea, jaarlijks bezocht door enkele miljoenen mensen: de Vaticaanse Musea. Het beeld is daar nog altijd te bewonderen.
> Lees hier meer over de Laocoöngroep.

V.l.n.r.: Trajanus (98-117), Hadrianus (117-138), Antoninus Pius (138-161) en Marcus Aurelius (161-180)
Tijdens ondergrondse werkzaamheden aan de lang verwachtte metrolijn C in Rome stuitte men, in het hart van de stad, op bijzondere archeologische resten. De nieuwste archeologische ontdekking in het centrum van Rome is inmiddels beter in kaart gebracht, gedateerd (123 n.Chr.) en wordt nu al het ‘Athenaeum van Hadrianus’ genoemd.
Het bouwwerk zou een culturele ontmoetingsplek (met 900 zitplaatsen) zijn geweest waar de rijkere Romeinen konden genieten van poëtische en filosofische voordrachten. Keizer Hadrianus, onder wiens regering het ‘Athenaeum’ werd gebouwd, was dan ook een fervent liefhebber van de kunsten.
Of nu met zekerheid gesproken kan worden van de vondst van het Athenaeum van Hadrianus, valt vanuit een wetenschappelijk oogpunt nog te betwijfelen. Dat er een significante vondst is gedaan in het hart van het oude Rome lijkt echter wel duidelijk, net als het feit dat kunst en cultuur konden opbloeien tijdens de regering van (onder andere) keizer Hadrianus. Zijn tijd was er – in het geheel van de geschiedenis van het Romeinse rijk – namelijk een van relatieve rust, vrede en welvaart.
Op een steenworp afstand van de nieuwste archeologische ontdekking in Rome, in de Capitolijnse Musea, kun je nog tot begin februari veel meer te weten komen over dit ‘tijdperk van evenwicht’ – de periode tussen 98 en 180 n.Chr., toen achtereenvolgens de keizers Trajanus, Hadrianus, Antoninus Pius en Marcus Aurelius de scepter zwaaiden in het rijk. De ‘vier goede keizers’, worden ze ook wel genoemd.
De tentoonstelling L’Età dell’Equilibrio. Traiano, Adriano, Antonino Pio, Marco Aurelio neemt je mee naar precies deze evenwichtige periode, ingeklemd tussen lange tijdspannen waarin onrust, instabiliteit en soms regelrechte crises de overhand hadden.
L’età dell’equilibrio.Traiano, Adriano, Antonino Pio, Marco Aurelio is het derde deel in een reeks van vijf tentoonstellingen van de Capitolijnse Musea die in een periode van in totaal 13 jaar worden georganiseerd, waarin dieper wordt ingegaan op verschillende periodes in de geschiedenis van het oude Rome.
Tentoonstelling

L’età dell’equilibrio.Traiano, Adriano, Antonino Pio, Marco Aurelio
Capitolijnse Musea, Rome
t/m 5 februari
Wie in Rome is geweest heeft wellicht een bezoek gebracht aan het archeologische park van de Via Appia – aan de Catacomben van Callistus bijvoorbeeld, of de Tombe van Metella. De weg is beroemd geworden door een scène uit de film Spartacus, waarin slaven die mee hadden gedaan aan de opstand in enorme aantallen aan kruizen waren genageld, die allemaal langs de Via Appia werden opgesteld. Daarnaast kennen velen de Romeinse weg vanwege een wat minder bloeddorstig verhaal uit de oude geschiedenis: de ontmoeting tussen Petrus en Jezus, toen Petrus hem vroeg: ‘Quo vadis, Domine’?
De Via Appia legde honderden kilometers af naar het zuiden van Italië, om uiteindelijk te eindigen in Brundisium, het huidige Brindisi. En hoewel Orpheus kijkt om over het algemeen in de omgeving van Rome en Toscane verblijft, maken we vandaag een ‘nieuw begin’ door ook de rest van Italië op (kunst)historisch gebied te verkennen, te beginnen in het zuiden.
In de genoemde havenplaats Brindisi, in de ‘hak van de laars’, kun je nog altijd de zuil bekijken die het einde van de weg markeerde. Het eindpunt van de Via Appia is vandaag ook het beginpunt van een ontdekkingstocht door dit in Nederland nog wat onbekende gebied. Zo ligt er even ten zuidoosten van het plaatsje Mottola, zo’n 80 kilometer van Brindisi vandaan, een zogenaamde ‘grotkerk’.
In Puglia, zoals deze regio van Italië heet, kun je op verschillende plekken huizen, kerken en andere bouwwerken tegenkomen die in de rotsen zijn gebouwd en deels uitgehouwen. Een bekend fenomeen zijn wat dat betreft ook de ‘Sassi’, de grotwoningen even verderop in Matera (Basilicata), die de Werelderfgoedlijst van Unesco hebben gehaald.
In de buurt van het plaatsje Mottola is wat dat betreft de Chiesa di San Nicola een bezoekje waard. Sint Nicolaas is in deze contreien altijd een belangrijke heilige geweest; er zijn hier verschillende kerken, maar ook speciale feesten aan hem gewijd. Deze oude kerk werd gebouwd in een grot in de rotsen. Eenmaal binnen begrijp je waarom men de Chiesa di San Nicola ook wel de ‘Sixtijnse kapel van de grotkerken’ noemt. Van binnen is de kerk uitbundig versierd met fresco’s, die allemaal dateren uit de 10e tot de 14e eeuw.



Wat & waar
Chiesa di San Nicola
Località Casalrotto, Mottola
Provincie Tarente, regio Puglia